De zonnebril gaf me toestemming om te huilen. De tranen stroomden over mijn wangen. Onderzoekende blikken ontweek ik door mijn focus op de voorbij flitsende weilanden te leggen. De muziek schalde door mijn oortjes, terwijl ik mijn hoofd tegen de zijkant van de trein liet rusten. Ik klemde mijn kaken stijf op elkaar en sloot mijn ogen. De melodie van ‘Wait’ – M83 bezorgde me rillingen. De tonen pasten momenteel bij mijn emoties. De muziek gaf me voorheen altijd een magisch en dromerig gevoel, maar nu voelde ik niks anders dan pijn en verdriet. Waarom had ik dit laten gebeuren? Waarom had ik het zo ver laten komen? De afgelopen achtenveertig uur waren niet meer dan een droom geweest, waar ik eindelijk wakker van geworden was. Ik had mezelf in een illusie laten leven en niet geprobeerd eraan te ontsnappen. Voor de tweede keer had ik een speciale jongen moeten laten gaan. En weer omdat het leven in de weg stond. Waarom was liefhebben zo intens moeilijk? Waarom kon het niet gewoon één keer een happily ever after zijn? De trein remde af, waardoor ik wist dat mijn bestemming in zicht kwam. Met loodzware schoenen stapte ik de trein uit. Jaargenoten negeerde ik volkomen, aangezien ik een gemaakte glimlach nu niet kon opbrengen. Hoe verder ik van Harry verwijdert raakte, des te leger ik me begon te voelen. De muziek schalde nog altijd door mijn oortjes. Ze namen me mee in een wereld waar de pijn dragelijk was. Mijn huis was slechts tien minuten fietsen van het station af, maar toch deed ik er extra lang over. Mijn benen leken geen energie te hebben om mij en mijn fiets vooruit te trappen. Met een knoop in mijn maag wandelde ik de trappen van mijn studentenhuis op. In het trappenhuis kwam ik godzijdank niemand tegen. Geruisloos haalde ik mijn voordeur van het slot en hield gespannen mijn adem in. Langzaam opende ik de voordeur en stapte de gang in. Tot mijn opluchting was er niemand te bekennen. Uit de woonkamer klonken stemmen. Tom zou wel weer tv aan het kijken zijn. Mijn zonnebril deed ik niet af, aangezien dat nog enigszins bescherming bood. Toch wist ik dat mijn stem me zou verraden. Zonder iemand gedag te zeggen, vluchtte ik naar mijn slaapkamer. Zachtjes sloot ik de deur achter me en liet me op mijn bed vallen. De zonnebril smeet ik op mijn bureau, waarna ik mijn schoenen uittrapte en onder de dekens kroop. Ik verstopte mijn hoofd onder het dekbed en liet alles eruit komen. Het verdriet om deze onmogelijke liefde. De woedde om wat ik mezelf nou weer had aangedaan. Ik schreeuwde in mijn kussen, waardoor een zacht gedempt geluid door de kamer ging. Niemand hoorde het, maar ik schrok van het geluid dat ik produceerde. Nog nooit had ik mijn eigen gejank zo waargenomen. Het was alsof ik een schreeuw van iemand anders hoorde, maar ik wist dat ik het was. En de pijn was in het gekrijs hoorbaar. Hoelang ik huilde, wist ik niet. Het konden slechts enkele minuten zijn, maar het zou me niet verbazen als er uren voorbij waren getikt. Verward kwam ik onder de dekens vandaan. Me niet bewust van tijd en in verwarring over mijn eigen gevoel. Mijn tranen waren op. Met tegenzin kroop ik uit bed en legde mijn mobiel in de oplader. De snikken kwamen nog onregelmatig uit mijn mond. Bovendien had ik dorst. Het was vrijdag, besefte ik me toen mijn mobiel oplichtte. Ik zou vandaag naar mijn ouders gaan. Op dit moment had ik nergens zin in. Iedereen zou vragen stellen. Dat wist ik ook wel. En ik wist dat ik ging huilen. Vluchtig wierp ik een blik op mijn wekker. Het was half één. Ik verborg mijn hoofd in mijn handen en zuchtte diep. Het spiegeltje in mijn kast liet me inzien, dat ik er niet uitzag. Mijn ogen waren knalrood, eveneens als mijn wangen. De sprankeling in mijn ogen was verdwenen. Ik voelde me een geest. Iemand zonder ziel. Wellicht had ik een deel bij Harry achter gelaten. Mijn vingers speelden met de ketting, terwijl ik mezelf in de spiegel bekeek. Opnieuw kwamen de tranen opborrelen. Wat moest ik nu? Eindelijk was ik over Adam heen gekomen. Althans dat dacht ik. Maar nu ik wist dat ook Harry verledentijd was, mistte ik ze allebei. Ik mistte zelfs Kai. Ik mistte warmte. De eenzaamheid sloeg in als een donderslag bij heldere hemel. Het aanzicht van de ketting om mijn hals was te pijnlijk, waardoor ik hem afdeed. Twijfelend kneep ik erin, maar borg de ketting uiteindelijk toch op in mijn bureaula. Mijn festival kleding deed ik uit en verving ik door een nieuw setje kleding. Vertwijfeld stond ik in mijn slaapkamer. Ooit moest ik tevoorschijn komen. Stilletjes luisterde ik naar de geluiden op de gang. Het zag er naar uit dat niemand zich in de hal bevond. Voorzichtig stak ik mijn hoofd om het hoekje en trok vervolgens een sprintje naar de badkamer. Daar plensde ik gelijk heel wat water in mijn gezicht en maakte me op. De schade was enigszins beperkt, maar toch had het verdriet zijn sporen achtergelaten.
‘Fé?’ De stem van Sarah deed me verstijven. Ze stond vragend tegen de deurpost geleund. Ik bewoog me niet. Ik weigerde haar aan te kijken, wetende dat ik brak als ik mijn beste vriendin zag.
‘Ja, wat is er?’ Ik deed alsof ik druk bezig was met mijn mascara, terwijl deze al op mijn gezicht aangebracht was. Mijn beste vriendin zei niks. Ze begon niet over vannacht. Wellicht had ze ook niet thuis geslapen. Ze begon ook niet over het chaotische internet en het afschuwelijke artikel. Ze bekeek me alleen maar. Misschien vond ik dat nog wel moeilijker. Het aanhoren van die stilte en het voelen van die afwachtendheid.
‘Gaat het wel?’ Aarzelend liep ze op me af en legde haar hand op mijn schouder. Ik voelde de tranen weer opborrelen. God, wat haatte ik die vraag. Via de spiegel keek ik haar aan. Haar bruine ogen observeerden me bezorgd. Zonder wat te zeggen draaide ze me om. Ik liet haar haar gang gaan en liet mijn arm met mascara zakken. Sarah trok me in een stevige knuffel, waardoor ik mijn hoofd in haar nek begroef. Opnieuw begonnen de tranen te stromen. Ik sloeg mijn armen om haar heen en vocht tegen de snikken. De paniek overviel me, waardoor ik hevig naar adem snakte en luide snikken mijn mond verlieten. Ik maakte me los uit Sarah haar omhelzing, maar de snikken bleven komen. Er was geen stoppen aan. Voorzichtig nam ze me mee naar haar slaapkamer. Ze zette me op het bed neer en liet me vertellen. Al die tijd hield ze mijn handen vast en bestuurde ze mijn gezicht bezorgd. Ze wist mijn verleden. Ik wist dat ze me in de gaten ging houden de komende weken, maar dat vond ik niet erg. Ik had genoeg geleden en was niet van plan om een jongen die pijn opnieuw te laten bezorgen. Toch wist ik ook, dat de pijn hartverscheurend was. Het had vier maanden geduurd, voordat ik niet meer om Adam had gehuild. Vier lange maanden, waarin mijn lichaam werd geteisterd door pijn, hoop en eenzaamheid. Ik wist dat dat met Harry niet zo zou zijn, aangezien de ‘liefde’ slechts twee dagen had geduurd. Toch rakelde het alles op. Dit vertelde ik Sarah dan ook.
‘Het is niet dat Harry mijn hart heeft gebroken. Hij heeft niks gedaan…’ Ik haalde diep adem en wreef mijn wangen droog. ‘Het voelde met hem goed. Zoals ik gewend was met Adam. Het voelde hoe liefde hoort te zijn en hoe ik wil dat het is.’ Ik begroef mijn gezicht in mijn handen en zuchtte diep. Hoe langer ik huilde, des te meer ik me begon af te vragen om wie ik huilde. Opnieuw vroeg ik me af of Harry niet een middel was geweest om Adam te vervangen. Net zoals Kai. Ik wist alleen dat Harry er in zou zijn geslaagd, mits hij meer tijd had gehad. Het was overduidelijk dat ik voor Harry was gevallen. En als hij tijd had gehad, dan was ik van hem gaan houden. Net zoals ik van Adam had gehouden. Met elke cel in mijn lichaam. Met elke hartklop zou ik meer van de jongen zijn gaan houden. Als we de tijd en kans hadden gehad. Zover was het niet gekomen. En daardoor betwijfelde ik om wie ik nou echt huilde. De avond met Harry had de gevoelens en het vertrouwen met Adam opgerakeld. Of had Harry hetzelfde in een avond weten los te maken? Ik wist het niet. Het enige wat ik zeker wist, was dat ik de avond alleen zou doorbrengen. Harry in Engeland en Adam slechts 15 minuten verderop. En ik was alleen. Ongeliefd en gebroken. Alweer. Sarah kon me niet troosten. Ik moest deze pijn in mijn eentje verslaan. En dat was me al eens eerder gelukt. Ik glimlachte waterig en omarmde mijn beste vriendin.
‘Het komt goed. Ik ken dit. Deze keer weet ik hoe ik het moet afhandelen.’ Mijn omschakeling leek haar te verbazen, maar opnieuw zei ze niks. Ik wist niet of het een leugen was of een tevergeefse poging om positief te blijven. Het was even stil tussen ons, waardoor we beide peinzend naar onze handen keken. Vervolgens stond Sarah op.
‘Ik ga lunch maken. Kom je zo? Iedereen eet mee vandaag.’ Kleintjes glimlachte ze. Ik knikte en zuchtte diep. Een lunch zou me afleiden, maar tegelijkertijd wist ik dat ik geconfronteerd ging worden met afgelopen nacht. En wat kon ik daarover zeggen? Wat viel er te zeggen? Hopelijk ging niemand iets vragen, maar ik wist dat die hoop zinloos was. Vermoeid stond ik op en liep terug naar mijn eigen kamer. Mijn ouders stuurde ik een berichtje, dat ik mee zou eten vanavond. Een hevig verlangen naar mijn moeder groeide, waardoor mijn lip opnieuw gevaarlijk begon te trillen. Het snelle berichtje van mijn vader deed de tranen weer stromen, waardoor ik mijn hoofd opnieuw in mijn handen begroef en snikken weer mijn mond verlieten. Het kuspoppetje dat ik van me vader kreeg deed me herinneren aan het hartje van Harry. Vlug zette ik de popster in mijn contacten, aangezien het fijn was om zijn nummer te hebben. Wie weet sprak ik hem ooit nog. Voor nu wilde ik geen contact. Wat viel er immers te zeggen? Gekweld door mijn eigen tegenstrijdige gedachtes wilde ik mijn mobiel vergrendelen. Verrast keek ik naar het binnenkomende bericht. Versteend staarde ik ernaar. Mijn hart sloeg een slag over toen mijn ogen de inhoud waarnamen. Ik wist niet of ik blij moest zijn of opnieuw de tranen moest laten stromen. Waarom stuurde hij dit? En waarom stuurde hij dit nu?


Here you go! Wie o wie zou appen?

Reacties (8)

  • FollowYourDream

    Ik gok Adam! Of Harry.. Of Kai of.. eigenlijk weet ik.het gewoon niet :')
    Maar woow! Wat een heerlijk hoofdstuk!
    Je beschrijft alles zo mooi, ik heb me moeten inhouden om ook niet mee te beginnen huilen! Wauw!

    Dankjewel voor dit mooie hoofdstuk!

    Weet je, dit liedje doet me een beetje denken aan Feline en Adam. Oké het klopt niet helemaal, maar toch vind ik dat het wel past bij hoe Feline zich voelde toen Adam het uitmaakte..
    Clouseau - Ik wil je terug
    Luister en oordeel zelf maar (:

    Xxx

    3 jaar geleden
  • Efflorescence

    Je beschrijft de details van de pijn van Feline zo duidelijk, dat ik de pijn hier voel knagen. Bah. Oke. Ik ben ook wel erg benieuwd van wie het berichtje is.

    3 jaar geleden
  • Teal

    Hmmm Harry zou te obvious zijn

    3 jaar geleden
  • Helgenberger

    Ik kan niet ontkennen dat ik heb gehuild bij dit hoofdstukje. Wauw, echt mooi geschreven.

    3 jaar geleden
  • Abadine

    Ik denk dat het misschien zelfs Adam kan zijn??

    Weer heel mooi geschreven!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen