Foto bij H.49.

Laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik voel dat de tijger zich afzet tegen de grond om mij in de rug aan te vallen, dus ik spring ook.
Net in de veilige zone beland ik op de grond, de tijger botst vol tegen de voor enkel hem geldende barrière en piept van de pijn.
Hijgend lig ik op de grond, wetend dat ik hier niet lang kan blijven, maar te moe om iets aan mijn situatie te veranderen.
Nog eventjes, dan.
Eventjes.

Na weet ik veel hoe lang dwing ik mijzelf ertoe om op te staan.
Hoewel ik wankel op mijn benen sta en om de een of andere mysterieuze rede volledig gedesoriënteerd ben, kijk ik om mij heen waarnaartoe ik vluchten kan.
Hier kan ik niet lang blijven.
Straks komt Tyson, of Jeremy Vandel en mijn hoofd staat nog steeds op overlevings-modus.
In de bosrand van de jungle zie ik nog steeds de tijger rondstruinen, zwemmen is niet mijn sterkste kant en ik heb geen idee wat ik zou moeten doen om te overleven in de woestijn, dus mijn enige optie is het labyrint.
Ik hou niet van doolhoven en deze is gigantisch en hoog, maar het is van dichte heggen genaakt, waar ik in kan klimmen en van bovenaf kan kijken hoe het allemaal in elkaar steekt.
Eten heb ik niet, maar ik verwacht niet dat ik er lang zal moeten blijven voordat Jeremy en Tyson hier ook zijn.
Het is niet ongebruikelijk dat de laatste tributen bij de Hoorn samenkomen voor die laatste , allesbeslissende slachting.
Dus ik strompel richting het doolhof en loop dat "vak" van de Arena binnen.
De grond is leiachtig met grove keien erin.
Hier en daar steken er wat grassprietjes uit de bodem en wanneer ik op een nieuw stukjegrond ga staan zakt die een halve centimeter in.
De muren zijn dikke heggen met een breedte van misschien wel 1,5 centimeter en een hoogte van 10 meter, als het niet meer is.
De lucht daarboven is strakblauw, met een glazig, dunn wolkje dat nauwelijks opvalt en het enige is dat de vrijwel egale lucht besmet met een oneffenheid.
Mijn enkel doet zeer door een verkeerde beweging die ik waarschijnlijk tijdens het vluchten heb gemaakt, maar ik was te moe om het te voelen.
Ik bijt even op mijn tanden, maar de pijn is niets in vergelijking met wat ik voelde toen iemand wiens naam ik niet zal noemen zijn més in mijn zij stak.
Ik ga op de grond zitten, de pijnlijke plekken in mijn achterwerk vanwege scherpe steentjes negerend.
Terwijl ik in een dagdroom wegzak valt het mij eerst niet op dat ik het piepende geluid van een parachuutje van mijn sponsoren.
Na een tijdje hoor ik het mechanische gepiep pas en ik kom overeind.
Ik heb niks nodig, ik ben toch niet van plan om dit te overleven, maar als ik niet meespelen komt Tyson misschien in de problemen als hij de Arena verlaat. Komen mensen in opstand.
Zullen ze roepen dat het fraude is.
"Gelukkig" beland het gulle cadeautje bovenop een van de heggen.
Ik zucht en loop naar de rand van de immense heg toe.
'Het is maar tien meter.' zeg ik sarcastisch en moedeloos tegelijkertijd.
De plant is erg stevig en zolang ik mijn gewicht zo vaak mogelijk op minimaal drie punten tegelijk verdeel, zullen er geen problemen optreden.
Dus ik begin aan mijn klim.
Na een aantal minuten en meer krassen dan ik trots op ben kom ik aan bij de bovenkant van de heg.
Ik ga zitten met mijn benen die bungelen over de rand.
Even ga ik verzitten en ik pak het pakketje vast.
Ik open het.
Het is een scherp, hard mes belegen met hier en wat ingelegd bladgoud op het heft.
Het zijn kleine, losse deeltjes van het flinterdunne goud die iets zullen moeten vormen, maar ik kan van dichtbij niet zien wat.
Ik pak het vast en strek mijn arm.
Dan zie ik wat het vormt.
Elke ademteug ontsnapt uit mijn longen.
Het is een spotgaai.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here