Foto bij O12 • Bullied

Autumn Castle

Ik wrijf met mijn handen over mijn armen terwijl ik met mijn tong langs mijn lippen ga. Ik proef de zoutachtige smaak van mijn tranen en mijn wangen voelen ijskoud aan. Ik kan precies voelen aan mijn huid tot waar de druppels naar beneden zijn gegleden, maar ik voel er niet veel voor om ze weg te vegen.
Het is inmiddels al erg donker geworden en ik besef nu pas dat ik in een park ben. Ik weet dat ik niet ver van huis ben en weet ongeveer de weg terug naar mijn huis, maar ik wil nog steeds niet terug naar huis gaan. Naar huis gaan wil zeggen dat ik de realiteit weer onder ogen moet komen en dat wil ik voor nu nog even niet.
Ik heb heel lang getwijfeld of ik Aiden niet gewoon zal bellen, maar heb besloten dat ik dat niet ga doen. Ik wil hem nu nog niet vertellen wat er is gebeurd. Ik wil zijn medelijden of die van iemand anders niet hebben. Ik wil niet dat hij me anders gaat behandelen omdat hij denkt dat ik dat nodig heb, ook al is dat misschien wel zo.
Het ding is… Ik wil weten of het allemaal echt is. Of Aiden echt is. Of hij over een week nog steeds zo lief reageert zoals hij deze week heeft gedaan. Want als hij volgende week of over twee weken helemaal anders is, voelt het voor mij niet goed aan om mijn geheim met hem te delen. Ik wil weten of hij echt de moeite waard is.
Ik bijt op mijn onderlip terwijl tranen zich weer in mijn ogen verzamelen. Zo gaat het eigenlijk al de hele tijd. Dan lijk ik weer even gekalmeerd te zijn en opeens verschijnen de tranen weer. Ik weet dat ik ze echter gewoon moet laten stromen, want anders ga ik het opkroppen en dan komt het er misschien op een schooldag uit.
Zou ik morgen niet meer huilen? Ik denk dat ik hier altijd om ga blijven huilen. En het geeft me een zwaar gevoel om te denken aan mijn verjaardag, haar verjaardag of de feestdagen zonder haar aanwezigheid. Het geeft me over het algemeen gewoon een zwaar gevoel om verder te gaan met mijn leven zonder haar.
Het duurt even voordat ik in de gaten heb dat er andere mensen in het park zijn. Ik draai mijn hoofd weg, maar dat is toch niet nodig. In dit gedeelte van het park bevinden zich geen straatlantaarns, dus het is eigenlijk nog een wonder te noemen als ze me zien staan.
Ik verstijf als ik jongens hoor lachen. En niet gewoon lachen, maar echt luid lachen. Alsof ze dronken zijn. Ik zucht. Hier heb ik echt helemaal geen behoefte aan. Misschien is het toch maar beter als ik naar huis ga, ook al wil ik de realiteit voorlopig nog even niet onder ogen zien. Er gaat toch een moment komen deze avond dat ik het wel moet doen, dus waarom niet nu?
En net als ik me wil omdraaien om weg te gaan, hoor ik opeens iemand achter me iets roepen. En ik weet dat ik het niet moet doen, maar toch draai ik me om. Mijn hart lijkt in mijn keel te schieten als ik zie dat iemand me benadert en even twijfel ik of ik niet weg zal rennen. Voordat ik echter een keuze kan maken, staat hij al voor me.
De geur van alcohol is duidelijk te ruiken en ook zonder de aanwezigheid van licht kan ik zien dat hij aan het grijnzen is. En dan niet een vriendelijke grijns, maar echt zo’n griezelige grijns die je eigenlijk alleen maar in films ziet.
En dan realiseer ik me wat er eigenlijk aan de hand is: ik ben hier alleen. Alleen in het park. En dat ik een meisje ben, helpt ook niet echt. Ik wil iets zeggen, maar ik voel een ruwe hand langs mijn wang glijden en ben er vrij zeker van dat het een nat spoor achter zal laten op zijn handpalm.
“Wat doet een mooi meisje zoals jij hier? En dan ook nog eens een verdrietig mooi meisje? Alex houdt niet van huilende meisjes.”
Ik hoor een paar jongens verderop grinniken en slik. Hoe kan ik hier het snelste wegkomen zonder dat ik de aandacht nog meer op me vestig?
“Ik was eigenlijk net onderweg naar huis,” zeg ik zachtjes. “Maar bedankt voor de bezorgdheid.”
Ik wil langs hem glippen, maar plotseling schiet zijn arm naar voren en klemt zijn hand zich om mijn arm. Paniek schiet door me heen en mijn hart begint als een razende te kloppen. Ik voel dat mijn ogen groter worden van angst en kijk schichtig om me heen.
“Nou zeg, je doet net alsof ik je iets ga aandoen. Dat vind ik niet lief van je, hoor. Ik ben niet zoals al die andere klootzakken.”
Zijn brullende lach weerklinkt niet veel later in de omgeving en hoopvol denk ik aan het feit dat er toch wel iemand moet zijn die hem kan horen.
“Ik moet eigenlijk echt naar huis,” zeg ik tegen hem, mijn paniek proberend te bedwingen.
Maar de jongen luistert niet naar me en trekt me in plaats daarvan naar het bankje waar zijn vrienden zitten. Ik sla mijn armen over elkaar heen en ruk mijn arm los van de jongen als ik zie hoe een groepje jongens me uitvoerig bekijkt. Het bankje waar ze op zitten, wordt toevallig wel verlicht.
Misschien is het de paniek, maar ik kan geen van de gezichten van de jongens herkennen die voor me zitten. Dat is ook niet zo gek, want ik ken ook niet zo heel veel jongens van mijn school. Ze lijken wel allemaal rond Aiden’s leeftijd te zijn en ik ken bijna geen jongens in klassen hoger dan de mijne.
“Kijk eens wat ik hier gevonden heb,” zegt de jongen die Alex moet heten grijnzend. “Ze lijkt me heel erg verdrietig, jongens. Er moet toch zeker iets zijn om haar op te vrolijken?”
De jongens grijnzen en knikken. Een van de jongens springt van het bankje en ik knijp mijn ogen dicht. Ik doe een stap naar achteren, maar Alex blokkeert de weg en houdt zijn handen stevig om mijn armen zodat ik niet weg kan. Shit.
“Oprotten zou denk ik al wel een goed begin zijn,” weerklinkt opeens een stem.
Ik open mijn ogen en zie tot mijn opluchting Aiden met zijn handen in zijn broekzakken staan. Zijn ogen kijkend dreigend van de jongen die voor me staat naar Alex. En zonder dat ik er wat aan kan doen, ren ik naar hem toe.
Aiden steekt zijn hand uit en duwt me beschermend achter zich. Ik merk nu pas hoe breed zijn schouders wel niet zijn en kijk voorzichtig langs hem naar de jongens.
“Kom op, Aiden. Laat ons ook eens wat lol hebben,” zegt Alex zeurend.
“Jullie hebben je lol wel gehad. Oprotten of ik zweer dat ik jullie allemaal in elkaar sla.”
Ik kijk een beetje verwonderd naar Aiden. Zijn stem klinkt hetzelfde als toen hij zijn telefoon opnam toen ik hem belde. Misschien dacht hij dat het Alex was die hem wilde bellen en reageerde hij daarom zo. Dat zou wel een hoop verklaren.
Alex loopt naar voren. Zijn blik is veranderd van plagerig naar dreigend en ik krimp in een als hij zijn hand naar me uitsteekt. Aiden is echter sneller en voordat ik het in de gaten heb, ligt Alex kreunend voor Aiden’s voeten. Aiden geeft nog een harde trap in Alex’ buik na en kijkt de andere jongens boos aan.
“Hé, man, we willen geen problemen met je,” zegt diezelfde jongen die net nog voor me stond en me aan wilde raken.
“Dan blijf verdomme uit de buurt van mijn meisje.”
Ik knipper verbaasd zijnde met mijn ogen naar Aiden’s rug, maar zijn woorden blijken te werken. Alex krabbelt overeind en niet veel later rennen de jongens al struikelend van ons weg, over hun schouder kijkend naar Aiden met een ongelovige blik.
“Sorry,” zegt Aiden terwijl hij zich naar me omdraait. “Het zijn echt klootzakken als ze gedronken hebben.”
En voordat ik mezelf kan tegenhouden, ren ik naar voren en sla mijn armen om hem heen. Ik druk mijn hoofd tegen zijn borstkas en voor de zoveelste keer vandaag komen de emoties naar buiten terwijl ik me stevig aan hem vastklamp.
Verdomme. Tot zover het geheim proberen te houden van mijn emoties en mijn problemen.

Bedankt voor jullie reacties!

Reacties (1)

  • Luckey

    Hoop echt dat die zo lief blijft voor der
    Ze heeft hem echt nodig

    3 jaar geleden
    • Dragonrage

      Bedankt voor je reactie!!

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen