-Je maakt een grapje.

Ik zuchtte. Zo'n reactie had ik al verwacht. Waarom had ik haar het eigenlijk überhaupt verteld!? Oh nee! Straks was ze boos en ging ze het aan de klas laten zien en dan... Wat had ik in godsnaam gedaan?

-Ik meen het.

-Ik kom naar je huis.


Wat!? Ze kwam naar mijn huis!? Hoe wist ze überhabut waar ik woon? Oh, dit was allemaal te veel, ik hoorde in bed te liggen en te slapen!

-Misa!

Maar ze reageerde niet meer. Misschien was het niet echt zo, misschien was het als een soort dreigement. Ze kon toch niet weten waar ik woonde? Misschien wou ze wel dat ik haar zou zeggen dat het een grapje was als ze zou zeggen dat ze naar mijn huis kwam. Maar na een kwartier ging de deurbel. Ik hees mezelf uit bed. Misschien was het wel de postbode die een pakketje kwam bezorgen... Maar het was Misa. 'Keyon!', riep ze toen ze me zag. 'Hoi.', zei ik zwak. 'Hoe weet je waar ik woon?' 'Ik heb je een paar keer dit huis binnen zien gaan. Is het waar wat je net zei? Je maakt een grapje toch? Je hoeft echt geen smoes ge bedenken om me af te wijzen hoor, je mag ook gewoon zeggen dat het aan mij ligt!', begon te te ratelen. 'Rustig, rustig, kom zitten.', suste ik. Toen ze naast me op de bank was komen zitten riep ze opnieuw: 'Key!' 'Rustig, het is waar wat ik zei.' 'Maar... Ik dacht dat het gewoon stomme grappen van Yamada waren! Hoe kun je nou...' 'Dat zijn het ook, maar hoe meer ik er over na begin te denken.... nou ja, hoe meer ik er achter kwam dat het klopte. Het spijt me Misa, ik vind je een heel leuk meisje, echt.' 'Kan ik je ergens mee helpen? Je kunt toch nog veranderen? Hoe kunnen we het uit je verjagen?' 'Pardon?', vroeg ik boos. 'Er hoeft niks uit mij verjaagd te worden, dank je vriendelijk.' 'Maar...' Haar gezicht was opeens erg dicht bij. Heel dicht bij. 'Hoe weet je', fluisterde ze. 'Hoe weet je dat, als je nog nooit met een meisje gezoend hebt, dat je het ook niet prettig vind?' En voor ik er iets aan kon doen had ze me gekust. Ik schrok me dood! Wat? Waarom moest ze me dit aan doen? Ik hoorde ziek in bed te liggen, zij hoorde hier niks van te weten! Ik probeerde haar geschrokken weg te duwen, me te verzetten, maar ik was zwak en moe en zij was sterk. 'Misa.', probeerde ik te protesteren. Haar vingers gelden onder mijn shirt. 'Hou op.' Ik probeerde me in te denken dat het nacht was, dat mij zwakke armen sterke wolvenpoten werden. Dat ik een machtig, gespierd lijf had. En toen duwde ik haar met alle macht van me af en gaf haar een harde klap in haar gezicht. 'Hou op zei ik!' Geschrokken drukte ze haar hand tegen haar wang. 'Au.', piepte ze. Ik legde mijn hand tegen mij hart. 'Au.', zei ik beschuldigend. Ik voelde me helemaal niet meer als mijn verlegen zelf, ik was razend. 'En nu optrotten uit mijn huis of je krijgt er nog een!'

De dagen daarna praatten we niet meer. Ik hoopte dat ze zichzelf aan mij had aangestoken. Maar ik was dom geweest, oh zo dom, om haar een klap te geven en zo tegen haar te schreeuwen. Want de kans dat ze het allemaal door zou vertellen was nu met 100% gestegen. Een keertje Wisselen had me verbazingwekkend goed gedaan en mijn koorts was gezakt. Ik was wel nog steeds erg verkouden en benauwd. Mijn pleegouders-en zus zouden morgen vertrekken, en ik werd die dag al weggebracht naar kamp. 'Heb je alles? Schone kleren, tandenborstel, kam, zeep, handdoek, zwembroek, pyjama, telefoon?' 'Ja ja, en mijn telefoon neem ik niet mee.' 'Hoezo niet?' Mijn pleegmoeder stond nog allemaal kleren in mijn tas te gooien terwijl ik mijn muts over mijn hoofd trok en met een mesje mijn potlood stond te slijpen. 'Gewoon, lekker rustig.' 'Heb je geen vrienden waarmee je in contact wilt blijven?' De punt brak. 'Nee.' 'Heb je ondertussen nou echt niemand waarmee je een beetje overweg kan?' Ik dacht meteen aan Misa. Mijn pleegmoeder keek me een beetje bezorgd aan. 'Nee.', zei ik zachtjes. Ze begon weer met spullen te pakken. 'Goed, geen telefoon dan. Zonnebrand?' 'Ik heb alles.' 'Goed zo, kom mee.' Ik hees mijn loodzware rugtas van het bed en liep achter haar aan mijn kamer uit. De duwde een plastic tasje in mijn handen. 'Hier heb je wat eten en drinken. Niet vergeten genoeg water te drinken!' 'Ja.' 'Die jongen redt zich heus wel hoor.', zei mijn pleegvader vanuit de keuken. 'En jullie moeten gaan, anders kom je zo te laat.' 'Oké, doei!' Mijn moeder greep me bij de arm en sleurde me zowat het huis uit. 'Doei Key!' 'Doei! Doei Illa!' We stapten de auto in. 'Heb je er een beetje zin in?' 'Hm.' Mijn moeder lachte. 'Je klinkt niet erg enthousiast.' 'Hm.', antwoordde ik opnieuw. 'Nou, je moet er toch wel vijf weken doorbrengen dus niet zo mokken.' 'Ik mok niet, ik weet gewoon niet zo goed wat ik er van moet verwachten.'

Reacties (1)

  • DeNaamIsGideon

    snel verder!
    wow dat is gewoon een aanranding.
    En dat is toch wel een begrijpelijke reactie hoor, niet slim, maar wel begrijpelijk.

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen