Foto bij STORGE – CHAPTER O1

“Rachel and Alice… They are inseperable.
Ah well… they used to be, anyway.”

ALICE.
Alice was op haar hoede de eerstvolgende dagen. In haar achterhoofd bleef zich herhalen dat ze elk moment tegen Ray op zou kunnen lopen. Onbewust had ze zich beter aangekleed telkens als ze de deur uit ging, wat ze pas aan zichzelf opmerkte na een paar dagen.
Als ze op zaterdag ochtend boodschappen had moeten doen voor haar moeder, had ze zich meestal gekleed in een hoodie, de kap over haar hoofd getrokken, met haar skinny jeans en sneakers. Maar vanaf het moment dat Amos had verteld dat haar oude hartsvriendin terug was in Sacremento, had ze haar best gedaan om er goed uit te zien – waarna ze boos op zichzelf was geworden omdat ze het überhaupt deed.
Ze rechtvaardigde het door tegen zichzelf te zeggen dat ze wilde laten zien dat ze haar leven perfect op een rijtje had; dat ze wilde showen hoe goed ze er wel niet voor stond, zonder haar. En misschien was dat ook wel zo, maar dat verklaarde de opkomende nervositeit niet die zich in haar onderbuik verspreidde telkens als ze de deur uit ging.

Een week ging voorbij en nog had ze niks gezien. Haar eigen leven ging gewoon door en behalve die ene avond op het werk, had ze niks meer gehoord van Ray. Het leek alsof ze een mythe was geworden, alweer.
Na haar vertrek had de hele buurt er zeker twee weken over gepraat, gefluisterd en geroddeld. De moeders leken allerlei smoesjes te verzinnen om het gedrag van de Lee’s te verklaren, die zo plotseling weg waren gegaan. Niemand wist wat de echte reden was, aangezien ze Hester Lee altijd gemeden hadden alsof ze de pest had. En omdat Ray verder niet geliefd was bij bewoners in de buurt behalve bij haar ouders en die van David, had ze het blijkbaar ook aan niemand anders verteld als aan haar.
Elke keer als ze haar naam had horen vallen, had haar maag zich omgedraaid. Een misselijkmakend gevoel was het, dat zowel zorgden dat er tranen opwelden in haar ogen als haar boos maakten tot een punt waarop ze Ray in haar gezicht had kunnen slaan.
Uiteindelijk hadden de verhalen afgenomen en was het alsof de Lee’s nooit bestaan hadden, behalve dan dat hun huis leeg stond en maar niet werd verkocht. Alice was een jaar jonger dan Ray en moest nog een heel jaar elke dag langs haar huis om naar school te komen. Maar vanaf het moment dat ze was afgestudeerd, kon ze haar voorgoed uit haar geheugen bannen, omdat er simpelweg niets meer was dat haar aan haar voormalige vriendin kon herinneren. Het had een zalige afsluiting geweest.

Maar nu waren de roddels weer begonnen, leek het. Al hoorde ze niks meer, het was alsof iedereen wist dat Ray terug was. Soms hoorde ze de jongens in het café erover praten, dat hun vriend helemaal niet meer met hun wilde hangen omdat zijn vroegere vriendin teruggekomen was uit Korea. Dat kon niemand dan Ray zijn, wist ze.
Ondanks vier jaar weg geweest te zijn, leek iedereen haar te herinneren alsof het gisteren was. En iedereen accepteerde het ook gewoon dat ze terug was – vonden het leuk, zelfs! – maar Alice kon het niet verkroppen.
En toch was er niks dat ze kon doen en dat maakte haar misschien nog wel bozer. Het voelde alsof alles waar ze vier jaar hard voor had geschreden nu een grote grap was. De tijd die het had gekost om over alles heen te komen was meer dan drie jaar geweest en nu opeens, net nu het goed met haar ging en ze haar leven op de rails had, was Ray terug om weer roet in het eten te schoppen.
Misschien was het ook wel beter als ze haar een keer zag. Dan wist ze wat ze kon verwachten en dan kon ze stoppen met nerveus zijn. Soms betrapte ze zich er zelfs op dat als het rustig was op het werk, dat haar gedachtes automatisch fantasieën gingen vormen over hoe het zou zijn als ze elkaar weer tegenkwamen.
Ze haatte elke seconde.

En toch was er niks dat ze kon doen dan wachten. Haar gewone leven ging door: ze moest zich focussen op haar studie, op haar werk.
Het was een vrij drukke zaterdag avond die dag. Nu dat de zomer was aangebroken en het warmer werd zowel overdag als 's avonds, trokken jong volwassenen er vaker en langer op uit. Zoals gewoonlijk, stond de groep uit de kluit geschoten tieners in het hoekje, bij de pooltafel. Ze waren met z'n vieren, deze keer, in plaats van de gebruikelijke groep van zeven. Toen Amos hun bestellingen kwam opnemen, hadden ze hem vriendelijk afgewezen met de reden dat er nog meer mensen zouden komen en ze liever wachtten. Alice – die haar plek achter de bar had geclaimd – had er geen waarde aan gehecht. Het waren immers gewoon klanten en zelfs als die elke week kwamen en je ze praktisch bij hun naam kon noemen, waren ze niet interessant genoeg om haar belangstelling op te wekken.
De rest van de klanten waren verspreidt door het café heen. Er waren er zelfs zoveel dat Amos' het lachen was vergaan en hij extra stoelen bij had moeten pakken – gammele dingen die ze ergens in het opberghok hadden gevonden – om iedereen een zitplek te kunnen geven. Celestia had de keuken gesloten omdat het te druk werd en stond hem bij in de bediening.
Er was constant verkeer op de trap naar boven en naar beneden. Net toen het leek rustiger te worden, kwam er weer een heel vriendengroep die de beschikbare ruimte weer innam. Alice was constant bezig met dienbladen te maken en draaide als een wervelwind door de bar heen. Een glas hier, een fles alcohol daar.
Ze merkte er niets van toen er opeens luid gejoel opklonk vanuit de hoek met de pooltafel. Pas toen Amos aan kwam gerend, zijn ogen groot van shock, keek ze geïrriteerd op.
“Wat is er?” beet ze hem toe, terwijl ze zich al weer omdraaide om de Jack Daniel’s te pakken. Ze had geen tijd voor zijn spelletjes en hij moest zich aan zijn werk houden. Met een soepele beweging, goot ze een deel in een glas met cola.
“Ray- ze is hier!”
Nog net kon ze ervoor zorgen dat ze niet de halve fles in het glas goot. Met moeite herpakte ze haar controle over de fles en zette die weg.
“Dat lieg je.”
“Nee, ik zweer het. Ik weet dat ik je veel plaag maar hier zou ik niet over liegen, eerlijk waar!” riep Amos gelijk. Hij wees naar de pooltafel. “Kijk maar!”
En ondanks dat ze zich voor had genomen om absoluut geen interesse te tonen in Rachel Lee, draaide ze zich automatisch om.
Alle kleur trok weg uit haar gezicht.

Het voelde alsof ze verzeild was geraakt in een slechte soap. Het moment waarop de jongen voor het eerst zijn soulmate zag: alsof al het licht in de kamer vervaagde tot een donkere, vervaagde massa, behalve de specifieke plek waar zij stond. Daar leek opeens het licht van de Hemel op te schijnen. Haar binnenste leek zich binnenste buiten te keren, hunkerend om naar haar voormalige vriendin toe te lopen, haar in de ogen aan te kijken, haar aan te raken, haar naar haar toe te trekken. Het was alsof haar sluimerende ziel opeens wakker werd. Als een hond die opeens een andere hond ziet aan de riem trekt van zijn eigenaar, zo trok haar hart aan zijn riem die werd vastgehouden door haar hoofd. Aantrekkingskracht was niets vergeleken hiermee.
Zo voelde ze zich nu, hoe erg ze het ook haatte. Maar zelfs als God zijn licht op Rachel Lee had laten schijnen, dan had Alice het herkend als het licht van de duivel die haar beter deed oplichten dan ze eigenlijk verdiende. Als God en de duivel niet zouden bestaan, dan was Ray alsnog in een aura van licht gehuld die elk paar ogen in de ruimte naar haar om lieten kijken, ook die van Alice.
Haar stem stokte in haar keel.

Ze was veranderd, maar op een manier die helemaal niet verbazend was voor Alice. Andere mensen zouden er misschien moeite mee hebben, of zouden haar zelfs helemaal niet meer herkennen. Toegegeven, ze was zoveel veranderd dat ze bijna een andere persoon leek, maar zelfs vanaf een afstand kon ze zien hoe Ray in haar doen en laten geen spat was veranderd. Het was alsof ze van binnen altijd al de persoon was geweest die ze nu aan de buitenkant ook kon zien: alles paste perfect in het plaatje.
De manier van lopen was precies hetzelfde zoals ze zich kon herinneren. Hoe ze tegen de muur leunde toen ze het glas uit een van haar vrienden hun handen griste en er een flinke teug uit nam. Haar gezicht trok samen toen ze merkte dat het niet alleen cola was, maar dat er een flinke scheut wodka in zat. Met haar hand ging ze door haar korte, ravenzwarte haar, dat precies op dezelfde manier terugveerde en voor haar gezicht hing. Het was korter dan ze zich herinnerde. De zijkanten waren opgeschoren, zodat de langere bovenkant zorgde voor een licht kleurverschil. Het was niet veel, maar genoeg om op te merken.
Maar het was vooral haar grijns die haar hart liet verschrompelen tot de grootte van een rozijn. Het was bijna alsof ze het kleine meisje weer voor zich zag, dat alleen in de pauzes zat, haar kleren te groot of juist net te klein, haar haren in een klein staartje achterop gebonden. Toen Alice haar die dag had uitgenodigd om bij hun te komen zitten, had ze precies zo gegrijnsd. Ze kende die lach zo goed; ze had zo vaak naar haar gelachen toen ze jonger waren. De manier waarop ze altijd haar linker mondhoek iets verder omhoogtrok, waardoor ze er altijd zelfvoldaan en zelfverzekerd uit zag, met een vleugje van scepticisme. Het was zelfs aantrekkelijk. Een rij witte tanden lachte ze bloot.
Terwijl ze lachte, spanden haar kaakspieren zich aan. Haar kaaklijn leek zo scherp dat het wel door boter heen kon snijden. De bolle wangen die ze zich herinnerden waren verdwenen en hadden plaatsgemaakt voor hooggeplaatste jukbeenderen. Behalve dat leek het alsof ze sowieso was afgevallen... of hadden die paar extra kilos zich gewoon omgezet in spiermassa? Ze leek atletischer...
Dezelfde twinkeling verscheen er in haar ogen, die ze zo vaak had gezien toen ze samen waren, toen ze over de pooltafel heen boog met de poolstok in haar handen. Het was een blik van pure plezier. Met een behendigheid waarvan het haar verbaasde dat ze die had – Ray had altijd onhandig geweest – ketste ze meet de witte bal de gestreepte rode erin. Toen ze schoot, had ze haar biceps kunnen zien aanspannen onder haar huid, zelfs vanaf hier. Haar mond werd droog.
Gelach en gejuich ontstond uit de groep jongens, die haar om de beurt op de schouder sloegen. Haar grijns werd breder – bijna te groot voor haar gezicht – terwijl ze de huldiging in ontvangst nam.
Toen ze haar leren jasje uittrok en die over de stoel gooide, schoten Alice’ ogen direct naar haar sleeve van tattoos die zichtbaar werden nu ze alleen een baggy tank top droeg. Hij liep van haar pols helemaal tot aan haar schouder en waarschijnlijk ook langs haar schouderbladen.

Voor een moment, voelde het alsof de hele wereld stil stond. De geluiden stierven weg, er was niets anders in de wereld dan zichzelf en haar panisch kloppende hart en de persoon wie dit had veroorzaakt.
Maar toen leek het te versnellen. Geluiden kwamen terug harder dan ooit en plotseling leek het geroezemoes van de mensen in het café alsof er een bom was ontploft. Het deed pijn aan haar oren. Het licht werd te fel en ze moest haar ogen dicht doen en zich afwenden van de pooltafel. Vaag was ze ervan bewust dat Amos haar naam zei, vragend of het wel goed met haar ging. In een vlaag van duizeligheid wist ze zichzelf uit de bar te slepen, naar de toiletten.
Ze kon zichzelf nog net opvangen voor haar knikkende knieën doorzakten onder haar gewicht. Met trillende armen hield ze zichzelf overeind aan de wasbakken. Haar maag draaide zich om en met moeite kon ze haar kokhalsreflex onderdrukken. Toen ze haar ogen oprichtte, leek het alsof er een geest naar haar terug staarde vanuit de spiegel. Alle kleur was uit haar gezicht getrokken. Haar wangen leken ziekelijk ingevallen en haar donkere ogen en bruine haar staken fel af tegen haar bleke huid.
Een rilling trok door haar lichaam, ondanks dat ze het de hele avond warm had gehad. Een traan sijpelde uit haar ooghoek en liet een natte streep achter toen het naar beneden gleed. Al snel volgden er meer. Het wit van haar ogen kleurde rood en met moeite kon ze haar snikken bedwingen. Het leek haar lichaam uit elkaar te scheuren en daarmee kwam een helse pijn, geconcentreerd in haar hart.
Snel rende ze een hokje in, voordat er iemand uit de andere hokjes kwam, en deed die op slot.

Amos was uiteindelijk diegene die haar ging zoeken. Hij was over zijn angst voor de vrouwen toiletten heen gekomen en had zelfs het hokje opengepeuterd met een mes. Hij vond zijn vriendin op de vloer, haar rug tegen de muur. Het snikken was gestopt maar er vielen nog steeds geluidloze tranen op de vloer. Bijna als een zombie staarde ze zich voor zich uit.
Amos ging naast haar zitten en sloot het hokje weer. Hij trok haar tegen zich aan en veegde haar tranen weg met de rug van zijn hand. Er vielen gewoon weer nieuwe.
“Meisje toch…” mompelde hij zachtjes. Alice reageerde amper. Ze had niet eens de kracht meer om haar gezicht in zijn hals te drukken.
Ze zaten zo voor een tijdje, al kon het niet lang zijn, tot Celestia uiteindelijk binnenkwam.
“Jongens, alsjeblieft, het is een gekkenhuis,” smeekte ze van buiten het hokje, “Ik kan dit niet alleen.”
Amos schraapte zijn keel om haar te vertellen dat Alice zo niet langer door kon, maar tot zijn verbazing stond de brunette op en opende het hokje. Celestia keek haar geschrokken aan toen ze haar gezicht zag maar Alice schonk er geen aandacht aan. Als een schim liep ze langs haar heen, ondertussen haar schort goed trekkend, terug het café in.
Toen Amos en Celestia haar achterna kwamen – elkaar een verontrustende blik toewerpend – zagen ze haar gewoon weer achter de bar staan. Ze was bezig met de slinger aan bonnen los te trekken en die te verdelen over verschillende dienbladen. Binnen een minuut was er al een dienblad klaar.
“Amos,” riep ze, al was haar stem schor en raspend, “-deze moet naar tafel 13.”
Amos haalde zijn schouders op naar Celestia, alsof hij wilde zeggen dat ze er op dit moment toch niks aan konden doen, liep terug naar de bar en nam het dienblad op zijn rechterhand.

Aliceice zei de rest van die avond niets meer. Op een versneld tempo werkte ze de bonnen een voor een af. Amos en Celestia hoefden niet eens te wachten op een dienblad; ze had alles al klaar.
Vanuit haar ooghoeken hield ze de pooltafel streng in de gaten. Het was half twaalf toen er een groepje meisjes – schamper gekleed in uitgaanskleding, al kon je zeggen dat ze meer naakt rondliepen dan dat ze gekleed waren – vanaf de trap naar beneden kwamen. Onder luid gejoel van de groep jongens en Ray, kwamen ze richting de pooltafel. Er liep een donker-getint meisje voorop, met een bos springende krullen en een brede grijns, die direct naar David toe liep en hem om de hals vloog. Het was duidelijk dat de groep al flink voorgedronken had. En na een hele avond drinken in de kroeg, waren de jongens ook al vrij tipsy. De rest koos een willekeurige jongen uit en begon een gesprek met hen, in hoeverre dat een gesprek kon zijn als je half dronken was.
Alice klemde haar kaken op elkaar toen er een prachtig meisje met lange, golvende, rode lokken zich naar Ray toe begaf. Met de witte, porseleinen huid – die Alice iets spookachtigs zou hebben gegeven, maar haar perfect stond – en vuurrode lippen leek ze de Duivel in menselijke gedaante. Ze krulde direct haar arm rondom Ray's middel en bracht haar mond naar haar oor. Toen ze terug boog, lachten ze allebei. Het was een afgrijselijk gezicht.
Alice probeerde sneller te werken, maar telkens weer werden haar ogen teruggetrokken naar het meisje dat zich flirterig tegen Ray had aangedrukt. Op een bepaald moment, stond Ray met haar getatoeëerde arm tegen de muur geleund, haar andere arm in haar zak. Er was constant een brede, charmante grijns op haar lippen te vinden.
Sparkelden haar ogen net zoals ze ooit naar haar had gekeken? Alice kon het niet zien en eerlijk gezegd, wilde ze het niet weten.

Amos en Celestia moesten bijbenen om haar tempo bij te houden. Hoe dichter het roodharige meisje bij Ray kwam te staan, hoe sneller ze werkte. Ze wist heel goed dat ze dat deed om zichzelf ervan te weerhouden om naar hen toe te lopen en het meisje aan haar kraag weg te trekken. En waarom ze zich zo voelde was een raadsel.
Wilde ze juist niet laten zien dat het goed met haar ging? Dat ze kon functioneren zonder dat Ray haar bijstond? Wilde ze juist niet heup wiegend langslopen om haar jaloers te maken dat ze haar ooit heeft laten gaan?
Alice wist ook wel dat het niet goed was dat ze zich zo voelde, als ex-beste vriendin. Zelfs nu, nadat hun wegen waren gescheiden, moest ze haar niet het beste wensen? En als dat eens vieze hook-up was met een of andere troela, waarom zou ze dat dan niet mogen? Waarom voelde ze zich dan nog zo beschermend? Waarom borrelde er jaloezie op vanuit het diepsten van haar ziel en vergiftigde haar beetje bij beetje?

Het was twee uur 's nachts toen ze knapte.
De pooltafel had voor de zoveelste keer drankjes besteld. Ze waren de laatsten in de bar; de rest van de klanten waren nu vertrokken naar verschillende clubs. Alice had een kleine hoop gehad dat Ray ook gewoon op zou rotten, het had de hele avond een stuk makkelijker gemaakt als ze om twaalf uur gewoon weg was gegaan naar een of andere club en daar met haar roodharige versierster had geflirt. Maar nee, het lot moest haar tegenzitten: Rachel en haar groep vrienden bleven in The Safe, bij de pooltafel, en hadden nog geen intentie om weg te gaan. En in de tussentijd, bleef ze maar drankjes voor hen schenken.
Omdat de rest van de klanten allemaal al weg waren, waren Amos en Celestia bezig met het schoonmaken van de bar. Als de pooltafel-club dan vervolgens zou vertrekken, zou het niet langer dan een half uur duren voor ze af konden sluiten. Wanneer er geen bonnen waren, ruimde Alice ondertussen de bar op.
Desondanks dat ze alle drie al bezig waren met schoonmaken, leek de groep jongeren niet te merken hoe laat het was. Op de een of andere manier hadden ze nog steeds genoeg uithoudingsvermogen om het volume van een kudde olifanten te produceren.De hint kwam op de een of andere manier niet aan dat ze graag af wilden sluiten en geen van hen had de energie noch de zin om naar ze toe te gaan en ze eruit te zetten.
Daarbovenop wist ze dat ze eigenlijk niet naar de groep toe mocht. De manier waarop Amos haar waarschuwende blikken wierp wanneer ze vanuit de bar weg liep – meestal om iets te pakken uit het schoonmaak hok – vertelde haar genoeg. Beiden waren ze het fiasco in de toiletten aan het begin van de avond niet vergeten en Alice moest toegeven dat als Amos zo had gereageerd, dat ze ook niet had gewild dat hij naar ze toe ging.
Maar ze zou zichzelf niet zijn als ze zich niet de hele avond boos maakte over hoe brutaal de kudde jongeren wel niet was, zowel in hun gedrag tegenover Amos en Celestia als tegenover de andere klanten. Ze hield zichzelf voor dat dat de enige twee redenen waren waarom ze het vooral vanavond vreselijk irritant was dat ze hier bleven.

Toen ze voor de zoveelste keer bestelden, greep ze haar kans in een vlaag van rebellie en koppigheid. Ze maakte de bon klaar en pakte het dienblad zelf op, voordat Amos kon komen. Met lange strijken liep ze naar het gezelschap toe.
“Eén Heineken?” vroeg ze, waarop een van de jongens zijn hand omhoog stak en naar haar reikte om het glas aan te pakken. Zo ging ze het hele rijtje af – een nauwlettend oog op Ray houdende, die nog onbewust was van haar aanwezigheid – totdat ze bij het laatste drankje kwam.
“Nog een witte wijn?”
“Ja, hier!”
Ray stak haar hand omhoog en ze draaide zich weg met een grijns, voor de eerste keer die avond, van het roodharige meisje. Er waren blosjes op haar bleke wangen verschenen die matchten bij haar rode haar en lippen en Ray zag eruit alsof ze de wereld met twee handen op haar rug aankon. Een vlaag van jaloezie ontpopte zich in haar buik: rode wangen lieten haar eruit zien als een opgeblazen tomaat.
Alice pakte het glas van het dienblad en reek het uit naar haar. Hun blikken kruisten zich en haar lach verdween als sneeuw voor de zon. Alice keek haar strak aan en trok haar hand vlug terug zodra Ray het glas van haar had overgepakt. Hun vingers hadden elkaar voor een milliseconde aangeraakt. Er schoot een elektrische puls door haar hand heen, door haar arm en naar haar hart.
Voordat ze in een hoek gedrukt kon worden door de persoon die ze ooit zo goed kende, draaide ze zich om en liep vlug terug naar de bar. Haar tanden boorden in haar lip. Ray’s geshockeerde blik prikte in haar rug. Een gevoel van verlorenheid en spijt overvloeide haar terwijl ze direct door een deur naar achteren liep. Ze kwam uit in de kleine personeelskamer en daar liet ze zich zakken op een stoel.
Met een trillende hand ging ze door haar haren en onderdrukte ze opwellende tranen. Na een paar seconden haar lichaam aan te spannen, kon ze ze uiteindelijk weg vegen.

Alice had besloten het personeelshok op te ruimen. Het was letterlijk op z’n zachts uitgedrukt een bende en ondanks dat het tegen half drie ’s nachts aanliep, had ze een grote behoefte om alles te orderenen.
Tegen de tijd dat ze alles had gedaan was het drie uur en had Celestia de groep bij de pooltafel de bar uit gewerkt. Of ze vrijwillig waren gegaan wist ze niet; nadat ze haar gezicht expres had laten zien had ze niet meer de deur door durven te gaan.
Het was een fout geweest om dat te doen, dat wist ze zelf ook wel. Ze had niet voor niets jaren gespendeerd om over haar vertrek heen te komen. Tijden lang had ze zichzelf gestraft als ze zichzelf verdrietig voelde worden omdat Ray haar verlaten had. Vier jaar lang was het een emotionele achtbaan geweest waarin ze zich soms zo verdrietig en alleen voelde zonder haar beste vriendin en op andere tijden zo boos dat ze zeker wist dat als Ray op dat moment bij haar was geweest, ze haar hard had geslagen. Vanaf het moment dat ze had geweten dat Ray terug was in Sacramento had alles weer begonnen waar ze zo hard voor had gestreden. De mentale rust die ze na hard werken had verkregen waren in één klap tenietgedaan en ze haatte haarzelf dat Ray’s aanwezigheid haar nog steeds van het padje af kon brengen.

Samen maakten ze de laatste dingen schoon en sloten uiteindelijk af om kwart over drie. Celestia had gelijk haar auto gepakt en weg naar huis gereden en Alice had dat ook willen doen, had Amos haar niet bij haar arm gepakt.
“Weet je, ik denk dat je iets aan deze situatie moet doen,” zei hij tegen haar, met ernst in zijn stem. Alice wist gelijk waar hij het over had.
“Ik denk dat ik er gewoon mee moet leren leven, zoals ik het daarvoor ook moest. Ik dacht dat ik overal vanaf was maar dat blijkt niet zo te zijn,” antwoordde ze neutraal. “Het enige wat ik nu nog moet doen is ervoor zorgen dat Ray me werkelijk niets meer doet en dan ben ik eindelijk genezen.”
Ze draaide zich om, trok haar arm terug en pakte haar eigen autosleutels uit haar tas. Zonder gedag te zeggen liep ze weg naar haar auto. Amos schudde wanhopig zijn hoofd.
“Je zal nooit over haar heenkomen, Alice,” riep hij haar na.
Ze draaide zich om net voordat ze de auto instapte.
“Let maar eens op. Binnen een paar weken is Rachel Lee niks meer voor mij,” zei ze koud. Er trok een koude rilling over Amos’ rug terwijl hij zijn vriendin in zag stappen en de auto weg zag rijden. Alice beet zachtjes op haar lip op de weg terug naar huis, het mistroostige gevoel in haar onderbuik onderdrukkende.
Fake it 'till you make it, right?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen