Nee, Spica mag haar kinderen niet vermoorden!!!

‘Oké, waar moeten we zijn?’ Aaron is best enthousiast over dit hele gebeuren.
‘Ergens in de woestijn.’
‘Teleporteer ons even, wil je,’ zegt Adelaide, die niet blij is met de gedachte aan een woestijn. Zand, zand en nog eens zand.
Dan worden ze naar de woestijn geteleporteerd, waar ze niks kunnen zien. Geen huisje, alleen zand. Gelukkig staat er geen zandstorm.
Opeens zien de kinderen iets wits tussen het zand. Een witte wolf komt tussen de duinen vandaan.

Glacies loopt door de woestijn. Ze is in haar tweede natuur, een wolf. Ze heeft een goed leven en zo kijkt ze er ook naar toe. Een wolf in een wereld waar je vrij kan zijn. Het ligt er alleen aan in wat voor gedaante je bent. Het wordt bijna nacht en op het moment heeft ze geen slaapplek. Haar moeder, Nives, is ziek. Als ze niet snel een medicijn vindt, zal haar moeder het misschien niet halen. Op dat moment komt er een jongen aan rennen, een elf zo te zien. Als hij haar ziet, schrikt hij. De jongen grijpt naar zijn zwaard en loopt dreigend op haar af. Dat was heel dom, eigenlijk was hij bang. Wolven ruiken angst, dus Glacies ontbloot haar tanden en gromt.

Aaron rent een stukje vooruit, in de woestijn. Hij ziet een witte wolf staan en grijpt naar zijn zwaard. Het lijkt hem beter om niet te laten zien hoe bang hij eigenlijk is voor wolven, vooral de witte, waar hij zo veel verhalen over heeft gehoord. De wolf ontbloot zijn tanden en op het moment dat Aaron hem wilt aanvallen, verandert het in een meisje, met een huid zo wit als sneeuw, een blauwe jurk en heel licht blond haar.

Acacia pakt geschokt haar zwaard, terwijl het wolfmeisje hetzelfde doet. Een paar minuten lang lopen ze behoedzaam om elkaar heen, totdat het wolvenmeisje met een krijs uithaalt met haar zwaard. Acacia ontwijkt hem, en zet zelf ook de aanval in. Een tijd lang bestaat het gevecht uit steken, pareren, slagen ontwijken en aanvallen.
‘Mooie techniek, riddertje, wie is je leermeester? Hier worden meisjes namelijk niet geschoold,’ zegt het wolvenmeisje sluw.
‘Dat ga ik je niet vertellen,’ mompelt Acacia.
‘Oké.’
Als het wolvenmeisje zich omdraait om een slag uit te voeren, komt ze oog in oog te staan met Acacia, die behoedzaam haar zwaard voor zich houdt.
Het lemmet ligt op de nek van het wolvenmeisje, en Acacia zegt, met een knikje van haar hoofd: ‘Laat vallen dat zwaard.’
Ze wordt meteen gehoorzaamd. Toch ontsnapt er een klein grommetje uit de keel van het meisje.
‘Oké, hoe heet je en waarom ben jij hier?’ vraagt Acacia dwingend.
‘Dat zeg ik als jij ook zegt wie jij bent, riddertje!’
‘Acacia.’
‘Wat zei je?’
‘Acacia. Zo heet ik. En jij?’
‘Glace.’
‘Oké, Glace, ik laat mijn zwaard zakken. Loop rustig naar mijn neef Sirius, die zal op je letten tot we weten wat je hier doet,’ zegt Acacia, op de rustige toon waardoor veel mensen haar gehoorzamen.
Glace loopt naar Sirius, die haar armen vanachteren vastpakt. Hij is bijna een kop groter dan Glace.
‘Glace.’ Acacia spreekt de naam uit alsof ze medelijden heeft. ‘Wat doe jij hier, in de woestijn? Dit is geen plek voor mensen.’
‘Ik kom hier voor een medicijn, voor mijn moeder. Er loopt hier een gerucht dat ergens in de woestijn een kluizenares woont, die een middeltje heeft die alle wonden kan genezen,’ zegt Glace. ‘En laat me nu gaan!’
‘Mag ik vragen wat voor een ziekte je moeder heeft?’ vraagt Acacia voorzichtig.
‘Dat weten de dokters van ons rijk niet. Volgens mijn vader heeft het iets te maken met het feit dat ze zwanger is, toen ik geboren werd verliep het ook stroef. En dat komt weer doordat ik de gave heb om in een wolf te veranderen, doordat mijn vader ooit in een wolf is omgetoverd.’
‘Wacht eens even, kom je uit het rijk van het eeuwige ijs?’
‘Ja.’
‘En zijn jouw ouders soms koningin Nives en koning Gunnar?’
‘Ja, hoezo?’
‘Mijn ouders hebben ooit wel eens verteld dat de heersers van dat rijk om hulp kwamen smeken. Ze waren overvallen door bandieten en waren alles kwijt. Ze hadden hun dochtertje van een jaar oud bij zich. Zelf was ik ook net een jaar oud. Volgens mijn ouders speelden we in de tijd dat ze er waren altijd samen.’
‘Hoe kan het dat Aaron en ik dat niet weten?’ vraagt Adelaide.
‘Dat was een maandje of twee voor jullie geboorte, en toen waren ze al weg.’
‘Oh.’
‘Daar weet ik niks van,’ zegt Glace.
‘Dat komt omdat Aaron per ongeluk de tijd heeft veranderd.’ (Boze blikken naar Aaron.)
‘Hoe?’ vraagt Glace.
(Het hele verhaal wordt uitgelegd, en Glace wordt met de minuut bozer op Aaron. En ze raakt ook bevriend met Acacia. Aan het eind van het gesprek zijn ze dus vrienden!)

Reacties (1)

  • Allmilla

    Tja, Aaron had de tijd niet moeten veranderen... met een mossel...xD(sorry, ik vind dit nog steeds grappig...)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen