Iemand vroeg, waarom hoofdstuk 2.4, 2.4 heet, omdat dat hoofdstuk het begin is van hoofdstuk 2. Nou, ik zal t even uitleggen. De cijfer voor de punt staat voor het hoofdstuk waarbij de tekst hoort. Dus 2.4 hoor bij hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1.3 hoort bij hoofdstuk 1. Op die fiets.
De cijfer achter de punt staat voor het hoeveelste hoofdstuk het op Quizlet is. Dus hoofdstuk 2.4 is het 4e hoofdstuk op Quizlet. Hoofdstuk 1.3 is het 3e hoofdstuk op Quizlet.
Ik hoop dat jullie het begrijpen, haha.

Veel leesplezierr ^.^

Zachtjes leg ik de foto van Kagan op tafel en kijk naar de foto die mijn moeder heen en weer zwaait. Ze beweegt zo snel heen en weer dat het hoofd niet meer is dan een schim.
'Zo kan ik hem niet zien, mam.' Brom ik en steek mijn arm uit. Mijn moeder is net een klein kind. Ze giechelt en wipt opgewonden op haar stoel. Verliefd duwt de ze foto even tegen haar hart en geeft hem dan aan mij. Ik geef haar een 'doe normaal' blik en bekijk de foto.
De grijze ogen die me aankijken komen me bekend voor, maar ik weet niet precies waarvan. Het bijna zwarte haar van de jongen staat in een schuine kuif naar achteren. Een mannelijk stoppelbaardje siert zijn kaaklijn en het perfecte, charmante, schuine lachje maakt de foto compleet.
'Ik herken hem ergens van. Hoe heet hij?' Mijn blik glijd naar zijn naam. Fillin Akhil Jaibreyon. Mijn mond valt open. 'Wacht. Is hij een zoon van Akhil Jaibreyon?'
'Jazeker!' Roept mijn moeder enthousiast. Ze springt op van haar kruk en maakt een soort dansje. Ik weet ook niet hoe ik het anders moet noemen. Het is gewoon vaag.
Mijn blik glijd terug naar de foto. Akhil Jaibreyon is dé zakenman van Sodowir. Hij beheert bijna alle decoratie- en woonwinkels in het hele land. Ik weet nog dat ik als klein meisje graag op de bedden daar speelde. Die waren altijd zo lekker zacht. Volgens mij ben ik daar zelfs een keer in slaap gevallen en werd ik door een medewerkster bij sluitingstijd gewekt.
Ik glimlach om de herinnering, maar besef ineens dat mijn moeder wil dat ik met zijn zoon trouw.
'Mam,' ik schut mijn hoofd, 'dat is veel te hoog gegrepen. Iedereen die word getrokken gaat voor Fillin. Rijker dan Fillin's familie kun je haast niet treffen.'
'Niets mee te maken. Dit word hem. Ik weet het zeker en jij gaat je best doen!' Ze trekt een punaise uit de muur en drukt de foto daarna vast op de muur. Tevreden staat ze op en bekijkt hem van een afstandje.
'Hebben we nog een plan B nodig?' Mompel ik. 'Nee, ga je vader zoeken. Hij is vannacht niet thuisgekomen.' Met die woorden loopt ze weg. Ik wrijf over mijn pijnlijke hoofd en staar naar de foto. Langzaam glijden mijn ogen naar de andere stapel. Ik betrap mezelf erop dat ik naar Calisto zit te staren. 'Zet dat maar uit je hoofd, Isra.' mompel ik tegen mezelf en sta op. Klaar om mijn vader op te zoeken.

Mijn vader kan op drie plekken zijn. In bed; in de kroeg; of daar waar je hem niet verwacht. Optie één is al uitgesloten, dus besluit ik om naar de kroeg te gaan. Op zich is het een aardig eindje lopen naar het centrum, waar de straat met barretjes en cafeetjes ligt, dus sluit ik het niet uit dat mijn vader onderweg in slaap is gevallen. Ik check de bosjes en tuinen waar ik langsloop, maar vind hem niet.
Het is al gezellig druk in het centrum. Ik zie op de kerkklok dat het net iets over tien is. 'Goedemorgen.' begroet ik een passerend bejaard stel. Ze knikken glimlachend en wandelen rustig verder. Zal ik dat straks ook doen met Fillin?
Isra! Spreek ik mezelf toe. Hoe kun je dat nou denken? Je bent nog niet eens getrokken! Wat zou mama bedacht hebben om me binnen te krijgen? Heeft ze echt iets bedacht, of zegt ze dat alleen? Wat als ze echt iets heeft bedacht... Dat is vals spelen.
Met een schok sta ik stil bij dat besef. Is mijn moeder van plan om vals te spelen?
Doe normaal, Isra. Ik kom weer in beweging. Hoe zou mama dat voor elkaar moeten krijgen? Als ze echt zo handig was, dan hadden we nooit in armoede geleefd. Dan had ze wel iets geregeld om aan geld te komen, toch?
Met een hoofd vol vragen stap ik over de drempel van de bar. Binnen is het akelig stil. Natuurlijk, een kroeg gaat pas 's avonds open. Achter de bar staat wel een jonge vrouw. Ze is een bierglas aan het afdrogen en kijkt me nieuwsgierig aan. 'Goedemorgen.' begroet ik haar met een glimlach. Ze knikt naar me en zet het glas neer. 'Wat kan ik voor je doen?' Ze slaat de handdoek over haar schouder en leunt over de bar. Haar zwarte truitje laat zo een diepe decolleté zien.
'Ik zoek mijn vader.' Ik laat mijn blik door de ruimte glijden. 'Hij moet hier gisteravond zijn geweest, maar hij is niet thuisgekomen.'
'Hmmm, vervelend.' Ze gaat overeind staan en lijkt diep na te denken. 'Was je vader hier al vroeg op de avond? Misschien voor tien uur?'
'Dat weet ik wel zeker.' grijns ik. 'Zijn naam is Dymas.'
'Oh ja! Gekke Dymas. Die was er wel. Is hij vader?' Ze lijkt oprecht verbaasd en begint een volgend glas af te drogen. 'Nooit geweten dat hij kinderen had. Hij vertelt wel eens over zijn vrouw.' Ze valt even stil. 'Ja, gister had hij het ook nog over haar.' Ze lacht even en kijkt me aan. 'Hij houd heel veel van je moeder, weet je dat? Hij kan non-stop over Amberlyn praten.'
'Amberlyn?'
Ik voel hoe het speeksel uit mijn mond trekt en het zweet uitbarst in mijn nek. 'Wat vertelde hij gister over Amberlyn?' Mijn stem klinkt gehaast. Lijn vingers beginnen te trillen en ik moet me vasthouden aan de dikke, houten paal naast me. De barvrouw kijkt me onderzoekend aan, maar praat rustig verder. 'Gewoon, de standaard dingen. Hoe mooi ze is met haar blonde haar en de prachtige, hemelblauwe ogen die ze heeft.' Ze glimlacht. 'Wat apart,' zegt ze ineens, 'je lijkt niet op je vader. Dymas is donkerblond toch? Jij bent duidelijk bruin. Hoe kom jij aan bruin haar als beide ouders blond zijn? En je ogen heb je ook niet van je ouders. Niet beledigend bedoelt hoor, groen is heel mooi, maar wel een beetje apart als beide ouders blauw hebben.'
Ik grijp met mijn handen in het haar en voel dat het zweet over mijn voorhoofd begint te druipen. 'Wat zei hij nog meer?' Vraag ik gehaast. Ze haalt haar schouders op. 'Naja, aan het einde van de avond deelde hij mee dat hij naar z'n meissie zou gaan. Naar Amberlyn.'
'Nee!'
Even staat de wereld stil. De tijd stopt met tikken. Vogels blijven hangen in de lucht en de wind houd voor even zijn mond.
'Wat is er?' Fluistert de barvrouw zachtjes. Ik kijk haar met grote ogen aan. 'Mijn moeder heet geen Amberlyn.'

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen