Foto bij •••• Hoofdstuk 4.8


Doorweekt, omdat ze onder de straal water die stroomde uit de douchkop, zodra ze de kraan per ongeluk had opengedraaid, terecht was gekomen en lichtelijk beangstigd door datgeen wat ze daarnet had gezien, waarvan ze geen die had van wat het was of wat het kon zijn, stond ze op, raapte gauw haar sleutels op van het nachtkastje, waar ze, ze neer had gelegd nadat ze haar kamer deur had geopend. Ze opende haar kamerdeur en sloot hem vervolgens weer, deed hem op slot en rende de gang door, al wist ze niet precies waar ze heen ging. Ze wist niet precies wat er gebeurde, maar de beelden bleven door haar hoofd malen.
Voordat ze het wist was ze twee trappen af gestruikeld en stond ze naar adem happend voor Ilses kamerdeur. Ze wist zeker dat dit de kamer van Ilse was, aangezien de deur op een kier stond en ze Ilses tas kon zien staan. Ze hoefde niet eens aan te kloppen, want Ilse opende de deur al voordat ze de kans er toe kon krijgen. Ze staarde verbijstert naar de kletsnatte Sam voor haar deur en zette een stap opzij zodat Sam de kamer binnen kon lopen.
‘Wat is er gebeurt? Gaat het wel goed?’ vroeg Ilse meteen, zodra Sam de kamer binnen was en Ilse de deur achter haar had gesloten. Sam keek naar zichzelf in de spiegel die hing boven de kledingkast in deze kamer, ze merkte nu pas hoe erg ze trilde. Maar ze had het niet koud, ze had het warm zelfs, ontzettend warm. Vreemd warm, ze dacht dat ze het niet zo warm hoorde te hebben. Maar ze wist het niet.
‘Ik…Revan, hij stond in de douch,’ vertelde ze onduidelijk. Nu kreeg ze het wel koud.
‘Wat?!’ Ilse leek er niets van te snappen, wat ook wel logisch was.
‘Hij stond in de badkamer, onder de douch,’ mompelde Sam ter verklaring, ‘dat dacht ik tenminste.’
‘Maar hij stond er niet echt?’ ze snapte er nog steeds niks van, Sam kon het aan haar gezicht zien.
‘Ik weet het niet…’ Sam probeerde de kou uit haar lichaam te verdrijven door haar armen over elkaar te slaan zodat ze meer warmte kon vasthouden, maar het hielp niks. Ilse kwam naar haar toe gelopen, drukte haar hand tegen Sams voorhoofd en trok hem snel weer terug.
‘Je hebt koorts,’ concludeerde ze.
‘Hij was er echt…’ maar Ilse luisterde niet naar wat Sam dacht, ze pakte Sams arm en nam haar mee naar de trap, waarschijnlijk om Sam mee terug te nemen naar haar eigenkamer.
‘Je voorhoofd is ontzettend warm, ik denk dat je ijlde,’ Ilse keek haar bezorgd aan.
‘Nee, hij was er echt,’ Sam keek koppig maar overtuigd de andere kant op, terwijl ze de trap weer opliep, slomer dan eerst.
‘Ik denk het niet,’ ze liepen de gang door, ‘hij was niet echt.’
‘Ik zag hem staan.’
‘Gaat het wel?’ Ilse zei het terwijl ze de sleutel aanpakte die Sam haar reikte en de deur van Sams kamerdeur opende, waarna ze beide naar binnen stapten en Ilse meteen droge kleren zocht in Sams tas.
‘Nee.’ Ilse verdween na dat woord van Sam naar de badkamer en Sam pakte haar kans om zich snel om te kleedden, zodat ze haar natte kleding kon verwisselen voor de droge. Een paar seconden nadat ze klaar was, kwam Ilse de kamer weer binnen.
‘De douch stond nog aan,’ merkte ze op, ‘maar moet ik geen volwassene halen dan?’
‘Het gaat al,’ Sam zei het niet echt met overtuiging, maar ze probeerde haar best te doen zo geloofwaardig mogelijk over te komen en probeerde niet te laten merken dat overeind blijven staan op dat moment nogal lastig was.
‘Zeker weten?’ Ilse begon weer in Sams tas te rommelen en gaf haar pijnstillers aan, waarna haar blik nog bezorgder werd bij het zien van iets in Sams tas. Haar messen, vermoedde Sam. Ze zuchtte, slikte de pijnstillers door en liet zich op haar bed zakken. Nu moest Ilse wel geloven dat het niet aan haar koorts lag dat ze de jongen had. Ze moest haar wel geloven. Dat moest gewoon. Het was van levensbelang. Ze voelde het. Ze waren in gevaar, meer gevaar dan ze zelf door hadden. Ilse moest het geloven. Onrustig ging ze overeind zitten, zodat ze nu recht in Ilses ogen keek.
‘Ik red me wel,’ hintte Sam naar Ilse, dat ze kon gaan.
‘Weet je het zeker?’ dus dat geloofde Ilse ook al niet? Wat geloofde ze nog wel? Sam staarde geërgerd en haast gekwetst de andere kant op. Ze wist zeker dat het niks te maken had met haar koorts dat ze hem had gezien, alhoewel, misschien had het daar wel aangelegen. Misschien brandde haar hoofd zo erg, misschien voelde zich daarom zo ziek, maar het was geen verklaring voor alles. Niet voor de schim, niet voor de droom en niet voor deze levensechte projectie van iemand. Van de jongen die zijn bijna gewurgd had. Eén enkel moment schoot haar een idee te binnen, dat ze hem misschien werkelijk vermoord had, dat ze hem daarom kon zien of iets in die trant, maar die gedachten bande ze al snel uit haar hoofd. Hij ademde nog toen ze hem had verlaten, daarna was de politie gekomen, waarschijnlijk ook een ambulance. Ze had hem niet vermoord, dan kon niet. Het kon ook niet zo zijn dat al die dingen die ze had gezien, alleen maar waan waren geweest, het leek haar onmogelijk. Of ze werd gek en paranoïde, misschien was Ilse daar wel bang voor. Misschien geloofde ze het daarom niet, omdat ze dacht dat Sam het al was.
Ontmoedigd keek ze naar het meisje dat door haar kamer liep, al wist ze niet wat ze ging doen. Kon ze dat geloven? Dat Ilse dacht dat ze gek was? Kon Ilse dat zelf geloven, dat het werkelijk zo was? Ze wist niet wat ze moest doen, sloeg haar benen over de bedrand, stond alweer op, verzette zich tegen de golf misselijkheid, pijn en de steken. Tegen de duizeligheid en de ruizen in haar oren. Ze keek alleen strak naar voren, concentreerde zich op één punt in de kamer zodat ze kon opstaan zonder te wankelen, omdat de vermoeidheid, de pijnstillers en de pijn één grote combinatie van gehusselde zenuwen, botten en organen had gemaakt van Sams lichaam. Of zo voelde het. Ze durfde er niet om in de spiegel te kijken, in de angst dat het werkelijk zo was.
Ze werd zich er vaag van bewust dat dat helemaal niet kon, maar in haar hoofd leek het zo logisch. Ze snapte niet waarom, maar het was waarschijnlijk de redenen waarop Ilse alles momenteel afschoof, op haar warme voorhoofd. Of ze hoopte dat dat de schuld was, want misschien kon ze het zo goed voor zich zien omdat ze het zich werkelijk kon inbeelden. Misschien was er toch echt iets mis en werd ze inderdaad te paranoïde, maar van die gedachten werd ze dan ook extra paranoïde, wat maakte dat alles bleef draaien in één onduidelijke grote cirkel in haar hoofd. Hij raasde alles omver, plette al haar logica en liet haar zinken in een bad van onwetendheid waar ze angstig van werd.
Ilse liep weer naar haar toe en Sam had nog steeds geen idee van wat haar vriendin allemaal aan het doen was, maar ze vroeger ook niet naar. Iets zei dat ze het toch niet goed zou begrijpen nu alle logica uit haar hoofd gelopen was.
‘Ik weet het echt zeker,’ murmelde Sam, terwijl ze overtuigend probeerde te zijn door haar tas op te bergen onderin de kledingkast, om Ilse te laten zien dat ze prima kon functioneren, ondanks het incident van net. Maar Ilse leek niet van plan om haar te verlaten en nam plaats op een stoel.
‘Ik weet het niet hoor.’
‘Het gaat echt prima,’ Sam glimlachte er half bij van zelfverzekerdheid.
‘Nee, ik bedoel, die jong-’
‘Revan.’
‘In je badkamer… Het klinkt nogal vreemd,’ Ilse leek te twijfelen of ze het nog wel eens was met haar eigen standpunt, al kon Sam niet helemaal snappen wat haar zo van mening had doen veranderen of wat haar überhaupt had laten twijfelen. Een zucht verliet haar lippen, ze hoefde niet te horen hoe slecht of hoe idioot het klonk. Het was het ook, het was ook vreemd, het was onrealistisch en onlogisch, maar het was gebeurt en ze moesten uitzoeken waarom het was gebeurt of wat er was gebeurt, in plaats van te ontkennen dat er iets was gebeurt. Alleen begreep Ilse het niet, want ze had het niet gezien. Ze had niet gezien hoe echt het was geweest, ze had de schim niet gezien en de droom niet gehad.
‘Maar droomde gisteren,’ ging Ilse verder, ‘over een jongen in de douch en jij stond erbij.’ Sam zette een paar stappen terug, dit had ze niet verwacht.
‘Welke jongen?’ ze vroeg het, maar ze dacht dat ze het antwoord al wist.
‘Revan,’ Ilse zat er duidelijk mee, ze keek verontrust naar Sam, waarschijnlijk in de hoop dat die een goede verklaring zou hebben voor dit alles, maar dat had ze niet.
‘Dus hij is wel echt,’ besloot ze. Maar Ilse schudde haar hoofd.
‘Misschien is het gewoon toeval.’
‘Ik denk het niet. Hij is echt en hij wil iets van ons. Iets anders dan wat de Hartendieven willen. Ik weet niet wat hij wil, maar het voelt gewoon alsof hij meer wil. Veel meer dan goed zou kunnen zijn.’

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    ‘Maar droomde gisteren,’ ging Ilse verder, ‘over een jongen in de douch en jij stond erbij.’

    Ilse waar droom jij over:|Ik dacht dat jij onschuldig was

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen