Foto bij STORGE – CHAPTER O1

“Rachel and Alice… They are inseperable.
Ah well… they used to be, anyway.”

RAY.
Er was maar één persoon behalve Alice die Ray graag wilde zien. David Murphy was haar buurjongetje geweest en naast Alice haar beste vriend geweest. Hij was een twee jaar ouder dan zij – ze had uitgerekend dat hij nu zo 23 of 24 moest zijn, afhangend van zijn verjaardag – maar ze hadden altijd met elkaar gespeeld of dat niet uitmaakte. Als Ray en David samen waren, maakte niks uit. Ze kon nog steeds zijn grijns voor zich zien: een rij lange, rechte witte tanden die sterk afstaken tegen zijn mahoniehout gekleurde huid in een glimlach die altijd te breed leek voor z’n gezicht.

David’s ouders hadden het iets breder dan die van Ray, maar dat betekende niet dat David niet ook af en toe op een houtje moest bijten. Samen waren ze de kwajongens uit de buurt, diegenen die van stokken pijlen en bogen maakten en de deksels van de afvalbakken van hun buren stalen om een middeleeuws gevecht na te spelen met schrootmetaal en hout. Dan dansten ze over de straat tot er een auto aan kwam rijden en de chauffeur boos naar hen toeterden. David had eens een pijl op een ruit afgeschoten en daarna waren ze lachend en schaterend weggerend toen de automobilist met een rood hoofd uit zijn auto stapte.

Naarmate ze beide ouder waren geworden, waren ze een beetje uit elkaar gegroeid. Ray’s tijd werd ingenomen door Alice en aangezien David naar een andere school ging, maakte hij andere vrienden. En toch, wanneer ze beide niks te doen hadden, gingen ze het liefst samen naar het skatepleintje. David was diegene die haar had leren skaten en zij gaf hem daarvoor gratis basketbal lessen.

Ray was bezig haar oude slaapkamer met veel plezier te slopen en de muren wit te verven toen de bel ging. In een oud t-shirt – dat tegenwoordig bespat was met witte verf – en broek liep ze naar de voordeur en opende die. Haar haren zaten door de war – wanneer zaten die dat nou niet – maar ze was niet de persoon die daar om gaf, vooral als ze het huis die dag niet uit zou gaan.
De dag daarvoor was ze achter David’s nieuwe telefoonnummer gekomen. Zijn ouders woonden nog steeds in hun oude huis en zodra Mevr. Murphy te weten had gekomen dat haar oude buurmeisje was teruggekomen, was ze direct langs gegaan met dampende appeltaart. Ze hadden meer dan een uur gekletst, gegeten en gedronken, waarin Ray meestal aan het woord was over haar tijd in Korea en waarom ze nu terug was. Voordat Mevr. Murphy terug naar huis was gegaan, had ze haar zoons telefoonnummer aan haar gegeven, wetend dat Ray enthousiast was om David weer te zien.
Die avond had ze hem gelijk ge-sms’t en na uitgelegd te hebben dat ze zijn oude buurmeisje was, had hij direct ingestemd om langs te komen de volgende dag.
Toen ze de voordeur dan ook opende, ontstond er al gelijk een brede grijns op haar gezicht, voordat ze David überhaupt had gezien.
Voor haar stond een jonge man die geen spat veranderd leek te zijn. Zijn haar was nog steeds gemillimeterd, al was het bliksemschichtje dat altijd op zijn slapen had gestaan nu verdwenen, zijn ogen nog steeds helder en twinkelend en zijn lach nog steeds te groot voor zijn gezicht. Het beetje vlees dat vroeger zijn wangen rond maakte was echter verdwenen en daardoor zijn puntige jukbeenderen ontstaan, wat zijn gezicht iets hoekigs gaf.
Op het eerste gezicht, keek David haar ietwat warrig aan.
“Hallo, ik kom hier voor Rachel, is ze thuis?” begon hij onzeker, waarop Ray had begon te lachen. Geschrokken door haar plotselinge uitbarsting, stapte hij een beetje achteruit. Maar hoe langer Ray hem aankeek met een wetende glimlach op haar gezicht, hoe sneller het bij hem begon te dagen. Hij verwijdde zijn ogen verbaasd.
“Ray?” vroeg hij zachtjes.
“Ik ben echt teleurgesteld in je, Dave,” grinnikte ze. “Hoe kan je me nou niet meer herkennen?”
David begon direct te grijnzen en trok haar naar zich toe in een stevige omhelzing. Ray was niet te groot om hem stevig terug te knuffelen en ze schaamde zich er dan ook niet voor. Toen hij haar los liet, hield hij haar op een armlengte van zich af. Zijn blik gleed over haar lichaam in een manier die niet oncomfortabel was.
“Jezus…” mompelde hij. “Neem je het me kwalijk? Kijk naar jezelf!”
Ray lachte en duwde zijn armen weg.
“Blijf je kijken of kom je nog naar binnen?”
David schudde zijn hoofd, lachend, en stapte langs Ray de hal in. Achter hem sloot ze de deur. Hij begon zijn jas uit te trekken en liet die op de vloer zakken; er was nog geen kapstok.
“Herkende je me serieus niet?” vroeg ze. David schudde zijn hoofd.
“De laatste keer dat ik je zag was je haar nog lang genoeg om in een paardenstaart te kunnen dragen en je armen waren gaaf,” mompelde hij, terwijl hij bezig was om met z’n veters te prutsen. “Het is vier jaar geleden sinds we contact hebben gehad, natuurlijk ben je veranderd maar kom op, zeg nou zelf, jij had jezelf ook niet herkend.”
Ray lachte, leunend tegen de deurpost van de deur naar de woonkamer. Ze vouwde haar armen over elkaar.
“Misschien,” zei ze, schouderophalend. “Ik ben toch teleurgesteld. Vind je het niet leuk?”
“Zou het je wat uitmaken of ik het leuk vind?” grijnsde David. Ray grinnikte en schudde haar hoofd. Hij stond weer op en trapte zijn schoenen uit. Ze wenkte hem naar de woonkamer.
“Wat vind je ervan?” lachte ze, terwijl ze haar armen spreidde alsof de woonkamer haar eigen rijk was. “Kaal, hè?”
David floot en draaide een keer om z’n as, om de hele kamer te kunnen bekijken.
“Dit heb je allemaal alleen gedaan? Wilde niemand je helpen?” vroeg hij. Ray stopte haar handen in haar zakken.
“Helemaal alleen,” bevestigde ze. “En te veel mensen wilde mij helpen. Ik wilde het alleen doen, voor een tijdje. Alle kamers zijn opnieuw geverfd, allemaal wit. De meubels heb ik in de schuur gedaan voor de komende tijd zodat ik kan uitzoeken of ik nog wat kan hergebruiken, al denk ik dat niet. Boven droogt alleen nog maar de zolder. Ik geloof dat morgen de mensen komen die de nieuwe keuken erin gaan zetten.”
David knikte bewonderend.
“Zal ik helpen, of wil je het alleen doen?” vroeg hij na een tijdje. Ray haalde haar schouders op.
“Als je tijd hebt,” antwoordde ze onverschillig. “Het enige wat er nu eigenlijk nog moet gebeuren is de inrichting maar ik kan wel wat hulp gebruiken als ik dingen moet ophangen, en zo.”
David lachte en wiebelde met zijn wenkbrauwen – Ray had altijd jaloers geweest op hem dat hij dat wél kon en zij niet.
“Ja, want je bent niet zo lang, hè,” lachte hij. Ze gaf hem een duw, waardoor hij grinnikend een paar stappen opzij deed.

Een kwartier laten zaten ze allebei met hun rug tegen de muur, een flesje cola in de hand. David had bier gewild, maar ze had hem niks gegeven omdat het net middag was, zelfs niet nadat hij begon te zeuren dat hij altijd een biertje had rond de lunch.
“Ik moet wel zeggen dat het beter bij je past,” zei David opeens, nadat ze een tijdje in stilte hadden gezeten. De zon die door het raam van de woonkamer scheen, verlichtte de kamer en viel precies op het stel dat languit tegen de gewitte muur zat. Het verwarmde hun huid en ze werden er loom van.
“Wat?”
“Je tattoos, je haar, je kleding. Het past bij je. Ik dacht vroeger al dat je je niet fijn voelde in je eigen huid, maar nu lijkt het precies goed.”
Ray ging met haar hand door haar haar en krabde even aan de achterkant van haar hoofd.
“Dat is zo,” zuchtte ze. “Ik ben blij dat ik het gedaan heb.”
“Is dat alles wat je te zeggen hebt? Ga je me niet vertellen hoe het was in Korea?”
Ray lachte en gaf hem een speels duwtje.
“Wat wil je weten?”
“Alles. Vertel me gewoon het hele verhaal, hoe het daar is, wie je vrienden waren, hoe het met je moeder gaat – waar is ze trouwens? – en of je al een vriendje hebt,” opperde David.
“Mam is nog in Korea. Je weet dat onze familie oorspronkelijk daar vandaan komt, toch?” vroeg ze, waarop David knikte. “Pap was geboren in Amerika, al is hij grotendeels Koreaans, maar hij ontmoette mam in Korea. Deels waarom ze me liet gaan om te studeren was omdat ze dan ook terug kon. Ik denk niet dat ze ooit nog terugkomt hier, ze kan haar broers en zussen nu weer zien.”
“Begrijpelijk. Nu je ouders gescheiden zijn en jij bent opgegroeid heeft ze geen reden meer.”
“Precies,” zei Ray. “Wat een vriendje betreft… Ik geloof dat ik je nog wat moet vertellen.”
David’s ogen schoten wijd open. Hij begon te grijnzen.
“Oh nee, gaan we dat gesprek hebben? Weet je zeker dat we het er nog over moeten hebben, Rachel?”
Ray rolde met haar ogen.
“Ik ben ga-”
“-gay, ja dat weet ik,” lachte David. “Het is niet dat je het ooit goed hebt geprobeerd te verbergen, of zo. Er is een reden waarom wij beste vrienden waren, weet je.”
“Waarom vroeg je dan of ik een vriendje had?” flapte ze er verontwaardigd uit.
“Ik wilde het je gewoon horen zeggen. Je was nog niet officieel uit de kast gekomen tegen mij, vandaar,” glimlachte David.
Ray rolde geïrriteerd met haar ogen en nam een grote slok van haar fris.
“Dus je had ook geen vriendin?” vroeg David, op een toon waarmee hij wilde zeggen dat hij het goed wilde maken.
“Nope. Ik heb wel geprobeerd te daten.. en één keer lukte het ook bijna. Maar in Korea zijn ze niet zoals hier, weet je? Ze accepteren het niet en ze was constant bang. Ze durfde me in het openbaar niet eens aan te raken en schrok op elke keer als ik haar knuffelde toen we thuis waren. We hebben het uiteindelijk maar gelaten zoals het is. Het wordt uiteindelijk zo mentaal vermoeiend als je elke keer over je schouder moet kijken. Ik ben hier weggegaan omdat ik overnieuw wil beginnen en dat wil ik niet in precies dezelfde situatie belanden. Ik neem het haar niet kwalijk, eerder de cultuur daar. Verder ben ik gewoon uitgegaan, weet je wel, af en toe met iemand naar bed maar that's it.”
David knikte bedenkelijk. 
“En jij dan? Jij wel een vriendin? Maar ja, wie wil jou nou hebben,” voegde ze er  grijnzend aan toe. David glimlachte triomfantelijk. 
“Jazeker, mijn lieve Rachel, ik heb gescoord.”
“Niet, je liegt!” riep ze lachend uit, waarop David zijn hoofd schudde en zijn telefoon uit z'n achterzak viste. Hij klikte het apparaat aan en liet een van zijn laatste Instagram filmpjes zien; het was een loop van hem met een prachtig uitziend meisje. Haar huid was een tintje lichter dan die van hem, maar nog steeds donker van kleur, en haar zwarte krullen sprongen vrolijk op en neer terwijl hij haar een kus op de wang gaf. Haar ogen fonkelden van plezier en toen ze lachte verscheen er een kuiltje in haar wang. 
David liet het filmpje een paar keer afspelen.
“Ze heet Deborah en we zijn nu zo'n twee jaar samen.”
David keek Ray aan met een grijns van oor tot oor. Ze glimlachte terug.
“Gefeliciteerd, man,” zei ze, terwijl ze hem een klopje op de schouder gaf. "Neem d'r eens mee."
“Zal ik zeker doen. Maar voor nu, is het bro-time. En trouwens, het ging niet over mij, maar over jou. Je hebt verder nog helemaal niks verteld over Korea!”
En dus begon ze te vertellen, praktisch vanaf het moment dat ze het vliegtuig uit kwam. Ze vertelde over haar nieuwe huis waar ze samen met haar moeder had gewoond, haar nieuwe vrienden, haar study op de SNU en haar baantje. David luisterde aandachtig. Hij was een goede luisteraar; knikte op precies de goede momenten en lachte wanneer ze er een grapje tussendoor vertelde. 
Toen ze was uitgepraat liet hij een zucht uit z'n mond ontsnappen. Ray nam een slok van haar drinken; na al dat praten was haar mond droog geworden. Vanuit haar ooghoeken zag ze zijn gezicht betrekken. 
“Wat is er?”
“Ik weet het niet.. ik..” mompelde hij. “Ik durf het bijna niet te vragen, maar.. net nadat je weg was, was Alice heel overstuur. Ze kwam hier om spullen op te halen van je kamer, weet je wel, helemaal hysterisch en met rode ogen en zo. Ik was naar buiten gelopen om te vragen wat er aan de hand was en ze gilde toen tegen me dat je was vertrokken om je vader te zoeken... Is dat.. is dat waar?”
Ray liet een lange zucht uit haar mond ontsnappen. Ze haalde haar hand door haar haren en liet haar hoofd daarna steunen tegen de muur.
“Er waren verschillende redenen waarom ik ben gegaan,” antwoordde ze langzaam, de pijn dat Alice haar zo had verraden zo snel nadat ze weg was gegaan nog vers in haar hart, “Wat mijn vader betreft… Hij is een zak. Maar ik was net zeventien toen ik hier wegging en nog een kind, praktisch. De voornaamste reden waarom ik me überhaupt in Seoul heb ingeschreven is om hem te zoeken. Ik dacht dat hij daar zou zijn, dat dat de eerste plek zou zijn waar hij heen zou vluchten omdat hij dan familie had om hem op te vangen…”
Het was niet fijn om toe te geven. De scheiding van haar ouders was nog te doen als kind, maar wanneer je vader je verliet op een mistige zondag morgen, in de nacht, zonder iets te zeggen… Het was iets wat ze nooit had kunnen verkroppen.
Het had haar boos gemaakt, woedend. Hoe durfde hij haar en haar moeder zo alleen te laten? Afijn, als je de scheiding moeilijk vindt en je eigenlijk niks meer met je partner te maken wil hebben, dan is daar nog begrip voor te vinden. Maar Ray kon nooit bedenken wat er door zijn hoofd ging toen hij hen verliet. Welke vader kon het over zijn hart krijgen om zijn kind zo harteloos te verlaten?
“En... heb je hem gevonden?”
David’s stem was zo zacht dat hij bijna niet te horen viel. Ray schudde haar hoofd en zuchtte weer.
“Nee,” antwoordde ze kort. “Hij wil niet gevonden worden, blijkbaar.”
David zuchtte. Een moment later voelde ze zijn arm om haar schouders, die haar dichter bij hem trokken.
“Ach, je hebt mij toch?”
“Niet leuk, Dave,” mompelde ze, al kon ze de opkomende glimlach niet onderdrukken. Ze liet haar hoofd op zijn schouder rusten.
Zo zaten ze een tijd lang.

Toen de zon zijn laatste zonnestralen door de raam liet schijnen en de kamer in een oranje licht hulde, stond David op.
“Kom op, we moeten het vieren dat je terug bent!” zei hij met een overtuiging die bewonderenswaardig was. Ray keek op maar stond niet op van haar plekje op de grond.
“Waarom? Met wie moeten we dat überhaupt vieren?”
“Je kan het met mij vieren, duh,” zei hij. “Waar is je gevoel voor een feestje gebleven, Ray? Vroeger had je niet getwijfeld! Je bent toch niet soft geworden, hè?”
Ray rolde met haar ogen en stond op; haar spieren deden pijn van het zitten. Ze schudde haar benen los.
“Reken maar van niet. Maar dan nog, wil je samen gaan feesten? Alleen ons twee?”
“Ik kan Deborah uitnodigen-”
“Nee, zeker niet. No offence, maar dan sta je haar straks alleen maar af te lebberen in een hoekje en sta ik alleen op de dansvloer. Mooi niet,” onderbrak ze hem, waarop hij z’n schouders verontschuldigend ophaalde. “Denk je dat je het aankan om met z’n tweeën te gaan?”
David begon te grijnzen.
“De échte vraag is: kan jij dat wel aan, Ray?” zei hij.
“Is dat een uitdaging?” lachte ze. “Anders is die zojuist aangenomen.”
“Perfect!” riep David uit. “Zie ik je om een uur of tien bij The Safe? Dan gaan we daar indrinken. Als het goed is werkt Celestia vanavond, wie weet krijgen we dan wel gratis drankjes hier en daar.”
Ray grinnikte en knikte, haar enthousiaste vriend bekijkend, die praktisch op en neer sprong bij het vooruitzicht op de alcohol, de muziek en het feesten.

Reacties (1)

  • nakito

    Nice!!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen