Kozak had nagedacht en beloofd dat Cerice de volgende dag zou mogen helpen in het huis. Haar wond begon langzaam te helen en Cerice was blij dat ze eindelijk iets terug kon doen voor Kozak.
      "Wat moet ik dan gaan doen, Kozak?" vroeg Cerice toen ze 's avonds aan tafel zaten met een bord groente voor hun neus.
      "Ik wilde je laten beginnen met tuinieren morgen. Het is fatsoenlijk weer en ik wilde eens kijken hoe mijn moestuin erbij ligt, dus daar kan je me goed mee helpen. Het zal niet heel zwaar werk zijn, je mag je been nog niet te veel belasten, dus bukken en dingen tillen ga ik je niet laten doen, maar je kan me wel gereedschap brengen en water halen denk ik," antwoordde Kozak en Cerice knikte glimlachend.
      "Kan ik je straks al ergens mee helpen anders?" vervolgde ze in de hoop dat ze meer mocht doen dan alleen dingen brengen.
      "Je mag helpen met de afwas, dat doe ik niet graag alleen zoals je wel hebt gemerkt. Ik denk dat je morgen anders ook wel wat kastjes kan poetsen en wat kan vegen hier. Het is best vies, normaal gesproken had ik extra hulp, maar die is momenteel weg. De afwas is een grote taak ben ik bang, dus dat doen we samen," grinnikte Kozak. Hij had wel gelijk, de afwas was niet zijn favoriete klusje. Het servies en de pannen van de afgelopen paar dagen stonden opgestapeld op het aanrecht en was toe aan een wasbeurt.
      "Dat lijkt me geen verkeerd idee," lachte Cerice op haar beurt en ze aten snel verder om direct aan de afwas te beginnen daarna. Het warme water deed Cerice denken aan thuis en de vuile theeglazen herinnerden haar aan de leuke tijden die ze had gehad met haar broers voor het haardvuur als het koud was. De mok in hun handen geklemd, lachend om elkaars grappen en luisterend naar de avonturen die ze vertelden. De beloftes die werden gemaakt en de weddenschapjes die onderling werden gemaakt, het was allemaal in het verleden en ze zou het waarschijnlijk nooit meer herbeleven. De vieze borden leken op die van het wekelijkse familiediner waarbij iedereen thuis moest zijn en er uitgebreid gekookt werd door hun moeder, om zo de familieband te behouden. Deze borden hadden alleen niet de gezelligheid die de borden thuis hadden. Het was zo anders en ze had heimwee. Ze wilde haar broers weer zien.

      De volgende ochtend werd Cerice gewekt door het zonlicht dat door het raam scheen. Ze had voor een keer geen vreemde dromen gehad en had gewoon lekker kunnen slapen. Het ontbijt stond al op tafel en Kozak had zich weer uitgesloofd.
      "Je moet wel goed eten," zei hij toen hij haar zag kijken naar al het eten. "Je gaat het nodig hebben."
      "Bedankt, Kozak." Cerice ging zitten en begon aan een stevig ontbijtje met eieren, spek en veel brood. Toen ze goed vol zat, nam Kozak haar mee naar buiten. De tuin lag er netjes bij, maar Cerice zag direct dat er wel wat werk te doen was.
      "Laten we beginnen met al het onkruid opruimen. Ik zal alles in een bak gooien, dan kan jij het straks wegbrengen naar het groen afval. Dat is net buiten de stad hier en dat wordt door het koninkrijk opgehaald. Wat zij doen met dat spul is voor iedereen een raadsel. Maar goed, terwijl ik bezig ben, mag jij alvast de hark halen en een bezem pakken, dan kan je alvast het pad wat schoonmaken. Daarna zien we wel verder." Kozak begon met het onkruid uit de tuin te trekken en Cerice liep naar de schuur. Deze stond helemaal vol met gereedschap, maar ergens achterin zag ze een glimmende schede liggen. Heel veel aandacht besteedde ze er verder niet aan. Ze zocht de hark en pakte een bezem mee.
      "Ik heb de hark. Als het goed is," riep Cerice voordat ze de schuur uit kwam. Ze stak de hark even in de lucht en Kozak knikte instemmend. Hij had al een redelijke bak met tuinafval en hij gebaarde dat Cerice nog wel even kon gaan vegen. Het leek net alsof er een zandstorm over zijn tuin was getrokken, het betegelde pad leek wel een woestijn.
      "Waar staat je kameel?" grapte Cerice en ze hoorde Kozak lachen.
      "Die had ik nog niet gehoord," hikte hij en hij sloeg bijna de bak met onkruid om. Al het zand lag inmiddels op een hoopje en Kozak liet Cerice het afval wegbrengen. Hij had gezegd dat hij het zand wel even op zou vegen en dat ze als zij terug was eerst zouden eten.
      De afvalberg leek verder dan Kozak had gezegd. Het was een redelijk stuk lopen en Cerice kreeg last van de wond door al het lopen, maar ze verbeet de pijn. Ze moest harder worden als ze in het leger wilde. Ze kon inmiddels de berg al zien liggen en ze haastte zich een beetje. Toen ze bijna bij de storthoop was, zag ze een wagen die alles aan het inladen was.
      "Moment!" riep ze en ze hield het kistje omhoog. "Ik heb nog groen afval!" De mannen knikten dat het goed was en ze liep nog wat sneller naar de kar toe. Snel gooide ze het afval weg, maar aarzelde voordat ze weg wilde lopen.
      "Wat doen jullie eigenlijk met dit afval? Dat vroeg ik me nou al heel lang af," loog ze en de mannen schudden hun hoofd.
      "Sorry mevrouw, dat mogen wij niet vertellen. Staatsgeheimen. We doen er geen slechte dingen mee, dat kan ik u verzekeren. Uw afval komt ten goede van Emperya, dat zeker," antwoordde een van de mannen en Cerice knikte teleurgesteld. Langzaam begon ze aan haar weg terug naar Kozaks huis, hongerig en in de hoop dat ze snel meer zou kunnen gaan doen. Tijdens haar weg terug begonnen ook steeds meer vragen over Emperya te vormen. Waar ging het afval heen? Wat had de koning allemaal te verbergen voor zijn mensen? Waarom was Emperya zo rustig? Ze kon er niks bij bedenken en liep piekerend naar Kozaks huis.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen