Af en toe zag ze beelden in de vlammen. Gezichten. Een tedere blik, een levensluchtige blik, een spottende blik. Een hartverwarmende glimlach, een bewonderende grijns, een angstaanjagende grimas. Eventjes voelde ze aanrakingen. Een passionele kus, een broederlijke omhelzing, koude vingers die haar keel dichtknepen. Een geliefde, een boezemvriend, een aartsvijand.
      Het waren de woorden van een vreemdeling die haar verdrongen bewustzijn naar de oppervlakte trokken, als een zon wiens stralen ze kon voelen, maar niet kon zien. Nog niet. Soms schemerde er een vaag schijnsel door, waren er woorden waar ze een betekenis aan dacht te kunnen geven, maar het was altijd vluchtig, als een melodie die haar bekend voorkwam, maar die ze niet thuis kon brengen.

De stem hield hardnekkig vol. Iets diep in haar roerde zich en probeerde meer grip op haar geest te krijgen. Soms krijste het, sloeg het klauwen in haar brein en wilde het uit alle macht naar voren dringen. Instinctief probeerde ze de dolle aanwezigheid op een afstand te houden, maar het werd steeds moeilijker. De tweede ziel won aan kracht en werd steeds nadrukkelijker aanwezig. Niet meer alleen bij de haard of bij de melodieuze woorden van de vreemdeling, maar de hele tijd, zelfs als ze sliep. En het was tijdens een van deze rusteloze momenten van slaap dat de aanwezigheid overwon. Er knapte iets, een dijk brak door en haar hoofd stroomde vol met herinneringen.

Jaynes hoofd bonkte. Herinneringen dreven rond, zonder dat ze er enig verband in zag. Een jankend geluid drong tot haar door. Het duurde even voordat ze besefte dat ze dat geluid zelf voortbracht. Er klonk een kreet, en een ogenblik later knielde er een reus voor haar neer, met glanzend blond haar. De puntoren leerden haar dat het een elf was. Het gejank hield op. Ze had nooit geweten dat er elvenreuzen bestonden.
      Ze draaide haar hoofd iets. Daar zat nog een elfenreus, met al even wit haar als de ander. Hij oogde jonger, hoewel beide gezichten gaaf waren, zonder tekenen van ouderdom. Het waren de ogen waaraan ze zag dat de ander Midden Aarde al langer bewandelde.
      De twee elvenreuzen spraken met elkaar in een taal die ze niet kon verstaan. Ze probeerde iets te zeggen in de gemeenschappelijke taal, maar er kwam enkel een droog gegrom uit haar keel. Jayne boog haar hoofd. Ze zag harige poten – háár poten. Eindelijk schoven er een paar herinneringen als puzzelstukken in elkaar. Iemand had haar in een hond veranderd! Wie dat had gedaan, en wanneer en waarom, waren vragen die ze vooralsnog niet kon beantwoorden. Die waren minder urgent ook, op dit moment. Ik ben Jayne, zei ze tegen zichzelf. Ik was een mens en ben door iemand in een honderd veranderd. Zo veel wist ze zeker. Het belangrijkste wat er op dit moment toedeed, was de vraag hoe ze weer terug kon veranderen naar haar gewone gedaante. Voordat ze weer wegzonk in de staat die alle gaten in haar geheugen had veroorzaakt. Deze elven – want dat waren ze, ze was zelf zo klein geworden dat ze hen voor reuzen hadn aangezien – moesten haar aanzien voor een doodgewone hond. Ze draaide zich om en keek de kamer rond. Hoe kon ze hun duidelijk maken wie ze was? Ze moest iets vinden waarmee ze kon schrijven. Buiten kon ze wellicht een tak vinden waarmee ze in de grond kon schrijven! Ze blafte opgewonden en draafde naar de deur toe. Daar bleef ze kwispelend wachten tot de twee elfenheren achter haar aankwamen. Haar gedrag maakte hen achterdochtig, dat was duidelijk. Mooi zo!

Reacties (2)

  • SonOfGondor

    Goed hoofdstuk, en ik ben heel blij dat ze haar geheugen terug heeft.

    Ik zag alleen wel dit:

    Ik was een mens en ben door iemand in een honderd veranderd

    3 jaar geleden
  • Vasya

    Hehehe, mooi zo Jayne c:

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here