Foto bij 003 • Dreadful dreaming

003 • Dreadful dreaming

Bij aankomst in de Hufflepuff Basement heb ik besloten het met niemand te hebben over mijn ontmoeting met de Gryffindors. Voornamelijk het deel over de Slytherins wil ik voor mezelf houden. Al sinds ik op Hogwarts zit heb ik een bepaalde angst voor mensen uit deze afdeling. Vaak zijn ze wat achterbaks en gemeen richting mensen die niet in hun afdeling zitten. Ze verachten Gryffindor, iets wat ik totaal niet begrijp, en ze doen vaak nogal kleinerend over Hufflepuff. Niet dat ik zelf altijd helemaal pro-Hufflepuff ben maar het is wel mijn afdeling en bijna al mijn vrienden zijn Hufflepuff. Ik zou niet snel toegeven dat ik bang ben voor Slytherins, want er zitten er best een paar tussen die oké zijn. Echter zijn er een paar die er voor kunnen zorgen dat er koud zweet op mijn rug staat, dat ik wil wegrennen als ze in dezelfde kamer zijn. Draco en zijn mannetjes zijn er daar een aantal van: je hebt namelijk verwaande Slytherins, je hebt buitengewoon arrogante Slytherins, en dan heb je Draco. Dat hij mijn naam blijkbaar weet, boezemt me een bepaald soort onverklaarbare angst in. Waarom zou hij?
'Daar ben ik weer!' Zeg ik tegen Teddie als haar heb gevonden. Ze zit op een fauteuil bij de open haard. Van de vier luxe stoelen zijn er drie bezet. Ik plof op de laatste vrije stoel neer.
'Hoe was je jus, Ava?' Vraagt Teddie zonder me een blik waardig te keuren. Ik twijfel even en besluit dan toch eerlijk te zijn.
'Smerig.' Mompel ik. Ze draait haar strakke gezicht naar me toe en als ze mijn beteuterde gezicht ziet breekt er toch een grote grijns door.
'Ik denk toch dat ik je dan beter ken dan jijzelf.' Teddies stem klinkt zelfvoldaan. Ik tover een glimlach op mijn gezicht.
'De volgende keer luister ik gewoon naar je en ga ik gelijk mee, Teds.' Beweer ik gemaakt-enthousiast. Ik doel op de pompoen-appeljus situatie maar ik weet diep van binnen dat ik inderdaad met haar mee had moeten gaan, maar dan wel om een compleet andere reden. Teddie lijkt content met mijn reactie en draait zich weer om naar haar twee andere gesprekspartners, Zacharias Smith en Hannah Abbott.

Er broeit een onaangenaam gevoel in mijn maag. Eigenlijk is dit al zo sinds het moment dat ik de Slytherins aan zag komen. Helaas wordt het niet minder zoals ik verwacht had maar juist erger. Het is een onheilspellend gevoel dat moeilijk te beschrijven is. Het kruipt langzaam vanuit mijn maag naar de rest van mijn lichaam en spreidt zich uit over elke mogelijke cel. Plotseling voel ik een ijskoude rilling over mijn lichaam lopen en ik spring op.
'Ik moet nu echt gaan slapen.' Verontschuldig ik me naar Zacharias, Hannah en Teddie. 'Het is een lange dag geweest en ik vrees dat ze vanaf nu alleen maar weer langer worden.' Mijn excuus klinkt redelijk. Ik hoor Hannah zuchten. Ze knijpt haar ogen dicht en zakt dieper in haar stoel.
'Ik wil het er niet over hebben.' Klaagt ze, doelend op de lessen die morgen beginnen. Teddie grinnikt.
'Misschien moeten we allemaal maar gaan, we zijn een van de laatste die nog op zijn.' Zegt ze. Ik kijk om me heen en zie tot mijn verbazing dat de Common Room al bijna helemaal verlaten is. Normaal zijn de Hufflepuffers de eerst avond een heel stuk langer op. Bijpraten over de zomer, kletsen met die nieuwe leerlingen, speculaties doen over nieuwe docenten... Nu lijken ze allemaal verdwenen te zijn.

~

De volgende ochtend wordt ik badend in het zweet wakker. Ik schiet overeind en kijk angstig om me heen. Ik zie hoe Teddie vanuit haar bed vragend haar wenkbrauw naar me optrekt. Mijn droom speelt zich opnieuw voor mijn ogen af en ik voel hoe mijn maag zich omkeert. Ik kreun en laat me naar achteren vallen. Een vlaag van misselijkheid overspoelt me en ik sluit mijn ogen.

Een paar ogen kijkt me kil aan. Ze zijn zoveel hoger dan dat ik ben. Ik krijg moeilijk adem en vraag me af hoe iemand zo ver boven mij kan zijn. ''Help!'' Probeer ik te roepen als alles gaat tollen. Maar niemand reageert. Hij doet niets. Dan zie ik mijn ouders. Ze schreeuwen. ''Stop Avelin, niet doen. Hou op!'' Dan volgt er een oogverblindende groene flits gepaard met een oorverdovende herrie. En dan is er niks meer, alles lijkt zwart en stil.

Het is een droom die ik vaker heb gehad. Vooral in de tijden dat mijn oom werd vermoord door jeweetwel. Elke keer met een ander persoon in de lucht. Hoog boven me. Onbereikbaar. Deze keer leek hij anders. Normaal kende ik de mensen niet. Ik wist niet wie er boven me hing en wat hun motief was. Dit paar ogen kwamen me echter bekend voor. Waarom hielpen ze me niet?

Ik schud de idiote en paniekerige twijfels van me af en ga weer langzaam rechtop zitten. Ik haat dromen. Het slaat nergens op.
'Kom op aansteller!' Hoor ik Teddies stem. Nog voor ik kan reageren klapt haar kussen tegen mijn hoofd. Ik kijk enigszins verward haar kant op.
'Tijd voor het beste ontbijt OOIT!' Kirt ze. Zo vroeg en al zo vrolijk. Ongelooflijk.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here