Foto bij ••• Hoofdstuk 3.8


De pijn vloeide haast even snel weg uit haar lichaam als de heldere gedachtes die er nog engszins waren geweest, dropen uit de zijkant van haar hoofd, of zo voelde het tenminste. Het voelde als een wirwar van zinnen die door haar hoofd dwarrelden. Ze draaide haar hoofd ongelukkig naar links, zodat ze niet langer staarde naar het plafond. Nu haar hoofd zo goed als leeg voelde, als een mistige openvlakte waar ze niet door heen kon kijken, viel haar oog op iets wat ze gemist had. Een schim hing gleed over de muur. Ze knipperde verward met haar ogen, in de overtuiging dat het te maken had met de pijn of iets in die trant dat ze dit nu zag, maar ze zag een jongen, ze kende zijn naam, ze kende zijn gezicht, maar ze kon er niet op komen wie hij nu was. Wantrouwig probeerde ze een poging te doen dichter naar hem toe te komen, maar het haalde niks uit. Ze kon daar enkel liggen, sprakeloos en verwonderd, starend in zijn ogen. Kijkend naar zijn blik, die haar leek te bekijken zoals niemand haar ooit bekeken had. Hij bekeek haar als een object, een fascinerend object. Een stuk uit een oud schaakspel dat hij wilde kopen. Ze voelde zich onveilig, geïntimideerd. Maar niemand merkte haar gedrag op, niemand deed moeite te vragen waarom ze nog bleker leek dan ze eerst al was. Tenslotte vielen haar ogen dicht zonder dat ze het zelfwilde en zou ze pas enkele uren later de kans krijgen erachter te komen wie het was.
Angst benam haar de adem, waanbeelden ontnamen haar de veiligheid, ze was haast gedesoriënteerd van verwarring en ze voelde tranen over haar wangen rennen. Een spoor achterlatend. Ze wist niet eens waarom ze huilde, ze deed het gewoon. Ze droogde haar tranen zo snel mogelijk als ze kon, al was het enkel om het nerveuze gevoel dat zich had genesteld in haar buik kwijt te raken. Ergens drong de pijn tot haar door, ergens voelde ze zich niet goed, maar ze was zich er niet helemaal bewust van. Hij liep naar haar toe, glimlachte naar haar. Pijn nestelde zich in haar buik en haar hoofd begon te kloppen, maar hij bleef naar haar toe lopen.
Zijn vingers strekte zich uit naar haar arm, ze proberen te snappen wie het was, maar ze kon het niet. Alleen het zien van zijn gehele gezicht was al onmogelijk voor haar, het was enkel mogelijk een paar stukken te zien. Ze snapte niet waarom.
Een koude hand liet haar terugdeinzen, maar diezelfde koude hand pakte haar arm stevig beet en trok haar dichter naar zich toe, drukte zijn lippen tegen haar voorhoofd. Ze rukte zich los uit zijn greep.

Afschuw wekte haar op uit haar droom. Verward tilde ze haar hoofd op, al voelde ze meteen een pijn door haar gehele lichaam schieten en merkte ze toen pas wat voor een ontzettende hoofdpijn ze had. Ze wist niet precies waar ze was en ze wilde het eigenlijk gaan ontdekken, maar ze kon niet verder kijken dan het plafond en haar hoofd op tillen zou ze niet nog een keer wagen. Het enige wat ze had gezien was een glimp van de muur, waarna ze haar hoofd snel weer had neergelegd op het kussen. Ze probeerde de levendige herinneringen van haar droom die door haar hoofd spookte, uit te bannen, maar ze bleven zich herhalen. Het had vast iets te maken gehad met haar verwondingen, ze voelde haar hoofd branden van de hitte, waarschijnlijk had ze koorts. Het waren enkel waanbeelden geweest die hadden gespeeld voor haar ogen, toch? Het waren haar hersenen geweest, beïnvloed door haar pijn en de bacteriën in haar lichaam, die hadden gemaakt dat ze zag en droomde wat ze had gedroomd die nacht. Het was en kon niets anders geweest zijn dan dat, ook al voelde ze de lippen van de jongen nog steeds op haar voorhoofd, ook al voelde ze de vochtige afdruk van zijn lippen haast verkoelend op haar warme hoofd. Haar vingers geleden verwoed naar de plek waar haar huid in aanraking moest gekomen te zijn met die van de jongen, maar ze voelde niks anders dan warmte op haar hand, dat gloeide van haar voorhoofd. Ze voelde niks anders dan zweet dat over haar voorhoofd gleed, uit haar poriën droop. Ze besefte zich hoe erg onrustig ze werkelijk was geweest in haar slaap. Haar wangen waren nat, duidelijk van de tranen die er over geleden waren. Al kon ze zich niet eens meer precies herinneren waarom ze precies huilde in haar droom. De herinneringen sijpelde langzaam weg uit haar gedachtegangen en de pijn keerde langzaam terug. Het enige beeld dat haar duidelijk bij bleef was de jongen, de schim die ze die dag had gezien toen ze haar bewustzijn nog niet verloren was.
Sam schrok toen ze haar hoofd wat draaide en haar ogen die vonden die van Ilse. Geen van beide zei wat en het was haast teveel moeite en pijn voor Sam om haar hoofd weer terug te draaien, zodat ze weer kon staren naar het plafond. Dus ze staarde veel te lang in Ilses bruine ogen, net zolang tot ze er haast gehypnotiseerd van raakte en de beelden van haar dromen uit haar gedachtegangen verdwenen. Ze kwam er veel te laat achter dat Ilse allang een gesprek was gestart en haar kennende vragen had gesteld, maar Sam had er niks van verstaan.
‘Wat?’ vroeg ze dan ook, tenslotte, toen de stilte haast ongemakkelijk werd.
‘Gaat het wel?’ Sam draaide haar hoofd naar het plafond en voelde zelfs bij die beweging haar hoofdpijn erger worden.
‘Niet echt,’ ze gaf Ilse niet eens een kans om te antwoorden en praatte meteen door, ‘waar is Hak?’
‘Naar huis.’
‘Gisteren was er een schim in de woonkamer, de schim van een jongen. Maar er was niemand anders in de woonkamer, behalve Hak, je moeder en wij.’
‘Gaat het echt wel?’ Ilse keek bezorgd van Sams buik naar Sams voorhoofd, ‘Er kan geen jongen geweest zijn…’
‘Misschien dat Hak of je moeder hem gezien heeft,’ zei Sam beslist.
‘De mensen van de musical hebben gebeld,’ veranderde Ilse van onderwerp, ‘we gaan morgenavond al weg.’ Sam -tot haar latere grote spijt- schoot overeind.

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Ik doe al dramatisch over de blauwe plek op mijn elleboog, repetities worden helxD

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen