Ik besloot om hem recht aan te blijven kijken, wat er ook zou gebeuren. Zijn kille, diepzwarte ogen gleden over mijn lichaam, keken nog eens met een soort goedkeurende blik naar mijn leren jas en stegen toen weer terug naar mijn ogen.

Ik moest oppassen dat ik niet verdwaalde in zijn inktzwarte irissen. Hij bleef maar zwijgen en liet mij zwoegen en zweten om niet naar de vloer te gaan kijken. Hij hield wat voor me achter, ik voelde het aan het bijtende gevoel vanbinnen.

Hij bracht zijn hoofd een stukje dichterbij. 'Nikore, zeg nou maar dat het je spijt.' Zijn stem klonk serieus, maar ik hoorde er behalve dat ook een vleugje van woede in doorgalmen.

Ik schudde mijn hoofd en hield mijn lippen in een rechte lijn op elkaar geperst. Geen idee waar hij het nou over had.

'Hou je niet voor de domme en zeg dat het je spijt!' snauwde hij nog dichterbij, waarna ik een allesoverheersende, stinkende lucht rook.

Ik trok een vies gezicht en voelde eindelijk de moed terugkomen om te zeggen wat ik dacht. 'Ik ken je niet eens.' Vol minachting sloeg ik mijn armen over elkaar.

Plotseling besefte ik dat ik een stomme fout had begaan. Nu had ik de kans om gespaard te worden ook nog verspeeld, dit kon nooit goed gaan.

Sxor greep me bij mijn oor en trok mijn gezicht naar de zijne. Zijn pupillen verwijdden zich, waardoor zijn ogen nog zwarter leken dan eerst. Een vette pluk uit de onverzorgde dos van zijn peper-kleurige haar, prikte in mijn ogen. Zijn rottende adem irriteerde tot ver achter in mijn neusgaten. 'Jij eigenwijze trut. Als je nu niet toegeeft, zal ik bij jou hetzelfde doen als wat jij ook bij mij hebt gedaan.' Hij grijnsde duivels, alsof hij wilde zeggen: doe maar lekker dwars, dan kan ik jou ook lekker pijn zien lijden. Alsof ik hem al ooit pijn had gedaan.

Ik slikte, had de neiging mijn blik afwenden, maar wilde kostte wat het kost volhouden. 'Misschien, als je eerst vertelt wát ik je ooit heb aangedaan.' Ik probeerde zelfverzekerd te klinken, maar dat mislukte net zo erg als de poging om hem aan te blijven kijken.

Hij snoof. 'Goed, dan gaan we nu meteen over tot harde maatregelen. En waag het niet om er vandoor te gaan.' Hij blies even in zijn linkerhand en hief zijn hoofd. Alsof het al lang afgesproken was, rukte er precies op dat moment een harde windstoot aan de tentdoeken, die enkele van de bogen met een doffe bons op het kleed lieten vallen. Sxor keek er echter niet van op en pakte iets wat op een kandelaar leek, waarna hij een kaars aanstak om wat licht te creëren tegen de snel invallende duisternis. Een geheimzinnige schaduw kroop als een geestverschijning over zijn gezicht.

Ik rilde, maakte me klein, maar tegelijkertijd waren al mijn zintuigen alert. Sxor was ondertussen naar een van de wapenrekken gelopen, rommelde wat in de achterste bakken en kwam met een veelbetekenende blik in zijn demonische ogen teruggelopen. Vlak voordat hij bij de plek was waar hij net had gezeten, bleef hij nu staan zodat er een schaduw over me heen viel en ik hem alleen nog maar als donker silhouet kon herkennen.

Even dacht ik dat ik iets metaligs zag flikkeren. Enkele seconden later stak hij nog een kaars aan, zette hem vlak voor me neer en ging toch maar weer zitten waar hij net ook zat. De wind floot een treurige melodie door de spleten van het zeil en liet het wapperen, maar toch voelde ik geen enkele vorm van luchtverplaatsing.

De kaars flakkerde vervaarlijk, creëerde nieuwe, grillige schaduwen, maar besloot toch nog een tijdje aan te blijven. Sxor bracht zijn hand omhoog en even was ik bang dat hij me zou gaan slaan, maar tot mijn verbazing strengelde hij zijn vingers in zijn haar en duwde het op één plek aan de kant, tot het net achter zijn oor zat.

'Kijk,' fluisterde hij, alsof hij de wind zelf was. Een zuchtje van het geheel nam zijn woord mee, speelde ermee tot het in elke uithoek van de tent te horen was. 'Kijk.'

Ik klemde mijn kiezen op elkaar en voelde mijn kaakspieren aanspannen. Aarzelend richtte ik mijn blik naar de zijkant van zijn gezicht, naar de plaats waar hij zijn haar aan de kant had geduwd.

Sxor keek dreigend, precies zoals zijn stem klonk. 'Dít was wat je me aandeed, nauwelijks twee weken geleden.'

Nu pas zag ik het. Het was zijn oor - overigens niet bepaald meer als een oor herkenbaar. Aan de zij- en bovenkant miste een heel stuk. Gerafelde randen lieten de grens zien van het duidelijk ruw afgetrokken halve oor. Ik walgde. Hoe kon hij míj daar nou voor de schuld geven?

Hij gromde. 'Jíj moest zo nodig tegenstribbelen en in mijn oor bijten, op de dag dat we je kwamen redden.'

Hij liet het even tot me doordringen, zodat ik van mijn positie bewust kon worden. En hoe ver Sxor nu boven me stond, en wat hij ook van plan was, het was duidelijk niet veel goeds. Hij had wel gelijk, ik had hem gebeten, maar dat het zó erg was, wist ik niet.

Zijn ene hand zat nog steeds achter zijn rug verstopt en ik was bang voor wat erachter verscholen was, angstig voor wat hij me ging aandoen. Hij zou me toch niet... Nee, dat kon hij niet doen.

Hij lachte zijn tanden bloot, die er gelig uitzagen in het nog steeds flakkerende kaarslicht. 'Wat heb je liever,' hij zweeg even, liet mijn zenuwen het harde werk doen, waardoor het voelde alsof er een knoop in mijn maag kwam te zitten, 'snel of langzaam?'

Het zweet brak me uit. Snel of langzaam? Mijn tong leek wel van leer gemaakt en mijn lippen zaten aan elkaar gehecht. Mijn ogen vergrootten zich, toen Sxor zijn hand achter zijn rug vandaan haalde.

Het mes in zijn ijzeren vuist weerspiegelde het kaarslicht.

'Laat me leven!' schreeuwde ik met schorre stem. Uit pure doodsangst kneep ik mijn ogen dicht en hield mijn handen afwerend voor mijn gezicht.

Hij liet een spottende lach door het vertrek galmen. 'Denk je dat ik je ga vermoorden? Ha, ik zou wel willen, maar Regan zou het me nooit van mijn geliefde leven vergeven.' Hij gaf me uit een schijnbeweging een lichte stomp in mijn buik, waardoor ik verschrikt achterover viel. 'En waag het niet te morsen op mijn dure kleed!'

Ik voelde gewoon hoe hij zijn hand met het glinsterende mes dichterbij bracht. Mijn borstkas ging hard op en neer, toen er een zuchtje wind langs mijn wang streelde. Een vreemd gesis bereikte mijn oren en nieuwsgierig en angstig als ik was, gluurde ik door mijn wimpers heen.

Sxor hield het mes in de vlam van de kaars, waardoor het in rood, oranje, geel en blauw oplichtte.

Snel kneep ik mijn ogen weer dicht, wenste vurig dat dit net zo'n droom was als die met Teineas, maar ik besefte dat dit echt was, zo echt als dat ik mijn eigen hart op dit moment in mijn keel kon horen kloppen.

'Trouwens,' ging hij verder, alsof het een alledaags gesprekje was, 'je kwam als laatst over de finish zonet. Je zult komende weken extra hard moeten trainen.'

Alsof me dat een zorg was op dit moment. Ik voelde enkel hoe hij nu definitief het mes naar me toe bracht, expres even met de platte zijde van het lemmet over mijn wang gleed, een brandende pijn achterlatend. Toen voelde ik de verschrikkelijkste pijn die ik ooit van mijn leven gevoeld had en besefte nu pas dat hij een deel van mijn oor afsneed.

Het voelde alsof mijn halve gezicht in brand stond. Zweet prikte in mijn ogen en versmolt met mijn tranen. 'Ga weg!' gilde ik hysterisch.

Sxor glimlachte enkel. 'Ik ben bijna klaar. Je wilt toch niet dat er nog een stukje los aan blijft hangen? Dat zou zonde zijn.'

Een zwart gat maakte eindelijk een einde aan mijn lijden. Hand in hand met de hitte en de geur van verschroeid vlees, nam de bewusteloosheid mijn plaats in.

Nog slechts vier fluisterende woorden drongen er tot me door. 'Do bhàs, mo bheatha.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen