Foto bij 10.2

Connor deinsde achteruit toen hij zag dat Eli op hem afstapte. Hij zag het bloed aan de handen van de jongen aan wie hij zijn hart had gegeven: hij zag de blik op zijn gezicht – de blik die niet eens een blik te noemen viel, aangezien er zo weinig emoties vanaf kwamen. Nogmaals zette hij een stap achteruit, en zei hij met een trillende stem: ‘Ga weg.’
      Op dat moment kwam er weer iets van leven in Eli’s ogen. Connor had hem nog nooit eerder zo gekwetst gezien. Hij legde zijn hand op zijn hart en zei: ‘Connor, als er één ding is waarover ik niet gelogen heb…’ – hij keek hem aan met het soort verdriet dat Connor niet kon plaatsten – ‘… dan is het dat ik van je houd.’
      Connor schudde zijn hoofd. ‘En dat moet ik geloven? Na al die leugens? Zeg, Eli, hoeveel moeite kost het om zo’n leugen op te zeggen? Moet je er echt over nadenken, of gebeurt het gewoon automatisch?’
      Eli’s mond viel een stukje open. Hij schudde zijn hoofd op zo’n manier dat Connor het gevoel kreeg dat hij het echt bij het foute eind had. ‘Ik houd van je, echt heel veel.’
      De vrouw die zonet Rivers keel had opengesneden, landde naast Eli. Haar glimlach had iets akeligs normaal. Het was de glimlach van iemand zoals jij en ik; de glimlach van iemand die je zomaar op straat tegen kon komen – een vriendelijke vreemde. ‘Als je hem echt wilt houden,’ fluisterde de vrouw, Zara, in Eli’s oor, ‘dan kan ik dat regelen.’ Ze deed haar best om stil te spreken, maar Connor hoorde ieder woord van wat ze zei. En hij wist ook precies over wie het ging: hijzelf. Als Eli een speeltje wilde, kon hij Connor altijd meesleuren in zijn kwaadaardige plannen; daar kwam het op neer.
      Connor moest de neiging om weg te lopen onderdrukken. Hij had geen idee wat hij moest doen en keek naar Rowan, maar die bood niet veel antwoorden. Het enige wat hij deed, was wenen. Wenen met zoveel pijn dat Connor zich niet eens kon inbeelden hoeveel verdriet Rowan voelde. Ja, Connor had zijn vader verloren, iemand die hem heel nauw aan het hart had gelegen. Maar wat Rowan had gehad met River… was net iets dieper gegaan. Misschien had hij hem altijd zo (al dan niet onbewust) over River ontfermd omdat hij wist dat de jongen een deel van hem was. Misschien voelde het echt alsof hij een deel van zichzelf verloren was. Zo klonk het wel. Iemands wiens arm van zijn lijf was gerukt zou waarschijnlijk hetzelfde dierlijke geluid maken als Rowan op dit moment.
      ‘Ik…’ begon Eli. Hij probeerde nogmaals toenadering te zoeken tot Connor, maar opnieuw deinsde Connor achteruit, dit keer trok hij Max met zich mee – wat moeilijker ging dan verwacht, aangezien de jongen alleen maar verdwaasd voor zich uit kon staren.
      ‘Wil je hem hebben?’ drong Zara aan.
      Eli keek haar met hulpeloze ogen aan. Hij kon zelf de keuze niet maken – daar had hij het lef niet voor – dus wachtte hij maar gewoon tot zij het zou doen. De vrouw nam Eli’s gezicht in haar handen. Het was een fel gebaar, als een moeder die haar kind vast nam nadat het iets ernstig had misdaan. ‘Sorry, lieverd,’ zei ze – maar het klonk helemaal niet of ze er spijt van had. ‘Ik was bijna vergeten dat je natuurlijk geen keuzes kan maken. Jij arme ziel.’ Ze grinnikte om haar eigen, ziekelijke grap. ‘Oh wacht, die heb je niet.’
      ‘Een kloon,’ zei Max plotseling. Het was de eerste keer na Rivers dood dat hij zijn lippen bewoog – dat hij uit eigen beweging zijn lichaam bewoog zelfs. ‘Waarom zou je een kloon maken?’ Max keek haar aan met een afkeer die Connor nog nooit eerder in zijn ogen had gezien. Het was het soort afkeer dat je een rasechte racist schonk. Het soort afkeer dat je iemand gaf wanneer jullie meningen zo ver uit elkaar lagen dat je de mening van de andere als onaanvaardbaar bestempelde. ‘Waarom?’ vroeg Max, wanhopiger dit keer, alsof hij hoopte dat het antwoord hem gerust zou stellen, dat het antwoord nog iets goed zou kunnen maken.
      ‘Omdat mijn lichaam, meer specifiek mijn hersenen, oud wordt en ik geen zin heb om te sterven.’ Ze drukte Eli tegen haar borst zoals een moeder haar kind tegen haar borst zou duwen. ‘Daarom maak ik klonen. Ik heb geen zin om te sterven, dus mijn ziel zal voor eeuwig voortleven en er is niemand die ook maar iets kan doen om me te stoppen.’
      ‘Daarom ben je zo gestoord.’ Dat kwam er sneller uit dan Connor had verwacht. Hij wist dat hij zijn woorden moest afwegen voor een machtige heks als deze, maar hij had zichzelf niet onder controle. Op dit moment was hij nog steeds de betweterige Connor die hij altijd was geweest.
      En wat hij zei, was de waarheid. Hij lette niet extreem vaak op op school, maar die ene keer dat hij het voor de verandering wel eens had gedaan, was toen ze leerden over klonen en zielsoverdracht, en waarom het verboden was. Zielsoverdracht zorgde ervoor dat je telkens opnieuw een stukje van je ziel verloor en op een bepaald moment was je zoveel verloren, dat je gezond verstand de lege stukjes ziel niet meer kon compenseren.
      Ze was alle waanzin die in een persoon schuilging. Ze had niets meer in zich wat haar terug zou kunnen trekken naar het goede, naar alles waar ze misschien ooit voor had gestaan. Ze was een heks in haar puurste vorm. Het soort krijsende, lachende heksen waarover je las in horrorverhalen.
      Rowan was gestopt met wenen. Het had een klein detail moeten zijn, maar voor Connor was het de belangrijkste gebeurtenis op dat moment. Rowans geween had hem op de een of andere manier gerust gesteld, het had hem het gevoel gegeven dat hij niet alleen was. Nu Rowan stil was en als een schaduw over River was gebogen, voelde Connor het onheil opkomen zelfs voordat het plaatsvond.
      Er schoten vogels uit zijn rug. Alle soorten vogels, maar allemaal even zwart en allemaal met dezelfde smaragdgroene kleur kraaloogjes. Ze schoten omhoog, drongen zich in de massa vlinders en aten de insecten op zoals de natuur het had gewild. De vinders werden tussen hun bek geklemd, waarbij hun fragiele lichaam en hun magische vleugels braken alsof ze van papier-maché gemaakt waren.
      Connor werd opzij getrokken, een vogel raasde vlak naast zijn gezicht en bezeerde zijn wang. Eli hield hem nog steeds in zijn armen en keek hem aan met de meest angstige blik die Connor ooit had gezien. Jammer genoeg geloofde Connor Eli’s angst niet meer. Hij geloofde geen enkele emotie afkomstig van een zielloze kloon.
      Connor keek naar Zara en zag hoe de vogels haar probeerde in te sluiten. Ze deed haar best zichzelf te beschermen, maar slaagde er niet helemaal in. Het was de puurste vorm van Rowans magie die aan het werk was. Een vorm die zelfs nog meer kracht bezat dan de Zwarte Vloed van zijn vader, omdat Rowans magie compleet was – aangevuld met dat grote stuk dat verwoven was geraakt in Rivers lichaam.
      Langzaam kwam Rowan recht. Hij liet River lichaam zomaar achter; hij keek er niet eens meer naar om. Het was alsof hij het compleet negeerde, alsof het in zijn ogen echt niet meer bestond. Rowan toonde geen enkele emotie. Hij grijnsde – hij grijnsde de waanzinnige grijns, maar zijn ogen misten diezelfde waanzin. Het was alsof al zijn emoties waren geïmmigreerd naar zijn magie, die plotseling zoveel kracht had, zoveel energie, zoveel woede en zoveel verdriet.
      ‘Wat is het toch jammer,’ zei hij met een stem die kraakte, die niet helemaal leek op de stem die Rowan ooit had gehad, ‘dat vogels insecten eten.’ Rowan sloot de heks in met zijn magie. Hij sloeg magische touwen om haar heen zonder ook maar één voet te verzetten. Hij trok de touwen samen en probeerde haar te wurgen, net zoals zij hem had proberen te wurgen.
      Zara glimlachte en wist zichzelf te bevrijden uit Rowans magische wurggreep. Ze was vol van zichzelf met het grootste ego dat Connor ooit had gezien. Ze dacht dat ze alles in de hand had, ze dacht dat ze dit nog steeds kon winnen, dat ze haar vernieling nog steeds kon voltooien.
      Ze had het mis.
      Wanneer ze daar in de lucht vloog en misprijzend naar Rowan keek, viel er een groen vierkant uit de lucht. Pas op de allerlaatste seconde merkte ze het, keek ze naar boven en zag ze haar naderende dood. Ze probeerde nog te vluchten, maar het was te laat. Het vierkant viel op haar en plette haar met zo’n grote kracht, zo’n grote snelheid en zo’n grote druk dat haar lichaam volledig uit elkaar spatte. Toen Rowan het vierkant liet verdwijnen, was er niets meer over dan een lelijke vlek van bloed, verbrijzelde botten, haar, een paar stukken kledij en een paar lapjes huid.
      Connor had gehoopt dat Rowan het hierbij zou laten, dat dit officieel het einde zou zijn. Het leek alsof het het einde was, nu de magie van de rode heks de lucht in steeg en in het niets oploste. Het leek voorbij nu alle vlinders die nog niet ten prooi waren gevallen aan Rowans vogels uit de lucht vielen en de grond buiten de muren bedekten met een zwart laagje insectenlijkjes.
      Het leek voorbij.
      Maar dat was het niet.

Reacties (1)

  • Long

    oH man die laatste zin kan ik niet aan honestly.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen