Als je nog tips, vragen of opmerkingen hebt kun je ze altijd bijd e reacties achterlaten! ^^

En ik heb nu ook een plaatje er bij ☻

'Ga jij niet zwemmen?', vroeg iemand in een rood shirt toen we bij het strand waren. Ik schudde mijn hoofd. 'Ik heb astma en ben erg verkouden, ik kan het erg benauwd krijgen als ik me nu erg ga inspannen.' 'Oké, dat snap ik.' Ze stak een parasol in het zand en ging bij de andere leiding zitten. Ik legde mijn handdoek in het zand en ging er bovenop zitten. Met mijn armen om mijn knieën geslagen keek ik naar de blauwe zee. Ik kon de zee alleen nog maar herinneren uit vroegere herinneringen, ik was er al zo lang niet meer geweest. We hadden toen wat zeehondjes gespot en we gingen zwemmen. Hier leken geen zeehonden te bekennen, eerder haaien. Ik vond haaien gave beesten, maar ik wou er liever geen in het echt tegen komen. Ik las mijn boek maar verder terwijl ik daar zo op mijn handdoek zat. Terwijl ik las ving ik wat nieuwe namen op. Bo, Jack, Sin, Femmie, en nog meer. Maar welke gezichten waar bij hoorden wist ik niet. Toen het al een heel klein beetje begon te schemeren gingen we weer terug. Yusaku kwam naast me lopen. 'Mag ik wat vragen?', vroeg hij. Ik knikte en keek naar de grond. 'Ben je ziek of iets? Omdat je niet mee kwam met zwemmen bedoel ik.' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik heb astma, en ik ben net ziek geweest, maar ik ben nog steeds erg verkouden. Zwemmen en intensief bewegen is dus niet slim omdat ik het dan heel benauwd kan krijgen. En heel veel zin had ik er toch niet in.', legde ik uit. Hij zuchtte zowat opgelucht. 'Ik weet dat astma verschrikkelijk kan zijn, maar omdat je ook die muts draagt was ik bang dat je misschien kanker had en kaal bent.' Ik schrok en schudde met mijn hoofd. 'Nee nee, ik heb gewoon haar hoor.' 'Gelukkig.' Ik keek weer verlegen naar de grond. Het was alsof ik een echt gesprek had gehad. 'Maar waarom draag je die muts dan? Het is 25 graden hier, koud zul je het toch niet hebben?' 'Ik laat mijn haar gewoon niet graag zien.', zei ik zachtjes. 'Hoezo niet?' Ik beet op mijn lip. 'Ik val niet graag op.' Het was even stil. 'Mag ik je haar een keer zien?' Ik werd rood en knikte. Deze jongen leek me echt aardig te vinden, iets wat tegenwoordig echt zeldzaam leek. 'Yu!' Een van de drieling riep. 'Wat nou weer?' Yusaku keek me nog één keer aan en verdween toen in de rij lopende kinderen voor ons.

'Oké iedereen, mag ik even jullie aandacht?', iemand van de leiding klapte in zijn handen en stond op van de lange eettafel. 'Jullie krijgen straks een uur te tijd om te doen wat je zelf wilt, daarna verzamelen we met z'n allen voor een nachtelijk spel in het bos.' Ik slikte. We gingen spelletjes spelen s'nachts!? Oh, als ik mezelf maar onder controle kon houden! Maar het was oké, stelde ik mezelf gerust. Er was hier niks wat me tot Wisselen zou leiden. Na het eten ging ik naar de kamer om mijn schetsboek, potlood en gum te halen zodat ik wat kon gaan schetsen. De zee en het bos waren geweldig en aangezien ik geen telefoon of fototoestel had om foto's mee te maken moest ik het maar tekenen. En het was handig om vanavond extra ontspannen te zijn. Wat voor spel we gingen doen had ik geen idee van, dat hadden ze niet gezegd. Ik zag wel dat er een grote tas met zaklampen op de tafel gelegen had. Om zeker te weten dat de deur in de kamer open was vertrok ik via die deur met mijn schetsboek onder mijn arm. Ik ging in het zand zitten en legde het boek op mijn opgetrokken knieën. 'Wat teken je daar?' Ik keek op en herkende de zwartharige jongen uit mijn kamer. Geschrokken drukte ik het boek tegen mijn borst. 'Mag ik het zien?', vroeg hij. 'Ik heb het verpest.', hakkelde ik. 'Maakt niet uit.' Ik kon er niet onderuit en gaf hem het schetsboek aan. 'Wauw.', zei hij onder de indruk. 'Dit ziet er echt heel goed uit, zit jij op een tekenschool?', vroeg hij terwijl hij door het boek bladerde. Ik werd rood. 'N-nee.', zei ik zacht. 'Echt nice.' 'Dank je.' Hij gaf me het boek weer terug en liep weer weg naar een groepje voetballende jongens.

'Oké jongens, zijn jullie klaar voor het nachtelijke spel? We zullen het maar meteen uitleggen.' We stonden met z'n allen in de eetzaal om elkaar heen. Het was nu het nacht was koud buiten en iedereen had een lange broek en een jas aan. Nu was mijn muts eindelijk ook tegen de kou. Sommige kleintjes die te moe waren waren al naar bed, maar de meesten waren er. De leider de Eva heette wees naar de tas met zaklampen. 'Iedereen krijgt een zaklamp en jullie splitsen op in teams van twee of drie. Juliie worden verspreid door het bos en moeten elkaar gaan zoeken. Je kunt er voor kiezen verstopt te blijven zodat je niet gevonden wordt, maar je kunt ook gaan zoeken naar de adere teams. Het aantal punten dat je krijgt hangt af aan hoe lang het duurt voordat je gevonden word en hoe veel mensen je zelf gevonden hebt. Zoek eerst allemaal een team bij elkaar!' Ik bleef vergen stil staan en keek naar de grond, ik directe niet naar iemand toe te gaan om een team te vormen maar dacht aan Yusaku. 'Keyon?' Ik hoorde zijn stem en keek op. 'Zullen wij een team vormen?' 'Eh, emh, ja.', stamelde ik. Hij grijnsde en ik glimlachte verlegen terug. 'Jongens!', riep Yusaku. Zijn blik stond schuin naar achteren naar beneden. De drieling zat achter ons op handen en knieën en zat onze veters aan elkaar te binden. 'Ga iemand anders lastig vallen!' Gauw renden de blonde jongetjes weg. Yusaku bukte om onze veters weer los te peuteren. 'Sorry, ze vinden het altijd geweldig om irritante grapjes uit te halen.', mompelde hij. 'Geeft niet.', grinnikte ik. 'Zo.', zei hij toen de laats knoop er uit was. 'Oké, zit iedereen in een groepje?' 'Ja!', riep iedereen in koor. 'Mooi zo, we gaan nu naar het bos toe. Wij nemen alle vijf per persoon zes groepjes mee en brengen die allemaal verspreid door het bos.' Wij werden meegenomen door een lang meisje met roze haar die Crystal heette. Yusaku moest steeds op de drieling letten zodat die niet in bomen gingen klimmen of konijntjes in hun jaszakken zouden proppen. 'We gaan niet te ver in het bos jongens, anders vinden we elkaar nooit meer terug en krijgen jullie niet te maken met wilde herten.', zei Crystal. 'Of beren.', fluisterde Yusaku. 'Beren?', vroeg ik. Daar moest ik voor uitkijken als ik zou Wisselen. Maar ik moest niet te veel aan Wisselen denken, dan werd ik alleen maar bang en zou ik het juist doen. En misschien zou ik de kinderen dan niet alleen een trauma bezorgen, maar ook in een tehuis belanden, of misschien zelfs wel in de gevangenis voor poging tot moord. Ik voelde een hand op mijn schouder. 'Gaat het? Je trilt. Ik heb je toch niet bang gemaakt met die beren?' Ik schudde mijn hoofd. 'Natuurlijk niet, ik denk dat ik het gewoon een beetje koud heb.' 'Moet je mijn jas hebben?' 'Nee, nee, anders vat je kou.', zei ik gauw. Het was allemaal zo nieuw, dat iemand aardig tegen me deed, écht aardig. Niet zoals Misa die zou zeggen dat mijn homoseksualiteit uit me verjaagd moest worden en me vervolgens begon aan te randen. Zou ik ooit misschien echt vrienden met Yusaku kunnen worden? Ondanks dat mijn gedachten en gevoelens door me heen raasden bleef ik kalm, liet alles gewoon als een douche over me heen spoelen. 'Oké jongemannen, wij zetten jullie hier af.', zei Crystal tegen ons. En toen stonden we alleen in het bos. Yusaku knipte zijn zaklamp aan en scheen die op de grond. 'Zullen wij ons gewoon blijven verstoppen? Ik denk dat we dan meer punten krijgen en heel veel zin om rond te lopen.' Ik knikte. 'En dit is bovenal toch meer een spel voor de kleintjes.' Ik knikte opnieuw. We liepen even en toen scheen Yusaku's zaklamp op een boom met dicht begroeide bosjes er om heen. 'Hier?', fluisterde hij. 'Oké.' Met zijn zaklamp tussen zijn tanden hield de gentlemen de bosjes voor me opzij. 'Dank je wel.' Aan de andere kant van de bosjes kon je tegen te boom aan zitten en omhoog kijken naar de sterren. Ik hield de bosjes voor Yusaku open. 'Dank je.' Hij kwam naast me zitten in kleermakerszit. Ik sloeg mijn armen om mijn knieën en staarde naar de donkergroene bladeren die heen en weer ritselden in de wind. Ik hoorde geritsel en gekraak van plastic naast me. Ik keek op en zag dat Yusaku een zak gummi-krokodillen had opengemaakt. 'Wil je er ook eentje?', hij bood me een rode krokodil aan. Ik keek er stomverbaasd naar en voelde een steek van verdriet. Dat was de eerste keer in mijn hele leven dat iemand iets met mij wou delen uit goedheid. Toen ging er een trilling door me heen wat betekende dat ik zou wisselen. Onstpannen, ontspannen, dwong ik mezelf, terwijl ik vocht tegen de wolf. En goedzijdank lukte het, ik Wisselde niet. 'Gaat het?' 'Ja, ik heb een beetje hoofdpijn. Dank je wel.' Ik pakte het snoepje aan. 'Houd je hand eens op.' Ik hield mijn hand op en er vielen nog een paar krokodillen in. 'Dank je.', stamelde ik. 'Het is echt net het zelfde als de vorige keer.', grijnsde hij. 'De vorige keer?' 'Ik ben al een keer eerder naar dit kamp geweest. Toen de drieling nog niet bestond waren mijn ouders hier een keertje begeleiders en was ik er ook. We deden toen ook van die nachtelijke spellen en we gingen zwemmen.' 'Oh. Zijn er veel spellen in de nacht?' Hij haalde zijn schouders op. 'Niet heel veel, volgens mij hadden we nog een keertje een speurtocht in de avond en een kampvuur, maar dat was het. De kleintjes kunnen natuurlijk niet te lang op blijven, anders zijn ze dood de volgende ochtend.' Ik zuchtte opgelucht. 'Wat? Houd je niet van nachtelijke activiteiten?' Ik schudde mijn hoofd en dacht snel na. 'Jawel hoor, maar ik ben nog een beetje ziek en slapen doet me altijd goed.' 'Dat snap ik.' Er was een stil moment waarin we naar de sterren keken. 'Is het niet erg druk, met drie broertjes?', vroeg ik. 'Jawel, maar het ligt ook wel echt aan deze drie duiveltjes hoor. Ik heb ook een oudere zus die al het huis uit is en zij is ondanks het feit dat het een gestoord wijf is wel een soort van rustig. Jij bent zeker enigs kind?' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik heb een pleegzus.' 'Pleeg?' Ik knikte. 'Ik een geadopteerd.' 'Oh.' Hij stopte de zak gummi-krokodillen weg en haalde twee blikjes cola tevoorschijn en bood me er eentje aan. 'Oh, nee dat hoeft echt niet hoor.', zei ik gauw. 'Het mag hoor, ik ga ze toch niet allebei zelf of drinken.' 'D-dank je.', stamelde ik terwijl ik het blikje prik aanpakte. 'Wat is er? Je kijkt verdrietig.' Ik schudde mijn hoofd en opende het blikje. 'Ik ben het gewoon niet zo gewend zomaar iets te krijgen.' 'Ook niet van je vrienden?', vroeg hij verbaasd. 'Ik heb geen vrienden.', zei ik zachtjes. 'Oh.' Zijn hand raakte eventjes die van mij aan en ik bloosde. 'Hee, ik mocht je haar nog een keer zien.', veranderde hij gauw het onderwerp. 'Oh. Ja.' Ik trok de muts af. Yusaku zou me niet uitlachen, hij was zo'n goed mens. Zijn mind viel een beetje open, maar hij klap die weer gauw dicht. 'Het is prachtig, waarom verberg je het?' 'Het is wat ik al zei: ik val niet graag op.' 'Maar negatieve aandacht zul je er toch vast niet van krijgen?' Ik zuchtte en hij wist het antwoord al. 'Je moest eens weten.', zuchtte ik tussen een slok cola door. 'Vertel.' Ik zei niks. 'Als e het niet wilt vertellen hoeft het natuurlijk niet hoor.', zei hij gauw. 'Ik word gezien als een lelijke, domme, saaie aandachtshoer met homotrekjes.', zei ik sip. 'Wat erg.', hij meende oprecht wat hij zei. 'Ze slaan me en niemand wilt vrienden met ze zijn.' 'Helemaal niemand?' Ik dacht aan Misa. Misschien kende ik Yusaku nog maar een paar uur, maar ik vertrouwde hem meer dan wie dan ook en hij leek me echt te begrijpen. 'Er was een meisje, Misa, en zij leek de laatste tijd heel aardig tegen me te doen. Maar toen bleek ze verliefd op me te zijn en werd ik aargerand.' 'Wat?! Wat verschrikkelijk! Heb je aangifte gedaan?' 'Nee. Dan word ik alleen maar erger gepest.' 'Waar waar op kunen ze jiu dan pesten? Je bent aardig, onzelfzuchtig en aantrekkelijk.' Ik werd vuurrood en zei niks. 'Sorry, breng ik je van je stuk?' 'Hm.', mompelde ik. Ik wou over wat anders beginnen. Maar toen gleed er een traan over mijn wang. Ik schrok, waarom had ik dan nig niet Gewisseld? Misschien was het omdat ik niet één sterke emotie voelde, het was meer een mengeling van verdriet, vleierij en schaamte. 'Keyon!', zei Yusaku geschrokken. Hij sloeg zijn armen om me heen en en keek me geschrokken aan. Ik veegde gauw de traan weg en knipperde de anderen weg. 'Sorry.', mompelde ik. 'Het is gewoon dat niemand dat ooit over me heeft gezegd.' Ik was niet aan het huilen, maar Yusaku liet me niet los. Het voelde veilig, zo'n knuffel die ik nog nooit gehad had. 'Geen sorry zeggen.', suste hij. Hij liet me los en vroeg hij: 'Bedoel je dat niemand nog nooit heeft gezegd dat je aantrekkelijk bent?' 'Nou... gewoon alles. Je doet zo aardig. Zeg, je doet toch niet alleen zo omdat je medelijden met me hebt?' 'Natuurlijk niet.', zei hij gepikeerd. 'Ik mag je. Oh, shhh!' Hij knipte de zaklamp uit en dook omlaag. Er kwam een groepje kinderen langs lopen. Het gele licht van de zaklampen gleed door de bosjes heen maar ze zagen ons niet. Met een grijns keken Yusaku's warme, blauwe ogen me aan. Ik grijnsde terug. Toen de kinderen voorbij waren stak hij zijn hand naar me uit. 'Vrienden?' Mijn hart begin te kloppen en opnieuw vocht ik tegen de wolf. Maar dat liet ik niet zien en schudde zijn hand trillend.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here