Halvestaart! (Draken zijn gewoon de meest geweldige wezens ooit!!!!)

De twee meisjes verschijnen weer in de Ridderzaal, waar het hele avontuur begon. En tot Glaces verbazing zijn haar ouders er ook.
‘Mama! Papa!’ roept ze, en ze rent naar haar ouders.
Nives staat met behulp van Gunnar op, en ze omhelzen dan hun dochter, terwijl Acacia bij haar ouders gaat staan.
‘Mama, is alles weer goed met je?’
‘Ja, lieverd, en ook met het kleintje,’ glimlacht Nives, Gunnar legt een hand op haar buik.
Glace lacht zachtjes. ‘Maar, hoe komen jullie hier?’
‘We kregen een brief van een klein draakje, genaamd Zwaveltje, waarin stond dat we snel hierheen moesten komen, zodat we hier jouw konden treffen,’ zegt Gunnar.
‘We kwamen meteen; en het was geweldig om Spica en Saturno weer te zien!’
‘Ik heb jullie gemist, en ik was zo bang dat ik niet het goede medicijn had,’ zegt Glace nadat ze een tijdje hebben geknuffeld.
‘Het was het goede medicijn, ik ben weer beter. En ik ben zo trots op jou!’ Nives legt een hand op de schouder van haar dochter, waarna Gunnar hetzelfde doet.
Dan zegt Glace: ‘Ik moet jullie eigenlijk nog iets vertellen.’ (Verbaasde gezichten.) ‘Ik wil jullie graag voorstellen aan Sirius, mijn vriendje.’
Sirius loopt snel naar voren en pakt Glaces hand vast.
‘En dan moeten jullie mijn nieuwe beste vriendin, Acacia, nog ontmoeten. Nou ja, jullie kennen haar al.’
Acacia maakt even een grappig bedoelde buiging, waarbij haar zwaard goed in de weg zit.
De groep lacht.
Opeens gaat de deur open en stormt een jongen met donkerbruin haar en felgroene ogen binnen.
‘Avon!’ roept Acacia blij, terwijl ze hem stevig knuffelt.
‘Wat heb jij nou weer uitgespookt?’ roept Avondir, terwijl hij zijn vriendin van zich afduwd.
‘Ik heb niks gedaan; Aaron heeft de tijd veranderd!’
‘Maar toch; ik heb het allemaal van je ouders gehoord! Wat jij allemaal hebt gedaan om de toekomst terug te veranderen!’
‘Was niks! Ik doe dat soort dingen vaker! Net zoals toen ik Arya redde!’ lacht Acacia.
‘Ja, ja, jij altijd met je heldendaden.’
‘Ik doe gewoon mijn plicht,’ zegt het meisje, waarna ze allebei moeten lachen.

Een paar dagen later…

Acacia en Glace zijn in de trainingszaal, waar Acacia aan Glace leert hoe ze moet zwaardvechten. Het meisje leert snel en Acacia heeft dan ook eindelijk iemand waarmee ze kan praten tijdens het oefenen.
‘Dus, hoe gaat het tussen jou en Sirius? Hij is een stuk vrolijker de laatste tijd,’ zegt Acacia als ze na de training even wat te drinken pakken.
‘Goed, gisteren zijn we even langs het strand geweest, tijdens zonsondergang. Was echt geweldig, en we hebben dus gezoend,’ zegt Glace dromerig.
‘Ik wil de details niet weten.’
Glace lacht. ‘En tussen jou en Avon?’
‘Echt geweldig, we zoenen nog niet, maar praten vooral veel. En we vechten tegen elkaar. Ik win bijna altijd, omdat hij zijn concentratie niet lang kan vasthouden.’
‘Ha, lekker voor hem.’ Dan wordt Glace even stil. ‘Weet je, ik zit eraan te denken om hier te blijven, op het eiland.’
‘Dat zou geweldig zijn! Dan worden we kamergenootjes!’
‘Ja, maar dat gedoe met de wolf in mij…’
‘Dat vindt niemand erg, het komt wel goed,’ stelt Acacia haar gerust.
‘Oké, ik blijf.’
‘Yes! Geweldig!’ Acacia omhelst Glace en al snel staan ze samen te springen.


*Einde*

Reacties (1)

  • Allmilla

    Eind goed, al goed!:)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen