Foto bij O14 • Bullied

Autumn Castle

Ik onderdruk een zachte zucht als ik mijn bureaustoel naar achteren schuif, ga zitten en vervolgens mijn laptop open doe. Ik ben gisterenavond laat naar huis gekomen, maar mijn vader had het niet eens gemerkt omdat hij lag te slapen.
Vanmorgen hebben we niet echt iets tegen elkaar gezegd, ook al is hij niet meer boos op me geworden. Als hij al spijt heeft van wat hij gedaan heeft, laat hij dat niet merken. Hij is nooit echt iemand geweest die zijn excuses met woorden komt aanbieden. Meestal is het zichtbaar in daden.
Gelukkig moeten we vandaag weer allebei door met ons leven: hij moet gaan werken en ik moet naar school. Hij had eerst overwogen om vrij te nemen, maar ik denk dat hij uiteindelijk toch besloten heeft dat afleiding wel goed voor hem is. En ik denk daar hetzelfde over.
Ik moet pas tegen de middag naar school omdat we deze ochtend een hoop uren hebben die wegvallen. En daar ben ik wel blij mee. Nu kan ik op mijn gemak aan het huiswerk beginnen waar ik gisteren geen tijd en zin voor had. Ik weet nog steeds niet of het me nu wel goed zal afgaan, maar het is beter om het te proberen dan het weg te schuiven, right?
Voordat ik mezelf over mijn huiswerk ontferm, besluit ik om Facebook nog even te checken. Normaal gezien moet ik niet al te veel meldingen hebben, want zo veel vrienden heb ik nu ook weer niet in mijn vriendenlijst zitten. Ik heb er minder dan vijftig en de meeste van hun wonen dan ook nog eens in een andere stad omdat ik ze op vakantie heb leren kennen.
Van school heb ik bijna niemand op Facebook en dat hoeft voor mij ook niet. Ik heb recent geleden Aiden toegevoegd. Hij is een stuk populairder dan mij, maar dat kon ik ook wel zien toen die jongens gisteren direct naar hem luisterden nadat Aiden hun soort van leider tegen de grond had gewerkt. Aiden wekte gewoon een soort van ontzag op waar je liever niet tegen in wilde gaan.
Ik frons met mijn wenkbrauwen als ik zie dat ik één melding heb en klik het icoontje van de meldingen aan. Ik zie dat het om een foto gaat, maar ik kan niet zien wat er op de foto staat en dus klik ik de melding aan. Ik zie dat Aiden iets op mijn tijdlijn geplaatst heeft en glimlach automatisch heel even.
Mijn glimlach verdwijnt echter als ik een positieve, bemoedigende tekst zie die geplaatst is in een fleurige foto. De foto is bedoeld voor mensen die onlangs iemand dierbaar in hun leven verloren hebben. Maar dat is niet waarom ik niet meer aan het glimlach ben. Het zijn de reacties van sommige mensen waar ik wel om kan huilen.
Er zijn er een paar bij die me sterkte wensen – mensen die geen vrienden zijn van mij en ook niet van Aiden – maar er zijn er ook bij die me een aanstelster noemen en die aangeven dat ze hopen dat ik zelf ook een ziekte krijg. Ik kan niet geloven wat sommige mensen allemaal zeggen.
Ik scrol door de reacties heen en zie dat er een paar mensen zijn die voor me op proberen te komen, maar die vervolgens genadeloos afgekraakt worden door de meerderheid van de reacties. Aiden zelf heeft er nog niet op gereageerd. Ik vraag me af hoe het in godsnaam mogelijk is dat iedereen deze foto kan zien.
Ik klik de foto met tranen in mijn ogen weg en klik op de link naar Aiden’s profiel. Als ik door zijn filmpjes en foto’s scrol, zie ik dat het wel vaker is voorgekomen dat mensen die hij niet eens heeft toegevoegd zomaar kunnen reageren. Ik laat mijn muis rusten op een opmerking die een jongen heeft gegeven op zijn foto en zie dat de jongen geen gemeenschappelijke vrienden heeft.
Ik vind het lief dat Aiden me wil steunen, maar het was niet bepaald mijn bedoeling om met heel de wereld mee te delen wat er met mijn moeder is gebeurd. En ik weet zeker dat als mijn vader hier achter komt, hij ontzettend boos op me gaat zijn. God, wie weet zet hij me wel het huis uit!
Ik klik met trillende hand nogmaals de foto aan die Aiden online heeft geplaatst en zie dat er in de minuten dat ik niet naar de foto keek weer tien reacties erbij zijn gekomen. Het maakt me ziek hoe dom mensen kunnen reageren op iets waarvan ze niet het hele verhaal kennen.
Ik wil dat Aiden deze foto er af haalt. En wel nu. Ik maak een besluit en pak snel mijn telefoon. Ik typ snel zijn naam en druk dan op de knop om te bellen, want ik heb geen zin om te wachten totdat hij het leest.
“Hé, Autumn,” hoor ik hem direct zeggen. “Hoe gaat het met je? Voel je je al wat beter?”
Ik slik. Hij is zo lief voor me en hij wilde alleen maar lief overkomen, maar hij heeft geen idee wat voor reacties hij allemaal wel niet heeft uitgelokt.
“Aiden, ik zag dat je een bericht op Facebook had geplaatst,” zeg ik zachtjes. “Ik wil dat je hem er af haalt. Het is heel lief dat je aan me denkt en dat je met me meeleeft, maar dit was nooit mijn bedoeling.”
“Wat niet? Waar heb je het over?”
“Heb je de reacties niet gezien? Iedereen kan het lezen! Iedereen reageert negatief.”
“Wacht even, doe rustig. Ik ga kijken.”
Het is stil aan de andere kant van de lijn op wat gestommel na. Aiden heeft de telefoon een eindje van zich weggehouden terwijl hij waarschijnlijk voor zijn eigen laptop gaat zitten om op Facebook te gaan.
“Oh… Jezus. Het spijt me, Autumn. Ik wilde je alleen maar steunen.”
Ik hoor aan zijn stem dat hij het écht erg vindt.
“Kun je het er nog af halen?” vraag ik hoopvol.
“Natuurlijk kan ik dat,” zegt hij direct. “Nogmaals sorry, Autumn. Dit was nooit mijn bedoeling geweest.”
“Vraag me het de volgende keer gewoon of je dat soort dingen er op mag zetten. Het is nu nog te vroeg voor iedereen om het te weten.”
Daar hebben we nu natuurlijk weinig aan, want iedereen weet het al. Maar als ik de pagina herlaad, zie ik dat Aiden het weggehaald heeft. Ik zucht zachtjes en opgelucht.
“Je moet niet luisteren naar de mensen met hun negatieve commentaar. Ik zal ze persoonlijk op school aanpakken als ik diegene zie,” zegt Aiden dreigend.
“Dat hoeft niet,” zeg ik vlug. “Ik ben allang blij dat je zo lief voor me bent en dat je rekening houdt met mijn gevoelens.”
“Geen zorgen, prinses. Ik ben er voor je.”
Ik bijt op mijn onderlip. Heeft hij me nu zojuist prinses genoemd? En heeft hij echt aangegeven dat hij er voor me is? Dit moet wel een te mooie droom zijn, toch? Ik onderdruk een zachte zucht, bedank hem nogmaals en hang dan op.
Hoewel ik het niet prettig vind dat hij die foto zomaar online heeft geplaatst, begrijp ik het ook wel langs zijn kant dat hij zich machteloos voelde en dat hij me met iets op wilde vrolijken. Hij had ook niet kunnen weten dat het deze reactie uit ging lokken. Misschien dacht hij wel dat mensen beter op me zouden reageren als ze zouden zien wat er gaande was in mijn leven.
Ik voel een fijn gevoel vanbinnen als ik denk aan het feit dat Aiden genoeg geeft om mijn gevoelens om voor me op te komen en gelijk iets weg te halen van Facebook als ik er niet mee akkoord ben. Het geeft me het gevoel dat toch tenminste één iemand zich om me wilt bekommeren.
En misschien had ik Aiden gisteren gewoon moeten laten doen. Misschien had ik me niet terug moeten trekken en misschien had ik hem wel gewoon terug moeten kussen. Want of ik het nu wil of niet: ik vind hem leuk. En ik begin hem steeds leuker te vinden. En ik weet zeker dat als mama nog leefde, ze het leuk zou vinden als ik een vriendje zou hebben.
Een traan rolt langs mijn wang terwijl ik me besef dat ik haar goedkeuring nooit zal kunnen vragen en dat het pap niks kan schelen op dit moment. Ik wilde dat ze nog leefde. Ik wilde dat ik dit soort dingen nog met haar kon bespreken.
Ik loop naar mijn bed toe, zucht hard en laat me dan op mijn bed vallen. Ik druk mijn gezicht in mijn hoofdkussen, haal diep adem en krijs vervolgens zo hard als ik kan terwijl mijn tranen over mijn wangen lopen en mijn kreten gesmoord worden door het kussen.

Reacties (1)

  • Luckey

    Aiden is echt zo super lief!!!
    Snel verder!!

    4 jaar geleden
    • Dragonrage

      Bedankt voor je reactie!

      4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen