•D•A•G•E•R•A•A•D•



Ik weet dat dit de laatste keer is dat ik haar zal zien, deze dagen. Het zal nog een tijdje duren voordat ze weer zichtbaar voor me zal zijn. De arme meid.
Ik voel de ontzettende drang om mijn gezicht aan haar te laten zien, mijn liefde voor haar te uiten, maar ik houd me in en blijf zitten, verscholen achter de bosjes, waar ze me niet kan zien. Ze lijkt bleker dan de laatste keer dan ik haar heb gezien, haar heupen zijn iets ingenomen, de vorm van haar gezicht is wat verandert.
Ze heeft niet genoeg te eten gehad. Ze zwakt af. Ze is veel bloed verloren maar verzwijgt het nog steeds. Haar huid is rood, denk ik. Het is geïnfecteerd, fascineer ik, omdat ze het niet goed heeft verzorgd. Ik trek me iets op aan de vensterbank, gluur door het raam. Vermoedens bevestigd.
Een diepe snee kronkelt nog altijd over haar boven been, missende huid, slechts haar vlees, vers bloed dat de afgelopen dagen ontsnapt is, kleeft nog aan haar huid vast. Het geneest niet, nee, het ziet er steeds slechter uit.
Het vermaakt me hoe ze zichzelf verslechtert, hoe ze zich aan me uitlevert zonder dat ze het zelf echt door heeft, ik vind het heel fijn.
Ik vind het bijzonder hoe ze het niet doorheeft, hoe ze dwars door me heen kijkt, alsof er werkelijk iets goeds in me verscholen zit. Ik vraag me af of ze het doorheeft, dat er teveel goeds in haar zit. Ik vraag me af of ze doorheeft dat ik het eruit zal slopen, dat ik haar zal leren wat het leven werkelijk inhoud, ik vraag het me zo af, of ze beseft wat er werkelijk gaande is. Ze beseft niet dat haar dood straks gekerfd wordt met haar bloed op mijn lippen, ze beseft niet dat ik haar zal laten zien dat haar onschuld haar dood zal worden. Ze beseft niet hoeveel ik van haar houd, ze beseft niets. Niet eens dat ik haar moordenaar zal zijn. Dat ik haar keel zal doorsnijden met liefde, dat ik haar luchtwegen zal verstikken met warmte, dat ik haar ogen rood zal laten kleuren, haar keel paars en blauw ga laten worden.
Dat ik en niemand anders in dit universum haar beter zal kunnen verstikken met mijn passie voor elke lijn die haar lichaam tekent.
En toch zondert ze zich langzaam van me af, trekt ze zich terug van me, zonder dat ze het doorheeft. Ik haat haar erom, ik haat haar om haar schoonheid, haar goede eigenschappen. Om haar menselijk instinct. Om haar menselijkheid en haar manier om het te tonen. Maar het laat me ook meer van haar houden, de twijfel tussen liefde en haat. Het drama en de chaos die het veroorzaakt in mijn hoofd. Ik weet bijna zeker dat er geen andere mogelijkheid is dan dat Ilse, net als Sam, een levensbehoefte voor me is. Hun lijden, hun pijn, verdriet, maar ook blijdschap heb ik nodig. Ik heb hen nodig en ik wil dat ze dat begrijpen. Ik wil dat ze begrijpen dat hun wanhoop, hun paranoïde gedrag, hun pijn, bloed, hun lijken nodig zijn om mij voort te laten leven. Ik wil dat ze begrijpen dat het enkel en alleen is omdat ik van ze houd. Zoveel dat ik er stuk aan ga.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen