Iedereen stroomde vanuit zijn bezigheidsplek naar het midden van het grasveld en wachtte daar geduldig af tot de laatste aanwezig was.

Friox en ik stonden ergens achteraan, waardoor we door onze niet al te roemruchtige lengte niet veel konden zien. Gelukkig stond er vooraan een soort houten stellage, waar we op konden toekijken hoe de spreker erop klom. Het was Regan.

'Goedenavond iedereen,' begon hij maar meteen, waarna iedereen gelijk stil werd, 'ik heb een paar dingen te vertellen. Maar voordat ik begin,' hij keek even rond, 'is er nog iemand afwezig?'

Toen iedereen om zich heen keek maar hij geen reactie kreeg, ging hij verder met zijn verhaal. 'Om maar meteen met de belangrijkste mededeling te beginnen: iedereen die we nodig hebben, is nu aanwezig. De allerlaatste persoon is vanmiddag binnengekomen, dus kunnen we eindelijk beginnen met het echte programma.' Hij keek me tussen alle hoofden door aan en gaf me een kort knikje.

Ik hield mijn hoofd schuin. 'Klinkt nogal direct,' fluisterde ik tegen Friox.

Hij knikte langzaam. 'We zullen zien,' fluisterde hij terug, 'ik ben benieuwd.'

Ondertussen begon Regan alle mensen in kleinere groepjes te verdelen. Met zijn hand maakte hij de grenzen duidelijk, totdat er vier duidelijke groepen ontstaan waren, ieder aan een eigen kant.

'Om te beginnen gaan we een warming-up doen. Zo testen en trainen we jullie conditie, zodat jullie fit genoeg zijn wanneer het eropaan komt.'

Friox snoof. 'Wat een aanpak, zeg...' bromde hij, 'je kunt wel merken dat hij nog niet zoveel ervaring heeft met het leidinggeven.'

Ik knikte. 'Wat je zegt, maar het heeft toch wel wat bijzonders, vind ik.'

Iedere groep bestond uit zo'n achttien man en kreeg twee mannen van de leiding toegewezen, die het verdere werk moesten doen volgens Regan. Hijzelf stapte aan de achterkant van de stellage weer naar beneden en voegde zich bij de groep tegenover ons.

Onze twee aanvoerders, beiden gekleed in Dubadh-uitrusting - wat ik overigens best vreemd vond - bromden iets onduidelijks dat we met z'n allen één lange rij moesten vormen.

Terwijl iedereen schuifelend naast elkaar in een lange rij ging staan, legden de leiders wat dunne stokjes met de uiteinden tegen elkaar in het gras.

De grootste van de twee in zwartgeklede mannen, ik gokte dat hij ergens begin vijftig was maar desondanks was hij erg atletisch gebouwd, schraapte zijn keel. 'Goed. Ik ben Sxor en mijn collega hier heet Zalec. We gaan er vanuit dat jullie doen wat wij van jullie vragen, meer niet, en als je toch zo nodig iets doet dat tegen de regels is, lig je eruit. Begrepen?' Met die woorden draaide hij zich om, liep weg en begon zo'n vijftig meter verderop nog een horizontale streep van takjes te leggen.

Zalec, die tot nu toe nog altijd niets gezegd had, draaide zich naar ons. 'Let niet al te veel op Sxor, hoor. Hij kan streng overkomen, maar hij bedoelt het goed.' Hij glimlachte en mede door zijn wat Aziatische uiterlijk kwam hij een beetje zachtaardig over. Hij deelde aan iedereen een blad uit met een nummer erop, dat we op onze rug moesten hangen, waaraan hij ons volgens hem kon herkennen.

Intussen had Sxor alle stokjes neergelegd en kwam hij overeind vanuit zijn bukhouding. Hij trok een sprintje en was binnen een mum van tijd weer bij ons terug.

En het leek wel alsof hij helemaal niet moe was. 'Tenen tegen de rand!' bulderde hij onvermoeibaar en zijn vette, halflange haar zwiepte mee met zijn bewegingen. Hij wachtte ongeduldig tot iedereen klaar was met het geschuifel. 'Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk naar de overkant rent. Wie het laatst is, valt af. We gaan door totdat we één winnaar hebben.' Zijn gezichtsuitdrukking veranderde geen moment, zijn bevelende stem galmde maar over het veld.

Ik voelde de adrenaline door mijn aderen gieren en mijn hart bonkte in mijn keel. Ik voelde me in topvorm, dit zou ik best kunnen winnen van de mannen in deze groep, die waarschijnlijk meer spieren hadden dan conditie. Ik concentreerde me op de baan van het grasveld voor me en schuifelde nog een keer met mijn voeten tot ze de perfecte plaats hadden gevonden. Adem in, adem uit. Sxor telde af, mijn kuitspieren spanden zich aan.

Het geluid van een snerpend fluitje sneed door de lucht als startsein. Als een pijl uit een boog schoot ik vooruit, de startstreep elke stap die ik zette verder achter me latend. Ik lette niet op de anderen, die ergens naast mij hun eigen sprint trokken, ik concentreerde me enkel op de eindstreep, die sneller en sneller dichterbij kwam.

De laatste meters dook ik over de finish alsof ik het water in sprong, maar het landde harder en een stuk pijnlijker. Besluiteloos keek ik naar mijn handen, die nu vol zand en modder zaten.

Daarna nam ik pas de moeite om eens om me heen te kijken. De hijgende, gespierde mannen keken elkaar uitdagend aan en lachten naar degenen die volgens hen langzamer waren geweest dan hunzelf. Zou ik de eerste zijn geweest? Ik had werkelijk geen idee.

Sxor liet zijn fluitje weer horen. 'Klaarmaken voor de volgende sprint! Deze gaat simpelweg dezelfde weg, alleen dan terug.'

Terwijl iedereen op zijn plaats ging staan, kwam de leider naar me toegelopen en pakte mijn arm vast. 'Kom jij maar even met mij mee.' Hij keek me enkele seconden intimiderend aan, totdat ik wegkeek.

Hij floot, zodat de renners hun weg terug aflegden. 'Zalec!' riep hij, 'doe jij de rest van de oefening even. Ik heb nog een appeltje te schillen met deze dame.'

Zalec stak zijn duim op en glimlachte. 'Komt goed!' Toen ging hij verder met de rest van de groep.

Ik keek even naar Friox, maar die was te druk met rennen om mij te zien. Een hand klemde zich weer als een ijzeren boei om mijn arm. 'Kom mee.'

Wat was hij van plan? Hij had me net zo streng aangekeken dat ik nu niets meer durfde te zeggen, en bovendien had hij me zo stevig vast dat het pijn deed. Zijn uitspraak "een appeltje te schillen met deze dame" had me bang gemaakt. Maar hoe dan ook, ik kende hem niet eens dus hij kon me moeilijk van iets beschuldigen. Dat maakte me in ieder geval iets rustiger.

Hij trok me naar de grote tent een eindje verderop, die helemaal aan het begin van het kamp stond, zelfs enkele meters het bos in. Hij trok de ingang aan de kant en gaf mij een duwtje, zodat ik naar binnen struikelde.

Met grote ogen keek ik om me heen. Een zacht, met oorlogstaferelen versierd tapijt sierde de vloer, en tegen de schuine wanden stonden allerlei zwaarden rechtop in de grond gezet, in een rij van klein naar groot. Aan de overzijde stonden ongespannen bogen, leunend tegen een houten tafeltje.

Ik voelde me klein worden. Het was ongelooflijk hier, prachtig maar toch beangstigend.

Een kuchje van de andere kant deed me opkijken. 'Je weet vast wel waarom je hier bent.' Sxor trok een pijnlijk gezicht en keek me indringend aan.

Ik wist even niet wat ik moest doen. Zeggen dat ik van niets wist was waarschijnlijk geen goed idee, maar mijn schouders ophalen ook niet. Dus ik bleef stil, zittend op het zachte kleed.

'Aha, een zwijger dus? Goed, laten we dan maar bij het begin beginnen. Welkom in de wapentent.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen