Foto bij H27: Onthulling Nick ~ Khana

De vrouw die voor ons de straat blokkeerde, keek met een grijns naar ons terwijl ze haar armen opzij gestrekt hield. “Laat ons er langs”, gromde Nick dreigend en de vrouw liet haar armen zakken. “Waarom zo boos? Het is hier maar saai en eenzaam…”, zei ze toen met een pruillipje en stapte op Nick af. Ze strekte haar hand uit naar zijn gezicht, maar hij zette een stapje terug. “We lopen wel terug”, zei Nick en draaide zich om, om mij zo mee te trekken naar de kant vanwaar we kwamen. Hij was erg gespannen en iets in mij zei dat er iets niet klopte. Opeens kwam er voor ons iets groots naar beneden en tot mijn verbazing was het de vrouw van daarjuist. “Had ik gezegd dat jullie weg mochten gaan?” vroeg ze toen giftig en keek ons met samengeknepen ogen aan. Nicks hand om mijn pols verstrakte en ik kreunde even pijnlijk. Meteen liet hij los en keek toen naar mij om met een bezorgde blik in zijn ogen. Weer keek hij naar de vrouw en dan weer naar mij, waarna hij tegen mij zei: “Khana, ga weg. Nu.” Hij duwde de boodschappentas in mijn handen en draaide me om als teken dat ik moest vertrekken. “Ze mag blijven van mij hoor”, hoorde ik toen de vrouw zeggen en zodra ik me had omgedraaid naar haar, werd ik op de grond geworpen door een stevige windvlaag.

Nick lag wat verderop en kwam ook wat verdwaasd overeind. Ik schudde even met mijn hoofd en keek naar de plaats waar de vrouw stond, maar die was leeg. “Zoek je iemand, waardeloos mensje?” hoorde ik opeens iemand met een dreigende stem zeggen en geschrokken keek ik achter me. De vrouw keek me met donkere ogen aan en trok toen haar jas uit. Twee vleermuisachtige vleugels kwamen vanachter haar rug tevoorschijn en tussen haar haren waren 2 kleine hoorntjes te zien. Ze dook op mij af en ik rolde maar net op tijd weg, om dan vlak naast mijn hoofd te zien hoe een van haar vleugels zich in het asfalt boorde. Met grote ogen duwde ik me zo snel mogelijk overeind, maar met haar vrije vleugel sloeg ze me opzij en ik kwam tegen een muur terecht. Ik kreunde even pijnlijk en de vrouw kwam voor mij staan. Ze greep mijn keel vast en drukte me op ooghoogte tegen de muur aan, waarna ze met de scherpe rand van haar vleugel naar mijn gezicht bewoog. “Maak je maar niet druk, je zult niet heel lang lijden voordat je sterft”, zei ze poeslief en ik probeerde uit alle macht haar hand rond mijn keel los te krijgen, maar ze had een ijzeren greep. Het enige wat ik kon doen was piepend ademhalen en zien hoe haar vleugel gevaarlijk dicht bij mijn ogen kwam.

“Laat haar los”, hoorde ik Nick opeens zeggen, maar ik zag hem niet. De vrouw draaide zich half om en kneep tegelijkertijd wat harder. “Waarom zou ik dat doen?” vroeg ze doodnormaal en ik begon wanhopig te spartelen om ook maar iets van lucht binnen te krijgen. Vlekken dansten al voor mijn ogen en ik maakte stikkende geluiden. Plotseling voelde ik een schokgolf langs mijn zijkant komen en zowel de vrouw als ik werden omver geworpen. Meteen vulden mijn longen zich met lucht en happend naar adem begon ik te hoesten. De vrouw kwam vrij snel overeind en spreidde haar vleugels dreigend, terwijl ze een soort sissend geluid maakte. “Khana, gaat het?” hoorde ik toen Nick vragen en vaag wist ik te knikken. Ik probeerde zo snel mogelijk mijn ademhaling onder controle te krijgen, maar dat lukte niet toen ik de vrouw op mij af zag duiken. Meteen kromp ik ineen en wachtte op de klap, maar die kwam niet. Voorzichtig opende ik mijn ogen weer en het leek alsof mijn hart een tel oversloeg.

Tussen mij en de vrouw hingen enkele rotsblokken doodstil in de lucht, maar dat was niet hetgeen dat mij zo schokte. Wie wat verderop stond, was dat wel. Nick hield geconcentreerd zijn hand naar ons uitgestrekt en bewoog die toen in een zwaai naar de vrouw, waardoor de rotsblokken ook naar haar vlogen. Nicks haar was wit geworden en twee dierenoren stonden bovenop zijn hoofd. Achter en rond hem waren verschillende witte vossenstaarten te zien die zacht heen en weer bewogen. De vrouw slaakte een schrille kreet voordat ze bedolven werd onder de rotsblokken. “Khana, wegwezen!” riep Nick toen naar mij en mijn hersenen hadden enkele seconden nodig om te realiseren wat hij net riep. “N… Nick?” vroeg ik verward, maar ik zag toen de rotsblokken bewegen. “Ga!” riep hij en liet de grond rond de rotsblokken omhoog komen. Geschrokken greep ik de boodschappentas en half struikelend wist ik het straatje uit te lopen. Achter de hoek bleef ik hijgend staan. De chaos in mijn hoofd was compleet: ik werd bijna vermoord, die vrouw was dus geen mens maar een mythisch wezen en Nick… Nick was ook geen mens. Voor zo ver mijn kennis reikte, kon ik maar op één wezen komen die op Nick leek en dat zou betekenen… dat hij een kitsune was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen