Foto bij 6.3

Connor liep met een neergebogen hoofd naar de stallen, op zoek naar Eli. Hij moest hem vinden. Vandaag nog zou hij hem spreken, omdat hij dit niet aankon. Hij kon niet én ruzie hebben met Eli én naar de begrafenis gaan. Hij moest hem duidelijk maken dat hij van hem hield, en dat hij dit wilde oplossen – wat dit ook mocht betekenen.
      ‘Yo,’ zei Connor toen hij aankwam in de stallen en daar Eli zag staan. Hij was bezig met het wassen van de nieuwe paarden. Dat ze Carmen en Amor noodgedwongen hadden moeten achterlaten deed hem nog steeds pijn.
      Eli negeerde hem.
      ‘Negeer me niet,’ zei Connor, terwijl hij probeerde te verbergen dat hij op zijn tenen was getrapt.
      ‘Wat kom je zeggen? Dat het enorm gezellig is bij Rowan?’ haalde Eli bits uit. Hij was boos, zoveel was duidelijk. Goed boos. Dit zou nog moeilijker zijn om op te lossen dan Connor dacht…
      ‘Ik kom om te praten. Over ons.’
      ‘Oh, want dat kun je nu opeens weer wel?’ snauwde Eli.
      Connor zette een pas naar achter, vergrootte de afstand tussen hen, besefte toen dat dat net niet zijn bedoeling was en stapte op Eli af. Hij nam hem beet bij zijn kraag en trok hem naar zich toe. ‘Hoe niet zo verdomd kinderachtig. We hebben het allemaal moeilijk.’
      ‘Wel, je leek het niet erg moeilijk te hebben toen je aanpapte met Rowan, is hij goed in bed?’
      ‘Ben je nu serieus jaloers op Rowan?’
      ‘Heb ik niet genoeg reden dan? Je hebt nog niet goed en wel gebroken met mij of je hebt al een nieuwe prooi gevonden.’ Prooi? Wat dacht Eli dat hij was? Een of ander roofdier?
      Diep gekwetst liet Connor Eli weer los. ‘Ik heb niets met Rowan. Ik had het moeilijk en ik had het gevoel dat ik bij niemand terecht kon.’
      ‘Dus ging je naar Rowan.’ Eli rolde met zijn ogen. ‘Wie is verdomme je vriendje?’ Hij verhief zijn stem. Connor had hem nog nooit zo boos gezien. ‘Hij of ik? Ik dacht dat we iets hadden. Ik dacht dat je bereid was je hele leven om te gooien voor mij, maar je bent niet eens bereid om naar me toe te komen als je het moeilijk hebt. Het enige wat je de laatste week hebt gedaan is jezelf afsluiten voor mij. Ben ik niet meer goed genoeg of zo? Is Rowan dan zoveel aantrekkelijker?’
      ‘Stop met Rowan hierbij te betrekken,’ zei Connor stilletjes, terughoudend. Hij kwam over als een klein, verlegen jongentje dat zichzelf probeerde te verantwoorden tegen zijn woedende vader. ‘Ik voel helemaal niets voor Rowan, oké?’
      ‘Waarom ben je dan constant bij hem?’ vroeg Eli haast wanhopig. ‘Waarom ben je niet bij mij?’ De verheffing was uit zijn stem verdwenen en wat overbleef, was een bang, wanhopig stemgeluid. ‘Waarom praat je niet meer tegen me?’
      ‘Ik praat nu toch?’ Connor schudde zijn hoofd. ‘Ik weet dat ik fout zat, oké? Ik weet dat ik had moeten praten, maar ik had net gezien dat de Zwarte Vloed terug was en ik had net te horen gekregen dat mijn vader overleden was.’
      ‘Stop met dat te gebruiken als een excuus.’ Eli wilde hem aanraken, maar stopte midden in zijn beweging en trok zijn hand terug, alsof hij bang was om Connor aan te raken. Misschien waren ze echt te ver uit elkaar gegroeid. ‘Het is geen excuus, Connor,’ herhaalde Eli, maar dan met andere woorden. ‘En daarvoor ook al… Het was niet hetzelfde, die nachten… die dagen.’ Eli keek weg. ‘Wil je nog met me verdergaan?’
      Die vraag was zo direct dat Connor niet meteen kon antwoorden. En toen hij eindelijk de moed had gevonden, toen hij eindelijk voluit ‘ja’ wilde roepen, ontnam Eli hem die kans.
      ‘Ik denk dat we elkaar beter even niet meer zien,’ zei hij. ‘Misschien moeten we even een pauze nemen.’ Een pauze? Connor wist wat er van een pauze kwam: helemaal niets. Een pauze zou alleen een nieuwe mogelijkheid geven om nog meer uit elkaar te groeien, om elkaar nog meer te verliezen. Hij wilde het niet. Hij wilde Eli niet verliezen in een tijd als deze. Hij moest de brokken in hun relatie weer zien te lijmen, hij moest Eli het gevoel geven dat hij het belangrijkste was in zijn leven – want dat was hij ook.
      Maar Connor kreeg de woorden niet over zijn lippen. Hij was zo aangedaan door Eli’s woorden dat hij geen samenhangende zinnen meer kon vormen. In zijn hoofd spookten alleen wat losse woorden, die geen enkel geheel vormden. De eerst zo spraakzame Connor kreeg geen enkel woord over zijn lippen, alsof hij opslag stom was geworden.
      Nee. Dat was het enige woord wat hij moest zeggen. Nee.
      Maar zijn lippen waren vergeten hoe ze moesten bewegen, en het moment om nee te zeggen was voorbij gegaan.
      ‘Ik zie je wel weer,’ zei Eli, die naar de grond keek, zodat Connor niet zou zien hoe moeilijk hij het had – maar hij zag het wel. Hij zag ieder klein detail van Eli zoals hij het nog nooit gezien had – omdat hij vreesde dat het de laatste keer was dat hij het zou zien.
      ‘Is het dit?’ vroeg Connor. De tranen sprongen in zijn ogen en hij deed niet eens de moeite om ze te onderdrukken. ‘Gaan we zomaar opgeven? Doen alsof die vijf jaar helemaal niets betekenen? Godverdomme, Eli, ik hou van je. Ik hou van je. Ik hou van je. Ik hou van je. Ik hou van je. Hoeveel keer moet ik het zeggen voor die stomme woorden die stomme kop van jou binnendringen?’ Connor stond te trillen op zijn benen. Hij had geen idee wat hij zonet had gezegd, hoe hij opeens zo vlot de wanhoop op zijn hart had kunnen verwoorden.
      ‘Ik weet het niet,’ zei Eli. Hij haalde zijn schouders op, alsof het hem helemaal niets deed. Connor haatte het. Het zou hem wel iets moeten doen. De Eli die hij had leren kennen zou glimlachen met tranen in zijn ogen en hem vastnemen, om vervolgens in zijn oor te fluisteren dat het allemaal weer goed zou komen.
      Maar dat deed hij niet. Eli bleef gewoon bewegingsloos staan. Geen enkele spier in zijn lichaam maakte een aanstalten om Connor eens goed beet te nemen. Hij leek wel een pop, een pop wiens poppenmeester het even had laten afweten.
      ‘Is het dit?’ vroeg Connor, met nog een laatste beetje hoop.
      ‘Ik denk,’ begon Eli, ‘dat we hier beter een tijdelijk einde van maken.’ Zonder nog een laatste blik op Connor te werpen, begon hij weg te wandelen. Hij liet hem gewoon achter in de stallen, wenend, helemaal in paniek. Het was geen romantisch afscheid, het was een pijnlijk einde dat nooit meer zou leiden naar een nieuw begin.
      Connor kon het niet.
      Hij kon Eli niet verliezen. Hij had heel zijn leven voor hem omver gegooid. Als Eli er niet was geweest, dan was alles nu anders geweest. Dan was Connor misschien net iets serieuzer geweest over zijn functie als prins. Dan was hij nooit weggelopen en had hij beter over zijn vader kunnen waken. Hij kon Eli niet verliezen, want als hij dat deed, was al deze ellende voor niets geweest. Eli had alles dragelijk gemaakt. Eli had hem altijd een reden gegeven. Altijd.
      Hij kon hem niet verliezen.
      En toch was het gebeurd.

Reacties (5)

  • Danson

    Neeeeeeeeeee omg

    3 jaar geleden
  • Grace

    Oh zo erg! Arme Connor!

    3 jaar geleden
  • Heronwhale

    Autsj

    3 jaar geleden
  • Value

    dit is zo... hartverscheurend

    3 jaar geleden
  • Ristridin

    awhhhh. Nooo.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen