Het eten was weer heerlijk en het was energierijk, wat Cerice wel kon gebruiken na haar wandeling. Kozak had gezegd dat Cerice maar rustig moest doen de rest van de dag vanwege haar wond en hij had haar alleen de opdracht gegeven wat te vegen binnenshuis. Ze was hier vol goede moed aan begonnen, maar schrok toen ze ineens de deur open hoorde gaan.
      "Pa?" riep een mannenstem en Kozak kwam naar binnen.
      "Charon, ben jij dat?" riep hij terug en de man kwam de kamer binnen gelopen met een grote tas op zijn rug.
      "We zijn er weer!" lachte Charon en hij omarmde zijn vader. "Wie is deze jongedame?"
      "Dit is Cerice, uit Astra. Ze is gevlucht toen de Sylicanen haar land aanvielen en ik heb haar een paar weken geleden gevonden op de weg van de markt terug naar huis," legde Kozak uit. Charon knikte en pakte galant haar hand vast om er vervolgens een kus op te drukken.
      "Leuk je te ontmoeten, Cerice," glimlachte hij en ze knikte vriendelijk terug.
      "Insgelijks, Charon. Kozak, ik wist niet dat je een zoon had?" Cerice keek Kozak een beetje onwennig aan, alsof hij dingen voor haar verborgen hield.
      "Ik wist niet wanneer hij terug zou keren, dus ik had je nog niks verteld. Hij helpt mij normaal gesproken in het huishouden. Wat heb je allemaal meegemaakt in Fardu?" Kozak keek zijn zoon vrolijk aan.
      "We hebben de wildernis verkend, het festival in de stad bekeken en de mededeling van de koning gehoord. Vader, ik wil me aanmelden bij de Academie. Mijn vrienden gaan ook en het lijkt me een eer om het land te dienen net zoals jij ooit hebt gedaan," glimlachte Charon.
      "Je wil het leger in?" stamelde Kozak. "Je weet toch waarom ik ben gestopt?"
      "Vader, ik wil dit echt doen. De hele wereld valt anders in de handen van de Sylicanen en dat wil ik niet. Ik sterf liever zelf dan dat mijn land sterft," glimlachte Charon, proberend zijn vader een hart onder de riem te steken.
      "Als dat is wat je wil, dan zal ik je moeten laten gaan." Kozak zuchtte en liep terug de tuin in. "Kom je me even helpen, Charon?"
      "Natuurlijk." Charon verdween ook en Cerice bleef alleen over. Ze had ineens een stuk meer vragen over Kozak, en niet alleen waarom hij zijn zoon had verzwegen voor haar. Zijn verleden was haar een raadsel geweest, maar nu bleek dat hij uit het leger kwam. Het was wel een verklaring voor de schede die ze in de schuur had zien liggen, maar waarom had hij dat niet verteld? Er was iets gebeurd in zijn tijd als soldaat en dat wilde ze weten, zo nieuwsgierig als ze was.

      Die avond zaten ze met zijn drieën aan tafel met een bord vlees voor zich. Kozak had geprobeerd iets feestelijks in elkaar te zetten, maar op zo'n korte tijd was het hem niet echt goed gelukt.
      "Charon, ik heb nagedacht," begon Kozak. "Je krijgt mijn toestemming en steun voor de aanmelding. Ik heb je immers zelf getraind, dus al het luie zou eruit moeten zijn. Er is wel één voorwaarde. Je gaat de komende paar dagen fatsoenlijk trainen. Niet achter de meiden aan, niet proberen met Cerice te flirten, niet naar de kroeg, maar trainen. Ik wil niet mijn zoon zien falen in het leger, omdat hij liever zichzelf bezat om vervolgens met een makkelijke meid in bed te duiken."
      "Dat beloof ik. Maar, waar moet ik dan gaan trainen?" lachte Charon.
      "Een oude maat van me heeft een klein schuurtje waarin hij jongens zoals jij traint." Kozak zag dat Cerice hem vragend aankeek. "Charon was niet de makkelijkste. Snel afgeleid, ieder beestje was interessanter dan leren vechten met een houten zwaard. Toen hij een echt zwaard mocht proberen na veel gezeur, viel het hem best zwaar en raakte hij lichtelijk gewond doordat ik geen genade toonde. Hij had immers zelf gezegd dat ik hem moest behandelen als een vijand. Daarna heeft hij zijn training serieuzer genomen, maar zat nog steeds vaak tot laat in de kroeg van een oude vriendin. Degene die voor jouw kleding heeft gezorgd. Hij kwam dan thuis als ik al in bed lag, volledig dronken en soms ook nog met een meisje of twee waarna ze een avontuurtje beleefden."
      "Vader!" riep Charon beschaamd. "Dat vertel je toch niet tegen een gast?"
      "Cerice is geen gast meer voor mij, ze heeft onze hulp nodig en ik zal haar behandelen alsof ze hier woont. Dan mag ze ook best weten wat jij allemaal hebt uitgespookt. Cerice, zie het als een waarschuwing voor mijn zoon en laat hem niks met je proberen. Je hebt mijn toestemming om hem te slaan." Kozak knipoogde naar haar en ze barstten beide in lachen uit. Charon werd alleen maar roder.
      "Maak je geen zorgen," hikte Cerice. "Ik heb geen behoefte aan mannelijke aandacht momenteel."
      "Dat is dan geregeld," zuchtte Charon. "Kunnen we het nu over iets anders hebben? Ik schaam me dood."
      "Kozak, je zei daarnet dat je in het leger had gezeten? Zou je daar eens iets over kunnen vertellen?" vroeg Cerice, maar Kozak schudde zijn hoofd.
      "Dat zijn verhalen die ik liever niet deel. Het is een stuk van mijn leven dat ik liever vergeet, dus misschien dat jullie het ook maar moeten vergeten. Zal ik straks een fles appellikeur openen?" Kozak stond op om zijn bord op te ruimen en Cerice keek Charon vragend aan. Die haalde op zijn beurt zijn schouders op.
      "Geen idee waar hij last van heeft," fluisterde hij. "Normaal gesproken is hij erg trots op zijn tijd in het leger. Hij heeft heel wat prestaties op zijn naam staan. Ik snap echt niet dat hij die tijd wil vergeten."
      "Ik zal het wel gewoon laten rusten," mompelde Cerice en ze stond ook op om haar bord op te ruimen. Ze liet alvast de wasbak vollopen met warm water zodat ze aan de afwas kon beginnen. Kozak was inmiddels terug met een fles appellikeur en had vrolijk drie glazen ingeschonken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen