Ik vind dat Nives het moet overleven, anders ga ik even een hartig woordje met mezelf spreken!

De zon is verdwenen, en het is bijna helemaal donker. Aaron, Orion, Cassi, Adelaide en Arya liggen te slapen.
Acacia, Sirius en Glace zitten samen nog bij het vuur, Acacia omdat ze wilt waken over haar broertje en zusjes, Glace omdat ze de maan wilt bekijken, en Sirius omdat hij gewoon geen slaap heeft.
Ze zijn alledrie een beetje stil, en zitten een beetje in het vuur te staren, als Arya plots begint te huilen.
‘Ik ga wel, ze vertrouwt mij.’ Met die woorden loopt Acacia naar haar zusje en pakt haar op, terwijl ze sussende woordjes fluistert en als dat niet werkt, begint ze zacht een liedje te zingen met haar heldere stem. Een liedje wat haar moeder elke avond zingt.

‘Hé, heb je het niet koud?’ Glace schrikt op uit haar gedachten. Sirius kijkt haar met een serieus gezicht aan. Ze glimlacht. ‘Nee hoor, het vuur is goed warm.’
Sirius wordt een beetje rood en hij stamelt: ‘Oh, eh, sorry, het kwam zomaar in me op, en als je het koud krijgt, kan je altijd bij me komen zitten.’
Glace lacht even zacht als ze merkt dat ze ook rood wordt, en knikt. ‘Oké.’
Dan staat ze op en gaat tegen Sirius aan zitten, en hij slaat twijfelend zijn arm om haar heen, terwijl Glace haar ogen dicht doet. Langzaam valt ze in slaap, en Sirius volgt snel haar voorbeeld.

Als Acacia terugkomt met een slapende Arya in haar armen, ziet ze dat haar neef en Glace dicht tegen elkaar aan zitten te slapen voor het vuur. Ze glimlacht, gaat zelf ook zitten, met haar zusje nog bij zich, pookt het vuur nog wat op en houdt de rest van de nacht de wacht, terwijl de maan verdwijnt en de zon heel langzaam opkomt.

De halve groep wordt wakker door gehuil van Arya. (Glace en Sirius niet.)
‘Rustig Arya,’ mompelt Acacia, en tegen haar broertje, zusjes en neefje zegt ze: ‘Ze heeft honger, en we hebben niks te eten voor haar.’
‘Daarom moeten we snel naar dat huisje waar mam zou zitten!’ zegt Adelaide. Aan haar hand houdt ze Cassi.
‘Waarom slapen zij nog? En waarom zitten ze zo tegen elkaar aangeplakt?’ vraagt het meisje, met een blik op Glace en Sirius.
‘Maak ze anders maar wakker.’
‘Oké.’
Ze loopt naar de twee slaapkoppen en zegt dan: ‘Wordt wakker, wordt wakker wordt wakker, wakker worden!!!’
De twee schrikken, merken dan dat ze tegen elkaar aan zitten, Sirius kruipt weg, Glace valt op de grond, Cassi lacht. Zo gaat het daar een beetje.
‘Oké, Cassi, kun je een geheim bewaren?’ zegt Glace als ze opstaat. Cassi knikt van ja. ‘Die neef van jou, Sirius, ik vind hem leuk.’
Cassi krijgt een grijns op haar gezicht en roept dan: ‘Glace vindt Sirius leuk, Glace vindt Sirius leuk!’
Acacia fluistert tegen Glace: ‘Was dit je plan?’
‘Ja.’
Acacia loopt snel weg als Sirius met een rood gezicht naar hen toeloopt, en ze pakt snel Cassi bij de hand en de hele familie gunt ze even wat privacy.
‘Dus, je vindt me leuk?’ mompelt Sirius zacht.
‘Eh, ja, eigenlijk wel.’
‘Eigenlijk vind ik jou ook wel cool, met dat wolvengedoe…’ Opeens zucht hij en zegt: ‘Wat draai ik er toch omheen! Oké, ik vind je echt geweldig, je bent super, en ik vind je gewoon leuk, maar dan ook echt leuk! Ik kan aan niks anders meer denken dan aan jou!’
Glace kan zich niet meer inhouden en vliegt hem om zijn hals.

Vanaf een afstandje staat de rest te kijken, en niet dat iedereen het helemaal geweldig vindt wat voor hun neus afspeelt.
‘Moet dit nou echt? Voor je het weet beginnen we te verdwijnen, net zoals jij zei, Acacia!’ Adelaide staat met haar armen over elkaar te mopperen.
‘Tja, ik kan hier ook niks aan doen. Wen er maar aan, voor je het weet ben je zelf verliefd.’
‘O, zoals jij en Avondir zeker?’
‘Jep.’ Avondir is een vriend van Acacia.
‘Het is gewoon vreemd, hou het daar maar op.’

Glace en Sirius staan daar nog te blozen, ze vinden het lastig om met elkaar te praten, vooral omdat ze niet goed weten hoe zoiets gaat. Dan begint Glace met een rood, blozend gezicht te praten. ‘Dus, jij zit niet met dat wolvengedoe?’ Sirius glimlacht. ‘Natuurlijk niet! Het is juist gaaf. Als Wolf ben je vrij om te leven.’ HIj heeft sprankelende ogen, die waren Glace al eerder opgevallen. Ze vindt ze schattig, maar tegelijkertijd ook cool. Hij kijkt nu in haar ogen, hij zit in haar pupil een wolf, die door de nacht heen rent, met allemaal sterren om zich heen. Langzaam verdrinken ze in die sterren en sprankels.

Cassi zit van een afstandje te kijken, ze vindt het maar niks. Ze pakt twee stokken en begint ze op elkaar te slaan. ‘Hé, tortelduifjes. Hou alsjeblieft eens op met dat gedoe. We gaan zo!’ Glace kan haar lachen niet inhouden.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Cassi, momentverderver!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen