Foto bij OO2 • Bullied

Autumn Castle

“Dag schat. Hoe was school vandaag?”
Ik haal mijn schouders op. Ze weet dat school nooit goed gaat als er slecht nieuws over haar is, maar toch blijft ze vragen hoe het op school was. Alsof ik opeens ga zeggen dat het leuk was. Dat heb ik al maanden niet meer gedaan en dat zal nu ook niet veranderen.
“Het gaat wel,” zeg ik toch maar om haar een goed gevoel te geven.
Ze glimlacht naar me, maar ik zie aan het blik dat ze doorheeft dat ik het niet meen. Het was dan ook niet alsof ik het op een heel overtuigende manier zei of zo, maar wat had ze dan verwacht? Ik ga haar binnenkort verliezen en ik heb geen idee wanneer. Het is niet alsof ik daar vrolijk over kan zijn of zo.
“Probeer niet te hard mee in te zitten, Autumn,” fluisterde ze. “We gaan op een gegeven moment allemaal dood en…”
Ik knijp mijn ogen dicht en doe mijn best om niet naar haar woorden te luisteren terwijl ik mijn hoofd de andere kant op draai. Nee, niet weer. Niet deze preek weer. Niet weer die preek waarin ze gaat zeggen dat iedereen op een gegeven moment toch doodgaat en dat het bij haar gewoon iets vroeger is dan bij een ander.
Als de levensverwachting voor een gemiddelde vrouw boven de tachtig ligt, vind ik 45 jaar veel te jong om te sterven. Dan zit ze eigenlijk nog maar net over de helft. Dit is geen leeftijd om te sterven en zeker niet aan zoiets. Maar ja. Mijn moeder wil altijd maar positief zijn en mij kracht geven. Ik zou het eigenlijk fijner vinden als ze gewoon een keertje goed zou schelden om haar ellende en al haar opgekropte emoties eruit zou laten.
Maar dat doet ze niet. Dat heeft ze tot nu toe niet gedaan en dat zal ze ook nooit doen. Ook voordat ze ziek werd was ze altijd de vrouw op wie iedereen kon rekenen en bij wie iedereen zijn verhaal kon doen wanneer het slecht met hun ging. Zij was de vrouw die al je tranen opving wanneer je dat nodig had. En nu gaat ze binnenkort weg. Het leven is echt zo oneerlijk.
“Niet huilen, Autumn. Je weet dat ik dat niet graag heb.”
Ik wil tegen haar schreeuwen dat ze dat niet mag zeggen en dat ik niet sterk meer wil zijn, maar ik weet dat dat haar pijn doet en dus doe ik mijn best om mijn tranen weg te slikken.
“Wanneer komt papa langs?” vraag ik snel.
“Hij ging proberen om na zijn werk langs te komen.”
We mogen eigenlijk nog blij zijn dat hij nog werk heeft. Toen pap voor de eerste keer hoorde dat mam ziek was, wilde hij stoppen met werken zodat hij bij haar kon zijn en haar kon verzorgen. Toen het erger werd, heeft hij best wel veel werkdagen laten vallen zodat hij bij mam kon zijn. Zijn baas reageerde er gelukkig goed op, maar ik weet niet hoe lang dat nog zal duren.
“Weet je echt zeker dat je wel in het ziekenhuis wil blijven, mam? Of je nu hier of thuis bent: je wordt er toch niet beter op. En ik vind het gewoon fijn om je in mijn buurt te hebben.”
En weer doe ik juist datgene dat ze niet wil zien: huilen. Deze keer steekt ze echter haar hand naar me uit. Een beweging die vroeger zo soepel ging, maar waar ze nu echt moeite voor lijkt te doen. Ik kan ook aan haar gezicht zien dat ze duidelijk achteruitgaat en dat de dokters er niet ver van moesten zitten toen ze zeiden dat ze nog maar een paar weken heeft.
“Je weet dat ik liever hier in het ziekenhuis ben waar ik de zorgen kan krijgen die ik nodig heb. Bovendien gaat papa zich alleen maar zorgen maken als ik de hele dag thuis zit en gaat hij er weer alles aan proberen te doen om bij me te zijn. Dadelijk heeft hij dankzij mij geen werk meer.”
Ik kijk haar boos aan.
“Dan zijn die mensen op zijn werk gewoon onredelijk. Waarom zouden ze hem de laatste weken met jou samen afnemen?”
“Niet zo hard roepen, Autumn. Je bent hier nog altijd in een ziekenhuis. Ik wil hier blijven en daarmee uit. Ik heb de medicatie nodig die ze me hier geven.”
Ik weet dat dat niet de enige reden is, want de kracht zou ze ook niet meer hebben om thuis rond te lopen. Naar huis gaan zou betekenen dat er iemand naar ons toe moet komen om voor haar te zorgen en dat ziet ze niet zitten. Ze blijft liever op een vertrouwde plek waar ze weet dat er goed voor haar gezorgd kan worden.
En ze is gisteren opgenomen omdat ze na het nieuws weer een aanval kreeg. Ze moest overgeven en lag opeens op de grond. Maar ik denk dat als ze aan de dokters zou vragen om naar huis te gaan dat dat best wel zou mogen. Alleen ze wil het niet. En als ze het niet wil, houdt het op.
“Het leven is zo oneerlijk!”
En dan trekt mam me aan mijn pols naar haar toe met meer kracht dan ik voor mogelijk had gehouden en legt haar andere hoofd op mijn achterhoofd. En voor een zoveelste maak ik haar hals nat door tegen haar aan te liggen en te huilen.
“Het komt wel goed, meisje. Het komt wel goed.”
Nee, mam. Het komt niet goed. Want jij bent er binnenkort niet meer en ik blijf alleen achter met pap. Hoe kan het dan goedkomen? Maar ik zeg niks, klem mijn tanden op elkaar en zorg ervoor dat ik zo weinig mogelijk pijn laat zien terwijl ik mezelf op de veilige plaats houd die zich bevindt tussen mam haar schouder en haar nek.

Bedankt voor het lezen van mijn verhaal! Vrijdag verschijnt het volgende hoofdstuk:)

Reacties (1)

  • Luckey

    vind zo zielig voor der
    abo

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here