Foto bij 12. Handlettering leren

@Lodge: oeh, dan ben ik wel benieuwd of er een leuke ship-naam te bedenken is!
@tubbietoost: komisch in welke zin van het woord? Vraag ik me dan weer af haha (:
Dankjewel. Ik heb over drie weken zomervakantie, dus dat moet lukken.

Mijn vinger blijft hangen op nummer elf, het leren van handlettering. Ik glimlach. Eindelijk een uitdaging waar ik naar uitkijk. Telkens als ik die creatieve tekstjes met strakke tekeningen zie, wil ik dat ook kunnen. Juist daar zit het probleem, omdat ik er tot nu toe de tijd niet voor heb vrijgemaakt om het te oefenen en tientallen kaartjes te verpesten. Ik pak mijn handtas en controleer of ik in ieder geval mijn portemonnee en telefoon heb. Eenmaal buiten twijfel ik of ik mijn jas thuis zal laten, aangezien het heerlijk weer is. Glimlachend duw ik de deur open en gooi mijn jas naar binnen. Juist omdat ik altijd zo opgeruimd ben geweest, is het heerlijk om af en toe even tegen mijn eigen ideaalbeeld aan te schoppen. Ik verlang naar de tijd dat ik weer in shorts en op mijn favoriete sandaaltjes kan lopen. Rustig wandel ik naar de winkelstraat, waar ik bij de boekenwinkel mooie pennen, stiften en een boek over handletteren koop. Eerder ging ik met mijn geld om als Dagobert Duck. Ik wilde altijd sparen, afwachten. Nu geef ik geld uit als ik dat wil, juist omdat ik vind dat ik mezelf te vaak tekort heb gedaan door al het moois wat ik wilde te laten liggen.
‘Is het een cadeautje?’ De winkelmedewerker draait zich al bij naar de inpaktafel.
Ik knik en onderdruk een glimlach. Het is iets wat ik altijd nog heb gedaan, omdat het zoveel specialer voelt als ik het gekochte zelf uit kan pakken.
Opgewekt loop ik naar het park. Ik snap niet dat mensen slenteren, als ze ook op een fatsoenlijk tempo door kunnen lopen. Ondanks dat ik het niet wil, begin ik te glimlachen als ik Casper op het bankje zie zitten. Plotseling raak ik nerveus en ik vraag me af waarom ik mezelf tegen zoveel grenzen aanjaag. Waarom kan ik niet rustig drie maanden genieten van mijn rust en vrijheid?
‘Goedemorgen Sky.’ Casper glimlacht naar me.
Dit was een extra uitdaging, eentje die losstond van mijn lijst. Geen reden tot paniek, Sky. Dit hoef je niet te controleren. Ik haal diep adem. ‘Hoi.’ Ik ga naast hem zitten. ‘Volgens mij wordt het eindelijk zomer.’
‘Dat is te hopen. Wat heb je daar?’ Hij kijkt nieuwsgierig naar de tas die ik vastheb.
‘Ik heb wat nieuwe spullen gekocht.’ Ik ga zitten en zet de tas aan mijn kant naast me neer.
‘Dat vermoeden had ik al. Wat is het?’
‘Nieuwe spullen.’ Ik zucht diep, bijna automatisch, alsof ik geen controle heb over wat ik laat merken.
‘Oké. Ik hoop dat je er veel plezier van hebt. Wat zijn dingen die je leuk vindt om te doen?’ Casper draait naar me toe.
‘Wat heb je op je hand?’ Automatisch steek ik mijn hand naar hem uit en laat mijn vingers over de grote kras glijden. Het gebeurt instinctief, omdat ik altijd voor anderen heb gezorgd die pijn hadden.
‘Ik heb gisteren mijn hand opengehaald toen ik de restanten van een feest opruimde.’ Hij knijpt een paar keer zijn vuist samen. ‘Maar het is nu dicht. Het is niet zo’n diepe wond.’
‘Gelukkig maar. Houd je van feesten?’
‘Op z’n tijd. Liever zit ik hier in het park bij een vuurtje, gitaar te spelen. Met of zonder mensen om me heen, trouwens.’
Ik zucht diep. ‘Dat klinkt perfect.’
‘Wat is nog meer perfect voor jou?’ Casper lijkt te aarzelen, opent zijn mond en sluit deze dan. Hij ademt kalm in. ‘Je bent van harte welkom voor een privéoptreden hoor. Ik zit vaak in het park muziek te maken.’
‘Bedankt voor het aanbod.’ Ik dwing mezelf te glimlachen. ‘Ik kan enorm genieten van de stilte. Vrolijke mensen. Mensen die goede daden verrichten. Alleen zijn.’ Ik klem mijn kaken op elkaar en onderdruk de neiging om op te staan en weg te lopen. Het is niets voor mij om iets van mijzelf met iemand te delen die ik niet ken. Ik luister liever, zodat ik iemand kan inschatten voordat ik de keuze maak om wel of niet iets te vertellen. Het gekke is dat het bij Casper vanzelfsprekend voelt, alsof hij echt luistert naar wat ik vertel. Dat is zeldzaam in deze gehaaste, individualistische maatschappij. Juist die verbinding waar ik zo naar zoek, mede door mijn uitdagingen, is plotseling hier. Ik wil Mica ervoor bedanken, maar ik weet dat ik de eer aan Casper moet geven. Toch is er iets wat me tegenhoudt en ik zeg tegen mezelf dat ik geen idee heb wat dat is.

Twintig minuten had ik het uit weten te houden op het bankje, voordat de paniek de overhand nam en ik met een zwak excuus op de vlucht sloeg. Het enge is dat ik geen veroordeling in Caspers ogen las. Het was zelfs alsof hij het begreep, iets wat onmogelijk is.
Eenmaal thuis stal ik de nieuwe spullen uit op tafel en open ik vol goede moed de “cadeautjes”. Enthousiast begin ik met het handletteren. Als ik me eenmaal ergens in vastbijt, ben ik net een politiehond: ik laat nooit meer los, aangezien er toch geen commando van buitenaf komt om te zeggen dat ik los moet laten. Keer op keer schets ik lijntjes om deze even vaak weer uit te gummen. Ik word vaak geprezen om mijn geduld en voor het eerst ben ik me er zo bewust van dat ik compleet ontspannen telkens weer opnieuw begin. Aan het eind van de middag worden de lijnen vloeiender, al verkrampen de spieren in mijn hand. Onwillekeurig denk ik aan de grote snee op Caspers hand en hoe ik hem aanraakte zonder erbij na te denken. Het leek logisch, terwijl ik weet dat ik niet hoef te zorgen voor iemand die oud genoeg is om zich te redden. Ik zucht diep. Waarom denk ik nu alweer aan die jongen? Tegelijkertijd weet ik het antwoord, want nieuwe mensen leren kennen, zorgt er bij mij voor dat mijn hoofd overuren draait. Zonder het te willen, ben ik in mijn hoofd al bij de twee meest ernstige scenario’s: verliefd worden of hem even afschuwelijk vinden als bij onze eerste ontmoeting. Ik weet niet welke van de twee me meer angst aanjaagt, al neig ik naar de eerste optie. Ik wil niet afhankelijk zijn van een ander en ik wil hoe dan ook de controle houden over mijn gevoelens. Rustig teken ik tientallen keren dezelfde lijn. Ik weet dat ik het nu weg zou moeten leggen, voordat mijn hand nog erger verkrampt, maar opgeven is nooit een optie geweest. Ik moet en zal dit leren, het liefst een uur geleden.
Pas als mijn ogen dichtvallen en ik meerdere keren uitschiet door die moeheid, schuif ik de spullen iets opzij en ik sta op. Ik realiseer me dat ik niet heb gegeten, doordat ik zo op ben gegaan in het oefenen. Het is elf uur, zie ik. Ik besluit niet meer te eten en direct mijn bed in te rollen.

De volgende ochtend denk ik daar anders over, als ik mijn ogen open. Alle kracht lijkt uit mijn lichaam weggezogen. Ik probeer overeind te komen, maar laat me direct weer op het matras vallen. Het duurt vier keer, voordat ik eindelijk rechtop zit en ik hijs mezelf overeind. Wat doe ik mezelf aan? Ik slof naar de keuken en haal een reep ontbijtkoek uit de kast. Met mijn tanden scheur ik het plastic van de koek af en snel neem ik een hap. Ik ga met mijn billen op het aanrecht zitten en glimlach. Hoe vaak heb ik hier als kind niet van gedroomd? Als mijn blik op de kalender valt, verdwijnt mijn glimlach. Het is zaterdag, wat betekent dat ik binnen nu en een half uur bij de dierenopvang moet zijn. Ik bedenk me dat ik ook kan bellen dat ik later ben, maar naast de uitdaging om nog vijf dagen geen digitale apparaten te gebruiken, is het niet voldoen aan afspraken iets waar ik een gruwelijke hekel aan heb. Snel eet ik de reep op, waarna ik me iets minder wankel voel, al doet het nog weinig en begeef ik me naar mijn slaapkamer. Ik besluit dat ik bij terugkomst wel kan douchen en was me snel. Ik trek een simpele jeans aan met een dunne, oversized trui. Waarschijnlijk krijg ik het weer veel te warm, maar de trui zit zo fijn en bovendien zal het nu nog fris zijn. Ik schud mijn hoofd. Ik weet altijd excuses te bedenken waarom ik bepaalde kledingstukken best kan dragen, vooral als het comfortabele items betreft. Ik loop gehaast terug naar de keuken en maak nu mijn echte ontbijt klaar, nog steeds zonder suiker. Dan prop ik mijn spullen in een handtas en ga ik de deur uit. Net op tijd stop ik bij Het Haasje en ik frons als ik zowel Björn als Marie nergens zie.

Reacties (3)

  • aarsvogel

    In de meeste ondbijtkoek zit suiker :'D

    Dit is niet bedoeld als kritiek hoor, want ik vind je verhaal echt heel leuk verder. Alleen even een aanmerkinkje

    2 jaar geleden
  • tubbietoost

    Komisch in de vorm van, je verwacht steeds dat er iets mis gaat, of zoiets... Ik kan het niet helemaal uitleggen hoe ik het bedoel =') (dus niet Komisch in de zin van, ze moeten naar de kleinkunst academie om cabaretier te worden)

    Ik heb weer erg genoten van het hoofdstuk ^^ Alleen is de geen-elektronische-apparaten-week al voorbij of niet? Want in het begin heeft ze haar telefoon in de tas, en bij het eind van het hoofdstuk mag ze hem nog 5 dagen niet gebruiken...

    Ik hoop dat je snel verdergaat!

    3 jaar geleden
  • Helgenberger

    Skasper, Skysper, hahaha, geen idee, ik ben heel slecht in shipnamen bedenken :')
    Zoals gewoonlijk was dit weer een geweldig stukje aaaah.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen