De week ging snel voorbij. Het was een week net zoals alle andere weken op deze klote school, maar toch veranderde iets. Elke keer dat ik Boy door de gangen zag lopen maakte mijn hart een klein sprongentje. Altijd keek hij mij met een uitdagende blik aan. Zijn bruine ogen straalde een lustige blik uit. Alsof hij echt intresse in mij had. Toen vrijdag de week was afgelopen fietste ik naar huis. Het voelde alsof ik achtervolgt werd, maar elke keer als ik omkeek was er niemand. Het gaf een eng gevoel. Mijn hart begon sneller en sneller te kloppen, en mijn benen begonnen steeds harder te trappen. De angst gierde door mijn hele lichaam. Toen ik eindelijk thuis aankwam rende ik naar binnen en deed snel alle deuren op slot. Raam voor raam keek ik of er iemand buiten stond, maar nogsteeds was er niemand. Het voelde angstaanjagend. Ik pakte eten uit de kast en ging op de bank zitten. Bij elk klein geluid schrok ik. Toen de angst eindelijk begon te zakken, viel ik in slaap. Een diepe slaap. Toen de deur openging schrok ik wakker, mijn ouders waren eindelijk thuis. Mijn verhaal vertelend, begon ik te huilen. Tranen vol angst en verdriet. Mijn ouders keken me aan en luisterde. Dat deed al veel goed. Toen ik uit verteld was, liep mijn moeder mee naar boven en stopte me in bed. Toen ze de kamer uit was viel ik terug in slaap, een diepe slaap met veel zweet en angst.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen