Foto bij STORGE – CHAPTER O2

“Tu me manques.”

RAY.
De lichte hoofdpijn en vermoeidheid die haar plaagde verdwenen door een aspirientje en een glas water. Met een koude douche en nieuwe kleren voelde ze zich weer als herboren. De gevolgen van de afgelopen nacht waren echter wel goed voelbaar in haar spieren, zowel het drinken als haar nacht met Cheryl. Haar rug voelde rauw aan van haar nagels.
Voordat ze vertrok zette ze haar zonnebril op haar neus om de donkere cirkels onder haar ogen te verbergen.

Zoals beloofd was ze om twee uur bij David. Hij woonde in een klein flatje, iets groter dan een studentenwoning, aan het randgebied van Sacramento. Het was niet ver maar het kostte met de bus toch meer dan een halfuur.
Het appartementencomplex was een oud gebouw dat stonk naar zure melk toen ze de hal in kwam. Er waren twee liften maar een daarvan was kapot. De tegens waren gebroken en sommige ramen waren afgezet.
Ray had er spijt van dat ze niks bij Cheryl had gegeten. Thuis had ze niks gehad omdat ze een nieuwe koelkast vandaag hat willen kopen en onderweg was ze niks tegengekomen dat niet gefrituurd was in een bak vet, dus had ze uiteindelijk niks gekocht. Haar maag rommelde terwijl ze in de lift stond.
De lift opende op etage 6. Het was nummer 189, wist ze. Ray drukte op de bel en wachtte tot er werd opengedaan. Het duurde even maar uiteindelijk hoorde ze gerommel vanachter de deur. Er klonk een geluid van open klikkende sloten en uiteindelijk trok David de deur open. Hij had niets aan behalve een oude versleten joggingbroek met vlekken. Zijn borstkas was ontbloot en zijn voeten plakten aan het laminaat toen hij opzij stapte om haar binnen te laten. Ray liet haar jasje van haar schouders glijden en hing die op.
Vanuit de woonkamer klonk er zachte muziek en de geur van gebakken eieren ontmoette haar enthousiaster dan dat David deed.
“Goedemorgen,” mompelde Ray bruusk. David rolde met z’n ogen en wreef met z’n hand in z’n nek.
“Morgen,” zuchtte hij. “Wil je wat eten? Deborah maakt omeletten.”
Ray’s blik verzachtte en ze knikte. David ging haar voor naar de woonkamer, in hoeverre je het een woonkamer kon noemen.
Het was een driekamerappartement, wat betekende dat er niet veel ruimte was voor überhaupt iets. De woonkamer liep over in een piepkleine keuken, waarbij een minibar fungeerde als koelkast. De oude, versleten bank stond zo dicht op de tweedehands flat screen TV dat haar ogen er pijn van zouden hebben gedaan. De ramen waren echter groot en er hingen geen gordijnen voor, zodat de al felle middagzon naar binnen scheen en het huis verwarmde.
Er was een deur die naar de slaapkamer leidde en een naar de badkamer, maar verder was er niets.
Achter het fornuis stond Deborah in een lang shirt dat ze herkende als het shirt wat David gister had gedragen. Ze glimlachte en groette Ray door kort te zwaaien.
“David zei al dat je zou komen,” zei Deborah. “Hij wist niet wat je lekker vond dus ik heb er gewoon een gemaakt met tomaat en basilicum, is dat goed?”
Ray knikte; ze was niet heel kieskeurig. “Bedankt,” mompelde ze.
“David, dek jij de tafel?”
“Hoe bedoel je ‘dekken’? We zijn met drie personen, het enige wat we nodig hebben is een bord, wat bestek en drinken,” zuchtte haar vriend, al liep hij wel naar de keuken om borden en glazen uit de kast te trekken. In een paar minuten was de kleine eettafel – die in de overloop tussen de woonkamer en de keuken was gepropt – gedekt. Deborah kwam met de koekenpan met eieren aan en legde op ieder bord een twee sneeën brood en een omelet. Ze namen plaats op de stoelen en begonnen – na elkaar smakelijk eten gewenst te hebben – stilletjes met eten. David was de eerste die zijn bord leeg had. Hij smakte met zijn lippen en veegde de restjes van zijn lippen met de rug van zijn hand.
“Niet dat ik het niet leuk vind dat je onverwachts langs komt tijdens een hangover, hoor, Ray,” begon hij, “-maar vind je niet dat je beetje overdrijft?”
Ray keek op en liet haar mes en vork zakken. Voordat ze haar mond open kon doen om er tegenin te gaan, klakte Deborah al berispend met haar tong.
“Snap je dat dan niet, David?” beet ze hem toe. “Jij hebt haar in een lastig pakket gebracht! Het is voor haar vreselijk om te moeten zien hoe haar oude beste vriendin haar zo negeert en ze zat er zeker niet op te wachten om weer ruzie te krijgen met Alice!”
“Voor de zoveelste keer: Ik wist niet dat Alice daar werkte!” riep David uit, die zijn handen in de lucht gooide om te laten zien dat hij vals werd beschuldigd.
“Dat kan dan wel zo zijn, maar ze is door jou wel in die situatie beland. En misschien als jij de jongens eerder naar huis had gestuurd, had ze Alice wel helemaal niet gezien en dan had Alice haar ook niet gezien.”
“Ik ben hun oppas toch niet,” mompelde David geïrriteerd. “En ik kan er ook niks aan doen dat Alice daar werkte, precies op het tijdstip dat wij daar waren. En anders had ik ook niet geweten dat het zo slecht is afgelopen tussen hen, ze vertelde het me pas toen we er waren en ik Alice al had gezien.”
Ray zuchtte en keek ongeamuseerd naar het ruziënde stel. Ze liet ze uit kibbelen en ging ondertussen door met eten.
“Oké, maar als Ray Alice niet wil zien, waarom gaan wij dan zo naar The Safe?” vroeg David, half aan Deborah – alsof zij het antwoord zou weten – en half aan Ray. Twee paar ogen werden op haar gericht.
“Denk je dat ik dat weet?” grinnikte ze, hoofdschuddend. “Ik weet niet waarom. Het voelt gewoon alsof ik terug moet. We zijn slecht uit elkaar gegaan maar dat was nooit mijn bedoeling. Is het het niet waard om het te proberen? Om tenminste een reactie uit haar te krijgen die meer is dan een woedende blik omdat we nog steeds in de bar rondhingen om twee uur ’s nachts?”
Daborah glimlachte.
“Dat vind ik ook.”
“Zojuist zei je nog dat ze elkaar niet meer moeten zien!” blèrde David direct. Deborah keek hem woedend aan.
“Ja, omdat ik dacht dat ze elkaar niet meer wilden zien! En dan komt er een lul zoals jij die ze samen in een kamer propt, dat gaat sowieso fout!”
“Geef nou maar toe, Debby, je hebt jezelf tegengesproken,” grijnsde David. Van onder de tafel schopte ze hem hard tegen zijn schenen, waarop hij een verbaasde ‘Au!’ uitriep. Ray rolde met haar ogen en dronk het laatste beetje van haar drinken op.
“Als jij je nu eens gaat klaarmaken, misschien zijn we er dan voor het donker wordt,” zei ze vlak. “Dan help ik Deborah met afruimen.”
David keek haar vuil aan en liet zijn blik daarna gaan naar Deborah, die haar handen voor haar mond had geslagen om haar giechels te maskeren.
“Ik vind dat Rachel gelijk heeft, je stinkt naar de alcohol.”
Hij zuchtte en rolde met zijn ogen voor hij van tafel opstond. “Als ik me goed herinnerde, vond je dat gisteren niet zo erg,” zei hij, proberend om de situatie terug naar zijn hand te zetten.
“Toen rook ik ook naar de alcohol, dus ik rook jouw alcohol-en-zweet-geur niet, maar ik heb ondertussen gedoucht en jij nog niet!” riep Deborah hem na. David stak zijn middelvinger op voordat hij de deur naar de slaapkamer dicht gooide.

Door onder andere Deborah’s aanmoedigingen, kostte het David maar een half uur om te douchen en zich aan te kleden. Ruikend naar de scherpe, doordringende geur van Axe, stapte hij de woonkamer weer binnen, waar Ray onderuit gezakt zat op de bank, op haar telefoon te scrollen door haar social media. Ze keek op.
“Klaar, prinsesje?” vroeg ze grijnzend. David gaf haar een tik tegen haar voorhoofd en liep al weg naar de hal. Ray stond op van de bank en liep hem achterna. Ze pakte haar jas weer van de kapstok en liet die over haar schouders glijden. David besloot de zijne om zijn middel te knopen.
“Zullen we met de auto gaan? Ik heb geen zin om een bus te pakken,” stelde hij voor.
“Je haalt me de woorden uit de mond.”

Eenmaal in de auto, werd het stil tussen de twee vrienden. Er viel een ongemakkelijke stilte die nog niet eerder was gevallen vanaf het moment dat ze elkaar weer hadden gezien. Het voelde alsof ze weer uit elkaar waren gegroeid, dat vier jaar toch te veel was geweest, dat er te veel was gebeurd. Ray wist dat ze lang weg was geweest; ze wist dat niets meer hetzelfde was. Toen David haar met open armen onthaalde, was ze dolblij geweest. Ze had het toen niet gemerkt, maar ze had gehoopt dat meer hetzelfde was gebleven.
Tot nu toe had ze elke keer ongelijk gehad.
David was diegene die de stilte doorbrak.
“Wat ga je doen als je haar weer ziet?” vroeg hij.
“Ik weet het niet,” mompelde ze.
“Je weet het niet? Je wist ook al niet waarom je nou per se naar The Safe toe moest. Wat weet je wel?” snoof hij. Ray haalde haar schouders op.
“Vrij weinig,” antwoordde ze nuchter. “Het is een gevoel, oké? Dat kan ik niet zomaar uitleggen. Jij zal wel moeite hebben om dat te begrijpen, want je hebt namelijk geen gevoelens, David.”
Hij bekeek haar vanuit z’n ooghoeken en schudde met een smalende glimlach op zijn lippen het hoofd.
“Van ons twee ben ik diegene met een vriendin, hoor, Ray, dus ik begrijp gevoelens beter dan jij!”
“En waarom vertelde Deborah dan dat toen jullie elkaar ontmoetten, je haar maar achterna bleef komen tot ze uiteindelijk haar nummer aan je had gegeven? Dat is niet echt begripvol, nietwaar, Dave?”
“Echt waar, ik vermoord haar nog eens,” gromde David. Ray lachte.

Een half uur later arriveerden ze bij The Safe. De winkelstraat waar de bar aan lag was druk met winkelende vrouwen met boodschappentassen. David parkeerde zijn auto en ze stapten uit.
“Het is drie uur, zouden ze al open zijn?” vroeg ze hem.
“Ik geloof dat ze ook mensen vanaf het middaguur ontvangen, voor eten en zo,” antwoordde hij. Toen ze dichterbij kwamen zagen ze inderdaad dat The Safe op zondag vanaf één uur open was.
De bel boven de deur rinkelde toen ze die opendeden en via de trap naar beneden liepen. Het was er uitgestorven. Er was geen mens te bekennen, behalve de Schenker die achter de bar glazen stond te poleren. Hij keek op en glimlachte.
“Jullie zijn vroeg,” zei hij alleen. “Wat kan ik voor jullie doen?”
David en Ray keken elkaar even aan.
“We zoeken-” begon David
“We gaan alleen even zitten. We zijn zo weer weg,” onderbrak Ray hem snel. De Schenker knikte en gebaarde met zijn armen dat alle stoelen vrij waren. Ze trok David aan zijn arm mee naar een plekje in de hoek, buiten het gehoor van de Schenker.
David keek haar verbaasd aan toen ze gingen zitten.
“Wat is dat nou?” zuchtte hij fronsend. “Je wil hiernaartoe om Alice te vinden en zodra we de kans hebben om te vragen of ze er is dan wil je opeens niet meer!”
“Ik ga toch niet aan haar baas vragen of ze er vandaag werkt?” antwoordde Ray geïrriteerd. David kruiste zijn armen voor zijn borst.
“En waarom dan niet? Als ze er niet is, dan kunnen we gelijk weer naar huis en komen we een andere keer terug.”
“Als we het aan hem vragen, dan is er een grote kans dat hij later tegen haar zal zeggen dat we langs zijn geweest.”
David trok zijn wenkbrauw op. “Alice mag dus niet weten dat we langs zijn gekomen? Waarom?”
Ray glimlachte zwakjes. “Omdat ze dan weet dat ik het ben. En Alice kennende bereidt ze zich dan voor om me buiten te sluiten. Als het dan überhaupt zou lukken om een gesprek aan te knopen, zal ze nog niks prijsgeven. De enige manier om iets uit haar te krijgen is op een onverwachts moment.”
David zuchtte en schudde zijn hoofd.
“Je hebt hier echt over nagedacht, hè?”
“De hele nacht.”
“Daarom zie je er zo vreselijk uit, zeker?”
Ray rolde met haar ogen.

Ze bleven een halfuur en vertrokken toen weer.
“Ze is er niet,” had Ray simpelweg gemompeld, na dertig minuten lang naar de bar gestaard te hebben. David had haar thuisgebracht en verder hadden ze er niet meer over gesproken. Ondanks dat hij niks tegen haar had gezegd, had ze geweten dat hij het niet leuk had gevonden het uitstapje naar The Safe te maken. Als vriend had hij dat voor haar gedaan, maar zelf had hij liever de hele dag met Deborah in bed gelegen. Ray nam het hem niet kwalijk; ze had hetzelfde gevonden in zijn positie.
Maar alleen had ze het niet gekund. Normaliter was ze niet bang voor nieuwe situaties of iemand aanspreken, zelfs niet als die persoon jarenlang je beste vriendin was. Ze had bij ieder ander gewoon gezegd wat erop staat, zonder doekjes erom te winden. Bij ieder ander persoon had ze zich niet zo dom gedragen.
Maar Alice was altijd al anders – speciaal – geweest en dat bleek nu ook, zelfs na vier jaar.

De rest van de dag zonderde ze zich af in de woonkamer. Met haar rug tegen de muur en haar laptop op haar schoot scrolde ze door verschillende assortimenten tot haar oog op een meubelstuk viel wat ze gewoon moest hebben, of dat nou boven of op haar budget was. Aan het eind van de dag was ze een paar duizend dollar lichter en een boel meubilair rijker.
Omdat ze pas later in de maand zou beginnen bij een bedrijf dicht in de buurt, spendeerde Ray haar dagen werkend aan het huis. Nu dat het bijna af was en ze alleen nog maar op de laatste spulletjes hoefde te wachten, was er niet veel meer te doen.
Op tijden waarin ze alleen maar moest wachten, ging ze naar buiten. Ze betrapte zich erop dat haar voeten haar vaak brachten naar plekken waar ze vroeger heenging. Dat wil zeggen; plekken waar ze met Alice naar toe ging. Dat riep weer herinneringen op en voor ze het wist zat ze weer in The Safe.
De Schenker kende haar onderhand bij naam en ze had een vaste plek aan de bar. Ze voelde zich vies terwijl ze daar zat – als een oude viezerik die niets beters met z’n leven deed dan drinken – en ze verdween dan ook weer snel wanneer ze had gezien dat Alice er niet was.

Na een paar dagen begon het haar te irriteren, zowel haar eigen gedrag als het feit dat Alice niet leek te werken op de tijden dat zij langskwam.
Ze wilde dolgraag accepteren dat er niks meer was tussen haar en Alice; dat het werkelijk over was. Het zou zo veel gemakkelijker zijn om haar gewoon te kunnen negeren en haar uit haar leven te bannen. So what als ze haar een keer in The Safe zag? Als ze werkelijk klaar met haar was, zou dat niet eens meer uit moeten maken.
Maar zo voelde ze zich niet en het resultaat was dat ze de afgelopen week haar avonden had gespendeerd in The Safe met haar laptop. Geld dat ze eigenlijk had kunnen spenderen aan meubilair ging er doorheen terwijl ze glazen wijn bestelde en ze irriteerde zich mateloos aan zichzelf.
Tegen vrijdagavond had ze de hele bediening al een keer gezien. Celestia, met haar deftige, strakke knotje achterop haar haar hoofd; Amos, de Schenker’s zoon, met dezelfde donkere ogen en haarkleur; en de Schenker zelf. Maar geen Alice.
Had ze zich dan vergist? Was het dan toch iemand anders geweest? De gedachte dat haar hersenen zich hadden voorgesteld dat ze Alice zag zorgde ervoor dat ze zich nog raarder ging voelen. Toch gaf ze niet op.

En die zondag, wierp het zijn vruchten af. In hoeverre je het vruchten kon noemen.

Reacties (1)

  • nakito

    Ik vind je schrijfstijl erg goed! Wanneer komt het volgende hoofdstuk?

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen