(kaida’s pov)
Toen ik verhuisde raakte ik al mijn vrienden kwijt.
Daardoor werd ik verplicht naar een andere school te gaan.
Een nieuwe school kan redelijk beangstigend zijn, als je niemand kent.
Misschien gaan ze mij wel pesten… Pesten omdat ik anders ben.
Gaan ze mij simpelweg haten? Misschien was dat allemaal wel het zelfde, ondanks dat zei mijn moeder dat alles wel goed zal komen.
Ik hoop maar dat alles goed komt.


Het was midden in de ochtend toen de wekker ging. Ik had geen moeite met de wekker en kleedde mij daarom aan, voor school.
Ik koos altijd maar gewoon de simpele kleding uit, ik had het er niet zo mee. Waarom deden sommige er zoveel moeite voor eigenlijk?
Ik wandelde naar beneden naar de aanrecht om wat voedsel klaar te maken, voor school en voor ontbijt.
“Mam? Waar is mijn tas?” Ze wees naar de trap, waarna ik mijn tas pakte van een kamertje, wat verborgen zat onder de trap. Of te wel een trappenkast.
Ik propte mijn tas vol met spullen wat ik nodig had, en sprak nog éénmaal tot mijn moeder.
“Ik ga naar school mam, tot later,” zei ik met een lach.
“Tot later lieverd.”
Ik liep de deur uit voor mijn fiets, waarbij ik mijn tas in de mand deed, de mand dat aan mijn stuur hing en ging toen fietsen.
De buurt waar ik woonde zag er erg mooi uit. Aan de ene kant lag er een bos. En aan de andere kant leek het erop alsof we in een villawijk woonde. De natuur zag er erg vrolijk uit, mede dankzij het mooie weer, mijn blik kon ik niet weerhouden van het bos, ik zal dat zeker eens gaan bezoeken.
Toen ik eenmaal vlakbij de school aankwam zag ik hoe mooi de school er eigenlijk uit zag. De school zelf liet mij denken aan een kasteel, er stonden zelfs een aantal oudere huizen wat het liet lijken alsof het uit een sprookjesboek was gescheurd.
Ik zette mijn fiets in een rek, en wandelde het gebouw binnen.
Eenmaal binnen stond er meteen een balie voor mijn neus, waar ik gelijk kon vragen waar mijn klas was.
“Hallo meneer, ik ben vandaag nieuw op school. Ik wil graag weten waar klas 2C is.” Ik keek de conciërge vriendelijk aan, ik was duidelijk niet verlegen. Anders was het wel anders afgelopen.
De man keek mij ook vriendelijk aan en sprak toen tegen mij.
“Ik zal even naar je nieuwe mentor bellen, ze zal zo wel iemand sturen. Ga daar maar zitten.” Hij wees naar een stoel.
Niet veel later kwam er een meisje op mij afgelopen.
“Ben jij het nieuwe meisje?” Ik knikte.
“Yep.”
“Oké, loop maar met mij mee dan.” Ik knikte en volgde haar naar de klas.
Het meisje deed de deur open en wandelde gelijk terug naar haar plek. Waarna de lerares in haar handen klapten.
“Jongens en meisjes, ga zitten. Ik wil jullie aan iemand voorstellen, ze is helemaal hierheen verhuist vanaf Australië, kom maar binnen.” Zoals ze vroeg, liep ik naar binnen, en vroeg ze of ik mij kon voorstellen.
“Ik ben Kaida Cross, ben 12 jaar en kom uit Australië. Waar ik heb gewoond heb ik Japans geleerd. Mijn hobby’s zijn: paardrijden en tekenen en mijn lievelingsdieren zijn vleermuizen, katten en paarden.” Ik dacht nog even na wat ik nog meer kon vertellen. “Mijn lievelingskleuren zijn zwart en paars, dat was het wel zo’n beetje.” Ik legde mijn vinger op mijn kin, deels omdat ik nog aan het denken was.
De lerares moest even lachen om mijn complete speech.
“Ga daar maar zitten Kaida.” Ze wees naar een plek achterin bij het raam, en zo vervolgde ik mijn dag op school.
Aan het einde van de schooldag ging ik mijn belofte maar eens waarmaken, het bos.

De route was niet zo moeilijk te vinden, het was voornamelijk rechtdoor rijden, met mijn fiets.
En eenmaal in het bos aangekomen was er zelfs een handig plekje waar ik mijn fiets kon neerzetten.
Dit bos had een heerlijke sfeer, wat mij direct veilig liet voelen.
Ik liep op een pad wat maar één kant op leek te gaan. Het leek alsof dit pad uitgegraven was, waardoor er grote wanden van steen omheen leek te zijn. Het pad leek ook smaller te worden, maar niet doodlopend.
Uiteindelijk liep het uit op een enorm meer. Het water leek turkoois van kleur te zijn, een kleur waardoor het licht leek te schijnen. Ik had over dit meer gehoord.
“Iedereen zegt dat dit meer magische krachten bevat. Hoe kan water magisch zijn?” zei ik zacht tegen mijzelf.
“Toch is het zo.” Ik keek geschrokken om, omdat ik antwoord kreeg die ik niet verwacht had. Ik zag daar een jongen staan, met donker haar, en licht rode ogen. Hij maakte een vragend geluidje waarbij hij zijn hoofd scheef begon te houden. Ik moest er deels om lachen, hij zag er schattig uit.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen