Foto bij OO7 • Bullied

Autumn Castle

“Tot morgen! En bel me als er iets is, hè? En je spreekt me toch wel aan op school als ze nog een bericht hebben gestuurd?”
Ik geef snel een knikje naar Aiden en glimlach naar hem. We hebben zojuist onze nummers aan elkaar gegeven zodat we kunnen bellen met elkaar als er iets is of gewoon simpelweg kunnen afspreken met elkaar. Aiden glimlacht terug, pakt mijn hand vast en drukt een snelle kus op mijn wang voordat hij weggaat.
Ik zou het liefste een gat in de lucht springen en beginnen dansen, maar dan trek ik weer ongewenste aandacht naar me toe en daar heb ik geen zin in. Op Aiden’s advies heb ik het haatberichtje verwijderd. Hij heeft me gezegd dat als ik de volgende keer een haatbericht binnenkrijg dat hij maatregelen gaat nemen.
En ik weet niet waarom, maar plotseling begin ik te giechelen. Hij is ook gewoon zo lief! Hij zorgt voor me en ik heb het gevoel dat ik hem alles kan vertellen. Toch heb ik hem nog altijd niet verteld over mijn moeder. Ik wilde ten eerste de sfeer niet verpesten en ten tweede wilde ik nog even wachten. Het gaat nu al zo snel en ik wil zien of het goed blijft gaan.
Ik hoor dat er een berichtje binnenkomt en ik bijt op mijn onderlip. Zou het weer een haatberichtje zijn? Ik draai mijn telefoon naar me toe en kijk op de display. Ik glimlach opgelucht als ik zie dat het Aiden is.

Laat je even iets weten als je veilig bent thuisgekomen? X Aiden

Ik voel een brede glimlach om mijn lippen komen en typ gauw terug dat ik dat zeker zal doen. Even twijfel ik, maar dan besluit ik ook om een x’je in mijn berichtje te zetten. Het is een aparte manier van communiceren voor me, maar zeker eentje waar ik aan zou kunnen wennen.
Het duurt niet lang voordat ik mijn huis bereik en nadat ik Aiden een bericht heb gestuurd met daarin dat ik thuis ben gekomen, open ik de deur en ga naar binnen. Ik merk meteen dat er iets mis is als ik zie dat er een stoel op de grond is gevallen.
Net als ik pap wil bellen om te vragen waar hij is, komt hij tevoorschijn uit de keuken en ik zucht opgelucht. Ik zou niet willen dat pap gaat rijden als hij overstuur is. Dadelijk veroorzaakt hij een ongeluk en dan hebben we dat gezeur er ook nog eens bij.
Ik loop langzaam naar hem toe terwijl ik mijn tas op de grond zet en mijn telefoon op tafel leg. Pap zegt niet meteen iets, maar loopt naar me toe en slaat zijn armen om me heen. Een beetje verbaasd zijnde doe ik hetzelfde bij hem en voel hem tegen me aan trillen.
Pap is altijd al iemand geweest die zijn emoties moeilijk weet te verbergen. Ook nu vindt hij het heel moeilijk om niet te laten merken hoe veel de situatie met mam met hem doet. Ik had alleen niet verwacht dat hij nu opeens in huilen uit zou barsten. Meestal doet hij dat enkel als er iets is gebeurd.
“Pap, wat is er?” vraag ik plotseling bang zijnde. “Er is toch niks met mam, hè?”
Ik duw me van hem af en kijk hem vragend aan, maar hij ontwijkt zijn blik. Ik voel tranen in mijn ogen branden en vrees meteen het ergste. Dan richt hij zijn blik plotseling op me en doet zijn best om te verbergen dat hij moest huilen. Misschien is het dan toch niet wat ik in eerste instantie dacht.
“Het gaat slechter met haar,” brengt hij uiteindelijk uit. “De dokters denken dat ze niet lang meer heeft. Minder lang dan ze eerst voorzien hadden, zelfs.”
En hoewel ik rekening gehouden had met het ergste en weet dat mam niet meer lang heeft te leven, krijg ook ik nu tranen in mijn ogen en doe mijn best om ze in te houden door hard op de binnenkanten van mijn wangen te bijten.
“Ik ga naar het ziekenhuis,” zeg ik op een resolute toon. “Ga je mee?”
Maar pap gooit zijn armen in de lucht en draait zich van me weg. Ik onderdruk een zucht. Pap is veel te emotioneel om nu naar mam te gaan en positief te zijn tegenover haar. En dat terwijl ze hem nu misschien juist het hardste nodig heeft.
“Ik kom later wel,” belooft hij me. “Ik wil niet dat je moeder me zo ziet.”
Ik zucht. Het heeft geen zin om hem proberen te overtuigen, want hij zag zich toch alleen maar slechter voelen. Hij heeft nu gewoon zijn moment nodig om te kalmeren en misschien moet ik hem dat maar geven. Misschien voelt hij zich straks wel beter.
“Oké, tot straks dan,” zeg ik zacht.
Mijn hart breekt als ik zie dat hij op de bank gaat liggen en een dekentje over zich heentrekt terwijl hij begint te snikken. Zo verslagen heb ik hem nog nooit gezien. Misschien moeten we toch maar hulp voor ons tweeën gaan zoeken zodat we dit tenminste op een goede manier kunnen verwerken.
“Pap,” begin ik voorzichtig. “Is het niet beter als we toch maar op gesprek gaan bij de psycholoog?”
Pap antwoordt niet en ik slik de brok in mijn keel zo goed mogelijk weg. Ik draai me om en gris mijn telefoon van de tafel. Ik loop naar mijn auto toe, tel eerst rustig tot tien en begin dan pas te rijden. Mijn vader en ik hebben er niks aan als ik overstuur deelneem aan het verkeer en misschien een ongeluk veroorzaak.
Het duurt naar mijn gevoel veel te lang voordat ik bij het ziekenhuis kan parkeren. Ik merk dat de bezoekuren over twee uur afgelopen zijn en haast me uit de auto. Ik wil nog zo veel tegen haar zeggen. Dadelijk overlijdt ze toch veel sneller dan verwacht en dan heb ik niks meer tegen haar kunnen zeggen.
En ik wil naar binnen gaan, maar knal plotseling tegen iemand aan. Ik verontschuldig me en wil verder rennen, maar dan zie ik pas dat het Evan is. Hij heeft een sigaret in zijn mond gestoken en kijkt me al even verbaasd zijnde aan.
Hij haalt de sigaret uit zijn mond en lijkt iets tegen me te willen zeggen, maar ik schud mijn hoofd, verontschuldig me nog een keer en glip dan snel langs hem. Ik wil niet dat hij een rotopmerking tegen me maakt. Ik wil niet dat hij weer gaat lachen met wat er vandaag gebeurd is, want dat kan ik nu echt even niet hebben.
En terwijl ik op de lift wacht die me naar de verdieping brengt waar mijn moeder ligt, vraag ik me af waarom hij hier is. Dan kan ik me weer vaag iets herinneren van zijn tante die pasgeleden een baby heeft gekregen. Als Evan iets meemaakt in zijn leven wordt dat natuurlijk direct onder alle leerlingen gedeeld. Hij is dan ook zo interessant.
Met een brok in de keel denk ik aan de baby van zijn tante. Het is haast ironisch te noemen dat een nieuw leven begint terwijl een ander binnenkort gaat eindigen. Alsof God het zo wil hebben. Ik schud mijn hoofd. Hier heb ik niks aan.
Ik stap uit de lift, ren naar de kamer toe waar mijn moeder ligt en kan er niks aan doen dat ik begin te huilen als ik haar zie liggen op haar ziekenhuisbed. Deze keer zegt mijn moeder niks over het feit dat ze het afschuwelijk vindt dat ik huil, maar steekt ze haar handen naar me uit en neemt me in een omhelzing terwijl ze sussend over mijn achterhoofd wrijft.
En voor de eerste keer sinds tijden merk ik dat ik niet de eerste ben die aan het huilen is.

Bedankt voor het volgen van mijn verhaal!!:)

Reacties (1)

  • Luckey

    Oh nee(huil)
    Vind het zo zielig voor hun
    Snel verder!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen