de stad waarin


Om negen minuten over acht ’s ochtends op de eerste maandag van de maand augustus begonnen we met de voorbereiding. We vlogen boven de stad en hielden het doelwit nauwlettend in de gaten. Niemand wist wat er zou komen, behalve wij, behalve onze officieren en de mensen die ons hiertoe hadden gezet. De minuten die zouden volgen, waren van levensbelang. Letterlijk. Een enkele fout zou onze eigen levens kosten. Dan zouden onze gezinnen aan diggelen liggen. We moesten zorgen dat alles perfect zou verlopen.
      De volgende minuten gingen langzaam voorbij. Elke seconde die wegtikte, bracht ons wat dichterbij het moment dat het moest gaan gebeuren. Het moment waarop de wereld voor even stil zou staan. Waarop de kinderen genoten van het mooie weer en met hun tol of voetbal de straten door zouden gaan, waarop de moeders hun mannen een stevig ontbijt voorschotelden voor deze naar hun werk zouden gaan. Het werd tien over acht. Elf over acht. De seconden kwamen en gingen, alsof ze niets in de gaten hadden van de tragedie die zich straks af zou spelen, alsof ze niet wilden dat het gestopt zou worden. Het was voor ons een teken uit de hemel dat het goed was, dat dit was wat we moesten doen.
      Langzaamaan werd het kwart over acht en ik keek naar de schakelaar in mijn hand. Ik hoefde maar mijn duim te bewegen en kracht te zetten om ervoor te zorgen dat het plan in werking werd gesteld. De man naast me knikte, vertelde me dat het oké was. Ik deed het. Mijn duim zorgde ervoor dat de komende 44 seconden cruciaal waren, zowel voor ons als voor de mensen onder ons, in de stad, in de laatste minuut van hun leven. We draaiden ons om en vlogen weg, nog voor de bom de grond zou raken.

Het kwam voor hen uit het niets. De enorme lichtflits gevolgd door een harde, donderende knal. Het voelde alsof de wereld onder hun voeten weg werd geblazen, alsof iedereen van de kaart zou worden geveegd. De kleine jongen was geland.
      De stilte was oorverdovend. Er was niets te horen en niets te zien. Er heerste complete stilte voor de wereld wist wat er gebeurd was. Het duurde voor de rest van het land bekomen was van de schrik. De schok was nog tot ver te voelen. De stad lag plat. Slechts enkele gebouwen bleven met moeite rechtop staan, maar kraakten vervaarlijk. Voor even was er helemaal niets. Er klonken geen auto’s meer, er speelden geen kinderen meer in de straat. De vaders kwamen nooit aan op hun werk en de moeders hadden dat ontbijt nooit hoeven bereiden.
      Tienduizenden slachtoffers: 30 procent van de populatie uitgewist, van de aardbodem gevaagd alsof het niets was. De druk op de knop op de schakelaar was genoeg om dit voor elkaar te krijgen. Meer was er niet voor nodig. De man naast me vloog het vliegtuigje weg van de desastreuze vernietigingen. Wij hoefden er niet naar te kijken, de boodschap was wel duidelijk.

De stad waarop de bom was gevallen, lag in puin. Bijna niemand wist dat het drie dagen later weer zou gebeuren.


Reacties (3)

  • Rozenthee

    Uh, wauw? Dit is zo waanzinnig goed geschreven gewoon o.o

    3 jaar geleden
  • Ons

    Wauw dit is echt goed!!

    4 jaar geleden
  • Arcturus

    Awesome geschreven ;o

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen