We stonden stil voor wat ik dacht een stoplicht te zijn. 'We zijn er.' Ik keek op. We stonden op een kleine parkeerplaats aan de bosrand. Er stonden verscheidende andere auto's en wat fietsen. Ik zag hoe er net een roodharig meisje met een rugzak aan kwam rijden op haar fiets, en hoe een blonde jongen met een paardenstaart zijn drie kleine identieke broertjes van zich af moest duwen terwijl zijn vader hem een tas aan gaf. Er stonden vier leidingen met rode shirts en naambordjes aan de zijkant van het clubhuis en eentje had een klembord in haar handen waarmee ze namen afvinkte. Mijn pleegmoeder duwde mijn rugzak in mijn handen en leunde over me heen om de deur open te doen. Na een snelle 'doei' was ik alleen. Onzeker stond ik met mijn rugzak in mijn handen op de parkeerplaats. Ik voelde ene harde stof tegen mijn schouder en keek om. Het roodharige meisje was tegen me opgelopen. 'Sorry, sorry!', maakte ze gauw haar excuus. 'Geeft niet.', zei ik gauw. Ik twijfelde, moest ik me melden? Ik liep aarzelend naar de leiding toe. 'Pardon? Moet ik me hier melden?', vroeg ik onzeker. 'We nemen over vijf minuten de namen door om te kijken of iedereen er is.' Zei Eva, die naam las ik op haar bordje. Ik knikte en ging op een stoeprand zitten. De zon was fel en scheen op mijn muts die gloeidend heet voelde op mijn hoofd. Toch deed ik die niet af en checkte of het mijn haar goed verborg. Ik hoestte en keer en sloeg een mug uit mijn nek. 'Iedereen verzamelen!' Een van de leidingen klapte in zijn handen om de aandacht te krijgen. Iedereen ging in een kringetje om de mensen met de rode shirts heen staan en ze deden de absenten om te kijken wie er niet en wel gekomen waren. Ik keek rond naar de mensen met wie ik vijf weken zou gaan besteden. Het viel me op dat ik een van de oudsten was. Er was een meisje met bruin haar die misschien even oud was, en de jongen met de blonde staart was misschien één jaar ouder dan ik. 'Keyon?' Ik hoorde mijn naam. 'Spreek ik het goed uit?' 'Je spreekt het uit als Kion meneer.' 'Oké, Keyon. Yusaku?' Ging de leider verder. Ik lette niet heel goed op wie er 'ja' zei bij welke namen, dom, want ik was altijd slecht in namen geweest. 'Oké iedereen, zoek de mensen van je leeftijdsgroep op zodat we indelingen kunnen maken voor de slaapzalen. Jullie liggen met tien op één kamer, er zijn drie kamers. We hebben geluk met dit Kamphuis, jullie hebben eigen bedden en een nachtkastje. Op de gangen zijn de douches en wc's, maar die laten we zo nog wel zien. Nu iedereen van je leeftijd opzoeken!' De jongen met de blonde, korte paardenstaart liep meteen mijn kant op. 'Hoe oud ben jij?', vroeg hij. 'Zestien.', antwoordde ik verlegen. 'Oké, dan zitten wij bij elkaar in de kamer, ik ben net zeventien geworden. Zit jij hier bij iemand die je kent?' Ik schudde mijn hoofd en besloot dat het beleefd was het zelfde te vragen. Hij wees naar de kleine, blonde drieling. 'Die duiveltjes daar zijn mijn broertjes.' 'Hoi, hoe oud zijn jullie?', vroeg het roodharige meisje. 'Zeventien.' 'Zestien.', antwoordden we. 'Oh. Ik ben net veertien geworden, maar de rest is allemaal best jong dus ik denk dat ik dan toch bij jullie zit.' Er kwamen nog een zwartharige jongen van vijftien, het bruinharige meisje waarvan ik dacht dat ze rond mijn leeftijd was, en een blond meisje van twaalf bij ons. 'We zijn echt oud.', grijnsde de blonde jongen naar mij. 'Hoe heet je?', vroeg hij. 'Keyon. En jij?' 'Yusaku, je hebt een mooie naam.' Ik bloosde. 'Dank je wel, jij ook.' 'Mijn broertjes zeggen altijd dat het buitenaards klinkt.', lachte hij. Ik lachte ook. Uiteindelijk kwamen er ook nog twee jongetjes van tien bij ons omdat de andere kamers al vol zaten. Binnen het Kamphuis was het mooi en schoon. Netter dan ik gedacht had. 'Jullie mogen allemaal jullie spullen uitpakken en een bed zoeken, wij gaan lunch maken. We zien jullie straks allemaal in de grote eetzaal, daar gaan we eten en dan krijgen jullie de lijst voor corvee.' De kleintjes renden meteen gillend en joelend hun kamers in. Het moest vast geweldig en spannend zijn, zo'n vakantie zonder ouders. Ik zag dat er een deur naar buiten in de kamer zat. En zo te zien zat er geen slot op! Die kon ik goed gebruiken als ik moest Wisselen. Ik had een bed bij de muur, naast de deur. Aan de mijn adere kant had Yusaku zijn weekendtas op een bed gegooid. Ik legde mijn boek op het kastje naast mijn bed en ging op mijn bed zitten. Heel veel meer spullen had ik niet om uit te pakken. Het wit en lichte hout in de kamer straalde een rustgevende en luxe sfeer. Ik kreeg overal wel steeds meer zin in. Ik merkte nu pas hoe constant en het zelfde mijn leven was geweest. Maar ik zu hier nu allemaal nieuwe dingen gaan doen, nieuwe mensen ontmoeten. Hier kende niemand mij, hier kon ik opnieuw beginnen en misschien zelfs vrienden maken! Alleen het Wissleen was een probleem. 'Kom je?' Ik keek op. Yusaku sprak tegen me. 'Iedereen heeft hun tas al uit gepakt.' 'Oh, ja.', zei ik verlegen. In de eetzaal kregen we lunch en een corvee lijst. Ik zat op maandag bij koken met Yuksaku en de drieling, en op donderdag moest ik in mijn eentje de gangen vegen. We zouden straks onze spullen gaan pakken en daarna met de hele groep naar het strand gaan en gaan zwemmen. Ik zou niet mee zwemmen. En omdat ik nou erg verkouden was en het dan niet handig was om me hele erg in te spannen, maar ook omdat ik mezelf niet graag in zwemkleding vertoonde. Ik was mager en bleek, en er liep ene groot, lelijk litteken over mijn hele borst. Ik wist niet hoe ik er aan kwam, maar het was een keertje toen ik Gewisseld was gebeurd. Geen lichaam om trots op te zijn dus. Maar ik zou alleen het astma gedeelte zeggen natuurlijk.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen