Foto bij H26: Vreemde vrouw ~ Nick

Toen Khana de deur achter zich had gesloten, keek ik weer naar de plek waar ze had gestaan. Ik had vlak voor die schreeuw weer dat vreemde gevoel gekregen, maar het was verdwenen zodra ik Khana overeind zag komen. Had Khana misschien iets gezien of zo? Wantrouwig onderzocht ik de plek en alles eromheen terwijl ik wandelde, maar er was niets speciaal op te merken. Hoewel… ik bukte me bij een struik en zag enkele voetafdrukken in de grond staan. Iemand was hier geweest… “Wanneer stel je me eens aan haar voor? Ik wil haar leren kennen!” zeurde opeens een kinderstemmetje en vaag glimlachte ik. “Nog even geduld, de tijd is nog niet rijp…”, begon ik, maar opeens hoorde ik een gil uit het huis komen en daarna gejammer. Meteen stond ik op en liep terug naar het huis, terwijl het kinderstemmetje nog zei: “Vergeet de volgende keer de snoepjes niet!”

Eenmaal binnen, zag ik Khana net uit de keuken komen met ijs en ik fronste. “Wat is er gebeurd?” vroeg ik en ze zuchtte even, waarna ze zei: “Een zak met rijst is gescheurd en Miyuki is er toen over uitgegleden, waardoor ze haar voet heeft omgeslagen.” Samen met Khana ging ik naar de woonkamer en zag daar Miyuki met een pijnlijk gezicht in de zetel zitten. Haar voet lag op een kussentje omhoog en Khana deed het ijs voorzichtig op de gezwollen enkel. “Dank je”, zei Miyuki tegen Khana en ze zuchtte. Toen keek ze naar mij en zei in het Japans: “Ik heb een zak achtergelaten in de winkel, want die twee andere zakken waren al zo zwaar… Zouden jullie die alsjeblieft kunnen gaan halen? Met deze enkel gaat dat niet meer lukken voor mij.” “Natuurlijk, blijf maar rustig hier. Khana en ik zullen die zak wel gaan halen, maar eerst gaan we snel iets te eten maken”, antwoordde ik en ze knikte dankbaar, maar ik zag dat ze zich schuldig voelde dat zij dat niet kon doen en wij het moesten doen. “Ehm… Nick? Vertaling graag?” vroeg Khana toen en ik vertelde wat Miyuki net had gevraagd. Ze knikte en stond op, waarna ze zei: “Ik heb een receptenboek zien liggen, maar ik kan geen Japans lezen… Als jij kunt vertalen, kan ik koken?” “Prima”, antwoordde ik en zo verdwenen we in de keuken.

Na het middageten waren Khana en ik op weg gegaan om die laatste zak met boodschappen op te gaan halen. Het was licht bewolkt, maar gelukkig regende het niet. “Ik denk dat we subiet deze straat in moeten”, zei Khana opeens terwijl ze naar een winkel verderop wees. Miyuki had ons enkele herkenningspunten gegeven zodat we de winkel makkelijker konden vinden, want mijn gsm was plat en Khana had geen plaatselijke SIM-kaart, waardoor ze ook geen internet had. Ik knikte en niet veel later vonden we het winkeltje, waar we binnen gingen. Toen we de verkoopster hadden uitgelegd wat er was gebeurd en ook de identiteitskaart van Miyuki hadden laten zien, gaf ze ons de zak mee en zei ze dat we haar veel beterschap moesten wensen. Na afscheid genomen te hebben, liepen we terug naar buiten. “Was het eerst de bakker of de lantaarnpaal die we moesten tegenkomen?” vroeg Khana terwijl we wandelden en ik dacht even na. “Ik geloof de lantaarnpaal met grafitti…”, zei ik wat aarzelend en we draaiden even later een dun straatje tussen twee gebouwen in. “Ehm, Nick? Ik ken dit straatje niet”, zei Khana en ik moest toegeven dat ik dat straatje ook niet kende…

Terwijl we door het straatje wandelden, werd ik plots overvallen door dat vreemde gevoel en ik wankelde even. “Nick? Gaat het?” vroeg Khana en ik knikte. “Ja, het gaat wel hoor, niets aan de hand”, zei ik en keek voor ons. Het leek alsof er daar iets was, volgens dat vreemde gevoel. “Er is wel iets, je deed gisteren ook al zo vreemd. Wat is er dus aan de hand?” vroeg Khana iets strenger en voordat ik kon antwoorden, verscheen voor ons een gedaante. Meteen zag ik Khana’s lichaamshouding wat verstarren en ik trok een wenkbrauw op. Ze had dus vanmiddag deze gedaante gezien… “Een goede avond”, zei de gedaante en ze kwam dichterbij. Het was een jonge vrouw en ze droeg een lange jas met een kap. Ze grijnsde en meteen was ik alert. Haar Engels was veel te vlot naar mijn zin en Khana zette onwillekeurig een stap achteruit, waardoor de vrouw gniffelde. “Oh, is er iemand bang van mij?” vroeg ze toen onschuldig en keek moordlustig naar Khana. “… Nick?” hoorde ik Khana met een benepen stem vragen en ik zag dat ze nerveus was. “Nick… mooie naam, knapperd…”, zei de vrouw met een verleidelijke knipoog en ik trok een wenkbrauw op. “Laat ons er langs, we moeten gaan”, zei ik en trok Khana aan haar pols mee, maar de vrouw spreidde haar armen en zei grijnzend: “Ik dacht het niet, het is net zo gezellig…”

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen