Elise is vandaag goed bezig geweest met schrijven! Manon (ik dus) had geen tijd...

De volgende morgen is een druilerige, vervelende morgen. De zon schijnt niet en Acacia heeft het gevoel dat ze elk moment in kan storten.
Als ze dan ook vreselijk vermoeid de eetzaal binnenstapt, ziet iedereen de wallen onder haar ogen, en haar ongeborstelde haren.
Zuchtend gaat het meisje tussen Glace en Avon inzitten, en ze laat zich tegen Avon aanzakken.
‘Liefje, is alles goed?’ vraagt de jongen aan zijn vriendin.
‘Ja, alles is oké, maak je maar niet druk,’ mompelt Acacia. De rest van de kinderen uit haar klas staren haar verbaasd aan.
‘Kunnen we hier even weg, Avon? Ze staren me zo aan…’
Avon knikt en staat op. Hand in hand lopen ze weg, met Glace achter zich aan.
‘Acacia, wat is er nou? Heb je niet goed geslapen?’ vraagt Glace.
‘Wat denk je zelf? Zie ik er goed uit?’ Glace schrikt een beetje van hoe Acacia reageert. ‘Oh, sorry Glace! Ik ben gewoon zo moe.’ Glace knikt, dat snapt ze wel. ‘Waar was je gisteravond trouwens? Je was niet op onze kamer.’
Acacia zucht. ‘Ik ben langs mijn ouders geweest, want ik moest even met ze praten. Jammer genoeg betrapte ik ze toen ze aan het zoenen waren, en daarna hebben we nog even gepraat. Ik voel me nu zo raar!’
‘Ik snap je wel,’ mompelt Glace, maar verder kan ze niet praten. Ze verandert plotseling in een wolf, en Acacia kan zien dat dat niet haar bedoeling was.
‘O, nee…’ mompelt ze. ‘Ook jouw krachten slaan op hol.’

‘Ahwr? Awrah? Wrahhhh!’ Acacia kijkt bezorgd naar de wolf, de wolf die er duidelijk zelf ook niks van snapt. ‘Oh nee, oh nee, wat moeten we nou doen? Als jouw krachten op hol slaan, en mijn krachten, dan vergeten we alles en worden we misschien wel een gevaar voor de mensen van wie we houden! Wat als jij nu vergeet dat je eigenlijk een mens bent, of dat wij elkaar vergeten?’ Sirius komt fluitend de kamer binnen, hij heeft geen flauw idee dat zijn vriendin nu ook al koekoek wordt (Zijn woorden, ik schrijf alleen het verhaal op). ‘Hoi.’ Dan stopt hij en kijkt hij Acacia aan. ‘Voordat je iets doet, ik ben je neef, je herinnert het misschien niet.’ Acacia kijkt hem verbaasd aan, maar dan besluit ze om een grap uit te halen. Een beetje lol mag toch wel?

‘Ehm nee, jij bent die vervelende jongen die rond mijn huis rondhangt en mijn beste vriendin kust.’ Sirius kijkt haar geschrokken aan, ze was het vergeten. ‘Ehm, ehm, ehm’ Acacia lacht. ‘Natuurlijk herinner ik je, je bent Sirius, je houdt van mijn beste vriendin en je bent mijn neef. Je zou je leven voor haar geven en dat vind ik aardig van je.’ Sirius glimlacht, maar kijkt dan even bezorgd naar Glace, waarom was ze een wolf en waarom waren haar rustige, ondoordringbare ogen onrustig en doordringbaar? ‘Glace, gaat het wel goed?’ HIj knielt bij haar neer en zij likt hem over zijn wang. ‘Ehm, nee, het gaat niet helemaal lekker met haar. Ze kan niet meer teruggaan naar mens. Haar krachten zijn nu ook vreemd bezig. Sirius kijkt haar geschrokken aan. ‘Ahwr,’ Glace kijkt verdrietig naar Sirius, ‘Waahr wrah.’ Ze probeert iets duidelijk te maken maar dat gaat niet echt goed. Dan loopt ze naar het raam en kijkt in de verte. ‘Wooooowowowooooo’ Ze huilt naar, ja waarnaar eigenlijk? Gewoon de verte in, naar de oneindigheid, naar de lucht, naar alles of juist naar niets.

Sirius kijkt nog steeds bezorgd naar Glace, zijn Glace. Ze loopt onrustig door de kamer en om de zoveel tijd huilt ze weer naar niets. Gewoon het raam door. Ze blijft dan vijf minuten voor het raam zitten en loopt dan weer verder. Cassi komt de kamer binnen en kijkt chagrijnig naar Glace. ‘Kun je misschien stoppen met huilen!’ Ze zegt het meer als een bevel en dat zit Glace niet lekker. Ze draait zich om en kijkt Cassi met een boze blik aan. Ze loopt naar haar toe en huilt, heel hard, recht in Cassi’s gezicht. Cassi kijkt geschrokken naar Glace, die weer rondjes gaat lopen. Dan fluistert ze naar Acacia.
‘Wat is er met haar aan de hand? Ze is heel anders.’ Acacia zucht, ze wilde het eigenlijk niet uitleggen, dat deed zeer. Maar ze moest het wel doen. ‘Haar krachten doen ook raar. Ze kan geen mens meer worden en heel misschien, echt heel misschien, sterft haar menselijkheid af. Dan is ze gewoon een wolf.’ Cassi kijkt geschrokken naar Glace, en dan weer naar Acacia, die door het raam naar de leegte kijkt, zich afvragend of Glace een specifiek iemand roept.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Misschien kunnen Glaces ouders helpen? Of zo?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen