Yusaku

Ik kreeg zweethanden en een brok in mijn keel. 'Keyon?', stamelde ik. En toen sloeg de paniek toe. Wat moest ik in godsnaam doen!? Moest ik water over hem heen gooien? Reanimeren? Mond op mond!? Ik besloot zijn slappe lichaam op te tillen en er mee naar de leiding te lopen. Of te rennen. Ik schrok toen ik voelde hoe ongelofelijk licht en mager hij was. Maar veel kon ik er niet aan denken, het enige wat moest gebeuren was dat Keyon zijn verdomme ogen open moest doen! 'Leiding!', gilde ik. 'Yusaku? Wat is er aan de hand?' 'Mijn God, wat is er met Keyon gebeurd!?' Ik legde hem voorzichtig als een porseleinen beeldje op het kleed neer. 'Het is een astma-aanval denk ik. Hij begon opeens te hoesten en naar lucht te happen. Hij zei dat hij geen lucht meer kreeg en even later viel hij flauw.' Mijn stem brak en ik kon niet meer praten, anders ging ik huilen. Ik maakte me gewoon zo veel zorgen! De leiding wist ook niet goed wat ze moesten doen en wisselden paniekerige blikken uit. 'Laat hem maar eerst bijkomen, als dat niet gebeurd bellen we 112.' Mijn lip trilde. 'Het komt wel goed Yusaku.' En oh, oh, godzijdank deed hij een halve minuut later zijn ogen open. 'Yusaku?', vroeg hij zwak. Ik vloog de jongen om zijn nek. Een beetje beduusd klopt hij me op mijn rug. 'Ik leef nog.', grijnsde hij. 'Gaat het? Yusaku, laat die arme jongen los, hij moet even bijkomen.'

Keyon

Ik knipperde met mijn ogen tegen het zonlicht. Was ik... was ik flauw gevallen!? Ik werd vuurrood van schaamte en duwde mezelf omhoog. 'Gaat het? Keyon ik was zo bezorgd!' Ik keek Yusaku niet aan en knikte. Ik ademde nog steeds een beetje lastig, maar ik kreeg lucht. De zoete en schone lucht van het bos hielp daar ook erg prettig bij. 'Het gaat weer.', zei ik zacht. 'Moet je niet blijven liggen?', vroeg iemand van de leiding. 'Ik voel me prima, echt.', protesteerde ik zwak. 'Weet het het zeker?' 'Ja.' 'Ik zal je wel aanraden rustig te doen, jullie kunnen even een stukje wandelen of zo. Yusaku, jij kunt toch wel voor hem zorgen?' Voor me zorgen? Niemand hoeft voor mij te zorgen, ik was oké! 'Natuurlijk.' Ik stond voorzichtig op. Ik wiebelde een beetje op mijn benen maar bleef staan. 'Moet je steun hebben?', vrieg Yusaku, en hij stak zijn arm uit. Ik schudde mijn hoofd. 'Nee, het gaat.' 'Zullen we een stukje lopen?' 'O-oké.', mompelde ik. We liepen een stukje door het bos zonder iets te zeggen. We kwamen uit op een grote weide met allemaal madeliefjes verspreid als een deken op het gras. Yusaku liep een stukje de weide in en ging op zijn rug liggen. Ik kwam voorzichtig naast hem liggen. 'Het is prachtig, is het niet?' 'Zeker.' Ik sloot mijn ogen tegen de zon en bedacht hoe gelukkig ik was. Het gras en de madeliefjes waren koel en de zon was warm. Yusaku haalde een fototoestel tevoorschijn. 'Ik heb een nichtje die Madelief heet, het lijkt me leuk om een foto voor haar te maken.' 'Oh, ja.' Ik stond op zodat hij een foto kon maken zonder dat ik er op stond. Hij stond ook op en richtte de camera op de grond. Na een foto van het veld gemaakt te hebben ging hij weer liggen. Ik kwam naast hem liggen en deed mijn ogen dicht. Na een tijdje viel ik in slaap en dat maakte Yusaku aan het lachen.

Reacties (1)

  • DeNaamIsGideon

    Die laatste zin is een beetje vreemd, want tot nu toe was het altijd een onwetende Ik-persoon, en nu een wetende bij de laatste zin.

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen