Foto bij 1

Ashton

Langzaam loop ik door een gang van bomen, bomen die in elkaar zijn over gelopen. De heldere lucht is bijna niet meer te zien. Een koude lente wind waait tegen me armen aan. De rust en de stilte is precies wat ik nu nodig heb. Wanneer het gangpad van bomen stopt begin ik de warmte van de zon te voelen. Het is eigenlijk nog te koud om zonder jas te lopen. Maar de kou maakt alles juist stukken duidelijker. Hij is niet de oorzaak van dit...

''Alles komt goed Ashton, heb vertrouwen in je zelf, ik weet dat je het kan, je moet het alleen nu zelf ook nog leren zien.
Beloof je goed te zorg voor je moeder, zusje en broertje?'' Ik knik zachtjes en sla me armen om hem heen. ''Ik hou van je Ashy'' zijn stramme, koude hand veegt een traan van me wang af wanneer ik hem weer loslaat, al is dat niet wat ik nu wil. Ik wil niet dat hij gaat.


Ik schud me hoofd, hij is niet de oorzaak van deze problemen, dat ben ik zelf. Ik ben het probleem in al mijn problemen. Ik ga langzaam met me hand langs me pols. Langs de hard geworden korsten, langs de nieuwe wonden en langs de littekens. Dit is niet hoe me vader gewild heb dat ik me zelf behandelde. Een traan loopt me oog uit en glijd langzaam naar beneden. Langzaam schud ik me hoofd, terwijl mijn zicht steeds waziger word. ''Nee'' fluister ik zachtjes, alleen voor mij hoorbaar. ''Nee, ik wil dit niet, dit ben ik niet.'' Ik ren een stukje voor me uit, niet goed ziend waar ik naar toe ren. Ik wil hier weg, gewoon weg.
Wanneer me voet blijf hangen en de grond ineens te voelen is tussen me handen vallen er als maar meer tranen. Het valt niet tegen te houden. Ze vallen gewoon. Ik stemde in dat ik voor me moeder zou zorgen. Maar heb er in gefaald, ik kan haar niet eens troosten. Ik heb het me vader beloofd. Ik zorg niet eens goed voor me zelf. Ik ben waardeloos. Terwijl ik me handen afveeg en langzaam overeind kom zie ik in de verte een gedaante lopen. Ik wil niet dat iemand me hier ziet huilen. Ik veeg een traan uit me oog, in de hoop dat me zicht weer even iets beter wordt. Ik ren tussen de bomen door, van het pad af. Wanneer het lichte bos verandert in een steeds donkerder wordend bos begin ik langzamer te rennen. Even sta ik stil, om me heen kijkend, geen idee waar ik ben. Maar dat maakt me ook helemaal niet meer uit. Als ik maar alleen ben. Ik laat me zelf tegen een boom zakken met me benen op getrokken. Met mijn armen en hoofd vorm ik een bolletje van me zelf. Ik sluit me ogen, om te focussen op de omgevingsgeluiden. Bladeren bewegen mee met de wind, vogels die hun tak verlaten om de wereld te ontdekken. Was ik maar zo'n vogel dan kon ik heel de wereld ontdekken.
Een trillend gevoel in mijn broekzak doet me weer beseffen waar ik ben. Ik pak mijn mobiel die het trillen veroorzaakt. Een berichtje van Luke.

Van Luke, aan Ashton: Hey bro, kom je vanavond naar me huis voor filmavond? We bestellen hier pizza.

Afleiding is misschien juist wel goed. Ik kijk naar de tijd, het is al half 7. Dat red ik nog wel. Een vest heb ik bij me dus kan me polsen gelukkig verbergen. En pizza is altijd welkom. Heb al in geen eeuwigheid een pizza gehad. Ik veeg met de mouw van mijn vest me wangen droog van de overgebleven tranen. Hopelijk zie ik er niet te slecht uit.

Van Ashton, aan Luke: Heey, ja is goed. Hoe laat bij jou?

Van Luke, aan Ashton: Half 8, is dat goed? Zie je dan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen