2010



Hoofdstuk 1.8

Rosá was na een lange tijd inslaap gesukkeld. Zita, probeerde zichzelf inslaap te wiegen. En ik, ik keek naar de sterren op het plafon dat Rosá getekend had. Ze had een ster getekend voor iedere dag dat ze er zat. Tot dat het plafon er vol bezaaid mee zat. Ze had er een echt kunstwerk van gemaakt. Opnieuw gleed er een teug lucht over mijn lippen. Niet wetende wat voor tijdstip ik leefde. Of het nu dag of nacht was. Een rommelende maag was iets dat mij tot altijd nog niet in slaap had doen laten zakken. Sebastiaan, was misschien dan wel een gladjakker.
Hij gaf ons af en toe wel iets aan suikers. Zoetigheid.
Het vulde dan wel niet, maar het gaf je maag genoeg rust. Ik brak een stukje af van het brok wat ik nog bewaard had.
Stopte er een stuk van in mijn mond, begon er vervolgens op te sabbelen. Het was misschien kinderachtig, maar zo deed ik het langste er mee.
Ik had mij in de afgelopen jaren wel weten te beheersen. Vooral nadat Sebastiaan besloten had wij alle drie voor minstens twee weken geen voedsel kregen, enkel water, en dan was het voor ons alle drie een flesje drinken per dag. 'Eerlijk delen' riep hij dan vier. Alsof we een stel beesten waren, die erom zouden gaan vechten. Nee, we waren gelukkig nog wel zo sociaal genoeg om te delen. Ieder even veel slokken.
Geritsel was opnieuw bij het luik te horen.
Het zou nu niet zolang meer duren voordat ze Zita zouden komen halen.
Ik had haar gewaarschuwd, net als Rosá gedaan had. We konden haar nu niet meer helpen. Na nog wat gesprekken, in fluistering te hebben gehad, had Zita verteld dat haar ontvoerder, bruine donkere ogen had. Dat zijn stem ook heel anders klonk dan dat Sebastiaan klonk. Vele malen meer naar het tropische. Dat was ook de reden waarom Zita, al haar eerste op de wereld had gezet. Ze was gevallen voor zijn charme. Rosá daarin tegen, ze was te dronken om ook nog maar iets normaal mee te krijgen. Ze was bij een truckchauffeur ingestapt.
De truckchauffeur: Sebastiaan.
Het domme wicht.
Daarnaast nog niet te spreken over mij. Ik was zo stom geweest om met Fleur, Iris naar de bioscoop te gaan. Ik was met mijn stomme kop, te diep in mijn hersenspinsels geraakt, en verkeerd gelopen, naar een onbewoond gebied. Een gebied, waar ik dus ontvoerd ben geraakt. Ik was net zo'n dom wicht als Rosá, eigenlijk. Ik was net zo dom als Zita door met vriendinnen op stap te gaan.
Gedane zaken hadden geen keer.
Gedane zaken lieten sporen na, en brachten nieuwe wegen.
Een zucht rolde over mijn lippen. Rillend door het krakende geluid van het luik dat werd geopend, trok ik het dunne fleece dekentje strakker rond mij. Ik vond het toch maar eng, het gevoel te hebben dat je ieder moment naar een andere plek gebracht kon worden. Een huil uit de hoek van Zita vertelde mij, dat het Raoul was, haar ontvoerder. Ze liet zich mee trekken door de man, haar hele shirt begon te scheuren. Tranen dwarrelde over haar wangen. Knal rode, vermoeide ogen vertelde en smeekte mij om haar te helpen. Ik liet hem maar begaan. Ze raakte met haar armen, benen iedere houten trede van het trappetje. Met een dreun was het luik dicht en weerklonk er geritsel, van sloten.
Een angstige rilling rolde over mijn lichaam.
Wat nou als ze net zo ruw met mij zouden zijn?
Zou ik mij net zo braaf, stil als Zita kunnen houden?


omdat Vlindertje zowat niet kan slapen zonder slaapwel hoofdstuk. Hier het laatste deel van hoofdstuk 1. Heel veel plezier. Enjoy!

Reacties (1)

  • Pusheen_The_Cat

    ik ben er weer, *kuch kuch* ... beetje laat maarja.....

    arme meiden, ik weet niet hoe ik jullie kan helpen.
    maar als ik die mannen te pakken krijg.... pas dan maar op(duivel)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen