Cassi is echt een schatje, of niet soms?

‘Miserabel, gewoon miserabel!’ roept Acacia als ze weer buiten staan. ‘We konden net zo goed aan een boom vragen wat we moeten doen! Die zou hetzelfde antwoord hebben gegeven, en dan ook nog eens sneller!’ En op het moment dat ze dat zegt, slaakt Cassi een gil. Haar hand begint te verdwijnen, en die van de andere niet bestaande kinderen ook!
‘Dat komt door het tijdreizen, en omdat mam en pap niet meer bij elkaar zijn! We moeten naar Stellarius!’
Op dat moment teleporteren ze naar de toveracademie, waar Stellarius staat. Hij schrikt niet eens. ‘Welkom, beste kinderen. Ik heb gehoord dat jullie mijn hulp nodig hebben met jullie ouders en het verleden, en ik weet ook dat dit heden niet klopt.’
‘Dat klopt! Help ons in de tijd te reizen en het allemaal weer goed te maken!’ zegt Glace.
‘Natuurlijk, dat zal ik doen. Acacia, heb jij dat klokje nog?’
Acacia knikt.
‘Draai eraan, gebruik hem. Je moet alleen door de tijd reizen, want jij kan jezelf beschermen als het nodig is.’
‘Nee! Ik laat mijn beste vriendin niet alleen gaan!’ roept Glace boos. Ze wilt ook mee!
‘Stellarius, Glace kan in een wolf veranderen, het is echt het beste als ze meegaat.’
‘Die kinderen toch, altijd maar tegenwerken. Je bent net je ouders! Maar voordat jullie gaan, wil ik jullie ouders nog wat geven. Ze zullen zich hun hele eigen geschiedenis, zoals jullie hem kennen, herinneren. En ze zullen jullie weer kennen.’
Dan tovert hij plotseling Spica, Saturno, Regulus en Robinia naar de plek waar hij nu staat.
Ze beginnen meteen te roepen: ‘Wat doet hij hier?’ ‘Nee, wat doen hun hier?’ ‘Bewakers! Haal me weg bij die idioten!’ ‘Ben ik een idioot? Jij bent een mafkees!’
Snel pakt Stellarius een flesje en gooit het over de vier heen, en ze stoppen met schreeuwen. Ze kijken elkaar verbaasd aan, en dan vliegt Spica Saturno in zijn armen. Hij legt zijn armen stevig om haar heen. Robinia en Regulus knuffelen eerst hun zoons, waarna ze met een enorme smile op hun gezicht naar Spica en Saturno kijken, die elkaar nog steeds vasthouden. Ze hebben het zelfs niet door dat iedereen naar hen kijkt zodra ze zoenen en hun kinderen roepen: ‘Ieuw! Hou op met zoenen!’ Dus gooit Cassi even een steen hun kant op, waarna ze eindelijk opkijken, en tranen in hun ogen krijgen als ze al hun vijf kinderen zien. Cassi springt bij haar moeder in haar armen. Adelaide, die Arya (met tegenzin!) vasthield tijdens de reis, geeft, zodra Cassi weer op grond staat, Arya aan hun moeder. Die krijgt weer tranen in haar ogen bij het zien van het kleine meisje, die nog ligt te slapen. Ze wiegt haar kindje zachtjes heen en weer, terwijl Saturno een arm om haar heen legt. Het is duidelijk dat hij haar niet meer loslaat. Dan omhelzen ze Aaron en Adelaide. Acacia staat er maar een beetje naast.
Zodra de tweeling hun ouders heeft losgelaten, wenden ze zich tot Acacia.
‘En natuurlijk heeft onze oudste dochter alles op alles gezet om ons te redden, of niet soms?’ glimlacht Saturno.
‘Nou… ik heb het in ieder geval geprobeert!’
‘Ach, Acacia, kom hier!’ roept Spica, en ze geeft Arya snel aan Adelaide. Dan omhelzen zij en haar man hun dochter.
‘Mam, pap, ik heb jullie gemist,’ zegt Acacia zacht.
‘Ik jou ook, meisje,’ mompelt Spica. Dan maken ze zich van elkaar los en houden met het hele gezin een groepsknuffel.
‘Lieverds, het spijt me zo dat ik zo vervelend tegen jullie was. Ik dacht niet dat jullie de waarheid zouden spreken, dus ik stuurde jullie weg. Het spijt me zo erg…’ fluistert Spica tegen haar kinderen.
‘Ja, ik luisterde niet eens goed naar jullie, en ik was gewoon een volslagen gek!’ voegt Saturno er nog aan toe.
‘Jullie konden daar niks aan doen, het kwam gewoon doordat jullie het niet wisten.’ Acacia zegt het zachtjes.
‘Ja, maar alsnog, we hadden dat niet tegen jullie mogen zeggen. We zijn jullie ouders, we hebben alles voor jullie over! We horen er voor jullie te zijn…’
‘Nou, jullie kunnen beter even bedenken hoe jullie tegen elkaar deden. Dat was gewoon vreemd! Jullie hebben namelijk nooit ruzie!’ zegt Aaron.
Spica en Saturno kijken elkaar aan met een blik van: dat bespreken we later wel.
Als het gezin elkaar dan eindelijk loslaat, zien ze dat Regulus, Robinia, Sirius en Orion de hele tijd hebben staan kijken.
‘Eindelijk, jullie zijn gestopt met knuffelen!’ lacht Regulus.
‘Nou, ons gezin is groter, dus je moet niet zeuren!’ zegt Spica vrolijk. Nu ze weet dat alles goed is met haar kinderen, nu ze ze eindelijk weer heeft kunnen knuffelen, nu ze haar baby weer vast heeft, en weer de arm van haar man om haar schouders heeft, voelt ze zich eindelijk weer goed. Maar toch weet ze dat er nog een addertje onder het gras zit.

Reacties (1)

  • Allmilla

    En dat addertje is...

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen