Foto bij STORGE – CHAPTER O1

“Rachel and Alice… They are inseperable.
Ah well… they used to be, anyway.”

ALICE.
The Safe was de lokale bar waar de meeste jongeren en jongvolwassenen heen gingen elke vrijdag, zaterdag – en voor diegenen die echt van feesten hielden, ook zondag – om een gezellige avond te hebben.
Ondanks dat je in het centrum van Sacramento genoeg uitgaansgelegenheden had, was het voor lokale bewoners vaak te duur en te veel moeite om daar naartoe te reizen. Jongeren haalden hun drank bij The Safe als er ook nog gezelligheid bij kwam kijken, in plaats van bij de supermarkt om zichzelf eerst bijna helemaal lam te drinken voor ze naar de clubs gingen.
Het was een vrij kleine bar. Het zat verstopt tussen een winkelpand die al jaren leeg stond en de snackbar op de hoek van het winkelcentrum. Wanneer je de deuren binnenging, moest je eerst met een trap naar beneden. Eenmaal beneden kon je je jas ophangen bij de kapstok en aan de bar plaatsnemen, een potje pool spelen op de versleten, oude pooltafel in de hoek of in een van de meerdere lounge stoelen gaan zitten. Met een beetje geluk kon je ook op de bank zitten, maar die werd vaker ingenomen door kleffe stelletjes dan een vriendengroep en als je als medewerker wist wat er allemaal met die bank was gebeurd, ging je er liever niet op zitten.
De bar zelf was gemaakt van één lang stuk drijfhout, gepolijst en geschuurd zodat het oppervlak glom, ondanks dat het al jaren in gebruik was. Er stonden een verzameling van barkrukken voor, al werden die vaak halverwege de nacht weggehaald om bij de pooltafel gezet te worden. Op de bar stonden om de twee meter een kaarsje, wat de schemerige, gezellige sfeer in de ruimte benadrukte.
Achter de bar waren verschillende opstellingen van drankflessen. De meest bekende dranken waren sowieso ingeslagen, maar zelfs als je een speciale wens had, kon het zijn dat er nog ergens een fles achterin een kastje lag.
Er was een tap met verschillende smaken bier – de favoriet zijnde Heineken, natuurlijk – en de bierglazen die werden geserveerd waren groot; men kreeg waar voor zijn geld.
Ergens aan de achterkant van het gebouw was een piepkleine keuken, waar een van de personeelsleden vaak gemakkelijke hapjes bereidden. Het was meestal junk-food – patat, borrelhapjes, snacks et cetera – maar als je vroeg kwam kon je af en toe ook een broodje krijgen.

Omdat het zo’n kleine bar was, was er maar weinig personeel nodig. Op rustige avonden was de eigenaar van de bar er zelf: een man van middelbare leeftijd met zout-en-peperhaar die men altijd grappend De Schenker noemde. Hij had een mocha-kleurige huid en grote, knokige handen zie verbazingwekkend zachtaardig konden zijn bij het poleren van de glazen.
De Schenker had altijd een lap over zijn schouder en een vlek op zijn sloof die eruitzag als een vetvlek. Zijn bierbuikje viel net over zijn riem, wat hem de indruk gaf van een teddybeer.
Vergis je niet, De Schenker mocht er dan vriendelijk uitzien – en voor het grootste deel van de tijd was hij dat ook – maar hij had een gemene rechterhoek. Wanneer het uit de hand liep, twijfelde hij niet om in te grijpen en de desbetreffende persoon – vaak personen – er hardhandig uit te gooien.
Op drukkere dagen, vaak vrijdag en zaterdag, werden er andere mensen ingeroosterd. Dit waren tevens de dagen waarin De Schenker zijn vrije dagen had, al piepte hij altijd wel even binnen om te kijken of alles goed ging.
Meer dan drie personen waren er niet nodig om de bar op een drukke dag te runnen. Er waren in het bedrijf dan ook maar drie andere personen aanwezig die er werkte, waaronder Amos, de zoon van de eigenaar. Net als zijn vader had hij grote, ruwe handen – waar hij verbazingwekkend zachtaardig mee kon zijn – en een gekleurde huid, zijne iets donkerder dan die van zijn vader. Het leek meer of toffee dan op mocha, waarschijnlijk omdat hij zijn tijd buiten spendeerde zoveel als dat kon en De Schenker graag van 'bank-hangen' een sport maakte. Zijn ravenzwarte haren waren kort en omhoog gekamd in een kuif; de zijkanten waren kortgeschoren. Hij had net genoeg baardgroei om op een aantrekkelijke manier stoppels te laten staan, al was het hier en daar nog pluizig.
Amos was negentien jaar en daarmee het jongste van de drie die bij The Safe werkten. De shiftleader was Celestia, al was die alleen shiftleader omdat ze een paar jaar op Amos had en hem daardoor in het gareel kon houden. Met haar strenge uiterlijk gaf ze direct al een vorm van autoriteit af en zelfs de jonge mannen die wekelijks in de bar kwamen durfde hun charmes niet los te laten op Celestia.
Amos was niet bang voor haar, maar hij keek wel uit. De enige die haar echt durfde tegen te spreken was Alice. En ondanks dat Celestia de shiftleader was, had Amos’ vader het meeste vertrouwen in Alice.

Het was een rustige vrijdag avond, al had ze dat wel verwacht. Het regende pijpenstelen buiten en ondanks dat ze in de kelder veilig en droog zaten, had Alice geweten dat het vanavond rustig zou worden. Het mooie was dat als het rustig was, je best zelf een drankje kon nemen. Amos hield ervan om misbruik van zijn vader’s gastvrijheid te nemen en vaak een hele fles zelf te claimen. Gelukkig stond Alice dan ook vaker achter de bar dan Amos – die vaak hier en daar drankjes bracht, de toiletten schoon maakte, of mensen onthaalde – en kon ze een beetje letten op de drank inname van de jongen die net een jonger broertje voor haar was.
Het was nu vier jaar geleden voor ze voor het eerst vrienden waren geworden. Al snel waren ze uitgegroeid tot boezemvrienden en hij had haar dan ook dit baantje bezorgd. Op het eerste gezicht had ze er tegenop gezien ten eerste aangezien ze Amos kende en wist dat werken met hem een drama zou gaan worden en ten tweede omdat werken in een bar niet bepaald goed stond op je CV. Als ze later onderzoeker wilde worden, had ze er niets aan dat ze wist hoe ze een Bloody Mary moest schenken en daar zou dan ook niemand onder de indruk van zijn.
Maar op dat moment had ze geld nodig gehad, aangezien ze haar vorige baantje als serveerster was gestopt, dus had ze het aangenomen. Het was een van de betere keuzes geweest uit haar leven omdat het werk zelf niet slecht was.

Tegen een uur of negen begonnen de eerste mensen te komen. Ze herkende de vriendengroep van zes jongens die elke vrijdag kwamen om pool te spelen. Vaak bleven ze de hele avond, tot een uur of één – of twee, als je pech had – en waren diegenen die ervoor zorgden dat Amos’ vader elke week een nieuwe fles tapbier moest bestellen.
Verder kwamen er duo’s en trio’s binnen, sommigen waarvan Alice ze herkende, anderen die compleet nieuw waren of haar simpelweg nog nooit waren opgevallen.
In feite was het een gewone werkdag. Amos dartelde door de zaak als een jong veulen en zij stond achter de bar, een doek over haar schouder, zoals ze dat van De Schenker had geleerd, en een schort rond haar middel geknoopt. Echte bedrijfskleding hadden ze niet, al hadden zij, Amos en Celestia onderling afgesproken dat het netjes was om iedereen een schoon, zwart shirt te laten dragen. Wit had mooier geweest maar minder praktisch; als je drankjes schonk in een bar ging er nogal eens wat om

The Safe was een gewilde bar en om de zoveel dagen kwam er wel iemand die ze kende. Een oud klasgenoot, iemand die bij haar in de wijk woonde. Iedereen in de buurt wist dat De Schenker het best schonk, iedereen wist dat het in The Safe altijd gezellig was. Diegenen die haar zich ook herinnerden groetten haar vriendelijk en ze groetten terug. Met de vaste klanten hield ze een kort praatje, meestal over koetjes en kalfjes. Normaliter schonk ze er echter nooit veel aandacht aan, tot Amos die avond op haar af stapte.
Leunend over de bar – waar Celestia hem altijd op aansprak als ze het zag, want ‘je bent geen klant hier, Amos!’ – bekeek hij haar grijnzend. Zijn lach had iets ondeugends in zich, alsof hij nog echt een kwajongen was. Dat was eigenlijk ook wel zo, bedacht ze zich.
“Hey, Ali,” zei hij, waarop Alice opkeek, die hem expres genegeerd had.
“Hmm?” antwoordde ze.
“Weet je wat ik zojuist hoorde?”
“Vertel,” mompelde ze ongeïnteresseerd, terwijl ze doorging met het poleren van een wijnglas. Amos negeerde de toon in haar stem.
“Rachel Lee is terug in Sacramento.”
Het glas glipte tussen haar vingers door en spatte uiteen op de grond. Stukjes glas vlogen de bar rond. Snel boog ze naar beneden en begon alles op te ruimen. Bijna paniekerig zocht ze naar een stoffer en blik, alles zo snel mogelijk opvegend.
Amos bekeek haar van over de bar. Hij had geen intentie om haar te helpen.
Toen al het glas was verdwenen in de prullenbak en de grond er weer enigszins respectabel eruitzag, keek ze terug op. Haar hart klopte panisch snel in haar keel.
“Dat is een glas minder om schoon te maken,” grinnikte Amos. “Maar Rachel is terug, hoorde je me?”
“Ja, ik hoorde je,” antwoordde ze scherp. “Van wie heb je dat gehoord?”
“Nou, ik ging net drankjes brengen bij die jongens bij de pooltafel en die hadden het erover. Als ik het goed hoorde, zeiden ze dat Ray terug was, omdat ze het hebben gehoord van David’s vriendin, die het had van David, die vandaag met haar op stap was,” legde hij enthousiast uit. “Leuk, hè? Je moet naar haar gaan om haar te ontmoeten!”
Alice keek weg en pakte een ander wijnglas. Ook deze begon ze met haar doek schoon te poetsen.
“Het boeit me niks. Ik heb geen intentie om haar weer te zien.”
“Waarom vroeg je net dan van wie ik dat had gehoord?”
“Dat was een automatisme,” beet Alice hem toe. “Je kent het verhaal, Amos.”
“Ja, maar daarom dacht ik juist dat je het misschien leuk zou vinden dat ze terug was. You know, relive the good old times. ”
Alice rolde met haar ogen en zetten het schone glas weg. Ze pakte er nog een. Poleren was een tijdrovend klusje dat al lang genoeg duurde zonder dat Amos haar ondervroeg.
“Niet echt. Toen we vroeger uit elkaar gingen, was dat permanent. Het feit dat ze terug is in Sacramento veranderd niks, punt uit.”
Amos klakte met zijn tong en boog terug van de bar. Hij trok een gezicht waaruit ze opmaakte dat hij niks geloofde van wat ze zei.
“Oké dan, als jij het zegt.”
Schouderophalend liet hij weg, terug de keuken in. Celestia had al een paar keer naar hem geroepen om een schaal borrelhapjes naar de klanten te brengen, maar hij had zijn gesprek met Alice interessanter gevonden dan zijn werk. Nu dat ze hem had afgekapt, kon hij net zo goed weer aan het werk gaan. Alice keek hem na terwijl hij de schaal naar de pooltafel bracht.

Alice zuchtte en zette het laatste glas weg. Ietwat verslagen keek ze naar de grond, waar ze nog kleine stukjes glas kon zien liggen. Dat ruimde ze later wel op.
Rachel terug in Sacramento? Was dat überhaupt echt waar?
Het voelde alsof ze in een bubbel had geleefd en die plotseling was gepopt. Met moeite kon ze zich instellen op het idee dat ze op een willekeurig moment zomaar tegen haar aan zou kunnen lopen in de supermarkt, of haar van ver weg zag skaten met David. Het was vreemd wetende dat ze zo dichtbij was.
Het was gemakkelijker geweest om haar bestaan te negeren toen ze nog in Korea was. Ze had kunnen doen alsof ze nooit bestond voor haar, omdat ze een halve wereld weg was en daarmee waren haar gevoelens een halve wereld weg.
Maar nu woonde ze drie blokken weg van haar huis… Een ontmoeting was daarmee bijna onvermijdelijk.
He print-apparaat liet een bon eruit rollen. Alice klemde haar kaken op elkaar en scheurde het stukje papier af. Tevergeefs probeerde ze zich te focussen op haar werk. De getapte bier had niet die perfecte schuimlaag zoals het altijd had.

Die avond haalde Cai haar op nadat ze klaar was. Omdat het zo rust was, hadden ze om middernacht al af kunnen sluiten – een bijzonderheid in een bar op vrijdagavond – en had hij nog tijd en zin gehad om haar op te komen halen.
Hij was een typische een jongen die er niet van hield om zich te binden aan maar één vrouw – een player, zouden sommige hem noemen. En dat was hij ook, er viel niet omheen te breien. Maar voor Alice had hij een bepaald zwak dat telkens weer naar voren kwam. Welke jongen, die claimde dat hij geen gevoelens had voor een meisje, zou haar dan afwijzen nadat ze hem vroeg om haar op te komen halen?
Met zijn knappe uiterlijk – scherpe kaaklijn, diepe ogen, volle lippen, perfect gespierde lichaam, zware stem – en de donkere schaduw die over hem heen viel waardoor hij een mysterieus tintje kreeg, kon hij elk meisje krijgen dat hij wilde. Toch bleef hij telkens terugkomen naar Alice. Ze was knap, dat hadden meerdere mensen gezegd, maar niet zo knap dat iemand zoals Cai telkens meer wilde. De enige logische conclusie kon je hieruit trekken dat er toch gevoelens meespeelden.
Menig man hadden Alice voor hem gewaarschuwd. Telkens had ze het weer weggewuifd. Alsof ze zelf niet wist dat Cai de verkeerde keuze was. Het was precies de reden waarom ze hem had uitgekozen. Gedeeltelijk omdat ze haar hele leven al safe had gespeeld, gedeeltelijk omdat ze wilde laten zien dat zij wel een man zoals Cai in bedwang kon houden.
Tot nu toe, had ze hem perfect om haar vinger gewikkeld. Dat hij dingen deed zoals haar ophalen van werk bewezen alleen maar dat hij zich toch tot haar aangetrokken voelde op een meer emotionele manier dan een lichamelijke manier.
Wat ze zelf voor hem voelde, daar was ze nog niet helemaal over uit. Het was een mysterie die zich liet ontrafelen door het tijd te geven. Misschien was ze nu niet helemaal verliefd, maar dat zou nog kunnen komen. Ze wilde het wel een kans geven, als Cai dat wilde. Maar ze drong niet aan, omdat ze het met dezelfde neutrale gevoelens zou kunnen afkappen als ze dat wilde.
Verder was ze ook geen kind meer. Cai was goed in bed, goed genoeg om hem te laten blijven in plaats van moeite te doen om iemand anders te vinden die haar kon behagen.
Ondanks dat hij onverschillig was, luisterde hij altijd naar haar als ze niemand had om mee te praten. Het betekende waarschijnlijk niets voor hem maar hij was toch een veilige uitlaatklep voor haar gevoelens.
Cai was iemand waarop ze kon bouwen, iemand die bij haar bleef, in tegenstelling tot Ray.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen