Foto bij STORGE – CHAPTER O2

“Tu me manques.”

RAY.
Ray had zich tegen de muur van het gebouw aan laten zakken nadat ze Alice’ wapperende, bruine haren om de hoek van de straat had zien verdwijnen. Ze had met al haar wilskracht kunnen voorkomen dat ze in tranen was uitgebarsten maar nu Alice weg was had het geen zin meer. Met haar knieën opgetrokken tegen haar schokkende borstkas huilde ze.
Ze huilde om haar verloren relatie, haar verloren vriendin en alle hoop die ze had gehad. Ze huilde omdat ze niemand anders had in deze wereld dan die ene persoon die haar haatte. Het voelde alsof iemand haar zojuist in haar gezicht had geslagen en haar wakker had laten van een fijne droom. De blik die ze haar had gegeven – vol angst, vol walging – toen ze haar hand had gepakt stond gebrand op haar netvlies; haar woorden spookten door haar hoofd.
Had ze het dan toch bij het verkeerde eind gehad? Wilde Alice werkelijk niks meer met haar te maken hebben? Waren alle signalen waarvan ze dacht dat ze voor haar bedoeld waren niks meer dan een illusie? Had ze zich alles ingebeeld?
Haar shirt werd nat van de stroom van tranen die maar niet leek te stoppen. Ze had gedacht dat als ze zich het door dit gesprek heen hadden kunnen worstelen, dat er een kans was geweest dat alles weer goed zou komen. Maar Alice had haar weggeduwd en haar aangekeken alsof ze haar had geslagen. Op dat moment had ze geweten dat het over was.
En misschien had ze dat altijd wel geweten, maar dat nam niet weg dat haar lichaam hunkerde naar de aanraking en comfort van haar vriendin. Het nam niet weg dat ze zich voelde als een drugaddict zonder dosis. Trillend, schokkend, snotterend, huilde ze tot ze niet meer kon.
En toen haar tranen op waren, was er niets meer behalve een gevoel van leegheid dat haar overspoelde. Haar ziel was leek uit haar lichaam te zijn gerukt en niets, maar dan ook niets, deerde meer. De koude bries liet haar natte wangen aanvoelen als ijsblokjes.

Ray kon zich niet meer herinneren hoe ze de energie had gekregen om op te staan, haar rugzak over haar schouder te hijsen en haar skateboard te pakken. Uiteindelijk was ze er gewoon maar op gestapt en had ze zichzelf afgezet. Verdoofd reed ze de straat uit.
Haar skateboard bracht haar niet naar huis. Haar skateboard had haar altijd naar de plek gebracht waar ze op dat moment het meest naar hunkerde.
Ray rolde langzaam het park in dat grensde aan de Sacramento River. Het was volle maan wat ervoor zorgde dat de bomen in een spookachtig schijnsel stonden. Het speeltuintje was verlaten; de schommels zwierde langzaam van voor naar achter door de wind. De bankjes waren verlaten. Er was zelfs geen geluid, behalve het ruisen van de rivier tegen de kant.
Ze skatete verder tot ze niet meer kon en ze zich van haar skateboard af liet vallen. Met moeite sjokte ze verder naar de speciale wilg waar ze vroeger altijd had gezeten.
De wilg was een plek waar ze altijd met Alice naartoe ging. Het was hun plekje geweest; onder de takken van de wilg in de schaduw, beschermd tegen de brandende zomerzon met een ijsje in hun hand. Als het goed weer was, namen ze hun zwemkleding mee en sprongen de rivier in. De rest van de middag droogde ze op terwijl ze ervaringen, gedachtes en dromen deelde.
Ze wist dat ze hier niet moest komen. Het voelde verkeerd om hier te zijn nu Alice haar haatte. Maar er was geen andere plek op de wereld waar ze zich meer verbonden voelde met het meisje dat ooit haar beste vriendin was en misschien, heel misschien, kon ze hier wat troost uithalen.

De wilg leek niks veranderd in de vier jaar dat ze weg was. Hij was nog steeds even uitnodigend ’s nachts als overdag. Het maanlicht gaf het iets mystieks in plaats van spookachtig; uitnodigend in plaats van afwijzend.
Naarmate ze dichterbij kwam en ze steeds beter door het gebladerte van de boom door kon kijken, merkte ze met schrik dat zij niet de enige was geweest die zo had gedacht.
Een zwart verschijnsel met opgetrokken knieën en een gezicht verbleekt door het witte licht reflecterend van de maan, keek uit over de rivier. Haar gezicht was omlijst met bruin, lang haar.
Ray zuchtte. Ze twijfelde voor een moment of ze door moest lopen. Aan de ene kant wilde ze het liefst zich omdraaien en naar huis gaan. Hun ruzie van daarnet lag zwaar op haar hart en op dit moment wilde ze alleen maar slapen, zich overgeven aan de leegte en duisternis van haar dromen.
Maar ze wist dat het geen toeval was geweest dat ze naar dezelfde plek toe waren gevlucht. Het was de plek die het meest voor hen betekenden toen ze jonger waren geweest. Dat het dat nog steeds was voor Alice zowel als voor Ray betekende toch iets.
Dus Ray liep door. Nog voordat ze de takken van de wilg doorkwam, klemde Alice haar kaken op elkaar. Ze keek haar niet aan.
“Ik heb toch gezegd dat het klaar is, Rachel,” zei ze, met een stem zwaar van vermoeidheid.
“Ik wist niet dat je hier zou zijn. Voor hoeverre ik weet, is deze ontmoeting gewoon toeval,” antwoordde ze terug. Haar stem was schor, merkte ze. Alice verroerde geen vin en bleef stug naar het glimmende water kijken. Ze trok haar knieën iets verder op tegen haar borst en liet haar kin erop rusten.
Ray bleef ongemakkelijk staan. Uiteindelijk liet ze zichzelf zakken, een meter verwijdert van haar voormalig beste vriendin. Vanuit haar ooghoeken hield ze haar scherp in de gaten maar Alice negeerde haar nog steeds.
Ray liet haar rugzak van haar rug glijden en liet zich uiteindelijk tegen de bast van de boom aanzakken. Ze sloot haar ogen en liet de zucht die ze had ingehouden ontsnappen door haar lippen. Alice zei niks; het enige wat ze hoorde was het ruisen van de rivier.

Een tijd lang zaten ze zo. Ray had geen besef van tijd behalve het kloppen van haar eigen hart, sterk en ritmisch tegen haar ribben. Uiteindelijk begon ze maar te tellen.
Rond 1100 hoorde ze het gras naast zich ritselen. Ray opende haar ogen en zag dat Alice haar knieën los had gelaten. Hun blik kruisten elkaar en ze had haar ogen niet geopend als ze had geweten dat Alice naar haar had gekeken.
De brunette keek direct weg, maar ze wisten beide wat er was gebeurd. Ray ging wat rechterop zitten en haalde een hand door haar haren. De korte plukken veerden direct terug naar hun oorspronkelijke plaats. Elke seconde die verstreek was moeilijker om te verdragen. Wetende dat Alice zo dichtbij zat en haar haatte, brak haar hart.
“Ga je niks zeggen?”
Ray was diegene die de stilte als eerste verbrak. Ze spande automatisch haar spieren aan toen Alice naar haar omkeek. Waren haar wangen nat, of was dat een glinstering van het maanlicht?
“Waarom zou ik?” mompelde ze. Ray fronste haar wenkbrauwen.
“Vind je het niet vreemd dat we hier allebei naartoe zijn gekomen? We hadden overal naartoe kunnen gaan maar in plaats daarvan zitten we hier.”
Alice keek haar even expressieloos aan en haalde toen haar schouders op.
“Deze boom betekend meer voor mij dan voor jou, Ray.”
“Misschien. Maar deze boom is een groot deel van mijn herinneringen met jou en hoe je het ook wendt of keert, die zijn heel waardevol voor mij. Dat ik hier kom is geen verassing,” zei Ray. “Maar zijn die paar keren dat je hier zonder mij hebt gezeten belangrijker voor jou dan al die keren dat we hier samen hebben gezeten? Want als er iemand langs is gekomen die ervoor heeft gezorgd dat dit niet meer onze boom is, dan kan je dat gewoon zeggen.”
Ray wachtte op antwoord maar Alice bleef stil. Het duurde zeker langer dan een minuut voordat ze geërgerd zuchtte.
“Wat wil je, Ray?”
“Ik wil jou terug. En van wat ik heb gezien probeer je ongelooflijk hard om mij te vergeten, maar tegelijkertijd kom je terug naar plaatsen zoals deze op momenten waarop je je slecht voelt. Is dat niet genoeg bewijs?” antwoordde ze.
Alice draaide haar hoofd en keek haar scherp aan. Ray moest de neiging onderdrukken om direct weg te kijken onder haar intense blik.
“Dus?” vroeg ze.
“W-wat?” stotterde Ray terug. Alice rolde dramatisch met haar ogen.
“Dus, wat wil je doen?” legde ze op een geïrriteerde toon uit.
Ray kon het niet laten om opgelaten adem te halen. Ze schoof iets dichterbij ondanks Alice’ waarschuwende blik. Ray viste haar telefoon uit haar zak en reek die naar haar toe. Alice keek ernaar alsof het vergif was.
“Je nummer,” legde ze uit. Alice perste haar lippen strak op elkaar en forceerde uiteindelijk een knikje. Ze typte haar nummer in en gaf die terug aan Ray. Ze kon een klein glimlachje niet onderdrukken toen ze opstond. Alice keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan, ietwat verbaasd door de abrupte wending.
“Dan hoor je nog wel van me,” zei Ray glimlachend. Alice kneep haar ogen sceptisch samen.
“Ik krijg niks te weten over het plan, zeker?” mompelde ze zuur. Ray hoefde haar hoofd niet eens te schudden; haar grijns verraadde haar al. Alice rolde met haar ogen.
“Oké dan,” stemde ze uiteindelijk zuchtend in. Alice maakte aanstalten om op te staan en Ray stak haar hand naar haar uit, maar die pakte ze niet aan. Ze stond zelf op, soepeltjes en gracieus op een manier die Ray nooit onder de knie zou kunnen krijgen, en klopte de aarde van haar broek.
Ray trok haar hand terug, hopend dat Alice haar niet had gezien. Ze boog snel naar beneden om haar rugzak van de grond te pakken en die weer over haar schouder te hijsen. Met haar andere hand hield ze haar skateboard vast.
De jonge vrouwen wisselden een oncomfortabele blik.
“Je hoeft me niet naar huis te brengen, hoor,” zei Alice bruusk, voordat ze langs Ray door de hangende takken van de wilg heen naar buiten stapte.
“Was ik ook niet van plan,” antwoordde Ray, die achter haar aan liep. Ze hoorde Alice geïrriteerd met haar tong klakken. Ze draaide zich plots op, waardoor Ray bijna tegen haar aanliep.
“Mooi zo,” zei ze koeltjes. “Ik ga nu naar huis.”
Ray knikte, al zou Alice het niet zien; ze draaide zich namelijk direct om en liep in de tegenovergestelde richting van de weg die eigenlijk het snelst naar haar huis zou zijn. Ray
“Ja, ik ook,” zei ze nog, maar Alice reageerde niet meer. Hoofdschuddend keek Ray haar even na, maar liet dan uiteindelijk toch haar skateboard op de grond vallen. Ze stapte er met één been op en zette zich af.

Binnen een paar minuten was ze thuis; het park was niet ver van het huis. Direct schopte ze haar schoenen in de hoek van de hal en liet haar skateboard en rugzak voor wat het was. Ze kon nog net haar mobiel uit het zijvakje trekken voordat ze naar boven liep. Met haar kleren nog aan, liet ze zich op haar nieuwe tweepersoonsbed vallen. Ray legde haar armen onder haar hoofd en kon het niet helpen om te glimlachen.
Ze opende haar telefoon en keek nog eens naar het nieuwste contact in haar lijst. Alice had haar naam er compleet met achternaam ingezet – Alice Richmond – al had dat overbodig geweest.
Ray sloot haar telefoon, legde die op het nachtkastje en draaide zich om. De vermoeidheid overmeesterde haar lichaam voordat ze de wil en zin kon vinden om zich uit te kleden. Ze viel in slaap, een die voor de verandering niet droomloos was maar gevuld met herinneringen van haar vriendschap met Alice. Ze waren fijn en geruststellend; ze boezemden haar niet langer verdriet in.

Reacties (1)

  • nakito

    Nog meer(lol)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen