Foto bij Klootzak • Eerder

Rotjong had de zestien al een tijdje achter zich gelaten, maar de Oude Schuur niet zo. Hij kon de grote deur zien, waarbij hij zich moet bukken, en de dakgaten waardoor de rook nog niet zo lang geleden ontsnapt was. Het was koud geweest in de Oude Schuur, maar buiten was het nog erger. Dave wilde doorstappen, om het warm te krijgen, maar Rotjong was nog niet klaar. Hij was iets aan het zoeken, terwijl hij enkele verboden woorden in zichzelf mompelde. Dave zweeg samen met de kleine jongen.
      “Aha, hier ligt dat rotding,” zei Rotjong, op een toon die blij en nog iets anders klonk. Hij stak zijn armen in de sneeuw en haalde ze er weer uit, alleen hing er nu een fiets aan. Het duurde even voor Rotjong weer naast hen stond, maar uiteindelijk kreeg hij zichzelf en de fiets uit de sneeuw en op het pad, dat eigenlijk ook best vol sneeuw lag.
      “Even kijken,” zei hij weer. Dave keek en zag niets, maar Rotjong vond blijkbaar heel wat interessante plekjes op het gezicht van de kleine jongen. Hij had zijn kin in zijn handen en draaide het hoofd alle kanten op. “Links,” mompelde hij. En “Rechts.” En “Deze kant.”
      Toen liet hij los, duwde de fiets in diens handen en zei: “Erop.” Dave snapte het niet en de kleine jongen ook niet, totdat Rotjong zijn schouder vastgreep en de fiets en plots snapten ze allemaal wat erop betekende. De kleine jongen zette zijn ene voet op de ene pedaal, zijn andere voet op de andere pedaal en toen lag hij op zijn zij en piepte hij weer.
      “Prima,” glimlachte Rotjong, terwijl hij zowel de fiets als de jongen weer overeind trok. De adem uit zijn neus en mond vormde kleine wolkjes die niet zo stonken als de kleine wolkjes in de Oude Schuur. Rotjong lachte een grotere wolk en keek naar Dave.
      “Wij zijn Bondgenoten, toch Dave?” vroeg hij. Dave knikte, maar wilde als Bondgenoot nu toch echt verder stappen en warm krijgen. Rotjong leek het niet te deren.
      “Goed,” zei hij, en hij keek toe hoe de kleine jongen op zijn benen wankelde. Hij had het toch een beetje koud, want hij stak zijn ene hand in zijn zak. De andere lag op het stuur van de fiets, maar leek ook niet erg warm te zijn.
      “Wat deed hij zo net, Dave?” vroeg hij plots. Hij lachte niet meteen, maar uiteindelijk wel en Dave blies zonder dat hij dat wilde een grote wolk de lucht in.
      “Euhm. Hij … Jij …”
      Rotjong onderbrak hem door twee keer met zijn hoofd te schudden. “Nee, niet ik Dave. Hij. Met de fiets?”
      “Hij… viel?” Rotjong knikte en Dave blies nog een wolk de lucht in. Hij vond het altijd erg als hij weer eens iets niet wist en zelfs bij Rotjong was dat niet anders.
      “Met de fiets?” vroeg Rotjong nog eens en Dave was bang dat hij het toch fout had gehad, maar iets anders had hij niet gezien.
      “Ja,” antwoordde hij. Rotjong knikte en zijn lach werd nog wat breder.
      “Wat is er dus gebeurd?”
      “Hij viel. Met de fiets.” Dave snapte niet waarom Rotjong al die vragen stelde, maar als het hem blij maakte, dan wilde hij alle vragen in de wereld wel beantwoorden. Maar dat was niet nodig.
      “Goed, heel goed,” zei Rotjong en hij begon te stappen, met een fiets vol muziek naast hem. Krak, piep. Bonk. Krak, piep. Bonk. Het achterste wiel stond bijna net zo scheef als de neus van de kleine jongen. Rotjong zei niets meer en ging gewoon verder. Dave en de kleine jongen volgde, want veel anders konden ze niet doen.
      Na een tijdje stilte, met enkel de Krak, piep. Bonk, was de lucht donkerder geworden en de sneeuw lichter. Ze waren niet langer alleen, maar gingen zo wel verder. Tot iemand met een dikke bontjas en roomkleurig haar onder de capuchon op hen afliep.
      “Jasper?” vroeg ze en Dave had bijna gezegd: “Nee, Dave,” als hij dat had gedurfd. In plaats daarvan zwaaide hij, maar Laurianne zwaaide niet terug. Ze liep meteen naar de kleine jongen.
      “Wat is er gebeurd?” vroeg ze. Ze leek bang en misschien zelfs boos, waardoor Dave ook bang leek. Rotjong glimlachte alleen maar.
      “Hij…” zei hij, maar Laurianne keek hem aan op een manier die helemaal niet meer bang leek.
      “Nee, jij niet. Dave,” zei ze. Rotjong haalde zijn hand uit zijn zak en stak hem op, alsof Lauriannes woorden een pistool waren. Maar hij lachte wel en knikte en was het er dus mee eens.
      “Wat is er gebeurd?” vroeg ze nog eens, maar deze keer keek ze enkel naar Dave. Ook Rotjong keek alleen naar hem. De kleine jongen deed dat niet, want hij had zijn gezicht in de warme jas van Laurianne gedrukt. Dave twijfelde en treuzelde, want er was heel vele gebeurd en hij wist niet wat hij moest vertellen. En hoe hij het moest vertellen, want er was meer gebeurd dan de woorden die hij kende. Hij keek naar Laurianne, naar de kleine jongen, naar de fiets in Rotjongs hand en ook naar Rotjong zelf. Die glimlachte.
      “Hij viel. Met de fiets,” zei hij dan. Rotjong glimlachte nog iets meer, maar de kleine jongen en Laurianne bewogen niet. Voor even.
      “Hij is gevallen met de fiets?” Dave knikte, want wat hij zei was waar, want Rotjong had goed, zelfs heel goed gezegd. Hij wees naar de fiets. “Kijk. Stuk.” Laurianne keek en Dave blies weer een grote wolk de lucht in. Het was een dag met veel wolken. Laurianne keek nog steeds naar de fiets en dan naar de hand van Rotjong en Rotjong zelf. Ze keek naar hem, maar niet met die ene blik. Die blik die zei dat je haar moest kussen, maar nooit lang genoeg bleef om dat ook te doen. Dat vond Dave treurig, want hij dacht wel dat elke jongen die blik wilde krijgen en hij was tenslotte een Vriend van Rotjong. Een Maat. Een Bondgenoot. Deze blik bleef wel hangen, ook toen Rotjong zijn mond open deed en iets zei.
      “We vonden hem op de Lange Weg. Waarschijnlijk is hij uitgegleden op een stuk ijs en even blijven liggen. Ik.. Wij wilden hem net naar huis brengen, maar hij zal wel veilig genoeg zijn met jou. Tenzij je wil dat ik…” Dave wist niet wat Laurianne zou willen en wat Rotjong zou doen, want Laurianne luisterde niet meer.
      “Nee, het is goed. Ik… God, dat was een klap.” De kleine jongen had zich losgemaakt van haar en zelfs in het donker kon je zien dat de jas eerst niet rood was en nu wel. “Ik… Ja, goed.” Dave fronste en snapte niet wat er goed was, maar Rotjong leek er blij mee.
      “Goed,” zei hij en net als daarvoor begon hij te stappen, maar dit keer zonder de kapotte fiets. Die gaf hij aan Laurianne, samen met een knipoog. Dave wist niets anders te doen dan te volgen, maar toen hij voorbij Laurianne wilde stappen, glimlachte ze even. Heel even. Kort en niet lang, maar genoeg voor Dave om al de uitgeademde wolkjes te verzamelen en samen met Rotjong naar huis te zweven.


♣      ♣      ♣


Reacties (1)

  • Qinghe

    Oeh insights op Rotjongs personality :3

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen