Foto bij 9.4

Bij de eerste stap in de tuinen wist Rowan dat er iets grondig mis was. Hij wist het zonder af te gaan op zijn buikgevoel. Het uitzicht vertelde namelijk genoeg: er was nergens een vlinder te bespeuren, ook al bevonden ze zich heel duidelijk in de open lucht. Als hij naar de muren van het kasteel keek, zag hij daarboven de vlinders zwermen, maar geen enkele vlinder maakte ook maar een poging om de tuinen te betreden, alsof ze iets magisch waren.
      Rowan liet zijn koepel oplossen, maar bleef wel alert, zodat hij ieder moment een nieuwe koepel zou kunnen opstellen, mocht dat nodig blijken.
      ‘Weet je wie de tuinen heeft ontworpen?’ vroeg Connor.
      Rowan wist niet waarom die vraag ertoe zou doen. ‘Connor, dit is niet het moment voor een grappige anekdote.’ Misschien was dat verkeerd verwoord. Misschien had Rowan nood aan een grappige anekdote, zodat hij nog eens kon lachen voordat hij de dood in de ogen zou kijken.
      ‘Eli’s moeder,’ beantwoordde Connor zijn eigen vraag.
      Rowan moest zijn best doen om kalm te blijven. ‘Het kan toeval zijn,’ zei hij, terwijl hij eerder zichzelf probeerde te overtuigen dan Connor. ‘Plus, waarom zou Eli’s moeder deze heisa aanrichten? Heeft ze ook maar enige vorm van motief? Bovendien; Eli is een enorm zwakke tovenaar, zo zwak dat hij niet eens zijn eigen kleur heeft. Het kan niet dat hij zo’n sterke heks als moeder heeft. Daarnaast; een heks baart een heks, geen tovenaar. En mocht Eli’s vader een tovenaar geweest zijn; het heksengen is altijd dominant. Er is geen enkele manier waarop Eli’s moeder of Eli zelf in dit verhaaltje past.’ Tenzij… Rowan schudde zijn hoofd. Hij wilde niet aan die mogelijkheid denken. Als iemand zoiets zou doen, dan hadden ze niet eens een motief nodig om de Zwarte Vloed op te roepen, dan hadden ze gewoon te maken met iemand die goed gestoord was.
      ‘Maar Ro, ik denk d…’ Connor stopte middenin zijn zin en Rowan zag al snel waarom. In de fontein lag een lijk. Zijn hoofd lag net over de rand, waardoor je de diepe snee in zijn hals kon zien. Het bloed bedekte zijn volledige borstkas en has er daarna voor gezorgd dat het water van de fontein een rode kleur kreeg. Het was een beeld dat rechtstreeks uit een horrorfilm geplukt leek te zijn, inclusief de glazige ogen die Rowan beschuldigend aanstaarden.
      Het was Felix.
      Rowan was nooit eerder zo erg op zijn tenen getrapt. Er trad een soort wrevel bij hem op. Iemand had Felix vermoord en het was niet Rowan geweest. Iemand had deze kans van hem ontnomen. Iemand had gedaan wat hij had moeten doen.
      Hij was niet meteen boos op degene die het gedaan had, maar hij vond het uiterst onaangenaam dat iemand zijn taak van hem had afgepakt. Wat hem ook zorgen baarde, was dat iemand er überhaupt was in geslaagd Felix te vermoorden. Ja, hij begon steeds ouder te worden en zijn krachten waren niet meer wat ze ooit geweest waren, maar hij was wel nog steeds een geduchte tegenstander geweest. Zijn lichaam vertoonde buiten die ene wonde niet veel schade… Iemand had hem vermoord alsof hij niet meer was geweest dan de gemiddelde burger.
      Dit was zeker iets om je zorgen om te maken.
      Rowan stapte rond het lichaam heen, terwijl hij af en toe een blik op Connor wierp, die achter hem liep. Hij leek heel erg aangedaan om Felix daar zo dood te zien liggen. Hij bleef zeker een minuut lang naar het lijk staren, alsof hij verwachtte dat het ieder moment weer tot leven kon komen. ‘Felix,’ zei hij uiteindelijk. Hij porde hem in zijn wang, kreeg geen reactie en rende weer naar Rowan.
      ‘Ro, wat is d…’ Opnieuw kreeg Connor niet de kans om zijn zin af t maken. Dit maal kwam het door Max die op hen afrende. Hij was zo verrukt Rowan en Connor te zien dat hij hen opslag overviel met een groepsknuffel. Het tafereel leek veel te onschuldig voor een moment als dit. Heel deze tuinen kwamen veel te vrolijk over… De zon stond nog steeds hoog aan de hemel en, op Felix’ lijk en de vlinders aan de randen na, leek het een prachtige zomerdag in de mooiste tuinen van het land.
      ‘Je kunt niet geloven hoe blij ik ben om jullie te zien!’ riep Max. Zijn glimlach zei al genoeg; hij was echt heel blij. Al verdween die vreugde snel genoeg. Net vlak na de groepsknuffel betrok Max’ gezicht. Hij keek even achter Connor en Rowan door, daarna draaide hij een keer rond zodat hij de hele omgeving had gezien. ‘Waar is River?’
      Rowan schoot onbewust naar voor. ‘Heb je River gezien?’
      Max knikte. ‘Hij was net nog bij me, maar ik ben hem verloren in de massa. Ik dacht… dat hij ook hierheen was gekomen.’ Een bezorgde frons verscheen op Max’ gezicht.
      ‘Wacht…’ Nu was het Connors beurt om een grote stap naar voren te zetten. ‘Welke massa?’
      Max keek achter zich. Rowan kon de paniek in zijn ogen zien. Het werd haast nog erger toen Max besefte dat niemand hem op de hielen zat. Het was alsof hij zich opeens realiseerde dat hij de hele tijd had zitten vluchten voor helemaal niemand. Misschien was het gewoon de lucht die hem had achtervolgd. Of nog erger: zijn verbeelding.
      Max beantwoordde Connors vraag niet, in plaats daarvan liep hij hem en Rowan voorbij. ‘We moeten hier weg,’ zei Max. ‘Het is gevaarlijk daar.’ Zijn blik was oprecht bezorgd, al wist Rowan niet precies waarom. Rowan kon zichzelf wel redden, moest dat nodig blijken. ‘Ik wil het niet nog eens zien.’ Max schudde zijn hoofd. ‘Ik ga binnen schuilen.’
      Rowan greep hem bij zijn bovenarm voordat hij verder kon gaan en kneep er stevig in. ‘De Zwarte Vloed woedt binnen,’ zei hij. ‘Geloof me; het is veiliger hier. Mijn magie wordt afgeblokt, ik weet niet of ik jou daarbinnen kan beschermen. Blijf hier.’ Het was gebracht als een vriendelijk, bezorgd verzoekje, maar in werkelijkheid was het een eis. Rowan zou hem niet laten gaan. Niet eens omdat hij zich zorgen maakte om Max’ welzijn. Hij wilde Max gewoon dicht bij hem hebben, zodat hij indien nodig het stukje magie dat hij aan hem had geschonken terug kon nemen.
      ‘Waar is River?’ vroeg Rowan vervolgens.
      Max schudde zijn hoofd. ‘Ik kan het niet, terug daarheen gaan.’
      Rowan trok hem naar zich toe en zei nogmaals, ditmaal met een dreigende stem: ‘Waar is River?’
      Max keek hem met angstige ogen aan en daar had hij al het recht toe. Nu Rowan zo dicht bij River was gekomen, zou hij niemand zijn weg laten versperren. Al zeker niet een kind als Max. Als hij wilde, kon hij Max gewoon manipuleren zodat hij Rivers locatie prijs zou geven, maar daar ging hij liever niet op over.
      Uiteindelijk begon Max langzaam te wandelen in de richten waaruit hij gekomen was. Rowan duwde hem in zijn rug. ‘Sneller, we zijn geen slakken, en we hebben geen tijd te verliezen.’
      Connor wilde ingrijpen, Max geruststellen, maar leek zijn lichaam geen goede houding te kunnen geven om dat te doen. Daarom bleef hij gewoon naast Rowan lopen, met een quasi bezorgde blik op zijn gezicht. Al was het niet helemaal bezorgd. Het was eerder een soort mengeling van bezorgdheid en angst, alsof hij wist welk onheil hen te wachten stond.
      En wat voor onheil was dat.
      Toen ze om de hoek van een muur liepen, zag Rowan een tafereel wat hij nog nooit eerder had gezien. Hij zag lijken, die duidelijk aangetast waren door de vlinders. Er waren loshangende lappen vlees en ze zagen grijzig, alsof ze al een tijdje hadden liggen rotten. Het was niet abnormaal om lijken tegen te komen in een situatie als deze. Wat Rowan echt zorgen baarde, was dat ze allemaal een positie hadden aangenomen; de ene stond, de andere lag op de grond. Het was alsof ze waren bevroren middenin hun dagelijkse routine.
      Maar ze waren niet bevroren.
      Eén van de lijken keek in Rowans richting. Rowan herkende haar direct: de koninging, Regina. Ze was net bezig een lapje vlees in haar mond te steken. Haar ogen stonden rood, zoals alles wat slecht was rood kleurde.
      Zombies.
      Rowan had alleen maar in enge verhaaltjes over zombies gehoord. Het waren die enge fabeltjes die heksen aan hun kinderen vertelden om te voorkomen dat ze magie op een slechte manier zouden gebruiken. De typische ‘pas op voor illegale praktijken, want ze leiden altijd tot je dood’ verhaaltjes, maar dan met magie. Het verhaaltje over zombies ging over een zeer getalenteerde heks, die besloot zombies te creëren, ook al was het tegen de wet. Zombies waren lijken waarin je een levende ziel plantte. Die ziel kon je dan manipuleren, zodat je dode slaven had. Vervolgens werd de heks steeds waanzinniger en aan het eind van het verhaal, wist één van de zombies zijn meester te vermoorden, waardoor iedere zombie zijn ziel verloor. Het nadeel was alleen dat er een klein restje magie in hen was achtergebleven. Genoeg om hun lichaam gaande te houden. Met als effect dat het kasteel van de heks werd bevolkt door ziellozen doden.
      Dit was anders. Dit waren het soort zombies dat je in films zag, maar net een tikkeltje anders. Dit werd niet veroorzaakt door een of ander virus. Rowan wist wel beter: dit was pure magie. Dat maakte alles iets minder akelig, want hij wist hoe hij met magie om moest gaan.
      Hij liet zijn rechterhand groen oplichten en schoot op de zombies af. Hij hoorde hoe Connor achter hem gilde dat hij zijn moeder niets aan mocht doen. Rowan schreeuwde terug dat ze al dood was – het was zo’n automatische reactie dat hij niet eens besefte dat hij het gezegd had.
      Regina was de eerste die hij met zijn magie neersloeg. In feite onthoofde hij haar: dat was de snelste manier om een zombie te vermoorden. Al snel vermoordde hij nog een aantal zombies, en nog een paar. Maar ze bleven komen. Ze kwamen van zoveel kanten dat hij volledig werd opgeslokt door de massa. Hij zag de tanden die naar hem hapten, verlangend naar zijn vlees. Hij kon ze iedere keer op het laatste moment afslaan, maar in zijn voorzichtigheid sloeg hij één zombie neer zonder hem volledig onschadelijk gemaakt te hebben. Het lijk viel op de grond, Rowan zag het gebeuren, Rowan wist dat het gevaarlijk was, maar hij kon er niets aan doen.
      De zombie beet heb in zijn kuit. Hij schreeuwde het uit van de pijn en zonder na te denken, vloog hij omhoog om zichzelf uit de massa te beschermen. Nu hij een zicht had boven de massa, werd alles een stuk makkelijker. Hij riep een muur op zodat hij een bange Connor en een nog bangere Max kon beschermen van de naderende zombies. Vervolgens wilde hij de hele massa pletten onder zijn magie, maar hij merkte dat hij niet genoeg druk kon zetten en de lijken alleen nodeloos vervormde.
      Zijn magie was uitgeput. Hij beet op zijn tanden, wilde voor een klein moment Max inzetten, maar zag toen in zijn ooghoek een verwonde Eli. Hij bevond zich vlak achter de massa zombies, op zijn knieën omdat hij zichzelf niet meer overeind kon houden. Langs twee kanten werd hij ingesloten door de wandelende lijken. Als Rowan niets zou doen, dan… zou hij sterven.
      Hij overwoog even om niets te doen; om Eli te negeren en te doen alsof hij niet had gezien. Dan zou hij gewoon verder kunnen gaan waar hij mee bezig was, dan zou hij zich geen zorgen moeten maken om nog een andere ziel die hij moest redden.
      Maar hij kon het niet. Snel vloog hij naar Eli en streek hij bij hem neer, waar hij meteen een kleine koepel vormde om de zombies buiten te houden.
      ‘Eli!’ riep hij, terwijl hij bij hem neerhurkte. ‘Gaat het?’
      Hij merkte pas op dat Eli een mes in zijn hand had gehad toen het te laat was: Rowan was neergestoken en Eli keek hem aan met de meest neutrale blik die Rowan ooit had gezien.

Reacties (3)

  • Ristridin

    OMG ahh verschrikkelijk dit echt prachtig geschreven!!! Echt geen woorden voor!

    3 jaar geleden
  • Grace

    Wat? WAT? Oh god

    3 jaar geleden
  • Long

    HOLY SHIT I DON'T KNOW WHAT TO SAY. ik heb kippenvel overal jezus

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen