Foto bij O11 • Bullied

Autumn Castle

Now I've heard there was a secret chord
That David played, and it pleased the Lord
But you don't really care for music, do you?


Uit alle liedjes die ze had kunnen kiezen voor haar begrafenis heeft ze natuurlijk weer deze gekozen. Een krachtig liedje. Een liedje waarvan ze wist dat velen erom zouden huilen als ze het zouden horen. Een liedje waarvan ze wist dat ik het nooit meer zou kunnen aanhoren als het zich zou afspelen.
Mijn moeder heeft haar cd al een paar weken geleden samengesteld. Toen ze zich nog goed voelde en niet naar het ziekenhuis moest, heeft ze met mijn vader de liedjes uitgekozen die zeker op haar begrafenis afgespeeld moesten worden. Dit zou dan het liedje moeten zijn die afspeelde als ze de kist naar buiten zouden brengen.
Tranen stromen geluidloos over mijn wangen terwijl ik mijn handtasje krampachtig in mijn handen vasthoud. Ik merk vaagjes dat verschillende mensen bemoedigend hun hand op mijn schouder leggen en er een zacht kneepje ingeven of me woorden toefluisteren die me beter zouden moeten laten voelen, maar ik voel niks.
Ik kan niet eens naar haar kist kijken. Ik wil me niet eens concentreren op de woorden die gezongen worden. Ik wil gewoon weg. Ik wil hier niet meer zijn. Ik wil deze pijn niet meer meemaken. Ik… ik wilde dat alles anders was. Ik wilde dat ze mijn moeder konden genezen en dat ze elke ochtend weer vrolijk van de trap kwam wandelen.
En opeens voel ik me schuldig om alle ruzies die we hebben gehad. Alle nutteloze woorden die ik tegen haar gezegd heb terwijl ik zo veel meer had kunnen maken van onze tijd samen. Zo veel nutteloze ruzies om een ziekte die uiteindelijk toch zijn tol bij haar zou eisen. En dat wist ik. Ik wist dat dit moment op een dag zou komen. Maar hoezeer ik er ook rekening mee gehouden heb, erop anticiperen kan ik toch niet.

Well your faith was strong but you needed proof
You saw her bathing on the roof
Her beauty and the moonlight overthrew ya


De muziek sterft gelukkig langzaamaan weg terwijl we naar buiten gaan. Ik frons ongelovig zijnde mijn wenkbrauwen als ik luister naar de vogels die fluiten alsof het een normale dag is. Verderop hoor ik auto’s voorbij razen alsof mijn moeder nog leeft, alsof de wereld gewoon door draait en alsof het leven gewoon verdergaat.
Hoe kan hun leven gewoon doorgaan terwijl het mijne allang stopte toen ik hoorde dat ze dood was? Ik vergeet nooit meer het moment dat de dokter naar ons toekwam en zei dat ze de nacht niet overleefd had. Ik ben die hele week niet naar school gegaan en heb niet geantwoord op Aiden’s sms’jes, bang zijnde dat hij iets zou merken.
Ik kon de pesterijen op school sowieso niet meer aan. Ik wilde niet dat het opnieuw zou beginnen en dat ze mijn verdriet zouden zien. Dat gun ik ze niet. Maar nu is er al een week gepasseerd, haar begrafenis is zo goed als voorbij en het gewone leven kondigt zich weer voor ons beiden aan.
Ik laat mijn blik naar pap glijden en zie dat hij emotieloos naar haar kist kijkt. Alsof het leven voor hem gelijk al stopte en de wereld stopte met draaien voor hem toen hij te horen kreeg dat zijn vrouw niet meer leefde. Alsof niets hem nog gelukkig zou kunnen maken en hij het liefste in een kist naast haar in de grond zou willen verdwijnen.

Hallelujah
Hallelujah
Hallelujah
Hallelujah...


Ik klem mijn kaken op elkaar om het niet uit te schreeuwen van verdriet als ik het laatste gedeelte van het liedje in de verte hoor wegsterven. Ik hoor iemand praten, maar hoor niet wat de woorden zeggen. Ik kan alleen maar kijken naar de kist. De kist waar ze in ligt en die binnenkort, met alle prachtige herinneringen van ons samen, in de grond zal verdwijnen.
En dan is het opeens voorbij. Opeens loop ik naast mijn vader terug naar onze auto en zit ik niet veel later langs hem. Pap blijft de hele rit naar huis stil en ik kan alleen maar over mijn schouder kijken naar hoe de begraafplaats achter ons steeds meer en meer uit het zicht verdwijnt.
Ik kan niet geloven dat alles zo snel gegaan is. Dat heel de begrafenis in een waas voorbij is gegaan. Dat zowel pap en ik, hoe trillerig het dan ook klonk, mam hebben verteld wat we tegen haar hadden moeten zeggen toen ze nog leefde. Maar nu is ze weg en de kans dat ze onze woorden hoort, is vrij klein.
De bom barst pas echt los als we thuis zijn. Ik ben naar boven gerend, maar zelfs op de hoogste verdieping hoor ik pap nog met potten en pannen smijten en hoor ik diverse spullen kapot gaan. Ik ga op de grond zitten met mijn knieën naar me toegetrokken en sla mijn armen om mijn benen heen terwijl ik hard begin te huilen.
Nadat het zowel bij mij vanbinnen een beetje stiller is geworden als dat het beneden stiller klinkt, sta ik eindelijk op uit mijn zittende houding en ga naar beneden. Ik schrik als ik pap met een haast doodse blik naar me zie kijken.
En dan gebeurt alles opeens in slowmotion. Ik zie hoe hij een vinger naar me wijst, hoor hoe hij me uitscheldt en zie hem dan naar me rennen. Maar ik ben sneller dan hem. Ik spring de laatste treden van de trap af, ontwijk zijn armen en gooi de deur van het huis open terwijl ik naar buiten ren.
Ik kijk over mijn schouder en zie dat pap me niet achtervolgt. Hij staat in de deuropening en roept mijn naam met een gebroken stem. Hij roept dat het hem spijt, maar ik wil geen spijtbetuiging van hem hebben. Ik wil mam terug hebben.
En terwijl de tranen over mijn wangen lopen en ik luid begin te snikken, ren ik steeds verder weg van het huis waar we ooit gelukkig met ons drieën woonden. Het huis waar te veel pijnlijke herinneringen achter zullen blijven en het huis waar ik voorlopig nog even niet naar terug wil keren.

Bedankt voor jullie reacties!

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen