Foto bij STORGE – CHAPTER O2

“Tu me manques.”

ALICE.
Rachel Lee was geen deel meer van haar leven, had Alice de volgende dag besloten. Deze vier jaar vol strijd en moeilijke tijden waren niet voor niets geweest en ze was gegroeid sindsdien: Ray zou haar niks meer doen de volgende keer dat ze in The Safe kwam. Ze had te hard gewerkt om alles in een keer weg te gooien, simpelweg omdat het meisje dat ooit haar vriendin was geweest terug was gekomen.
Hoe speciaal ze dan ook ooit voor haar was geweest: ze moest er mee dealen dat ze dat nooit meer zou worden. Alice was eroverheen; Alice was over haar heen. Het was klaar. Afgesloten. Finito.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Zelfs nu ze er compleet voor wilde gaan om Ray uit haar hoofd te zetten, kon ze het niet helpen om af en toe haar gedachtes te laten gaan. Tijdens een saaie lezing ontwikkelden haar hersenen fantasieën over wat er zou gebeuren als ze elkaar ontmoetten als Alice niet aan het werk zou zijn. Zou Ray een gesprek aangaan of compleet negeren? En anders, wat zou ze dan zeggen? Zou ze sorry zeggen of zou ze zeggen dat ze het allemaal bij het rechte eind had gehad: ze had haar vader gevonden en Alice had het de hele tijd fout gehad.
Maar zelfs als ze zichzelf even liet fantaseren, eindigden alle fantasieën slecht, hoe ze het ook wendde of keerde. Wat Ray ook zei, het ontbrandde een vlam in haar binnenste en telkens weer voelde ze haar wangen kleuren van woede wanneer ze erover nadacht.
En hoe meer verschillende scenario’s haar hoofd doorkruiste, hoe zekerder ze werd van haar zaak. Rachel Lee moest verleden tijd worden, als ze dat al niet was. Dat was het beste beide partijen.

Met haar tentamens binnenkort, had ze de komende week vrij gevraagd in verband met het leren. Om nog een beetje geld te verdienen had ze ermee ingestemd om zondag te werken, al was het maar een shift van een paar uur. Het was echter precies genoeg, aangezien de hele week ze laat was opgebleven om de stof van de afgelopen paar weken in haar hoofd te stampen. Het was een vermoeiend karwei en haar lichaam was helemaal op toen ze die zondag vertrok naar haar werk.
Gelukkig was het rustig; het miezerde zachtjes en op zondagen was er toch nooit echte drukte. De bar was dan ook niet vol toen ze naar binnen stapte. Er zaten een paar vaste klanten die verder nergens naar toe konden en een vriendengroep van vijf, maar verder was het leeg. Zelfs de groep jongeren die altijd bij de pooltafel stond waren er niet.
Het was vanavond alleen zij en Amos. Ze hadden het niet nodig om Celestia erbij te hebben en aangezien de Amos' vader de doordeweekse shifts draaide in z'n eentje, nam hij het weekend vrij.
Toen ze aankwam was het een zooitje, zowel in de bar als achterin het personeelshok. Zelfs met zo weinig klanten kreeg Amos het nog voor elkaar om de bar overhoop te halen.
"Blij dat je er bent!" zuchtte Amos, die met een dienblad vol lege glazen terug kwam. Alice rolde haar ogen.
"Er zitten letterlijk maar acht mensen, wat heb je de hele avond gedaan?" vroeg ze op scherpe toon. Haar vriend grijnsde ondeugend en haalde zijn schouders op.
"Ik dacht dat het beter was om alles te laten staan, zodat je tenminste iets te doen had zodra je zou komen."
Alice zuchtte en gaf hem een speelse duw. Amos – perfect in balans – stapte alleen maar een beetje opzij. De glazen op het dienblad verschoven niet eens.
“Ik ga me omkleden, daarna kom ik je helpen,” zei ze, met een flauw lachje. Amos gaf haar een knipoog.
“Neem je tijd, het is toch niet druk,” antwoordde hij, terwijl hij pardoes het dienblad met glazen op de bar zette en zonder te kijken weg liep. Alice schudde haar hoofd, zich afvragend hoe Amos ooit The Safe moest overnemen als de Schenker niet meer wilde. Het horeca-leven was niets voor hem, dat bleek maar weer met elke shift.

Ze legde haar spullen naast die van haar vriend in het werknemershok en verwisselde haar witte blouse voor een zwart shirt, die ze behendig in haar broek stopte. Ze knoopte haar sloof om haar middel en bracht haar haar omhoog in een paardenstaart. Een paar plukjes waren net te kort – een overblijfsel van de pony die ze vroeger had – en omlijstte haar gezicht. Na een snelle blik in de spiegel, liep ze terug naar de bar, waar ze rustig Amos’ troep op begon te ruimen, terwijl hij door het café heen draaide als een ballerina.

Na een uur was de bar brandschoon. Er waren geen bonnen; de glazen waren opgeruimd; de wijnglazen gepoleerd; het aanrecht spik-en-span; de koelkasten bijgevuld. Alice was altijd al goed geweest achter de bar en Amos was het best in drankjes lopen, het eten brengen en de tafels afhalen. Zo werkten ze het best samen, al vanaf het begin dat Alice bij The Safe kwam werken.
Tegen een uur of elf had de vriendengroep het pand verlaten om naar een van de clubs in de buurt te gaan. Een paar vaste klanten bleven over, maar ze dronken niet snel en nieuwe bonnen waren dan ook zeldzaam die avond. Alice en Amos waren onderhand al het meeste aan het schoonmaken – want wat je aan het begin van de avond doet, hoef je later niet meer te doen.
Echter, het ringelen van de bel deed Alice haar oren spitsen. Ze stond op vanachter de bar, waar ze de dozen met wijn aan het tellen was geweest, en legde haar kladblokje weg. Er was maar één paar voetstappen dat afdaalde van de trap.
Nog een vaste klant? Terwijl ze om zich heen keek, dacht ze iedereen te hebben. En normaliter kwamen ze ook iets eerder, niet pas om elf uur ‘s avonds. Alice kon het niet helpen om nieuwsgierig te blijven kijken wie het was.
Toen haar blik zich eenmaal vestigde op diegene die de trap had afgedaald, verstijfde haar lichaam. Met moeite kon ze haar blik losscheuren, zich omdraaien en haar hoofd om de hoek van de deur die naar het personeelshok leidde draaien.
“Amos?” riep ze, tussen opeengeklemde kaken door. “Er zijn nieuwe klanten. Wil je de bestelling opnemen?”
Amos, die achter aan het opruimen was geweest, keek op van zijn werkje en knikte. Hij zette de halve lege krat met flesjes neer op de grond en liep langs haar heen terug naar het café. Voor hij weg liep, griste hij nog net een kladblokje mee.
Alice’ blik was strak gericht op Amos’ rug terwijl hij naar het tafeltje achterin liep. Het lag een beetje verscholen in de schaduwen, waardoor niemand er graag wilde zitten. Maar nu was het verlicht door het blauwe licht, afkomstig van haar laptop. Het verlichtte haar gezicht en zorgde ervoor dat het er bijna spookachtig uitzag. Met haar ogen gefocust op het scherm, zag ze Amos niet eens aankomen. Pas toen hij zijn keel schraapte, keek ze op. Eerst ietwat verstoord, maar haar blik verzachtte direct toen ze zag wie het was.
Alice kon hun monden zien bewegen maar ze hoorde niks. Een paar seconden later rolde er een bon uit het apparaat. Een witte wijn.
Ray leek haar niet de persoon die van wijn hield. Was ze niet meer iemand die whisky puur dronk, met een paar blokjes ijs om brandende drank wat te verzachten. Witte wijn leek te zoet, te flauw voor iemand die zonder ook maar met haar ogen te knipperen haar had achtergelaten in de hel. Met moeite kon ze haar gezichtsuitdrukkingen onder controle houden terwijl ze de wijn inschonk.
Amos kwam het dienblad uiteindelijk ophalen. Hij schonk haar een medelevende blik maar zei verder niks. Alice keek hoe hij het naar haar bracht en het naast haar laptop neerzette. Ray glimlachte vriendelijk naar hem, waarbij ze haar ene mondhoek iets verder optrok dan de ander. Alice klemde haar kaken stevig op elkaar en draaide zich om. Ze griste de volgende bon uit het apparaat en begon met het maken van het volgende dienblad.

Zelfs na dagenlang tegen zichzelf gezegd te hebben dat Rachel Lee haar niks meer zou doen de volgende keer dat ze elkaar tegen zouden komen, was het lastig om dat waar te maken. Zelfs nu ze alleen maar in de hoek zat met haar laptop was het een vreselijke afleiding voor de brunette. Behalve de witte wijn had ze verder niks meer besteld, maar bij elke bon betrapte Alice zichzelf erop dat ze direct naar het tafelnummer keek, hopend dat die overeenkwam met die van Ray. Het was echter altijd een andere tafel en ze moest telkens weer die teleurstelling onderdrukken. Het vreemde was nog wel dat het geen hoop was dat het een ander tafelnummer zou zijn, maar een teleurstelling wanneer de nummers niet overeenkwamen. Zou ze, in feite, niet moeten hopen dat Ray niks meer zou bestellen zodat ze niet in de verleiding zou komen?
Of – nog beter! – zou ze geen neutrale gevoelens moeten hebben, of de tafelnummers nou overeenkomen of niet?

Minuut na minuut streek voorbij zonder dat Ray ook maar probeerde om contact te leggen. Ze zat daar gewoon, haar hand om het glas wijn en haar ogen aan het scherm geplakt. Om de zoveel tijd typte ze iets, of glimlachte ze breed naar haar scherm.
Er was geen teken dat ze ook maar Alice’ aanwezigheid erkende. Het zou haar niet moeten irriteren, wist ze, maar Alice merkte dat ze zichzelf op zat te vreten over het feit dat Ray haar helemaal niet leek te zien. Tevens woelde er jaloezie op toen ze eenmaal vaststelde dat Rachel wel over haar heen was, maar dat zij nog steeds moeite had om haar oude beste vriend niet aan haar zijde te hebben. Waarom zou ze anders daar zo blijven zitten, zonder enig contact met haar proberen te zoeken?
Het was een gemene grap en Alice kon er niet tegen. Amos wist beter dan vandaag haar vaker aan te spreken dan nodig was; Alice kookte van woede.

Tegen een uur of tien verwisselden ze van taak. Amos hield de bar in de gaten en Alice liep rond met de drankjes. Als het een drukke dag was, bleef iedereen meestal op hun post wat vaak datgene was waar ze het best in waren. Op tijden zoals deze hadden Alice en Amos afgesproken om eens in de zoveel tijd te wisselen, voor wat afleiding en variatie. Alice wilde de benen strekken en Amos had er genoeg van om telkens rondjes door de zaak te lopen met zo weinig mensen.

Tegen elf uur was iedereen weg – een bijzonderheid, zelfs op een zondag. Schoonmaken was zo gedaan; de vrienden hadden genoeg nog genoeg energie doordat hun shift in feite pas was begonnen. De enige die hen ervan weerhield om af te sluiten, was de eenzame figuur in de hoek van het café, met haar laptop op haar schoot en een frons geplant op haar voorhoofd.
Alice had besloten haar te negeren; haar hele bestaan te ontkennen. Ze liet Amos het café vegen, zodat ze zelf niet langs Ray hoefde. Amos droeg ze tevens op om een doekje over alle tafels te halen, zodat ze spik-en-span waren voor morgen. Haar vriend zocht niet veel achter haar bevelen, maar zelf wist ze beter en het irriteerde haar dat ze nog steeds niet zonder iets te voelen rondom haar oude beste vriendin kon zijn. Het feit dat ze haar het liefst wilde slaan was al beter dan dat er tranen opwelde in haar ogen, maar nog steeds merkte ze dat Ray Lee’s aanwezigheid haar aangreep zelfs zonder iets te doen. Het liefst wenste ze dat ze Ray helemaal niet kende en ook nooit gekend had. Dan was ze gewoon een beautiful stranger geweest die iets te lang bleef zitten op een zondag avond, en niets meer.

Maar dat was ze niet en Alice moest daarmee onder ogen komen, of ze dat nu leuk vond of niet. Voor nu vermeed ze het liefst oogcontact en dat was voor haar de eerste stap in haar plan om compleet immuun te worden voor Rachel en haar gave om haar blik automatisch naar zich toe te trekken.

Om half twaalf was het café schoon en hoefden ze alleen nog te wachten tot Ray zou vertrekken.
“Ga jij anders alvast maar,” opperde Amos. “Ik sluit wel af.”
“Weet je het zeker?” vroeg ze. Haar vriend grijnsde breed naar haar.
“Ik hoef alleen maar twee glazen op te ruimen, de lichten uit te doen en de deuren op slot te draaien. Kleine moeite.”
Alice glimlachte dankbaar naar hem. Ze vroeg zich af of hij haar expres liet gaan omdat de overgebleven klant Ray was en niet iemand anders. Alice besloot het niet te vragen en pakte gewoon haar spullen. Ze viste haar telefoon uit haar zak en moest glimlachen toen ze de paar berichtjes van Cai zag.
Hij stond tegenwoordig onder haar sneltoets en ze twijfelde dan ook niet om die in te drukken. De telefoon ging maar één keer over voordat hij oppakte.
“Klaar met werk?” hoorde ze zijn lage stem brommen aan de andere kant van de lijn.
“Kom je me ophalen?” vroeg ze, als antwoord.
“Als je vanavond bij mij blijft. Je hoeft morgen toch pas om elf uur bij je college te zijn?”
“Goed onthouden,” grinnikte ze, terwijl ze de zaak weer terug in liep. Eigenlijk mocht ze dat niet doen, maar wanneer Celestia of Amos’ vader er niet waren, gebeurde het steeds vaker dat ze de regels iets verbogen. Ze ging achter de bar staan, leunend op het aanrecht. Haar telefoon had ze tussen haar oor en schouder geklemd terwijl ze voor zichzelf water inschonk.
“Misschien blijf ik wel…” mompelde ze. “-als je lief doet.”
“Ben je anders van mij gewend?” grinnikte Cai. Alice rolde met haar ogen.
“We weten beide dat jij geen typical nice guy bent, doe jezelf dan ook niet zo voor.”
“Maar ben ik ooit niet aardig tegen jou geweest?”
Cai klonk bijna beteuterd. Ze nam een slok van haar drinken en zette het glas neer op de houten bar.
“Je bent alleen maar lief tegen mij omdat je weet dat je het zult verliezen als het eropaan komt,” lachte ze. Ze kon Cai horen grommen en hem bijna zijn ogen zien rollen.
“Wat jij wilt, babe. Ben je al klaar? Dan kom ik eraan.”
“Waarom denk je dat ik je bel, slimmerik?”
I’m on my way.”
Cai hing op en Alice drukte ook grinnikend het gesprek weg. Amos keek haar geamuseerd aan.
“Is het nog steeds dik aan met die patser?”
“Nou, echt ‘dik’ zijn we niet.”
“Jullie klinken behoorlijk als een stelletje, als je het mij vraagt. Je bent toch veel te slim om voor jongens zoals hem te vallen? Het enige wat hij wil is seks. En aangezien hij nog steeds aan je lippen hangt, neem ik aan dat jullie nog niet het bed ingedoken zijn?”
Alice fronste haar wenkbrauwen.
“Wat is dat nou weer voor vraag?” antwoordde ze bits. “Dat gaat jou niks aan, Amos!”
Haar vriend’s gezicht betrok direct.
“Oh God, jullie hebben dus wel al seks gehad? Dat meen je niet, Ali!”
Alice’ wangen kleurden diep rood en ze gaf Amos een duw. Hij stapte niet eens opzij en bleef haar geshockeerd aankijken.
“Hou je kop,” brieste ze. “Wat maakt het uit?”
“Nou, hij gebruikt je, dat weet je toch wel, hè?”
Alice kruiste haar armen voor haar lichaam en trok haar wenkbrauwen sceptisch op.
“Dus? Denk je dat ik dat niet weet? Ik kan hem net zo gebruiken als hij mij kan gebruiken, hoor.”
Amos keek haar verwilderd aan.
“Dus je gebruikt hem voor seks? Is dat niet een beetje-”
“Ik wil jullie gesprek niet verstoren, maar ik wil graag betalen.”
Amos en Alice rukten hun hoofden omhoog en keken verschrikt in de diepe, bruine ogen van Ray. Ze had haar rugzak over één schouder geslagen en haar portemonnee in haar hand. Alice kleurde nog dieper rood en keek snel weg. Amos stamelde snel een verontschuldiging en liep toen snel weg naar de kassa om te kijken hoeveel Ray moest betalen.
Alice was te langzaam en voordat ze kon vluchten had Ray haar blik al over haar gezicht laten gaan. Ze zei echter niks en rekende stilletjes met Amos af, die ze op zijn gemak probeerde te stellen door vriendelijk te glimlachen. Haar glimlach had echter iets geamuseerd en Alice wist bijna zeker dat Ray delen van hun gesprek had gehoord. Ze kon zichzelf wel voor haar kop slaan.
Op haar weg naar buiten pakte ze een pepermuntje uit de bak met snoepjes naast de kassa en knikte vriendelijk naar Amos. Toen ze Alice passeerde, voelde ze Ray’s blik in haar borstkas boren. Ze wilde niet opkijken, maar het was een oud automatisme. Hun ogen ontmoetten elkaar en beide vrouwen wisten op dat moment even goed dat de ander precies wist wie ze waren.
Ray liep echter door naar de trap en begon omhoog te lopen. Alice wachtte gespannen af, hopend dat ze de voordeur dicht zou horen kunnen klappen. Ze wist dat Ray bijna boven moest zijn toen haar voetstappen plotseling haakten op de treden. Alice huiverde bij de stilte.
“Amos, mag voor een momentje je collega even lenen?” klonk het toen, ijzig koud. Amos en Alice wisselde een blik.
“Alleen als ze dat zelf wil,” antwoordde Amos. Ray kwam de trap weer aflopen. Ze stopte op de laatste trede en leunde tegen de muur, haar armen gekruist voor haar borstkas. Met opgetrokken wenkbrouwen keek ze Alice aan, alsof ze wilde vragen “Nou? Kom je nog?”.
Alice wierp Amos een blik, maar draaide zich uiteindelijk om en liep naar Ray toe. Ze keek haar niet aan en ging voor haar de trap op naar buiten. Ray’s lichtvoetige passen volgden haar. Amos keek de twee vrouwen na, hoofdschuddend.
Eenmaal buiten, sloot Ray bedachtzaam de deur achter zich dicht. Het miezerde lichtjes en er was geen mens in de wijde omtrek te bekennen. De maan was verdwenen achter donkere wolken. Het enige licht kwam van de lantaarn een aantal meter verderop. Een koude avondbries drong door haar kleren en liet haar rillen. Alice sloeg haar armen om haar buik om zichzelf warm te houden, maar het werkte amper.
Terwijl zij moeite had om niet te klappertanden, stond Ray tegen de muur geleend, in niets meer dan een korte broek en een tanktop. Ze liet haar blik zoekend over haar lichaam gaan, maar er was zelfs geen kippenvel op haar armen te bekennen. Haar ogen bleven even haken bij haar gezwollen spieren. Was ze altijd al zo gespierd geweest of is dit een overblijfsel van haar verblijf in Korea?
Ray keek haar strak aan met haar donkere, diepzinnige ogen. Alice werd onwennig door haar blik en keek weg.
“Waarom wilde je me spreken?” perste ze uiteindelijk tussen haar lippen door, toen stille seconden verstreken en verstreken maar Ray geen aanstalten maakte om iets te zeggen.
Haar oude vriendin duwde zichzelf soepel weg van de muur en stapte dichter naar haar toe. Alice bleef stug naar de grond kijken.
“Je draait om het overduidelijke heen,” antwoordde ze alleen maar. “Wij draaien om elkaar heen.”
Alice sloot haar ogen even en liet een trillerige zucht ontsnappen uit haar mond. Ze raapte zichzelf bijeen.
“Wat overduidelijk is, is dat wij klaar zijn, Rachel,” zei ze terughoudend; koeltjes. Ze kon het niet laten om Ray strak aan te kijken. Haar vriendin verroerde geen vin, zelfs haar ogen veranderden niet.
“Hoe kan je dat zo gemakkelijk zeggen?”
Ray’s stem verraadde dat het haar toch niet helemaal koud liet. Alice kon het niet helpen om haar rug triomfantelijk te rechten.
“Net zo gemakkelijk als dat jij de autodeur achter je dicht trok toen ik je vroeg om te blijven.”
Ray keek haar bijna geschokt aan.
“Wat zei je toen ook al weer tegen mij? Zoiets als, ‘Ik kan niet voor eeuwig achterblijven alleen omdat jij dat vraagt’, misschien? En dat is precies wat ik de afgelopen vier jaar heb gedaan, Ray. Jij hebt mij achtergelaten, maar ik heb jou ook achtergelaten. En op dit moment heb ik er totaal geen behoefte aan om al die drama weer opnieuw te beginnen.”
Haar stem was ijzig koud. Het liet zelfs een rilling door haar eigen lichaam lopen. Maar ze wist wat ze wilde zeggen; ze had dit vier jaar lang gerepeteerd, elke dag weer, in haar hoofd.
Ray staarde haar met opengevallen mond aan. Uiteindelijk, naar een moment van stilte, kreeg ze geluid uit haar keel.
“Ik heb je nooit achtergelaten. Ik zou altijd terugkomen,” forceerde ze uit haar keel. Haar stem klonk rauw.
Alice lachte schamper.
“Je hebt me wel achtergelaten, anders was je wel gebleven. Je hebt niet eens geprobeerd om weer in contact te komen.”
“Ik ben teruggekomen,” barstte Ray uit, haar stem hoog en schril terwijl ze een zwaai maakte met haar hand. Alice deinsde niet eens achteruit en bleef haar boos aankijken.
“Dus?” antwoordde ze nuchter. “Omdat jij bent teruggekomen moet ik je met open armen ontvangen? Je snapt het werkelijk niet, hè? Je hebt me achtergelaten. Ik was alleen.”
“Ik moest hier weg, Ali- Ik trok het niet meer-”
Alice rolde met haar ogen.
“Noem me zo niet en alsjeblieft, bespaar me de moeite. Jij trok het niet meer? Hoe denk je dat ik me voelde nadat je weg ging? Hoe denk je dat ik me voelde toen er in feite gewoon tegen mij werd gezegd dat ik niet genoeg was, nadat ik alles van mij aan jou had gegeven? Ik moest daarna nog een jaar lang naar school, elke dag langs jouw lege huis! Hoe denk je dat ik me voelde, Ray?” snauwde ze. Met elke zin, met elk woord, voelde ze meer emoties opborrelen in haar maag. Ze voelde haar spieren samenspannen om niet in huilen uit te barsten. Met moeite kon ze haar trillende onderlip in bedwang houden. Ze moest even wegkijken en de tranen weg knipperen voor ze door kon gaan.
Haar stem was zacht en onbewogen; ze articuleerde alles met grote zorg.
“En nu vraag je me om je gewoon te vergeven? Om gewoon te doen alsof er niks tussen ons is gebeurd? Val dood, Ray.”
Haar laatste zin verliet haar mond in een fluister. Een traan – ontsnapt aan haar wilskracht om niet te gaan huilen – rolde over haar wang naar beneden. Het liet een natte, glinsterende streep achter op haar huid.
Snel veegde ze die weg met de rug van haar hand, maar het kwaad was al geschied. Ray’s ogen plakten op de plek waar haar traan voor het laatst had gezeten en ze beet zachtjes op haar onderlip.
Radeloos haalde ze een hand door haar korte haar, dat precies op dezelfde manier terugveerde en voor haar ogen viel.
“Ik heb gezien hoe je naar me keek, Alice,” lukte het haar uiteindelijk om eruit te persen. “Als je niks meer met me te maken wilde hebben, waarom sloofde je je dan zo uit? Zeg het dan direct in m’n gezicht dat je me een trut vindt, maar draai er niet om heen.”
Ray’s stem brak ergens halverwege haar verhaal. Twee wanhopige ogen vestigden zich op Alice en ze voelde een steek door haar hart trekken. Automatisch wilde ze haar hand uitsteken om haar aan te raken, haar hand in de hare te nemen en er geruststellend in te knijpen. Op het laatste moment kon ze zichzelf daarvan weerhouden.
Dit was precies het soort gedrag waardoor Ray nu voor haar stond; omdat ze zich niet kon weerhouden om toch kleine signalen af te geven. Alice had gehoopt dat niemand het had gemerkt maar ze was vergeten hoe goed Ray haar kon lezen, zelfs na al die tijd.
Alice klemde haar kaken op elkaar en moest wegkijken om niet in huilen uit te barsten. Ze kruiste haar armen voor haar borst en haalde haar neus op. Haar nagels drukte ze in haar huid.
“Ik weet het niet,” mompelde ze met een trillende stem. “Ik wil het niet weten. Het voelt als een grote nachtmerrie… Ik was net van je af, Ray. Ik was net compleet klaar met je, ik was je vergeten en ik was eindelijk door gegaan met m’n leven maar nu ben je terug en ik weet dat er ergens nog een deel zit dat hoopt dat wat er tussen ons is gebeurd kan worden vergeten en vergeven. Ik weet dat dat niet kan en ik zou niet willen dat ik dat kon maar... mijn God, wat heb ik dat een tijd lang gewild. En ik heb mezelf overtuigd dat niet meer te willen, wat ik een lange tijd geloofd heb, maar nu je terug bent voelt het alsof als een klap in m’n gezicht…”
Met een snik veegde ze haar neus af met de achterkant van haar hand. Tranen biggelden over haar wangen en ze deed niet eens meer een poging om ze weg te vegen.
“Ik wil dat alles was zoals het was of dat je nu voor altijd weg gaat. Ik kan er niet tegen om te doen alsof we vreemden zijn en elkaar te negeren want we zijn gewoon geen vreemden en dat zullen we ook nooit worden. Maar ik kan er niet mee leven om te doen alsof, Ray, begrijp dat nou. Dus alsjeblieft, laat me met rust, je maakt het er alleen maar moeilijker op.”
Alice wendde haar gezicht af en probeerde tevergeefs haar tranen weg te vegen. Met schokkende schouders, haalde haar neus op nog een keer.
Haar maag had zich pijnlijk samengeklemd op een manier die ze herkende van vier jaar geleden. Alle spieren in haar lichaam waren aangespannen, krampachtig proberend om te stoppen met huilen en alles binnen te houden. Maar de stress van de afgelopen dagen die zich in haar lichaam had gevestigd kwamen eruit in de vorm van snikken die zie niet kon tegenhouden.
Ze zag niet hoe Ray naar haar rijkte. De aanraking van haar hand kwam als een verassing en voelde als een elektrische schok die zich razendsnel door haar lichaam verspreidde. Direct trok ze haar hand terug.
“Raak me niet aan,” perste ze tussen haar lippen door. “Waarom kan je nou niet voor één keer doen wat ik van je vraag?”
“Omdat je niet wil dat ik weg ga, Alice,” hoorde ze haar zachtjes zeggen. “Omdat als je echt boos op me was geweest, je allang hier weg was.”
Twee armen sloten zich om haar lichaam en voor een moment dat misschien niet langer duurde dan een paar seconden, voelde ze zich weer vijftien jaar. Haar hoofd lag in het kuiltje tussen Ray’s nek en haar schouder. Haar geur was precies zoals ze die herinnerde; lichtelijk zoet vermengd met de geur van mint. Het herinnerde haar altijd aan de zomer, aan de wind, aan vrijheid. Automatisch, wilde ze haar armen om haar lichaam leggen.
In een vlaag van paniek wist Alice niet hoe gauw ze weg moest komen toen ze zich realiseerde wat er aan het gebeuren was. Ze duwde haar ruw weg en ontsnapte aan Ray’s omarming.
“Raak me niet aan,” zei ze, luider dit keer. Haar handen hadden zich gevormd tot vuisten, al trilden ze wel. Ray keek haar gepijnigd aan en liet uiteindelijk een lange zucht uit haar mond ontsnappen.
“Alice-”
“Ik weet het goed gemaakt. Als jij niet weg gaat, dan doe ik dat wel.”
En met een ruk draaide ze zich om en beende zo snel als dat ze kon weg. Ze wist niet hoe gauw ze weg moest komen en half lopend half rennend wist ze zichzelf te distantiëren van haar. Ray riep nog een keer haar naam, maar Alice was de hoek al om. Haar tranen leken net watervallen; ze wilden maar niet stoppen.

Reacties (1)

  • nakito

    Oh de confrontatie ;( Goed geschreven!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen