In eerste instantie had Cameron gedacht dat het helemaal niets was, dat hij het zich gewoon had verbeeld. Je hoorde wel vaker vreemde geluiden in een huis als dit. Het zou niets speciaals moeten zijn, maar dat was het wel. Hij hoorde een zware klap en het geluid van brekend glas – het klonk bijna harmonieus in zijn oren, als een muziekje dat niet thuishoorde in een leeg huis als dat van hen.
      Cameron wilde naar de deur van zijn slaapkamer sprinten en naar onder stormen, maar zodra hij zijn hand op zijn deurklink legde, herinnerde hij zich wat zijn moeder had gezegd. ‘Blijf boven, lieverd,’ had ze met haar meest dwingende stem gezegd. ‘Ga maar een spelletje spelen op je computer, maar kom niet naar onder, wat er ook gebeurt.’ Hij wilde haar advies opvolgen, maar toen hij een laag gekuch hoorde en niet veel later een hoog gilletje, wist hij dat er iets mis was.
      Langzaam opende hij de deur. De scharnieren kraakten, zoals ze altijd deden op de meest ongepaste momenten. Zijn plan was geweest om direct naar onder de rennen, maar toen hij één stap buiten zijn kamer zette, bevroor hij helemaal. Hij wist dat wat hij deed fout was. Hij was een stoute jongen. Iedere stap die hij zette, was een vergissing, die in de ogen van kleine Cameron misschien even zwaar woog als een moord.
      Toch zette hij door, heel erg sloom. Iedere beweging die hij maakte, produceerde te veel geluid. Zijn kleine voeten dreunden op de grond als de hoeven van paarden. Zijn ademhaling was zo zwaar als degene van een longpatiënt. Zijn kledij maakte een schurend geluid wanneer de stof tegen zijn lichaam of tegen een andere stof wreef.
      Hij zou door de mand vallen. Bovenaan de trap besefte hij dat hij zichzelf onmogelijk zou kunnen redden wanneer zijn moeder zou zien. Hij wilde haar redden, maar op hetzelfde moment was hij doodsbang om op haar af te stappen.
      Ze was gevaarlijk. Of… dat zei zijn vader toch altijd. Cameron had nooit een heel goede band met zijn moeder opgebouwd, aangezien zijn vader hem haast nooit alleen liet bij haar. Het wantrouwen had altijd van zijn lichaam gedropen en op de een of andere manier was het erin geslaagd Cameron te besmetten. Nu hij voor het eerst alleen was met zijn moeder – de babysit die zijn vader normaal gezien regelde was ziek gevallen en hij had zijn meeting niet meer kunnen annuleren – voelde hij de rillingen over zijn lichaam kruipen.
      Zou hij terug naar zijn kamer gaan?
      Hij hoorde nog een harde klap, alsof er iemand als een dood gewicht op de grond viel. Cameron moest de neiging om als een angstig haasje terug te rennen onderdrukken. Hij kon niet terug. Zou hij teruggaan, dan zou hij vastzitten in zijn kamer. Dan zou hij geen enkele kant meer kunnen oprennen als het monster dat het gezicht van zijn moeder droeg hem achterna zou komen.
      Hij liep de trap af, zo snel dat zijn voetstappen meer geluid maakten dan ooit te voren. Hij maakte zich niet langer zorgen over het feit dat zijn moeder hem zou horen. Het enige wat hij wilde, was wegrennen. Naar buiten. Naar de buren. Naar de politie.
      Hij kwam aan in de keuken, waar hij zijn moeder poedelnaakt een mes zag afvegen. Het zag rood – bloedrood – en het schoonwrijven had geen nut, want de doek zelf was ook doorweekt met een rode vloeistof.
      Bloed.
      Cameron tuurde de woonkamer in en zag achter de deurstijl een arm uitsteken, een arm die zich niet bewoog.
      Hij hapte naar adem. Zijn ogen waren wijd opengesperd toen zijn moeder zich naar hem omdraaide met die waanzinnige, gekke blik van haar. Het was alsof haar naaktheid en het bloed, dat op haar mes en op haar lichaam zat, de normaalste zaak van de wereld waren.
      ‘Mama wil papa gewoon even voor de gek houden,’ zei ze, terwijl ze het mes aan de kant legde en met een gebogen rug naar haar zoon liep. ‘Papa wil dat mama werkt zoekt, maar dat wilt mama niet.’ Ze legde haar wijsvinger tegen haar lippen. ‘Maar niet tegen papa zeggen. Kun je tegen papa zeggen dat je een gevecht hebt gehoord?’
      Dat zou hij tegen papa zeggen, omdat hij het echt had gehoord, omdat hij wilde dat iemand hem hier weg zou halen – weg bij zijn moeder, die op dit moment alleen gevaar uitstraalde. ‘W…’ begon Cameron, ‘w-waarom?’
      ‘Als mama zicht moest verdedigen tegen de slechte inbreker, dan kan mama niet naar werk zoeken, toch?’
      Cameron bleef op zijn plek staan, lijkbleek. Langzaam kwam zijn arm omhoog en wees hij naar de arm in de woonkamer. De arm die overduidelijk afkomstig was van een lijk. ‘Wat is dat, mama?’
      Zijn moeder keek achterom. ‘Wat?’ vroeg ze. Ze lachte alsof hij zonet iets heel doms had gezegd en aaide met haar bloederige hand door zijn blonde haren. ‘Dat is de woonkamer, gekkie.’ Ze keek nogmaals achterom, alsof ze nu wel iets zou zien, maar ze keek dwars door het lijk heen.
      Zijn moeder was te ver heen.
      Cameron zette een kleine, angstige stap naar achter en probeerde het bloed uit zijn haren te vegen, maar verspreidde het rood enkel nog meer, waardoor het zelfs op zijn handen kwam te zitten en hij de moordenaar leek.
      Hij zette nog een stap achteruit en zag hoe zijn moeder terug naar het aanrecht liep, waar ze opnieuw met haar vieze doek over het met begon te wrijven, alsof ze het bloed echt helemaal niet zag.
      Cameron wilde het op een lopen zetten, maar zodra hij nog één pas naar achter zette, voelde hij dat hij tegen iemand anders aanbotste. Hij keek naar boven en zag het vertrouwde gezicht van zijn vader.
      ‘Miriam,’ zei hij, volledig van zijn melk, zijn ogen gefixeerd op de arm die net door de deuropening zichtbaar was. ‘Wat heb je gedaan?’
      Zijn moeder keek op, met een gespeeld angstige blik in haar ogen. ‘Schat, wat goed dat je hier bent!’ Ze liet het mes uit haar trillende handen vallen, waardoor het op de grond kletterde. ‘Er was een indringer en ik… Ik…’
      ‘Je hebt hem vermoord?’ Zijn vader verhief zijn stem, terwijl hij zijn armen om Cameron sloeg en hem tegen zich aandrukte alsof zijn zoon het enige was wat er nog toe deed. ‘Naakt?’
      ‘Ik heb hem gestoken, en toen liep hij weg.’ Ze schudde haar hoofd en er liep een traan over haar wang. ‘Het spijt me zo, door de schok ben ik niet op zoek kunnen gaan naar werk en…’
      Cameron voelde hoe de grip van zijn vader net iets strakker werd. ‘Ik heb er nooit een probleem van gemaakt dat je achter mijn rug de hoer uithangt,’ zei zijn vader, die langzaam achteruit stapte en Cameron met zich meetrok.
      Zijn moeder schrok. Ze had niet geweten dat hij het wist, zoveel was duidelijk.
      ‘Maar dit gaat te ver.’ Cameron hoorde het hart van zijn vader slaan: snel, gejaagder dan de hartslag die hij voelde wanneer hij op zijn borst in slaap viel. Het maakte hem bang. ‘Je hebt iemand vermoord, Miriam.’
      Miriam schudde haar hoofd en glimlachte. ‘Het was maar een grapje.’ Ze maakte een stekende beweging met het mes. ‘Een spelletje, zoals dit. Ik heb gewoon de lucht gestoken, haha.’
      Cameron zag hoe zijn vader zijn hoofd schudde uit afschuw. Hij draaide zich om zodat hij samen met zijn zoon op de vlucht kon slaan, maar zodra hij ook maar één stap had gezet, zakte hij door zijn knieën en viel hij op de grond, met dezelfde doffe klap die Cameron eerder had gehoord.
      Het mes stak nog in zijn rug, en vol verschrikking viel Cameron op zijn billen, terwijl de tranen over zijn wangen rolden. ‘Papa,’ snikte hij.
      ‘Geen zorgen, Cam,’ zei zijn moeder met de meest ziekelijke oprechte glimlach die hij ooit had gezien, terwijl ze het lijk dat naast hem op de grond lag volkomen negeerde. ‘Papa zal zo wel weer thuiskomen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen