Foto bij 10.1

Zodra Rowan voelde hoe het mes de rechterkant van zijn buik openhaalde, wist hij dat hij in de val was getrapt. Dit alles was opgezet om hem erin te luizen, om ervoor te zorgen dat de laatste hoop van Yangarië uitgeschakeld werd. Dat alles werd maar al te duidelijk toen de zombies zich terugtrokken naar het achterste punt van de tuinen, om daarna via de poorten in de Zwarte Vloed te verdwijnen – vermoedelijk om nog meer chaos aan te richten.
      Rowan liet zowel zijn muur als zijn koepel vallen in de hoop die extra magie te kunnen gebruiken om zijn eigen lichaam te herstellen. Het had geen baat; zijn verwondingen vielen niet zo snel te repareren. Zeker niet nu het mes nog in zijn buikstreek stak.
      Rowan keek naar boven en zag daar wat hij eigenlijk veel eerder had moeten zien. De heks. Hij wist dat ze de heks was nog voor hij haar goed en wel had bestudeerd. Alles aan haar schreeuwde dat zij de dader was: het feit dat ze vloog, haar rode ogen, River die ze in haar armen hield, terwijl ze een mes tegen zijn hals hield.
      Rowan legde ook al heel snel het verband met Eli. Het was overduidelijk voor een heks als hijzelf; Eli was een kloon. Al van kinds af aan had zijn vader hem verteld dat klonen bij uitstek de meest illegale praktijk was in de wereld van de magie. Het was nieuw leven creëren met de hulp van magie, en dat was verboden – in iedere omstandigheid. Klonen vooral, omdat je daarbij een omhulsel maakte zonder ziel. In dit geval ging het nog verder dan dat: zij was de poppenmeester, Eli was niet meer dan een goedkope marionet.
      Ze had alle touwtjes in handen; Eli kende geen vrijheid.
      ‘Ik kan… je bevrijden,’ zei Rowan in de hoop dat hij Eli op die manier naar hun kant kon trekken. Het was ook geen leugen: hij kon Eli bevrijden. Hij zag de touwtjes waarmee zij hem in de hand hield en Rowan wist dat hij slechts een kleine portie magie nodig had om ze door te knippen.
      ‘Er valt niets te bevrijden.’ Eli zette nog iets meer druk op het mes, waardoor het net iets dieper in Rowans huid wegzakte. Rowan kreunde. De wonde was erger dan hij had gedacht. Nog even en hij zou zichzelf onmogelijk kunnen redden.
      ‘Eli,’ probeerde Rowan nogmaals, voor de laatste keer. ‘Als je het niet voor mij doet…’ Rowan grimaste, probeerde de pijn te onderdrukken en zette door. ‘Doe het dan… voor… Connor.’
      Bij Connors naam lichtten Eli’s ogen op. Rowan had het van het begin af aan geweten; als er iets was wat echt was geweest, als er iets was waar Eli niet over gelogen had, dan waren het zijn gevoelens voor Connor geweest. Rowan wist hoe je echte liefde moest herkennen, want op zich was liefde de sterkste vorm van magie die er bestond.
      Rowan hoopte dat hij Eli hiermee definitief kon laten overstappen, maar op dat moment bereikten Connor en Max hen. Connor verstijfde meteen van de schrik en riep Eli’s naam – Rowan had hem nog nooit zo luid horen roepen. Max staarde alleen maar, met de lompe ogen van een verdwaalde koe.
      Het moment was over: die kleine twijfel die eerst in Eli’s ogen had gestaan was opnieuw volledig weggevaagd. Hij staarde opnieuw met een nietszeggende blik – de blik van een pop, omdat hij zelf niet meer dan een pop was geweest.
      Eli trok het mes uit Rowans buik en maakte zich klaar om opnieuw te steken, maar voordat hij dat kon doen, sprong Rowan achteruit. Hij plakte wat magie onder zijn schoenzolen, zodat hij met één sprong meteen tien meter van Eli verwijderd was. Daarna richtte hij zich op de vrouw die River nog steeds in haar greep hield.
      ‘Wacht een momentje,’ zei Connor. ‘Wie bén jij?’ Connor nam Rowan de woorden uit de mond. Rowan had zeker vijftig mensen kunnen bedenken die een motief hadden om de Zwarte Vloed op te roepen. Deze vrouw daarentegen was volledig nieuw op het toneel. Rowan herkende haar niet. Niet eens een beetje.
      ‘Ik ben Zara.’ Rowan wachtte op meer informatie, de uitleg van haar duistere plan, maar die kwam er niet. Natuurlijk kwam die er niet. De waanzin schitterde in haar ogen. Ze had geen reden om dit te doen, ze was gewoon al te ver heen. Rowan haatte het wanneer hij heksen zag als zij. Ze besmeurden de reputatie van de hele gemeenschap en bovendien waren ze ronduit gevaarlijk. Heksen hoorden niet te eindigen als dit, maar als je je magie zo vaak misbruikte dat je de tel kwijt was… dan vergat je op een bepaald moment dat er ook zoiets bestond als het goede.
      ‘Zara,’ zei Rowan, die zijn hand op zijn wonde drukte om het bloeden te stelpen. Connor wilde naar hem toelopen, maar Rowan stak zijn andere hand naar hem uit in een stop-gebaar. ‘Wat denk je hiermee te bereiken?’ Hij hoopte dat hij op haar in kon praten, maar het zou nooit werken. Haar ziel was veranderd in een misvormd ding, samen geklutst met haar magie. Ze was een wandelend hoopje negatieve energie.
      Ze antwoordde niet en duwde haar mes iets dichter tegen Rivers hals, zo dicht dat de punt een kleine wonde veroorzaakte en het bloed Rivers kraag rood kleurde. Ze zou hem vermoorden. Er was geen enkele mogelijkheid dat River hier levend uit zou komen. Wat Rowan ook deed; hij kon hem niet helpen. Zijn beste kans was de verrassingsaanval, maar zelfs dat zou niet genoeg zijn. Het verlies van zijn magie en de diepe wonde in zijn buik remden hem af. Dus toen hij naar voren schoot om River uit haar armen te rukken, was het niet verbazingwekkend dat zij sneller was.
      Ze sneed zijn keel over. Ze deed het in zo’n simpele beweging dat Rowan eerst niet geloofde dat het echt was gebeurd. Het was alsof ze door water sneed in plaats van door huid. Het bloed dat uit de wonde gutste leek onwerkelijk. Het was veel te rood; het schitterde te fel in het zonlicht. Het was alsof het stamde uit één of andere elfenwereld.
      Maar het was echt.
      Rowan bereikte River net op tijd om hem op te vangen, maar het enige wat hij kon doen, was hem laten sterven. Hij zag hem naar zijn hals grijpen, hij zag hoe River zijn handen op zijn keel drukte in een poging het bloed in zijn lichaam te houden. Hij zag de blik in Rivers ogen – een blik die hij nooit had willen zien. Het was de blik van iemand die wist dat hij ging sterven, maar zo wanhopig graag wilde leven.
      Rowan bleef bij hem tot zijn laatste stuiptrek en zelfs daarna. River stierf in zijn armen. Dat was de enige troost die hij zichzelf kon geven; River was niet alleen gestorven. Hij had niet in zijn eentje moeten voelen hoe het leven uit hem liep. Hij was bemind geweest tot zijn laatste adem.
      Maar hij was er niet meer.
      Rowan legde hem heel voorzichtig op de grond, alsof hij bang was dat hij hem pijn zou doen. Hij was ook bang om River pijn te doen; hij was nog nooit zo bang geweest. Nog nooit eerder had iemand zo fragiel geleken als River op dit moment. Nooit eerder had Rowan gedacht dat een lijk er zo kwetsbaar uit kon zien. Zo naakt, zo hulpeloos.
      Hij was er niet meer.
      Rivers ziel was uit zijn lichaam opgestegen en vloog nu ergens in het rond, op zoek naar een plek die met in simpele mensentaal ‘hemel’ noemde. Rowan glimlachte kort, omdat hij Rivers ziel had gevoeld – omdat River er op het allerlaatste moment toch in was geslaagd een ziel te creëren voor zijn zielloze lichaam. En Rowan weende; hij weende omdat hij die ziel nooit in werking zou kunnen zien.
      Hij weende, omdat hij Rivers warmte nooit meer tegen zijn lichaam zou voelen. Omdat hij River nooit meer zou kunnen omhelzen. Omdat hij zijn stem niet meer zou kunnen horen. Omdat hij hem nooit nog van dienst zou kunnen zijn. Omdat hij hem nooit zou kunnen vertellen hoeveel hij van hem hield. Omdat hij hem nooit zou kunnen kussen. Omdat hij hem nooit meer opnieuw zou kunnen liefhebben.
      Hij weende als een klein kind en plotseling stelde de o zo sterke heks helemaal niets meer voor. Hij voelde zich de grootste mislukking op deze aardbol. De heks die er niet eens was in geslaagd zijn eigen liefde te redden. De heks die helemaal niemand had kunnen redden. De heks die was gefaald in ieder opzicht.
      Hij boog zich over River lichaam alsof hij het probeerde te beschermen. Hij schreeuwde de longen uit zijn lijf, maar zelfs de pijn in zijn stem kwam niet overeen met het verdriet van zijn ziel. Hij brabbelde wat, weende nog wat verder en schreeuwde voor een allerlaatste keer.
      En steeg het kleine, groene vlammetje op vanuit River lichaam en trad het Rowans lichaam binnen.
      Op precies dat moment besefte Rowan dat hij River nooit meer terug zou zien. Dat alles verloren was. Dat alles wat ze samen hadden meegemaakt, nooit meer opnieuw zou gebeuren.
      Iets in hem knapte – en dat iets zou zomaar eens zijn gezond verstand kunnen zijn.

Reacties (3)

  • Long

    hOLy shit. Ik zit hier zo hard te huilen BC I CAN'T BELIEVE THIS

    3 jaar geleden
  • Grace

    excuse me, wat is dit....? River mag niet doodgaat!

    3 jaar geleden
  • Ristridin

    River mag niet dood! Ik hoop heel erg dat het een kloon was, maar eigenlijkt denk ik vn niet.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen