Water. IJskoud water. Ik likte aan mijn lippen en probeerde te slikken. Alles leek in brand te staan, van mijn verste teen tot het uiterste puntje van mijn hoofd. Maar het allerergste tot nu toe was mijn oor, het voelde alsof de vlammen er haast vanaf sloegen. Ik kreunde.

Een hand veegde de haren van mijn wangen en mijn gezicht werd voorzichtig met een doekje drooggedept.
'Ergens wist ik wel dat niet vent niet deugde,' mompelde Regan afwezig. Zijn ogen stonden onafgebroken op mij gericht terwijl hij de schade probeerde vast te stellen. 'Ik had hem nooit toe mogen laten bij de leiders.'

Snelle voetstappen kwamen dichterbij en meteen herkende ik de onmiskenbare lichte tred van Friox. Zijn hijgende stem klonk bezorgd. 'Nikore! Wat is er gebeurd?'

'Die schoft van een Sxor heeft haar gesneden met een brandend mes.'

'Wát?' Hij hief zijn handen in de lucht. 'En dat doet hij zomaar even? Hij, als tweede leider nog wel?' riep hij verontwaardigd.

'Tja...' Regan zuchtte diep. 'Er valt nu niks meer aan te doen. Hij is 'm nog gesmeerd ook.'

Voorzichtig probeerde ik mijn ogen te openen, maar bij de ene voelde het net alsof hij was vastgelijmd. De rechter kreeg ik echter zonder moeite open en keek ermee recht het duister in. Sterren stonden glimmend aan de donkerblauwe hemel en de maan was zo'n klein sikkeltje, dat je je als het ware aan de punt flink zou kunnen snijden.

Naast me brandden enkele fakkels en nu pas bemerkte ik dat ik gewoon in het gras lag, waardoor mijn hele rug nat werd. Van de enkele plekken waar het nog lag, werd sneeuw gehaald en vervolgens op mijn voorhoofd gelegd. Het voelde fijn, alsof het alle pijn tijdelijk verdoofde.

Friox' hoofd verscheen voor mijn gezicht. 'Heb je veel pijn?' Zijn ogen stonden zorgelijk en een diepe groef trok door zijn voorhoofd.

Ik schudde mijn hoofd. Het deed best zeer, maar op dit moment was het te verdragen. In mijn hart was er veel meer pijn dan lichamelijk, en de angst niet te vergeten, voor alles wat er geweest was en komen ging.

Ik sloot mijn ogen weer en ademde de frisse avondlucht in. Ik durfde niets te zeggen, sterker nog, ik wíst niet eens iets te zeggen. Ik wilde niet eens weten hoe het precies gegaan was en hoe ik er zelf nu uitzag.

Er kriebelde iets in mijn keel en ik hoestte, waarna mijn verzorgers zich vlug weer over mij bogen.
'Kom op, we moeten snel zij nu.'

Een verband werd om mijn oor gedaan en een keer rond mijn hoofd gewikkeld voor de stevigheid, althans, voor zover er nog oor was en de wikkel eromheen paste.

Uiteindelijk kwam Regan weer bij me zitten. 'Nikore, je moet nu even goed naar ons luisteren, ook al klinkt het misschien vreemd wat we van je gaan vragen.' Hij keek even naar de anderen om hem heen, die hem vervolgens bemoedigend toeknikten. 'Goed. Je moet gaan denken, Nikore, terug aan de tijd dat je nog niet gewond was. Je kunt er even hoofdpijn van krijgen, maar dat is zo weer weg.' Het leek alsof hij even aarzelde, maar als hij dat al deed, was het heel kort. 'Waarom is misschien ingewikkeld, maar ik zal het je proberen uit te leggen. Luister je wel?'

Ik knikte.

'Oké, let goed op. Je vergetende krachten kunnen ook omgekeerd gebruikt worden, ofwel, trek herinneringen terug, waarna het een genezende uitwerking heeft. Het wil niet zeggen dat je je hele oor terugkrijgt,' hij slikte hoorbaar, 'maar in ieder geval zal de wond geheeld worden, als je het goed doet.'

Zijn verhaal sloeg in als een bom. Deze dag had echt téveel nieuwe dingen met zich meegebracht, téveel om in een keer over na te kunnen denken. Toch deed ik wat hij van me vroeg. Ik dacht aan het moment dat ik Friox opnieuw ontmoette, geen slechte herinnering al zeg ik het zelf.

Na enkele seconden begon overal te tintelen, maar het meest nog bij mijn oor. Zou het echt werken? Ik kon het haast niet geloven.

Uiteindelijk waren al mijn krachten verbruikt en hijgde ik van de inspanning. Ik had sterk de behoefte om te slapen, maar ik wilde nog even wakker blijven.

'Denk je dat ze morgen weer de oude is?' hoorde ik Friox ergens heel verweg nog vragen.

Het antwoord daarop vervaagde en verdween half in de donkere wereld. 'Lichamelijk zal ze waarschijnlijk één dezer dagen weer zo goed als de oude zijn. Haar krachten zijn sterker dan ze denkt.' De spreker liet een kort kuchje horen. 'Maar geestelijk is een ander verhaal. Ze heeft veel meegemaakt en de angst die haar overspoeld heeft, zal voorlopig nog wel op haar netvlies gebrand staan.'

Hoe verder de zin kwam, hoe zachter en donziger hij leek te klinken. Langzaam liet ik mijn nek ontspannen, waardoor mijn hoofd naar één kant draaide. Net op tijd besloot ik nog om naar rechts te draaien in plaats van naar links. Half slapend merkte ik nog hoe ik door voorzichtige en zorgzame handen werd opgetild en schommelend door de voetstappen ergens heen gebracht werd. Even later voelde ik een zacht matras in mijn rug veren en viel ik in een onrustige slaap.

*

De zon was al lang op toen ik eindelijk wakker werd. Ondanks alle gebeurtenissen van gisteren, voelde ik me opgelucht. De vroege stralen hadden de tent wat verwarmd en ik draaide me nog eens om. Het verband voelde als een hard obstakel onder mijn hoofd, maar het deed gelukkig haast geen zeer. Wat erg onwaarschijnlijk was, dacht ik, maar ja, wat was dat was zo. Pijn was altijd nog erger.

Precies op dat moment kwam Friox mijn tent binnen. Zijn ogen stonden vol zorgen, maar verzachtten toen hij mij wakker zag.
'Eh... hai,' mompelde hij, 'lekker geslapen?'

'Als een blok,' klonk het uit mijn schorre ochtendkeel.

Hij knikte goedkeurend. 'Mooi. Heb je nog veel pijn?'

'Valt wel mee,' antwoordde ik stilletjes.

Ook Braidh stak zijn hoofd even om het hoekje. Hij glimlachte, knipoogte en verdween weer.

Friox gezicht verstrakte en hij bromde. 'Wil je nooit meer met die enge gozer meegaan?'

'Je bedoelt Braidh?' grapte ik, maar hij kon het niet waarderen.

Hij schudde zijn hoofd en zuchtte. 'Je bezorgde ons haast een hartaanval, gisteren. We kunnen jou met je kracht absoluut niet missen in deze omstandigheden, dat weet je.'

Ik probeerde opnieuw een schuw lachje. 'Alleen maar daarom?' Ik snapte nog steeds niet voor honderd procent waarom het 'mensen dingen laten vergeten' absoluut nodig was nu. O ja, ik kon mezelf genezen. Maar, ik had het gevoel dat ze nóg iets wisten wat ik niet van mezelf wist, dat ze iets voor me achterhielden, maar ik zou er net zolang naar zoeken tot ik het gevonden had.

Friox kroop wat verder de tent in, en voor ik het wist zat hij naast me. 'En ook gewoon om jóú, natuurlijk.' Eindelijk wist ook hij een lachje te produceren.
'Heb je geen trek?' vroeg hij na een paar minuten uiteindelijk. 

'Beetje.'

Hij knikte. 'Zal ik iets voor je halen of loop je zelf even mee?'

Langzaam kwam ik overeind. 'Ik neem aan dat ik nog benen heb.'

'Dus je loopt mee?' Zijn gezicht klaarde op.

'Dat was inderdaad het plan, slimmerd,' lachte ik, naar voren leunend om aanstalten te maken de tent uit te kruipen.

Toen ik naar de uitgang kroop en buiten opstond, zag ik hoe iedereen buiten verzameld was. Een enkeling stond te springen om het warm te krijgen, een ander zwaaide met zijn armen en nog anderen waren aan het opdrukken. Het zag er best indrukwekkend uit, maar hoe verder naar achteren je keek, hoe kleiner en minder gespierd de mannen leken te worden. Helemaal achteraan stonden de paar vrouwen en kinderen die waren meegegaan, tegen elkaar aan gedrukt om warm te blijven.

Regan kwam net naar voren lopen en knikte even naar mij. Toen draaide hij zich om en begon tegen de menigte te praten.

'Hier,' fluisterde Friox opeens terwijl hij een broodje in mijn hand duwde, 'eet maar op en ga bij de anderen staan.'

'Dat is snel,' zei ik bewonderend, maar schonk er verder geen aandacht aan. Gulzig nam ik de eerste hap en liep langs de grote groep naar achteren, tot bij de vrouwen en de kinderen. Dat zou vast mijn plek zijn, dacht ik, terugdenkend aan gisteren.

Bijna verslikte ik me in een stukje brood toen ik de zwarte ogen van Sxor weer voor me zag. Voor de eerste keer voelde ik een pijnscheut door mijn oor en hoofd schieten. Hoe had ik zo optimistisch kunnen zijn enkele ogenblikken geleden? Het leek wel alsof ik geen gevoel had.

Een nieuwe, maar toch angstaanjagende gedachte prikkelde mijn hersenen. Zou ik ook ongewenste herinneringen uit mijn eigen leven kunnen wissen met deze nog steeds wat vreemde jas? Waarom was het eigenlijk een domme, leren jas, en geen amulet of iets dergelijks? Ik voelde een weeïg gevoel in mijn onderbuik bij het stellen van de eerste vraag.

Het werd nog gevaarlijker dan ik dacht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen