Een opdracht van het vak geschiedenis vanuit de opleiding

Erik stond tevreden en glimlachend voor zich uit te turen. ‘Mijnheer, vanwaar die grijns we zijn een hoop man kwijt geraakt en…” en voor dat Gunnar zijn zin af kon maken bulderde Erik al over hem heen ‘We mogen deze slag dan veel mannen verloren hebben, maar het grotere doel hebben we bereikt, we hebben de oorlog gewonnen. “
Het was een zonnige en rustige dag op zee. Af en toe hoorde je de golven tegen de boot slaan. Ondanks de vele verloren schildknapen was het toch nog druk op het schip. De zeilen werden gehesen en de stuurman ging te keer tegen zijn personeel. “ Ik zei bakboord, niet stuurboord, stelletje idioten!” Hoofdschuddend keek de stuurman neer op zijn bemanningslieden.
Er werd door enkele bemanningslieden schoongemaakt en menig kregen de commando’s die ze uit moesten voeren.
De gewonden van de veldslagen lagen uit te rusten en te wachten op de geneesheer die aan het vaste land zou klaar staan om hen te verzorgen.
Het was een oorlogstocht geweest waarin beide partijen veel verloren hebben. Mannen werden afgeslacht en vrouwen werden verkracht en vermoord. Om vele van deze brute daden stond Erik wel bekend, hij was niet voor niks gevreesd bij menig mens. Het doel van deze toch was om meer land te veroveren en ons geloof te verspreiden, wat wel gelukt is. Zo’n veldslag is iets wat nooit meer van je netvlies afgaat, het geschreeuw, mannen die kermen van de pijn en smeken om genade of de dood. De vele opengereten wonden, en niet te vergeten de geur.. de geur van lijken. Misselijkmakend.
Onaangekondigd maakte het schip een wankeling en Gunnar werd abrupt uit mijn gedachte gehaald.
“Hoelang denkt u nog voordat we in de haven aankomen, mijnheer?” Vroeg Gunnar aan Erik die nog steeds zich de koning te rijk voelde en trots als een pauw vooruit stond te kijken. “ Hoe moet ik dat weten, vraag dat maar aan de stuurman.” Zei Erik geïrriteerd.
Gunnar was te lui om het aan de stuurman te vragen en hij zou het vanzelf wel zien.

Aan het eind van de middag trok het wolkendek zich dicht en je voelde hoe de temperatuur steeds lager werd. Gunnar voelde hoe kippenvel over zijn lichaam verspreidde en trok de door huiden gemaakte warme jas dichter tot zich toe. Veel van de bemanningsleden waren naar binnen gegaan, maar Erik niet. Erik was hét voorbeeld van de perfecte man; gespierd, breed, groot zo’n ongeveer bijna een meter negentig, zijn perfect geaccentueerde en sterke jukbeenderen met wat gezichtshaar en zijn zwarte korte golvende haren steken foutloos bij zijn redelijk bleke huid af. Qua uiterlijk zou iedere vrouw hem willen en iedere man hem willen zijn, alleen zijn karakter stond niet iedereen aan. Je mocht Erik of je mocht hem niet.
Vele kozen voor de eerste optie aangezien hij een van de koningen zou worden nadat zijn vader zou komen te overlijden.

De gure ijskoude noordelijke wind sneed door Gunnar's kleding, een teken dat de winter voor de deur stond.
Enige tijd later was het zo ver; er was land in zicht.
“ Mannen, allemaal verzamelen op de boeg!” zei Erik terwijl hij het schip doorzocht en kloppend iedere deur langs ging. Alles moest op en top zijn voor zijn vader.
Terwijl iedereen trots op de boeg van her schip stond werd de loopplank aan het schip vastgemaakt zodat Erik en zijn mannen zonder moeite het vaste land weer konden betreden.
Echter er klopte iets niet, waar was de koning en waar zijn de feestende mensen die de terugkomst meevieren.
“Waar is mijn vader?” Bulderde Erik naar de mensen die hem op stonden te wachten. Geen antwoord, alleen hoofden die gebogen hingen. “Waar is mijn vader!?” riep Erik nog een keer en dit keer was hij boos en zijn ogen spuwden vuur. Hij greep de eerste beste persoon beet en schreeuwde recht in zijn gezicht. “ Dit is de laatste keer dat ik het vraag, waar is mijn vader?!!” De man antwoordde met een trillende stem “hij is gisteravond in zijn slaap overleden..” LEUGENS kafferde Erik naar de man en zonder een tel van aarzeling pakte hij zijn bijl en hakte het lichaam van de man in tweeën dat vervolgens in elkaar zakte op de grond.
Het bloed drupte van zijn ijzeren lemmet.
“Sire.. H-h-het i-is w-wa…” Voordat de man die achter Erik stond zijn zin af kom maken stond hem het zelfde noodlot te wachten.

Het bloed spatte in het gezicht van Gunnar en het drupte van zijn wangen af. Enkele spetters bleven kleven tussen het berenvel wat hij om zich heen geslagen had.
“Mijnheer… laten we even rustig naar het kasteel lopen. “ bracht Gunnar gespannen uit en wachtend op wat er komen ging, maar zijn dood bleef uit, zijn leven werd nog gespaard.
Met een hoog tempo liep Erik naar de poorten van het kasteel. De wachters van de poorten salueerde hem, maar daar had hij geen enkel oog voor. Erik versnelde zijn pas en liep door de vele gangen van het kasteel, de ene trap na de andere. Gunnar probeerde hem bij te houden, maar zo groot als Erik was zo klein was hij. Erik sloeg de deuren van de slaapvertrekken van zijn vader open en zag de oude man bewegingsloos liggen. Een witte satijnen laken lag over hem heen. Zijn armen over elkaar heen gevouwen en zijn vingers lagen verstrengeld boven op zijn borstkas te rustten.
Erik bleef verstijfd staan en liet zijn bijl uit zijn handen vallen. De bijl weerklonk als een echo door het hele paleis. Eindelijk had Gunnar zijn meester gevonden. “Vader.. Vader..” waren de enige woorden die Erik stotterend uitbracht. Zijn broers die het nieuws al eerder ter oren waren gekomen zaten rond het bed van de koning. Erik liep stapsgewijs naar het bed toe. Hij pakte de koude, witte en gerimpelde hand vast. “ Ik maak u trots, wacht u maar en kijk vanuit boven, het Wallhalla wat ik ga doen, ik maak u trots. “ Erik liet de hand van zijn vader los en staarde uit het enige raam in de slaapzaal. Buiten was het grauw en grijs. De wind gierde door het kasteel en liet een spoor van verdriet achter.
Gunnar loopt richting Erik en leg zijn hand op zijn schouder. Een zacht gesnik was duidelijk voor een aantal luttele seconden hoorbaar.
Een man waarvan niemand ooit had verwacht dat hij zou breken is wel degelijk gebroken.
We staan even stil zonder wat te zeggen, geruisloos alleen het ademen van de mensen in de kamer kon je zelfs horen. Abrupt trekt Erik zich los en wrijft door zijn ogen. Erik pakt zijn bijl en loopt dan weg.

Meerdere dagen zijn verstreken en de koning is samen met zijn schip in brand gestoken op weg naar het Walhalla. De koning heeft iedere zoon een stuk land nagelaten en Erik heeft het grootste stuk gekregen, maar daar is hij nog niet blij mee. “Hoe durft die dwaze oude man zijn land de verdelen en niet alleen aan mij te geven, Gunnar?” “Sire, ik durf het niet te zeggen, ik was de hele tijd in uw bijzijn.”
“Gunnar, dit bestaat toch niet, ik ben de rechtmatige eigenaar van dit land en niet die zielige en bekrompen broers van mij. Hier komen zij én mijn vader niet mee weg, let maar op.”
Met deze woorden liep hij de kamer uit. Diezelfde avond werd er nog feest gevierd, gevierd dat er niet één nieuwe koning was, maar vijf nieuwe landsheren. Er zou een nieuwe tijd aanbreken, een tijd waarin het nieuwe het onbekende was.

De landsheren genoten samen met hun vrienden van het vele eten. Het pas geslachte varken lag voor hun neus op tafel, het spek zorgde voor een goud bruin krokant laagje waarop vet druppels vanaf gleden, de kleine gerookte kippenpoten lagen op een bedje van groente en wat sla en de wijn ja die was er in overvloed. “Graag zou ik een toast willen uitbrengen op mijn vijf broers dat we samen een goed land gaan regeren.” Erik was niet zo onder de indruk van zijn broer Ethane, maar hief het glas uit beleefdheid. “Laat het eten smaken.” Zei Ethane nog snel erachter aan. Maar Gunna zag dat Erik niet met zijn gedachte bij het eten was. Het feest was in volle gang en de meeste feestvierders waren stomdronken de melodie van de volksmuziek weerklonk door het kasteel, zo luid zelf dat de poortwachters nog mee konden luisteren.
Erik kwam naar Gunnar toe gelopen en nam hem apart van het feest, als knecht van de nieuwe landsheer had Gunnar zich open opgesteld. “ Gunnar je moet iets voor me doen.” Begon Erik.
“Maar je mag me niet vragen waarom je dat moet doen, beloofd?” “Ja, mijnheer.” knikt Gunnar.
Zo deed hij wat er van hen gevraagd werd en hield hij de wachters in de zaal tot in de vroege uurtjes bezig. Erik lag ondertussen al uren op zijn bed te ronken, hij wilde weer eens op pad gaan, op rooftocht en als zijn knecht kon ik helaas niet ontbreken.
De zon kwam op en de warme ochtend zonnestralen schenen op koude gezicht van Gunnar. Hij werd wakker liggend op de tafel waar gisteravond het eten had gelegen. Hij kreunde en kwam rustig overeind. Helaas werd de rustige ochtend werd ruw verstoord door een ijselijke vrouwen gil, die door merg en been ging en die alle kamer van het kasteel met geluid vulde. Gunnar sprong overeind en ging kijken wat en waar het probleem zich afspeelde.
Wanneer hij de kamer waar het gegil vandaan kwam bereikte werd hij staande gehouden door een van de wachters. Gunnar keek vluchtig de kamer in en kokhalzend draaide hij zich snel weer om. Het leek wel slachthuis daarbinnen. Overal bloed, bloedspetters zaten tegen de muren en ruiten. Een van de afgehakte hoofden stond op een houten bedstijl gespiesd. Een ander lag op de grond reikend naar zijn hart die niet meer in zijn lichaam zat. Chaos. Dat was het. Het was een tafereel dat Gunnar zelfs niet op de plundertochten heb gezien.
“Gunnar, kom nu direct hiernaar toe.” Het was de stem van Erik die buiten het tafereel zijn spullen stond te pakken voor de volgende tocht die over enkele dagen zou beginnen.
Hij haastte mezelf naar waar het geluid vandaan kwam. “Sire, heeft u..” Erik had er de gewoonte van gemaakt om mensen niet uit te laten spreken. “Ja, dat weet ik. Maak een van mijn paarden klaar, ik ga vandaag mijn land bewonderen.” Erik legde de nadruk op mijn land. Gunnar knikte en liep naar de stallen toe die naast het kasteel bevonden. Voordat hij bij de stallen was aangekomen bedacht hij zich het, waarom hij de bewakers van zijn broers in de gaten moest houden.
Hij heeft eigenhandig zijn broers vermoord.

Die middag ging Erik vol trots met zijn paard het land in, en iedereen in het kasteel wist genoeg.
Erik heeft vannacht deze gruweldaad gepleegd en niemand kon er wat aan doen, want Erik was de nieuwe koning, Erik bloedbijl. Zo werd hij door de bevolking genoemd.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen