Ik werd wakker onder een boom. De zon scheen door het bladerdak in mijn ogen. Ik was weer in mijn mensengedaante, er zaten takjes in mijn haar. Ik kon niet meer herinneren wat er was gebeurd die nacht, dat kon ik nooit. Ik kon altijd alleen maar 10 seconden voor, en na de wisseling herinneren. Voor de rest liep ik als een wild beest door het bos rond. Ik was een Wisselaar type weerwolf 3. Dat betekende dat ik elke avond wanneer de zon onder was in een wolf zou veranderen. Maar dat gegeurde alleen als ik mijn emoties niet goed onder controle had, als ik bijvoorbeeld erg boos of verdrietig was. Daarom tekende ik vaak in de avond, of ik las een boek, dat maakte mijn hoofd leeg. En elke volle maan, dan Wisselde ik ook. Mijn Wisselen was ook de reden dat ik niet naar feestjes ging, én omdat ik ook gewoon niet zo'n feestbeest was. Honden voelden zich aagretrokken tot mij, omdat ik eigenlijk één van hen was. Ik had al die informatie ene keertje in een boek gevonden, het stond daar als fabeltje beschreven, en ik wist dat er geen Wisselaars in Yuki bestonden. Maar ik kwam van Bn, het eiland waar mensen, tovenaars, heksen en Wisselaars samen leefden. De meeste mensen daar wisten uiteraard nier van het bestaan van de anderen, maar ze waren er wel. Ik schrok toen ik de smaak van bloed proeft. Had ik....?! Ik zuchtte opgelucht toen ik veertjes in mijn shirt vond. Ik had waarschijnlijk een duif opgegeten. Ook zielig, maar ik was elke ochtend weer bang dat ik misschien een mens aan had gevallen. Ik veegde het bloed van mijn mond en krabbelde omhoog. Blijkbaar was ik altijd toch nog een stukje mezelf als ik wolf was, want ik strandde meestal ergens dicht bij huis voordat ik weer wakker werd als mens. 'Shit.', vloekte ik. School! Ik zou te laat komen! Gauw rende ik naar huis en klom via het open raam naar binnen. Zwaar hijgend trok ik mijn schooluniform aan en ik trok een muts over mijn hoofd. Het weer was opgeklaard, en het was lekker warm, maar die muts was niet tegen de kou, maar om mijn haar te bedekken. 'Keyon, wat ben je laat!', zei mijn pleegvader geschrokken toen ik mijn kamer uit kwam. 'Sorry, ik had weer gewisseld.', zei ik gauw, en griste mijn tas van de grond. Terwijl ik mijn gymspullen er in propte, nog steeds zwaar ademend, vroeg hij: 'Is er wat gebeurd? Waarom wisselde je?' Ik schudde mijn hoofd. 'Niks bijzonders, had gewoon mijn dag niet.' Mijn ouders en Veronica wisten van mijn wisselen, mijn ouders vrogen er wel eens naar, maar Veronica deed altijd alsof ze er niet wist. 'Kom hier Key.' Hij plukte wat takjes uit mijn haar. 'Dank je.' Ik kon het altijd beter met mijn pleegvader vinden dan met mijn pleegmoeder. Zij was altijd verzot op netheid en was altijd heel strikt. Maar mijn vader was altijd was losser, en hij bemoeide zich niet veel met me. Ik rende de deur uit. 'Keyon je vergeet je lunch!' 'Ik koop wel wat!' Lopend zou ik niet meer halen, dus ik zou de bus moeten nemen, maar die ging precies om half. Het was nu vijf voor half en de bushalte was toen minuten lopen. Dus ik rende de benen uit mijn lijf. Ik kon niet te laat komen! Godzijdank had ik de bus gehaal en zat ik met een rood hoofd hijgend op een stoel naar buiten te kijken. 'Hey Keyon.' Het was Misa, en ze kwam naast me zitten. 'Hoi.', zei ik verlegen. Normaal kwam ze nooit naar me toe, ze wou waarschijnlijk over het feest praten. 'Echt jammer dat je er gisteren niet was.', zei ze, maar ik wist dat ze het alleen zei om aardig te zijn. Natuurlijk had niemand me gemist, en ik had het daar ook echt niet naar mijn zin gehad. 'Het is oké.', antwoordde ik. 'Yamada is er uit gestuurd omdat hij drugs had, hij is zelfs bijna opgepakt! Echt lachen hoe hij weg rende, hij zal er wel stoer over gaan doen, maar ik vond hem meer op een bang konijntje lijken.' Ze lachen en ik lachte ook maar. 'Misa!' Een vriendin riep haar toen ze instapte. 'Ik kom!' Ze stond op. 'Doei Key.' Ik zuchtte en zwaaide. Ik had bijna echt een gesprek gehad. 'Wat deed jij nou bij die sufkop?', vroeg Misa's vriendin. 'Gewoon wat vragen.' Toen zag ik dat Yamada ook in stapte. Yamada was de grootste pestkop van de klas, hij was populair, maar iedereen was ook een beetje vang voor hem hij stond vaak te roken voor de ingang voor de school en spuugde naar eerste klassers. Behoorlijk sneu. Hij kwam naast me zitten en sloeg een arm om me heen. 'Hallo daar kleine sukkeltje. Was het leuk gisteren in de gaybar?' Ik zei niks en schudde zijn arm af. Negeren was het beste. 'Laat hem met rust Yamada!', zei Misa. 'Oh dat is waar ook, jij was gisteren eerder weg gegaan. Was jij gisteren soms met hem mee gegaan?' 'Houd je kop, Yamada. Je weet dat ik eerder weg moest omdat mijn oma gisterenavond is overleden.', zei ze kwaad. Nou, ondanks dat feit leek ze anders nog best vrolijk geweeest. Toen plukte Yamada de muts van mijn hoofd. 'Hee, geef die terug!', zei ik geschrokken, en greep naar het ding. 'Hoezo verberg jij die mooie witte haartjes van je?' 'Geef het terug!' Maar hij duwde me weg en hielde de zwarte beanie hoog in de lucht. 'Zullen we je anders Sneeuwwitje noemen? Past wel prachtig bij je!' Hij gooide de muts in de lucht. 'Vangen!' Misa ving de muts en hield het op haar schoot. Gelukkig ging Yamada achterin zitten en gaf Misa me mijn muts weer terug. 'Hier.', fluisterde ze. 'Dank je wel.'

'Wat lees je daar?' Ik zat buiten in pauze. Ik had een prettig plekje in de schaduw gevonden en had mijn boek er bij gepakt. Maar die werd uit mijn handen gegrist en Yamada stond weer voor mijn neus. Ik rukte het boek weer uit zijn handen en stopte het gauw weg in mijn tas. 'Wat las je daar Sneeuwwitje?', vroeg hij boosaardig. 'Niks.', zei ik nors. Het was Shakespeare. 'Laat hem met rust Yamada.' Het was Misa die langs liep. Ze had wel echt ballen vandaag zeg. 'Houd toch je kop dom wijf.' 'Vannacht was je heel minder dapper toen de popo's je achterna zaten.', beet Misa terug. 'Ik had ze met z'n vieren tegelijk een pak slaag gegeven.', zei hij stoer. 'Je rende meteen bang naar huis!', riep Misa, en ze liep weer naar binnen. Ik stond gauw geruisloos op van mijn plek en vluchtte ook de school weer in. Ik begon Misa wel steeds aardiger te vinden.

Op de terugweg naar huis zat Misa weer naast me en we hadden een gesprek. Ik keek verlegen naar mijn handen tijdens het praten, maar het geluid van een geweer dat geladen werd deed me op kijken. Er stond een man met een groot jachtgeweer voor in de bus! En hij richtte het geweer op de busschaffeur. 'Dit is een kaping! Als iemand ook maar probeert te ontsnappen wordt die afgeschoten!' Misa greep bang mijn arm beet en een beetje ongemakkelijk bleef ik zitten. Mijn ogen staarden angstig naar de kaper. Een vrouw begon te huilen. 'Houd je kop!' De man met het geweer wendde zich naar de busshaffeur. 'Blijf gewoon doorrijden, stop niet bij de haltes.' 'Ik ben bang.', fluisterde Misa zachtjes. 'Stil zijn en niet opvallen.', fluisterde ik zo geluidloos terug. Haar nagels boorden zich in mijn arm. Snel trok ik mijn muts wat verder over mijn hoofd heen. En toen hing uit overmaat van ramp haar telefoon af. Meteen in een reflex stampte Misa hard op haar telefoon en ik hóórde het akelige ding kapot kraken. 'Ik koop wel een nieuwe.', fluisterde ze hees. Na een tijdje in bange stilte gezeten te hebben stopte de bus. Ik keek op en zag dat we omsingeld werden door politieauto's! We waren gered! Het geweer bleek uiteindelijk nep te zijn, maar het had zeker gewerkt.
Thuis vertelde ik niet over de kaping, het was al laat en om alles opnieuw te bleven zou me alleen maar gestrest maken en dan zou ik weer Wisselen. En het zou ze toch niks uit maken, ik leefde nog.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen