Foto bij 056

I'll throw
my voice into
the stars
and maybe the echo
of my words
will be written
for you in the clouds
by sunrise.
All I am trying to say is,
I will love you
through the darkness.
-Christopher Poindexter

Lily-Rose Harper


Ik probeerde mijn gedachten wat te verzetten tot Harry terugkwam met het boek dat we volgende week in Engelse literatuur zouden bespreken, maar slaagde amper. Ik hoopte van harte dat hij geen domme dingen had gedaan. Ook al zei hij dat er niets noemenswaardigs gebeurd was tussen hem en professor Carter, ik zou het pas geloven wanneer ik straks in zijn ogen kon kijken en beseffen dat hij de waarheid sprak.
"Rose?" hoorde ik na een halfuurtje plots. Ik zat in kleermakerszit in de sofa en draaide mijn hoofd verstoord toen ik Sophia achter me hoorde. Uit haar toon leidde ik af dat ze mijn aandacht al enkele keren had proberen te trekken. Verontschuldigend glimlachte ik.
"Er is iemand voor je. Ik ken hem niet." zei ze zachtjes. Onmiddellijk keek ik ontzet in haar lieve ogen. Ik voelde mijn hartslag al versnellen. Na vrijdag was ik meer dan ooit op mijn hoede. Ik draaide mijn hoofd met een ruk naar de deur, maar zuchtte opgelucht toen ik zag dat ze op Jim had gedoeld. Met een zorgelijke frons tussen zijn donkere wenkbrauwen bleef hij in de deuropening van de loft wachten. Verward stond ik recht, voor ik naar hem toe wandelde en lief glimlachte.
"Hey, Jim." knikte ik. Hij beantwoordde mijn gebaar niet. Ik vernauwde mijn ogen toen hij aarzelend naar binnen kwam en zijn trillende handen door zijn haar haalde.
"Wat scheelt er?" vroeg ik bezorgd. Met een wanhopige blik keek hij in mijn ogen.
"Harry..." begon hij. Mijn bloed stolde in mijn aderen. Angstig bracht ik mijn hand naar mijn mond.
"Wat is er gebeurd?" vroeg ik onmiddellijk. Hij haalde diep adem.
"Hij is gearresteerd." fluisterde hij. Onthutst liet ik mijn blik over zijn gezicht flitsen.
"Gearresteerd? Waarom? Wat heeft hij gedaan?" vroeg ik ademloos. God, Harry... Doemscenario's flitsten door mijn hoofd: drugs, een uit de hand gelopen gevecht... Hoe erg was het?
Jim beantwoordde mijn vraag toen hij fluisterde: "Ik denk dat je beter even zit, Rose." fluisterde hij. Van slag bleef ik hem een tel aanstaren, maar toen wandelde ik aarzelend naar de glazen tafel. Hij volgde me met een trillende zucht. Ik slikte en ontweek de vragende blikken die Sophia en Aiden me schonken vanuit de zetel.
"Dus?" vroeg ik, nog voor ik me volledig op mijn stoel had laten zakken. Hij slikte en nam voor me plaats, zijn bevende handen in en uit elkaar vouwend.
"Hij heeft..." Ik hield mijn adem in.
"Hij heeft wat?" drong ik op angstige toon aan.
"Hij heeft Finn geconfronteerd. Of dat denk ik toch. Eén van hen heeft de ander opgezocht." mompelde hij. Tranen sprongen in mijn ogen, terwijl ik de rug van mijn hand tegen mijn mond drukte.
"Oh god." piepte ik bang.
"Wat heeft hij gedaan? Heeft hij gevochten? Is hij oké?" Jim schudde zijn hoofd radeloos.
"Hij is niet oké, Rose. Finn is..." Hij slikte.
"Harry heeft Finn..." Gechoqueerd staarde ik hem aan. Hij bedoelde toch niet...?
"Finn is... Is hij...?" stotterde ik. Kort sloot Jim zijn ogen.
"Harry heeft hem doodgeschoten." fluisterde hij. Een radeloze snik rolde over mijn lippen, terwijl ik recht stond en op wankele benen in mijn haar greep.
"Oh god, oh god." snakte ik opnieuw naar adem, volledig in paniek.
Finn was dood? Door Harry? Hij had hem vermoord? Hij zou nooit...
"Rose!" hoorde ik geschrokken achter me. Aiden ving mijn gedesoriënteerde lichaam op toen ik een onbewuste stap achteruit zette en mijn evenwicht verloor.
"Hoe?" huilde ik. Het lukte me niet mijn ademhaling onder controle te houden. Sophia nam me met een ontzette blik in haar ogen in haar armen.
"Kom hier. Kom hier, lieverd." mompelde ze.
"Hoe, Jim?" snikte ik wanhopig. Radeloos haalde de man aan tafel zijn schouders op, voor hij recht ging staan en vermoeid over zijn gezicht wreef.
"Geen idee. Hij heeft hen mij laten opbellen. In het kader van het onderzoek mochten ze amper iets zeggen. Ik weet enkel dat er een confrontatie moet geweest zijn. En dat Harry de trekker heeft overgehaald toen het hem te veel werd." Opstandig wreef ik onder mijn neus.
"Nee! Dat zou hij nooit doen! Hij zou nooit zomaar iemand vermoorden!" verdedigde ik hem direct huilend.
"Rose..." begon hij gekweld, maar ik schudde mijn hoofd.
"Ik ken hem, Jim! Jij kent hem! Je weet net zo goed als ik dat Harry niet in staat is iemands leven te nemen alsof het niets is! Er moet een verklaring zijn!" riep ik.
"Rose, kalmeer. Probeer rustig adem te halen." prevelde Sophia geschrokken, maar ik luisterde niet naar haar. Paniekerig maakte ik me los uit haar greep.
"Waar is hij nu?" Jim slikte.
"Op het politiekantoor. Ze moeten hem verhoren. Daarna moet overlegd worden of hij tot zijn proces in voorlopige hechtenis blijft. Moord is..." Hij pauzeerde toen hij mijn wanhopige snik hoorde.
"Moord is niet niets." vervolgde hij uiteindelijk verslagen.
"Maar we kunnen zijn borg toch betalen?" riep ik. Jim keek me meelevend aan.
"Ik denk niet dat dat mogelijk is, Rose. Met zijn strafblad en de impact van zijn misdaad kan de prijs van zijn borg oplopen tot honderdduizenden dollars. Dat kan niemand van ons betalen." mompelde hij. Huilend keek ik in zijn ogen.
"Honderdduizenden?" herhaalde ik schril. Aiden stond als versteend naast ons.
"Fucking hell." mompelde hij uiteindelijk, toen niemand iets zei en enkel mijn wanhopige snikken de ruimte vulden.
"Ik wil naar hem toe. En hij heeft een advocaat nodig! Iemand moet hem verdedigen! Ze moeten weten dat Harry niet gevaarlijk is! Hij heeft dit nooit gewild!" ratelde ik angstig, maar niemand reageerde.
"Waarom zeggen jullie niets? We moeten Harry helpen!" riep ik met overslaande stem, wild rond me heen kijkend in de wanhopige ogen van mijn huisgenoten en Harry's trainer.
"Nee, je moet eerst kalmeren, Rose." zuchtte Sophia. Jim knikte instemmend.
"Ik ga nu naar het politiekantoor, oké? Ik weet zeker dat we hem vandaag en morgen nog niet zullen kunnen spreken. Niet zolang ze hem verhoren en het onderzoek loopt. Ik weet niet eens waar of onder welke omstandigheden het is gebeurd. Het beste wat jij nu kan doen, is rustig en veilig blijven." zei hij indringend. Ik schudde mijn hoofd en duwde Sophia van me weg toen ze mijn hand in de hare nam.
"Ik wil niet rustig blijven! Ik wil naar Harry!"
"Rose!" Iedereen viel stil toen Aiden me ruw onderbrak. Ontzet staarde ik in zijn blauwe ogen. Met een spijtige blik schudde hij zijn hoofd.
"Je kan niet naar Harry." zei hij op indringende toon. Ik snikte nog eens.
"Maar ik... Ik... Hij moet weten dat ik hem niets kwalijk neem. En dat ik hem wil helpen. Dat hij er niet alleen voor staat." Ik klonk wanhopig en irrationeel, maar ik kon het niet eens opbrengen erom te geven. Harry zat helemaal alleen op het politiekantoor, beschuldigd van een misdaad die hij nooit had willen plegen. Ik kende hem. Ik kende mijn jongen. Hij was niet in staat iemands leven te nemen zonder verpinken, ongeacht wat de hele stad van hem mocht denken. Hij was goed. En ik zou voor hem vechten, wat anderen ook zeiden. Ik zou vechten tot ik hem weer bij me had en hem hierdoor kon sleuren.
God, hij moest gebroken zijn... Ik kon me amper voorstellen hoe traumatisch het voor hem had moeten zijn. Wat er ook was gebeurd, hij had Finns leven nooit willen beëindigen. Nooit. En ik wist hoe hij was. Ongetwijfeld was hij zich momenteel aan het tormenteren was met zelfhaat. Helemaal alleen...
Ik huilde wanhopig en zocht houvast bij Sophia's schouder.
"Oh god, hij heeft... Hij heeft iemand... Hij moet er kapot van zijn. En er is niemand om hem... Om hem te troosten." snikte ik. Ze knuffelde me en wreef troostend over mijn rug.
"Ssssht, Rose. Kalmeer. Harry is sterk, ja? Hij kan dit. Hij slaat zich hier wel doorheen." mompelde ze. Ik wist dat het enkel bedoeld was als troostmiddel. Ze geloofde er zelf geen woord van. Ze dachten allemaal dat Harry een harteloze moordenaar was.
"Hij heeft dit nooit gewild! Er moet een verklaring zijn!" herhaalde ik nog eens. Jim moest weten dat ik de waarheid sprak. Jim kende hem. Maar toen ik naar Harry's trainer keek, zag ik hem enkel verslagen naar de grond kijken.
"We moeten een advocaat zoeken voor hem. Ik kan betalen! Ik regel het wel!" zei ik, starend naar Jim. Hij keek met een frons op.
"Rose, stop. Je bent zeventien. Ik breng dat wel in orde, goed?" Ik snifte en wreef in mijn ogen.
"Maar het geld..."
"Het geld is geen probleem. Fuck, ik ken Harry al vier jaar. En ik kende Mike, Rose. Hij zou willen dat ik voor zijn kleine broer zorg. Harry is als familie voor me. Ik laat hem niet in de steek, oké? Hij staat er niet alleen voor. Hij heeft mij. En jou. Vooral jou zal hij de komende tijd nodig hebben, ook al kan je hem niet rechtstreeks spreken. Maar je moet sterk zijn voor hem. Begrijp je dat? Je moet kalmeren en rationeel nadenken." zei hij. Ik slikte en droogde mijn tranen.
"Wie is... Wie is Mike?" vroeg Sophia. Ik reageerde niet. Het was niet aan mij om het verhaal over zijn broer te vertellen.
"Wat nu?" vroeg ik met verstikte stem. Jim zuchtte en kneep in zijn neusbrug.
"Nu ga ik eerst naar het politiebureau, in de hoop dat ze me daar iets meer kunnen vertellen. En een advocaat zoeken die hem kan verdedigen. Hij zal het nodig hebben. Zijn reputatie en faam zal hem niet helpen in de rechtszaak." mompelde hij.
De rechtszaak. God, er zou een rechtszaak komen... Een onderzoek, ondervragingen, een vonnis, een straf... Harry kon gestraft worden voor iets dat hij nooit had gewild. Met die gedachte kwam het volgende besef: Finn was dood. Harry had Finn doodgeschoten.
Dood.
Voor altijd.
Ik hoefde nooit meer bang te zijn van hem. En hoe dramatisch de hele situatie ook was, hoe graag ik alles ook zou terugdraaien en in angst leven in de plaats van Harry dit te laten doormaken als ik het kon, het was toch een lichtpuntje in het hele verhaal, hoewel miniem. Het was vreemd te beseffen dat zijn leven zo abrupt voorbij was - wreed, zelfs, maar ik kon niet ontkennen dat ik opgelucht was. Ook al verdiende niemand het te sterven, mijn doodsangsten zouden me nooit meer in hun greep kunnen houden. Een last viel van mijn schouders. Het was enkel jammer dat een andere, mogelijk veel zwaardere in de plaats kwam...
"Ik ga mee." knikte ik. Direct schudde Jim zijn hoofd.
"Geen sprake van. Harry heeft mij met een reden gebeld, Rose. Hij wil je hier niet in betrekken, dat weet ik zo al. Als je nu naar hem toe gaat, zullen ze vragen beginnen te stellen over jou en je relatie met hem. En zolang dat niet nodig is, houden we je hier beter buiten. Harry zou het ook zo willen." antwoordde ik. Gefrustreerd zuchtte ik.
"Wat moet ik dan doen?" Niemand gaf me een antwoord. Jim krabde vermoeid fronsend aan zijn voorhoofd en knikte toen.
"Vanaf ik iets meer weet, bel ik je op. Probeer je in de tussentijd niet te veel op te winden, goed? Dat heeft toch geen zin." Wat een waardeloze raad... Alsof ik me zomaar kalm kon houden... Maar ik ging desondanks met een zielige hum akkoord. Hij zuchtte nog eens diep en knikte naar mijn boek.
"Hoe fucking ironisch." mompelde hij enkel. Snikkend keek ik naar de letters op de kaft: To Kill a Mockingbird. Radeloos keek ik Jim na terwijl hij wegwandelde na nog een kort afscheid. Vanaf de voordeur achter hem dichtviel, barstte ik weer in snikken uit.
"God, Rose." zuchtte Sophia. Ze nam me in haar armen en wiegde me troostend heen en weer.
"Komaan, we gaan beter zitten. Ze staat te trillen op haar benen." mompelde Aiden. Sophia knikte en leidde me naar de sofa's.
"Het komt goed, lieverd. Het komt allemaal goed. Je moet rustig blijven. Je hoorde wat eh..." Ze pauzeerde, vissend naar Jims identiteit.
"Jim, zijn trainer." mompelde ik. Ze humde.
"Wat Jim zei." vervolgde ze. Ik luisterde amper. Het enige waaraan ik kon denken, was aan het feit dat Harry momenteel gebroken en in shock in het politiekantoor zat, helemaal alleen en verlaten. Wat zou er in godsnaam met hem gebeuren?

's Avonds belde Jim me op.
"En?" vroeg ik direct angstig, toen ik mijn gsm opnam en zenuwachtig op de nagel van mijn duim beet. Haast iedereen was intussen terug in de loft, en wist inmiddels wat er was gebeurd. Ik haatte het. In hun ogen had Harry Finn, de man die me had proberen te verkrachten, in koelen bloede vermoord. Ik wist dat dat het volledige verhaal niet was.
"Ze houden hem voorlopig vast voor ondervraging. Ze wilden niets lossen over het eigenlijke onderzoek, dus ik weet niet veel meer dan deze ochtend. Ik heb wel een advocate gevonden voor hem. Morgenochtend heb ik een afspraak met haar."
"Mag ik erbij zijn, Jim?" vroeg ik direct. Hij zuchtte diep, alsof hij mijn vraag al verwacht had.
"Rose..." Wanhopig schudde ik mijn hoofd.
"Alsjeblieft? Ik beloof dat ik geen domme dingen doe, oké? Maar ik kan niet gewoon niets doen en wachten!" Het was even stil aan de andere kant van de lijn.
"Goed dan. Maar dat is alles, begrepen? Je bent nog minderjarig, Rose. Je wil hier niet in betrokken worden, geloof me. We zitten zo al genoeg in de problemen." bromde hij. Dankbaar sloot ik mijn ogen.
"Ik kom je morgen om half tien ophalen." mompelde hij.
"Bedankt." antwoordde ik opgelucht. Hij prevelde slechts iets. Ik wist dat hij met tegenzin had toegezegd, maar geen risico's wilde nemen door me dit te ontzeggen, bang dat ik anders irrationele beslissingen zou nemen.
Ik keek rond me, in kleermakerszit op Hannahs bed. Ik had er te weinig momenten met Harry gedeeld om zijn aanwezigheid in de hoeken en tussen de lakens te voelen, tot mijn teleurstelling. Ik miste hem nu al...
"Rose?" onderbrak Jim mijn trieste gedachten.
"Hmm?" humde ik. Hij haalde diep adem en aarzelde even.
"Ik weet dat ik het recht niet heb je dit te vragen, maar ik moet het weten. Heeft dit... Heeft dit te maken met jou?" Ontzet verwijdde ik mijn lippen, starend naar de witte kast in de hoek van de ruimte, naast het kleine raam in de muur.
"Ik bedoel: is er iets gebeurd met Finn? Iets waardoor Harry hem mogelijk opgezocht heeft?" Ik slikte en schudde mijn hoofd, terwijl tranen in mijn ogen sprongen.
Oh god, ik had dit veroorzaakt... Nu pas besefte ik dat dit alles mijn fout was. Als ik er nooit was geweest, had Harry nooit gevoelens voor me gekregen, had Finn hem niet proberen te raken via mij, en was dit alles niet gebeurd...
"Jim..." begon ik met gebroken stem. Ik hoorde de adem stokken in zijn keel.
"Dit is allemaal mijn schuld." fluisterde ik toen.

Hij had uiteindelijk een kwartier nodig om me te troosten en me ervan te overtuigen dat ik mezelf niet zo mocht straffen. Nadat ik mijn volledige verhaal in horten en stoten had gedaan, had hij me ervan verzekerd dat dit volledig Finns fout was. Dat hij begreep dat Harry hem had willen straffen voor wat hij met me had gedaan. Maar hij had het mis.
Harry had hem niet op deze manier willen laten boeten. En ik had dit allemaal veroorzaakt, ook al was het ongewild en onrechtstreeks.
Toen hij me de volgende dag kwam ophalen en even later samen met me in de richting van het advocatenkantoor reed, wees hij me op de donkere kringen onder mijn ogen.
"Heb je geslapen?" vroeg hij. Ik schudde kort mijn hoofd en keek naar mijn schoot, waar ik zenuwachtig met mijn vingers speelde.
"Harry zou willen dat je goed voor jezelf zorgt, ook al..."
"Het kan me niet schelen wat Harry wil. Hoe kan ik slapen terwijl hij helemaal alleen in een cel zit en moet leven met het idee dat hij iemand vermoord heeft?" antwoordde ik hees.
"Rose, kwel jezelf niet zo." zuchtte hij. Ik haalde slechts mijn schouders op. Hoe kon ik mezelf niet zo kwellen? Wat moest ik anders doen? Harry alleen laten lijden? God, nee... Dat was niet juist. Niets van dit alles was juist.
"Heeft Harry haar al gezien? De advocate?" vroeg ik.
"Nee. Als ze hem wil helpen, zal ze hem vandaag waarschijnlijk nog gaan opzoeken." mompelde hij. Ik knikte langzaam en keek door het raam naar buiten. Een verzorgde bomenrij scheidde het voetpad van de straat waar we reden. Het paste bij de luxueuze herenhuizen aan beide kanten van de weg. Een rijke buurt...
"Zeker dat ze Harry's zaak zal aanvaarden?" mompelde ik. Ik was voldoende vertrouwd met een glamoureuze wereld als deze, waarvan de advocate - naar ik vermoedde nu ik zag in welke buurt ze gehuisvest was - deel uitmaakte. Mijn milieu liet zich liever niet in met dat van Harry. Te smerig...
"Als ik haar betaal wat ze vraagt wel, hoop ik." zuchtte hij, vervolgend: "Trouwens, de zaak aannemen zou haar goede publiciteit kunnen opleveren. Iedereen kent Harry, Rose." Ik draaide mijn hoofd met een ruk zodat ik hem recht kon aankijken, terwijl hij de straat met een draai van zijn stuur verliet en zich in het verkeer op een bredere avenue mengde.
"Hoe bedoel je? Je wil toch niet zeggen dat... Dat mensen dit te weten zullen komen?" piepte ik angstig. Jim antwoordde niet; hij kauwde slechts diep fronsend op zijn onderlip.
"Jim?" drong ik aan. Hij haalde zijn schouders radeloos op.
"Wat verwacht je, Rose? Denk je dat de kranten dit zullen negeren? Ze hebben eindelijk de kans gekregen om Harry's reputatie en naam uit te buiten. Ze zullen hem niet laten liggen. Ik heb je al gezegd dat hij grof geld waard is. Hij is een fucking legende in deze stad."
"Maar als... Als niemand weet dat..."
"Wees niet zo naïef. Dit kan onmogelijk verborgen blijven. De helft van New York weet het waarschijnlijk nu al." onderbrak hij me. Tranen sprongen in mijn ogen.
"Daarom dat je zoveel mogelijk achter de schermen moet blijven. Als iemand je linkt aan Harry, ontploft de hele shit in je gezicht, Rose. We kunnen je hier niet mee opzadelen." mompelde hij. Hij sloeg een straat in en keek onderzoekend door de voorruit naar buiten.
Ik zweeg. Het kon me niet schelen dat het zou ontploffen in mijn gezicht. Ik zou alles doen voor Harry. Maar er was een ander probleem... Eén waar Jim niet aan dacht en onmogelijk aan kon denken: Marcus. En, onvermijdelijk gelinkt aan hem, mijn ouders.
Als ik me inderdaad te veel moeide, en de politie en media te weten kwamen dat ik deel uitmaakte van dit verhaal, zou iedereen het te weten komen. Mijn vader... God, ik had geen andere keuze dan op de achtergrond te blijven.
Verslagen zakte ik wat meer onderuit in de autozetel, mijn armen koppig voor mijn borstkas kruisend. Jim remde af en parkeerde de wagen naast een oud uitziende, chique woning. Ik wilde al uitstappen, maar Jim hield me tegen met zijn hand op mijn onderarm.
"Wacht. Dat is niet alles." Vragend keek ik hem aan.
"Ik wil geen risico nemen. Tot Harry zelf beslist of de advocate iets mag weten over jullie twee en de link tussen wat met jou gebeurd is en de schietpartij, zwijgen we beter over je... connectie met hem." Ik kauwde op mijn onderlip.
"Ik vermoed dat hij zoveel mogelijk zal willen vermijden je te vermelden, Rose. Zolang het niet noodzakelijk is..." Ik knikte heel langzaam.
"Dus ik ben...?" Hij haalde zijn schouders op en haalde zijn handen door zijn korte donkere haar.
"Geen idee. Een vriendin?" Met een nadenkende hum keek ik hem aan.
"Oké, goed." zuchtte ik toen. Hij knikte en opende zijn portier, ons oogcontact verbrekend. Met een diepe zucht volgde ik hem. Ik ademde de buitenlucht gretig in toen ik op het netjes geplaveide voetpad voor het prachtige herenhuis naast ons sprong. Ik was sinds vrijdag niet meer buiten geweest. Het voelde goed de wind weer in mijn gezicht te kunnen voelen. Vreemd, maar goed.
Ik verstopte mijn handen wat meer in de mouwen van mijn jas, en volgde Jim aarzelend de stenen trappen naar de voordeur op. Ik wilde nog steeds niet geconfronteerd worden met de plekken op mijn arm. Misschien nu wel nog minder dan voorheen.
Het leek alsof ze Finn net in leven hielden. Zolang zijn vingerafdrukken zichtbaar op mijn huid zouden blijven, zou hij nooit volledig verdwenen zijn. En het was absurd, want hij was dood. Dood...
Door Harry...
Ik rilde en sloeg mijn armen rond mijn bevende lichaam. De kille herfstwind hielp allerminst. Ik slikte en keek rond me, afwezig starend naar enkele geelbruine bladeren, waaiend door de lucht. De takken van de kalende bomen op de stoep ritselden onrustig.
"Hier gaan we." zuchtte Jim. Hij belde aan en wierp vervolgens een schampere blik op het goudkleurige plakkaat naast de deur.
"Gina Porter." las ik fluisterend. Met een schampere grom tikte hij op het naambordje.
"Zou het echt goud zijn?" vroeg hij. Hij klonk niet eens een beetje onder de indruk. Een zoemer weergalmde door de hal. Verwilderd keek Jim me aan, maar met een kleine glimlach duwde ik de klink naar beneden.
"Dat betekent dat we naar binnen mogen." legde ik lichtjes geamuseerd uit. Zijn lippen vormden een begrijpende 'o', voor hij schouderophalend met me mee wandelde. Ik liet de deur achter ons dichtvallen en keek kort rond me.
"Fuck, is dat mijn spiegelbeeld?" grijnsde Jim, naar beneden turend en de witte, glanzende vloer onder ons in zich opnemend. Het was hier kraaknet. Ik antwoordde niet en zette enkele stappen vooruit. De muren waren afgezet met marmeren platen, en zorgden voor een extra weergalm toen de hakken van mijn laarsjes de grond raakten. Met een korte knik keek ik naar de ronde, geverniste houten tafel in het midden. Een gigantische, kitscherige vaas met roze rozen stond perfect in het midden. Net toen Jim bewonderend fluitend naar de kroonluchter boven ons keek, kwam een slanke vrouw van middelbare leeftijd vanuit de witte glazen deur aan onze linkerkant de hal in gewandeld.
Ze lachte haar perfect witte tanden bloot en streek kort over haar zorgvuldig op maat gemaakte blazer.
"Jim?" vroeg ze. Jim knikte kort en wendde zijn ogen snel af van de lamp. Ze stak haar hand naar hem uit.
"Aangenaam. Gina Porter." stelde ze zich voor. Met open mond staarde ik naar haar glanzende blonde haar. Zelfs mijn moeder zou jaloers zijn op...
"En u bent?" onderbrak ze mijn bewonderende gedachten. Verstoord keek ik haar aan, maar glimlachte toen blozend.
"Oh, eh... Lily-Rose Harper. Een vriendin." loog ik ongemakkelijk. Ze humde en schudde me ook de hand.
"Kom binnen." Ze wenkte ons met haar slanke vinger, haar rode scherpe nagel akelig gekromd. Geïntimideerd wandelde ik achter haar en Jim aan, haar kantoor binnen. Het was er zo mogelijk nog luxueuzer. Ik bleef een tel door het grote raam aan onze linkerkant staren, maar nam snel plaats toen ze naar haar glazen bureau wees.
"Kan ik jullie iets aanbieden? Koffie, thee?" vroeg ze, terwijl een oudere vrouw binnenkwam. Ik schudde snel mijn hoofd.
"Ik, eh... Water." mompelde Jim. Ik keek naast me en onderdrukte mijn glimlach toen ik zag dat hij volledig in de ban was van de knappe Gina Porter.
"Brenda? Een water en een muntthee." droeg Gina de tweede vrouw op. Toen ze uit het zicht verdwenen was, vouwde de advocate voor ons haar handen ineen op het blad van haar bureau. Haar dure armbanden rinkelden tegen het glas.
"Vertelt u eens." knikte ze vriendelijk, terwijl ze de zwarte map voor haar neus opende en de gouden pen aan haar rechterkant nam, perfect afgelijnd met de rest van haar schrijfgerei en latjes.
"Het gaat om een eh... Om een moordzaak." Ik slikte en beet hard op mijn onderlip toen ik Jims woorden hoorde. Gina leek onaangedaan te zijn.
"Mmmm." mompelde ze aansporend, notities makend.
Haperend begon Jim de kleine hoeveelheid info die we hadden met haar te delen, maar viel aarzelend stil toen Brenda weer binnenkwam. Hij bedankte haar ongemakkelijk toen ze het glas water voor zijn neus zette.
"Wil jij niets, lieverd?" vroeg ze me vriendelijk. Met een verlegen bedankje schudde ik mijn hoofd.
"Dus... Harry Styles?" spoorde Gina Jim verder aan.
"Eh... Ja. Harry Styles is..."
"Ik weet wie hij is." onderbrak ze hem met een stralende glimlach. Ik trok mijn wenkbrauw op. Natuurlijk. Iedereen wist wie hij was... Maar niemand kende hem echt.
Met een bedenkelijke hum vertelde Jim verder. Na afloop vouwde Gina haar gemanicuurde handen onder haar kin.
"Hoe oud is Harry?"
"Drieëntwintig. Hij wordt volgende week vierentwintig." Met een ruk keek ik Jim aan. Zijn verjaardag was volgende week? Ik wist dat Jim mijn ontzetting opmerkte, maar hij reageerde er niet op.
"Heeft hij familie? Hier in de buurt?" Ik slikte en richtte mijn ogen weer op de vrouw voor ons.
"Eh... Nee. Hij heeft geen contact meer met zijn familie." mompelde Jim. Met een diepe frons keek ik naar mijn handen in mijn schoot. Het deed zoveel pijn Jim letterlijk te horen zeggen dat hij de weinige familie die hij nog had niet meer hoorde of zag... Ik had hem nooit letterlijk gevraagd naar zijn moeder, bang dat ik een gevoelige snaar zou raken, maar ik had altijd voor deze info gevreesd. God, Harry was nog eenzamer dan ik had gedacht. Het was niet juist... Hij hoorde niet alleen te zijn. Hij hoorde omringd te zijn door liefde en warmte en geluk...
"En u bent wat van hem?" vroeg ze door.
"Zijn bokstrainer." mompelde hij. Ze slaakte een diepe zucht, dacht even nam, maar knikte toen.
"Goed. Ik ben bereid hem te verdedigen. Hij is nu waarschijnlijk nog in het politiestation?" vroeg ze. Jim knikte traag. Ze humde en sloeg de map voor haar neus dicht.
"Uitstekend. Ik ga vanmiddag bij hem langs. Ik bel u op vanaf ik meer informatie heb en dan kunnen we opnieuw samenkomen. Klinkt dat goed?" vroeg ze. Jim knikte nog eens.
"Heel erg bedankt." mompelde hij. Gina glimlachte breed en ging rechtstaan, haar arm naar ons uitstekend.
"Bedankt." fluisterde ik ook, terwijl ik haar de hand schudde en mijn mondhoeken ook omhoog dwong. Direct erna draaide ik me om, en wandelde achter Jim aan naar buiten. Toen we sneller dan verwacht weer op de trappen voor haar herenhuis stonden en elkaar ongelovig aankeken, slaakte Jim een diepe zucht.
"Dit is al goed nieuws, Rose." mompelde hij. Ik knikte langzaam en volgde hem naar zijn SUV. Onhandig klom ik in de wagen, me met een trillende onderlip herinnerend hoe Harry me maanden geleden in de auto had geholpen, een kwartier voor onze eerste kus.
God, ik wilde naar hem toe... Ik wilde hem in mijn armen houden en vertellen dat alles goed zou komen.
"Dus... Hij is bijna jarig?" vroeg ik na enkele minuten, terwijl Jim zich bij het drukke verkeer op straat voegde. Hij haalde zijn schouders op.
"Fantastisch. Met alle waarschijnlijkheid zal hij zijn verjaardag in de gevangenis moeten vieren." mompelde ik geëmotioneerd. Krampachtig verdrong ik mijn tranen.
"Dat weten we niet zeker, Rose. Daarbij, Harry is geen fan van verjaardagen. Hij vindt het bullshit te vieren dat hij ouder wordt." reageerde hij. Ik rolde met mijn ogen. Natuurlijk vond Harry dat. Ik kon het hem al horen snauwen met zijn diepe hese stem.
De rest van de rit zei geen van ons een woord. Toen hij me even later afzette voor de deur van de loft, wierp hij me nog een meelevende blik toe.
"Probeer wat te rusten, ja? Harry zou niet willen dat je jezelf zo kwelt, Rose. Ik bel vanaf Gina iets heeft laten weten." Ik knikte en schonk hem een flauwe glimlach.
"Bedankt, Jim." zuchtte ik nog, voor ik uitstapte en verslagen naar de loft wandelde.
Die avond lukte het me weer niet in slaap te vallen. Ik sliep op de sofa en liet Hannah weer in haar eigen kamer liggen. De ruimte hielp me toch niet Harry minder te missen - integendeel. Woelend en draaiend bleef ik piekeren, tot ik met barstende hoofdpijn mijn lakens van me af gooide en gefrustreerd zuchtend naar de keuken wandelde. Met vernesteld haar en betraande wangen opende ik de koelkast, de koelte gretig verwelkomend. Ik was compleet uitgeput, maar toch slaagde ik er niet in te rusten. Het was te veel... Alles was te veel. Het leek allemaal zo onwerkelijk - alle horror van de laatste weken. Misschien zou het me ooit opnieuw lukken te slapen. En misschien werd ik dan wel wakker in mijn veilige bed in Sands Point, de dag voor de start van het academiejaar, en besefte ik dat dit alles slechts een vreselijke droom was geweest.
Het was vreemd dat dat scenario nog een grotere nachtmerrie leek te zijn dan de werkelijkheid... Ondanks alles wat met me gebeurd was, wilde ik de klok niet terugdraaien. Ik wilde Harry niet schrappen uit mijn leven...
Verslagen sloot ik de koelkast weer, met een flesje water in mijn hand. Zuchtend draaide ik me om, maar bevroor toen mijn oog op zijn kamerdeur viel.
Zijn kamer...
De enige plaats die gevuld was met mooie herinneren aan hem. Ik wist dat het me zou kalmeren. Maar tegelijk... Het was de vreselijke plek waar ik betast en bijna misbruikt was. Door dezelfde man die Harry had vermoord. Zo pijnlijk... Zo onwerkelijk zelfs.
Ik wist echter dat ik ooit de stap zou moeten zetten. Ik kon het niet blijven ontwijken. Al mijn spullen lagen daar. Zijn spullen lagen daar. En ook al wist ik dat het veel te vroeg was, ik kon mezelf er toch niet van weerhouden langzaam in de richting van zijn slaapkamer te stappen. Als betoverd stak ik mijn hand uit naar de klink. Ik haalde onregelmatig adem, paniekerig met mijn wimpers knipperend, maar opende de deur desondanks.
Onmiddellijk spoelde een golf aan emoties over me heen, toen ik over de drempel stapte en de nachtmerrie opnieuw betrad. Ik zakte door mijn benen en ging met een snikje op mijn knieën zitten. Verslagen keek ik naar het bed. Onmiddellijk verborg ik mijn gezicht in mijn handen en snikte zachtjes. Ik huilde al mijn emoties eruit, minuten aan een stok -geruisloos en trillend, tot ik geen tranen meer overhad.
Mijn schouders schokten na, terwijl ik mijn ogen volledig gebroken over de ruime liet glijden: de muur aan mijn rechterkant, waar Harry me weken geleden gepassioneerd had gekust, maar waar Finn zijn handen evenzeer rond mijn nek had gehad; zijn vensterbank, waar ik hem zoveel keren had zien staan, zo ongelooflijk prachtig, rokend en starend naar mij, maar waar Arthur mijn nachtmerrie meedogenloos op camera had vastgelegd; en zijn bed... Zijn bed, waar hij me op de meest intieme manieren had aangeraakt, en ik hem, maar waar andere vuile, onwelkome mannenhanden mijn volledige lichaam hadden besmeurd.
Zo dubbel, zo veel... Het was allemaal te veel. Alsof de plek vol intense momenten ongevraagd gevuld was met andere hevige emoties - negatieve emoties, zo pijnlijk en traumatiserend. Nu was de ruimte overvol. Ik kon niet ademen. Het verstikte me, benauwde me...
Snakkend naar lucht kroop ik verder, tot ik mijn handen middenin de restanten van wat ooit en wit laken kon duwen. Ik klauwde mijn bevende vingers in de stof.
Harry...
Met een radeloze snik duwde ik de stukken stof weg, zo ver mogelijk. Het kwam allemaal terug: hun griezelige stemmen, denigrerende opmerkingen... De camera in mijn gezicht, het bloed in mijn mond, hun handen op mijn lichaam, de pijn, de angst, de tranen, de wanhoop...
Ik duwde en duwde en duwde, tot alle dwarrelende stukjes stof rond me uit mijn bereik waren, en ik mijn kapot geschuurde handpalmen tegen mijn schokkende borstkas kon drukken.
"Harry." snikte ik wanhopig, voor ik me op de grond tot een bolletje rolde en mijn ogen huilend dichtkneep. Ik kon dit veranderen in de mooie ruimte die ooit ons paradijs was geweest. Ons veilige kasteel. Als ik hard genoeg probeerde en mezelf dwong aan hem te denken, zou het me lukken. Dan zou ik alle vreselijke, pijnlijke, dodelijk traumatiserende herinneringen uit de overvloed aan vreselijke recollecties kunnen filteren.
Trillend en bevend huilde ik mezelf in slaap.
Ik werd de volgende ochtend gewekt.
"Rose? Rose!" Iemand schudde zachtjes aan mijn arm. Met een kreuntje opende ik mijn ogen, voor ik verdwaasd over mijn schouder keek en kermde toen ik een pijnscheut in mijn nek voelde. Volledig stijf duwde ik mezelf rechtop.
"Stella?" fluisterde ik. Vermoeid wreef ik in mijn ogen. Louis hurkte achter haar en keek me ongelovig aan.
"Wat doe je hier in godsnaam? Je zou niet in zijn kamer moeten komen, Rose." zuchtte hij. Ik haalde mijn schouders op en tuurde slaapdronken rond me heen. Stella zuchtte diep en kamde teder door mijn haar. Tranen sprongen weer in mijn ogen toen ik de ruimte in me opnam.
Misschien had ik hier niet mogen komen...
"Kom hier." mompelde Louis. Hij vouwde zijn armen rond mijn lichaam en tilde me met een grom op. Mijn keel brandde pijnlijk. Met een trillerige zucht liet ik hem me uit Harry's kamer dragen.
"Ik was bang toen ik je niet in de sofa zag liggen." zuchtte Stella. Louis droeg me naar de houten tafel, waar Emily, Hannah en Niall aan het ontbijten waren. Liam en Sophia zaten even verder in de sofa. Ik wendde mijn ogen snel af toen ik hen een tedere kus zag delen. Emily knarste geërgerd met haar tanden toen Louis me voorzichtig in een stoel neerzette. Hij negeerde haar.
"Rose?" schrok Hannah me op. Ik wreef over mijn droge wangen en keek haar verdwaasd aan.
"Hmm?" vroeg ik, kort glimlachend naar haar. Ze haalde diep adem.
"Hannah, ik weet niet of dit een goed idee is." zuchtte Niall. Ze keek hem met een felle blik aan.
"Ze komt het toch te weten! Ik denk dat ze het beter van ons hoort!" Niemand zei iets. Niet-begrijpend keek ik in haar felblauwe ogen.
"Dat ik wat hoor?" fluisterde ik. Ze schraapte haar keel. Sophia en Liam luisterden mee vanuit de zetel.
"Ik ben gisterenavond naar het politiekantoor moeten gaan. Ze hebben me ondervraagd. En Kyle." Ik slikte en opende mijn mond, maar sloot hem toen weer verslagen.
Hannah? En Kyle?
"Waarom?" prevelde ik. Ze likte over haar lippen.
"Het is in de club gebeurd. En blijkbaar..." Aarzelend keek ze in Stella's ogen, daarna in die van Louis.
"Blijkbaar heeft Finn hem daarheen gelokt. Uitgedaagd." Ik slikte en sloeg mijn handen voor mijn gezicht.
"In de club?" herhaalde ik trillend. Ze zuchtte diep.
"Rose..."
"Het is goed nieuws." onderbrak Louis haar scherp. Met betraande ogen keek ik hem aan. Hoe kon het mogelijk goed nieuws zijn dat Finn Harry naar de club had gelokt en hem in die mate had geconfronteerd dat het hem zijn leven had gekost?
"Er hangen sowieso camera's in de club. Wat dus wil zeggen..." Hij haalde diep adem en stak zijn hand naar me uit, zodat hij bemoedigend in mijn vingers kon knijpen.
"Wat wil zeggen dat ze snel zullen weten wat er precies gebeurd is. Wat de uitkomst ook is, ze zullen niemand lang in onwetendheid laten." Ik rukte me los.
"Maar wat als de uitkomst slecht is?" riep ik schril.
"Dan weet je het tenminste. Beter dat dan een eeuwigdurend onderzoek, Rose... Nu kunnen ze de rechtszaak zo snel mogelijk inplannen. Dat is voor Harry zelf ook goed. Beter dat dan een aanslepende bullshit vol onzekerheid en twijfels." probeerde Niall me te kalmeren. Ik schudde mijn hoofd en ging rechtstaan. De stoel viel met een klap op de grond.
"Maar ik ben niet klaar om het te weten! Wat als hij jarenlang opgesloten wordt?" huilde ik luid. Hannah zuchtte en duwde zich ook rechtop. Ik strekte mijn handen echter onmiddellijk uit en schudde mijn hoofd paniekerig. Het was allemaal te veel - zo druk, zo moeilijk, zo luid, zo alles. Ik draaide me om en vluchtte direct weer naar Harry's kamer. Naar waar kon ik anders gaan? Ik had geen andere plaats waar ik me kon verschuilen... Ik negeerde de verschrikte stemmen achter me en rende recht door de hel, pas hijgend ophoudend toen ik in zijn badkamer was en huilend kon neerzakken op de koude grond.
Ik kon dit niet... Hou zou ik me hier ooit door vechten?

De woensdag was een nieuwe vreselijke dag. Ik kon het niet verdragen opgesloten en machteloos in de loft te zitten, terwijl Harry de nachtmerrie van zijn leven aan het doormaken was. Ik besloot de donderdag terug naar school te gaan, ook al probeerde iedereen het uit mijn hoofd te praten.
Keith was zo vriendelijk me thuis te komen ophalen, en nam samen met mij de metro.
Het lukte ons een gesprek over Harry te vermijden, tot we de ondergrondse verlieten en ons in het drukke verkeer op straat mengden.
"Dus... Waarom was je er deze week niet? Door wat er met Harry gebeurd is?" vroeg hij voorzichtig, na onze eindeloos veel mislukte pogingen een ontspannen conversatie te hebben. Hij gaf het duidelijk op. Ik slikte.
"Ik was ziek." loog ik. Met een korte knik voegde hij zich bij de massa op de stoep, wachtend op het groene licht aan het zebrapad.
"Hoeveel mensen weten het al?" mompelde ik hees. Ik voelde zijn blik op me branden.
"Wat?" Ik trok de mouwen van mijn zwarte jas verder over mijn ene hand, zodat de rand van een lelijke groengele kneuzing weer bedekt was.
"Dat Harry..." Ik viel stil. Keith slaakte een diepe zucht en wreef over zijn voorhoofd.
"De meesten." antwoordde hij toen, duidelijk tegen zijn zin.
"Iedereen dus." concludeerde ik. Hoofdschuddend stak ik samen met hem over.
Ik leek gelijk gehad te hebben toen ik op school aankwam en hopen starende blikken kreeg. Ik voelde de tranen nu alweer achter mijn ogen prikken. Ze associeerden me allemaal met hem. Ik zuchtte trillerig en verstopte me meer in de kraag van mijn jas, terwijl ik naast Keith verder wandelde over de boulevard naar de grote open ruimte voor het forum.
"Ze weten ook dat hij hier maandag nog was. Op de campus." legde Keith zachtjes uit. Ik wurmde me langs een groepje starende meisjes, en knikte zwakjes. Natuurlijk wisten ze dat ook al...
Enkele minuten later vluchtte ik het roodbruine bakstenen gebouw waar we les hadden dankbaar in, omringd door kalende bomen en dorre bladeren. Ik wachtte met Keith in de gang achter de aula. Ik wilde de gapende studenten aan de andere kant niet rond me zien voor we naar binnen mochten en ik me in het hoekje van het auditorium kon verschuilen.
Verschuilen... Waar kon ik me tegenwoordig nog verschuilen? Ik kon er nergens nog aan ontsnappen, waar ik ook kwam. Het zat in mijn kleren, onder mijn huid, in mijn bloed...
"Hoe gaat het met hem?" vroeg Keith na enkele minuten van stilte onhandig. Ik slikte.
"Geen idee. We mogen hem niet zien." mompelde ik. Hij knikte langzaam.
"Maar ik vermoed niet goed. Hoe zou jij je voelen nadat je iemand van het leven hebt beroofd?" snauwde ik bits. Te bits.
"Sorry, ik... Sorry." zuchtte ik onmiddellijk. Hij wuifde het weg.
"Maakt niet uit." Het was weer enkele seconden stil, maar toen schraapte hij zijn keel onhandig.
"Maar komt hij niet... Is hij niet vertrouwd met de slechte buurten in de stad? Heeft hij nog nooit zoiets...? Iemand...? Hij lijkt zo koel en..." Ik snoof en keek van hem weg, met gekruiste armen.
"Dat is wat iedereen denkt, nee?" Ik schudde mijn hoofd.
"Zo is hij niet. Al die roddels en verhalen kunnen me niet schelen. Ik weet dat hij goed is. En ik weet dat hij hem nooit heeft willen..." Ik slikte mijn laatste woord in en knipperde mijn tranen snel weg. Verslagen snifte ik eens. Keith krabde slechts ongemakkelijk aan zijn nek.
Hij wilde net iets antwoorden, toen we opgeschrikt werden door een stem naast ons: "Rose!" Verstoord keek ik op, recht in de vriendelijke lichtbruine ogen van professor Carter. Onmiddellijk ging ik wat meer rechtop staan, lichtjes blozend. Ik keek beschaamd naar de grond toen hij me aandachtig bestudeerde. Ik wist dat ik er vreselijk uitzag.
"Hoe gaat het met je?" vroeg hij vriendelijk, maar hij fronste onmiddellijk toen ik een moeilijke blik op hem wierp. Hij wist het dus ook al...
Hij gaf me geen kans een antwoord te geven en verbeterde zich snel: "Ben je genezen?" Ik knikte en kauwde schuchter op mijn onderlip. Met een ongemakkelijke glimlach stak hij zijn handen in zijn broekzak.
"Luister... Ik weet dat het niet simpel voor je moet zijn om naar de lessen te komen, met..." Hij viel stil en speelde nerveus met zijn sleutels. Ik hoorde ze rinkelen.
"Met Harry." fluisterde ik. Hij zuchtte en knikte.
"Maar als er iets scheelt, als iemand je slecht behandelt of vervelend doet: mijn deur staat open, ja? Kom gerust met me praten als je je niet goed voelt." Ik knikte en glimlachte dankbaar.
"Ik veroordeel hem niet voor wat er is gebeurd, Rose. Ik ken de details niet. Maar ik weet wel dat hij zich gelukkig mag prijzen met jou als vriendin." zei hij op indringende toon. Ik fronste en keek hem met verwijdde lippen aan.
"Oh... Eh... Bedankt. Maar ik ben zijn vriendin niet." mompelde ik. Hij trok een wenkbrauw op.
"Niet? Is het voorbij tussen jullie?" Keith schraapte zijn keel naast ons, en staarde professor Carter ontzet aan. Hij werd genegeerd door ons allebei.
"Ik... Nee, we... We zijn nooit samen geweest." mompelde ik. Mijn wangen werden rood, en ongemakkelijk schuifelde ik met mijn voeten. Waarom vroeg hij me dit?
"Maar maandag zei hij me nog..." begon hij. Hij viel stil en keek me beschaamd aan. Ik slikte.
Natuurlijk. Ik had kunnen weten dat Harry de titel van 'vriend' zou misbruiken wanneer het hem goed uitkwam. Hij weigerde zich te binden aan me, maar liet ons exclusief samen lijken vanaf hij de nood voelde me bij andere mannen weg te houden. Zo typisch hem. Zo typisch mijn gebroken, verloren, perfecte jongen. Zo imperfect op de meest perfecte manier... Ik kon het niet eens opbrengen kwaad op hem te zijn. Ik miste hem te hard.
"Het is ingewikkeld." zei ik enkel. Hij knikte nog eens langzaam, maar kuchte toen en wuifde naar de lichte gang achter ons.
"Goed, dan... Dan ga ik maar." Na nog een onhandig afscheid maakte hij zich snel uit de voeten.
"What the fuck. Dat was fucking ongepast." snauwde Keith naast me, toen hij uit gehoorsafstand was. Ik zuchtte en haalde mijn schouders op, beschaamd kijkend naar het groepje studenten even verder. Ze staarden me misnoegd aan en keken professor Carter vervolgens misnoegd na.
De les was hels. De vurige, starende blikken rond me brandden gaten in mijn lichaam. Ik kon het amper verdragen.
Ik was meer dan opgelucht toen ik klaar was met school en me met Keith naar de schoolpoort haastte.
"Doe je crimineel de groeten!" hoorde ik een jongen naar me roepen. Met tranen in mijn ogen liep ik verder.
"Fuck off!" schreeuwde Keith terug. Ik snifte en trok mijn capuchon over mijn hoofd. Misschien was ik beter thuisgebleven...
"Rose!" hoorde ik aan mijn linkerkant. Ik verstijfde en maakte een zielig geluidje toen ik opkeek en Marcus naar me toe zag benen. Oh god, dat ook nog... Wat had ik in godsnaam ooit fout gedaan in mijn leven om dit alles te verdienen? Had ik niet al voldoende problemen en zorgen?
Ik schuifelde met mijn voeten en zette erna een stapje achteruit. Hij hield voor me halt.
Neerbuigend keek hij op me neer.
"Ik heb je al bijna twee weken niet meer gesproken. Waar ben je geweest?" snauwde hij. Ik slikte en keek Keith naast me radeloos aan.
"Ik... Ik was ziek." loog ik nog maar eens. Hij snoof en stak zijn hand naar me uit, maar geschrokken struikelde ik naar achteren. Spottend trok hij zijn wenkbrauw op.
"Ik heb gehoord wat hij heeft gedaan. Je hebt toch geen contact meer met hem, hmm?" Snel schudde ik mijn hoofd.
"Nee, niet meer sinds ik je de laatste keer heb gezien." prevelde ik. Wanhopig probeerde ik mijn gezicht in de plooi te houden. Hij bleef me een tel onderzoekend bestuderen, maar knikte toen.
"Je moet weg uit de loft. Je kan niet geassocieerd worden met die plek, niet nu er een crimineel leeft." Ik voelde een traan over mijn wang naar beneden biggelen.
"Hij... Hij leeft er niet meer." De leugens bleven zich maar opstapelen. Ik verdronk er haast in - nu al.
"Oh?" mompelde hij schamper. Ik slikte en wees met trillende hand naar de poort.
"Ik moet gaan." fluisterde ik.
Keith schoot me snel te hulp: "Ja, we hebben een deadline. We moeten dringend gaan studeren." Marcus staarde wantrouwig naar me, maar knikte toen. Net toen ik echter langs hem wandelde, greep hij mijn elleboog en trok me terug. Angstig piepte ik; ik kromp in elkaar toen hij zijn lippen vlak naast mijn mondhoek drukte.
"Tot later, baby." mompelde hij. Hij liet me los en wandelde weg, me versteend en bevend achterlatend. Geschrokken wreef ik over de plek waar hij me gekust had.
"Fucking creep." gromde Keith. Ontzet keek ik Marcus na, tot zijn blonde haar in de massa verdween en ik mezelf dwong een stap te zetten. Houterig draaide ik me om, maar botste hard tegen iemand. Zachtjes huilend keek ik op, recht in de grijsblauwe ogen van een lange, onbekende jongen.
Hij wierp me een vuile blik toe.
"Uit de kant." gromde hij. Keith gaf hem een duw en stak zijn mollige wijsvinger woest naar hem uit.
"Kan je dat ook beleefd vragen? Rotzak!" snauwde hij.
"Keith!" snikte ik. Ik veegde mijn tranen beschaamd weg toen de twee meisjes naast de vreemde jonge man me walgend bekeken.
"Beleefd? Sletjes als haar verdienen geen beleefdheid." blafte de jongen. Het voelde alsof hij me een klap in mijn gezicht had gegeven. Keith gaf hem nog een duw.
"Mag je haar ook nemen? Zoals Harry?" grijnsde hij. Hij leek onaangedaan te zijn door Keiths waardeloze pogingen hem te intimideren. Ik schudde mijn hoofd en greep Keiths onderarm vast.
"Niet doen! Laat het zitten!" smeekte ik. Ik dwong hem voorbij de pestkop te lopen.
"Als je het beu bent moordenaars te neuken, mag jij mij altijd eens bellen!" riep hij nog achter me. Huilend wandelde ik verder, Keith meetrekkend.
"Je mag niet zo over je heen laten lopen, Rose!" gromde de blonde jongen naast me, maar ik reageerde niet en vluchtte weg.
"Dankjewel dat je me verdedigt, Keith. Maar het maakt toch geen verschil." snikte ik na een hele tijd, toen we eindelijk voorbij die vreselijke smeedijzeren poort waren. Ik zag Jim al staan, zoals afgesproken. Met zijn handen in zijn zakken tuurde hij naar de samenpakkende wolken boven ons, leunend tegen zijn wagen. Nog voor ik mezelf had kunnen tegenhouden, had ik me naar hem gehaast.
"Jim!" riep ik huilend. Verschrikt keek hij op.
"Rose? Wat...?" Ik liet hem niet uitspreken en sloeg mijn armen snikkend rond zijn nek.
"Wow, what the hell!" stootte hij verschrikt uit. Verdwaasd struikelde hij achteruit tegen zijn auto, maar toen legde hij zijn handen aarzelend op mijn rug en gaf me een ongemakkelijk klopje.
"Gaat het?" vroeg hij onthutst. Ik schudde slechts mijn hoofd.
"Fuck, Rose... Ik... Eh... Wat is er gebeurd? Ben je..." Hij wist niet wat te zeggen, en knuffelde me slechts onhandig terug.
"Het komt goed. Oké? Het komt goed." suste hij me, al klonk hij eerder vragend. Ik snikte nog eens.
"So... Sorry." huilde ik. Hij schudde zijn hoofd en zuchtte diep, eindelijk ontspannend.
"Het is oké, meisje. Laat het eruit." mompelde hij. Een hele tijd bleef ik in zijn armen staan, tot ik eindelijk kalmeerde en beschaamd achteruit boog.
"Het spijt me." snikte ik na. Met bevende vingers veegde ik mijn wangen droog. Hij schudde zijn hoofd slechts.
"Je hoeft je niet te verontschuldigen." Ik keek achter me en wierp Keith een ongemakkelijke blik toe.
"Ik zie je morgen, goed?" knikte hij, nog voor ik iets had kunnen zeggen. Ik knikte langzaam en forceerde een glimlach.
"Keith!" riep ik nog, toen hij zich omgedraaid had en al weg wandelde. Vragend keek hij me over zijn schouder aan.
"Bedankt voor alles!" Hij wuifde het grijnzend weg.
"Kom mee." mompelde Jim. Ik draaide me naar hem om en klom blozend in zijn wagen toen hij het portier voor me opende. Toen hij even later zelf instapte en het sleutel omdraaide in het contact, schraapte hij zijn keel.
"Ik heb Harry gesproken." Ik keek hem met een ruk aan; mijn vingers zweefden vergeten onder mijn ogen.
"Wat? Wanneer? Waarom zeg je dit nu pas?" snakte ik naar adem. Ontzet liet ik mijn handen in mijn schoot vallen. Hij haalde zijn schouders op en draaide aan zijn stuur.
"Je overviel me nogal, Rose." mompelde hij.
"Hoe gaat het met hem?" vroeg ik ongeduldig. Hij kauwde met een diepe frons op zijn onderlip.
"Niet goed." zuchtte hij uiteindelijk. Met een verslagen zucht keek ik door de voorruit naar buiten. Natuurlijk ging het niet goed met hem.
"Ze hebben hem gisteren overgebracht naar de gevangenis. Ik kon hem vanaf vandaag bezoeken." mompelde hij. Ik slikte moeizaam en wreef in mijn ogen.
"De gevangenis." fluisterde ik. Hij knikte langzaam.
"Tot zijn proces, Rose. Na de rechtszaak kan alles veranderen." probeerde hij me op te peppen. Ik reageerde zelfs niet.
"Hij hoort daar niet. Ze gaan hem breken." mompelde ik wanhopig.
"Harry is sterk." wierp hij tegen.
"Dat weet ik! Maar het is niet juist!" protesteerde ik. Hij tuitte zijn lippen en blies wat lucht naar buiten.
"Wat zei hij allemaal?" vroeg ik, bang voor het antwoord. Slikkend keek hij me een tel aan.
"Over wat er gebeurd is wilde hij niet praten. Verder wat ik had verwacht. Hij wil je hierbuiten houden. Zolang het kan, is hij niet van plan iets te zeggen over jou. Niet tegen de politie en niet tegen Gina. Hij heeft haar een bullshit verhaal verteld over hoe Finn hem dronken had uitgedaagd over zijn boksprestaties." Ik fronste en dacht een tel na.
"Maar... Maar speelt zo'n verhaal niet in zijn nadeel? Als hij de waarheid zou zeggen... Misschien zouden ze hem dan beter begrijpen. Misschien krijgt hij een verlichte straf!" Jim haalde slechts zijn schouders op.
"Geen idee. Het is te vroeg om dat zeker te kunnen weten, Rose. Het is belangrijk dat we geen overhaaste beslissingen nemen." Ik zuchtte diep en wreef met de rug van mijn hand over mijn voorhoofd.
"En hij heeft ook niet gezegd of het een ongeluk was? Hoe het gebeurd is?" Jim schudde zijn hoofd.
"Hij klapte dicht vanaf ik vragen stelde over die dag. Hij is nog steeds in shock, denk ik." mompelde hij. Ik slaakte een radeloze zucht.
"Morgen ga ik hem bezoeken." Jim klakte met zijn tong.
"Nee. Hij wil niet dat je hem bezoekt." Verontwaardigd keek ik naast me.
"Wat? Maar we weten niet eens hoe lang hij daar nog zal zitten! Ik mis hem nu al! En hij moeten weten dat ik hem steun!"
"Dat weet hij, Rose. Ik heb hem gezegd dat je hem niet laat vallen." mompelde hij. Afwachtend bleef ik naar Jims profiel staren, terwijl ik nerveus met de rits van mijn jas speelde.
"Er stond..." Hij aarzelde en legde zijn hand op de versnellingspook.
"Er stond nu al media aan de gevangenis. Morgen staat alles in de krant. Als je nu naar hem toe gaat en iemand ziet het..." Mijn hart miste een slag.
"Media? Maar..."
"Ik heb je gewaarschuwd, Rose. Je wist dat dit zou gebeuren. Je kan niet naar hem toe gaan." zei hij. Hij keek me met een spijtige blik aan. Een verloren traan liep uit mijn ooghoek naar beneden.
"Wanneer kan ik hem dan opnieuw zien? Het kan weken of maanden duren!" huilde ik paniekerig. Jim slikte.
"Misschien als dit overwaait... Als het oud nieuws wordt..." probeerde hij, maar ik luisterde amper. Radeloos sloeg ik mijn onderarm voor mijn ogen, wanhopig snikkend. Na een tijdje klemde ik mijn tanden hard op elkaar.
"God, waarom kan ik niet ophouden met huilen?" riep ik gefrustreerd.
"Hou op je te schamen voor je tranen, Rose. Iedereen zou reageren zoals jij doet na alles wat je hebt meegemaakt." gromde Jim. Verwoed wreef ik in mijn ogen, maar fronste toen ik uit het raam naar buiten keek.
"Waar gaan we heen? De loft is de andere kant uit." mompelde ik met gebroken stem. Hij schakelde en draaide een straat aan de rechterkant in.
"Naar mijn appartement. We hebben een afspraak met Gina. Ik denk dat ze nieuws heeft over Harry." Hoopvol keek ik hem aan.
"Goed nieuws?" Hij haalde slechts zijn schouders op.
"Geen idee." zuchtte hij slechts.
Ik stapte enkele minuten later nerveus uit toen hij voor zijn wooncomplex geparkeerd had. Ik durfde haast niet te gaan luisteren naar wat Gina ons te vertellen had... Ik zette al enkele stappen, maar verstijfde toen ik van het voetpad opkeek en Zac enkele meters van me verwijderd zag. Met een zielig piepje struikelde ik weer achteruit, angstig rond me heen starend. Jim dook onmiddellijk naast me op en ging voor me staan.
"What the fuck doe jij hier?" snauwde hij kwaad. Zac wandelde langzaam naar ons toe en hief zijn handen verdedigend op.
"Wow, rustig! Ik ben niets van plan!" waarschuwde hij ons snel. Kort keek hij me aan.
"Ik wist zelfs niet dat jij er zou zijn, Rose." Hij krabde aan zijn nek en wuifde toen afwezig naar Jims appartement.
"Ik had net aangebeld. Ik ging weer vertrekken, maar toen zag ik je arriveren."
"Wat moet je?" blafte Jim. Zac duwde zijn handen diep in zijn broekzakken. Hij kneep zijn zwarte ogen tot spleetjes.
"Ik weet wat Harry gedaan heeft." mompelde hij. Gespannen keek ik naar Jims achterhoofd.
"Maar ik neem het hem niet kwalijk." Hij richtte zijn ogen op mij en fronste.
"Ik weet wat Finn met je gedaan heeft. Ik heb Harry zelfs nog geholpen met Big John." Mijn ogen verwijdden.
"Big John? Je bent met hem meegegaan? Wat hebben jullie daar gedaan?" ratelde ik van slag. Hij slikte.
"Je weet het niet?" Jim keek ons beurtelings aan met een niet-begrijpende frons. Ik schudde mijn hoofd.
"Nee. Hij zei dat... Dat hij het me zou vertellen als alles voorbij was." fluisterde ik. Hij knikte langzaam.
"Hij had een deal met John. Hij heeft Harry beloofd wraak te nemen op Mack. En op Ryan en Arthur." legde Zac langzaam uit. De adem stokte in mijn keel.
"Wraak? Hoe bedoel je?" prevelde ik angstig. Hij haalde zijn schouders op.
"Het laatste wat ik heb gehoord, is dat hij Ryan en Arthur erin geluisd heeft. Hij heeft hen laten betrappen met drugs op school. Allebei van NYU getrapt. Ze kunnen een succesvolle toekomst vergeten; die twee raken nooit meer aan een studiebeurs." zei hij. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond.
"En Mack?" fluisterde ik.
"Had een illegale business. John heeft hem laten verklikken bij de politie. Hij vliegt waarschijnlijk recht weer de bak in." mompelde Zac. Ik sloot mijn ogen met trillende onderlip.
"Wat heeft Harry in ruil moeten doen?" vroeg ik. Zac grinnikte.
"Niets speciaals. Een paar keer met hem snuiven." Jim vloekte binnensmonds. Ik slikte moeizaam en drukte mijn handpalm tegen mijn voorhoofd..
"Waarom? Dat lijkt een... Een rare deal."
"Is het ook. Ik vermoed dat hij weer contact wil met Harry. Zoals vroeger. We losten zijn problemen in The Bronx op in ruil voor drugs. Waarschijnlijk wil hij dat terug." antwoordde Zac.
"Ja... Ja, dat heeft hij verteld." zuchtte ik trillerig. God, Harry... Waarom had hij per se achter hen aan moeten gaan? Ik haatte dat hij drugs had gebruikt, enkel om wraak te kunnen nemen op hem. Hij bleef zich maar in de problemen werken. Jim draaide zich naar me om.
"We gaan beter naar binnen, Rose." gromde hij duister. Ik knikte langzaam en wandelde al met hem mee naar de deur, maar Zac ging voor ons staan.
"Wacht! Daarom kwam ik niet!" Ongeduldig kruiste Jim zijn armen voor zijn borstkas.
"Waarom dan wel?" Zac keek me diep in de ogen. Ik rilde en verstopte me geïntimideerd wat in mijn kraag.
"Ik wilde gewoon laten weten dat ik Harry steun. De rest van de groep ook. Ik weet dat we ons als assholes gedragen hebben. We hebben Finns kant gekozen, terwijl we niet zagen hoe fucked up hij bezig was. En het heeft hem zijn leven gekost." Hij zweeg even toen hij de tranen in mijn ogen zag.
"Ik wil dat je weet dat je niet bang van ons hoeft te zijn. We willen gewoon onze vriend terug." zei hij nog. Ik antwoordde niet, maar keek hoofdschuddend naar de grond. Ik wilde niet met hem praten. En ik wilde niet dat Harry met hen omging. Finn, Zac, die hele groep: ze waren allemaal verrot. Ik vertrouwde hen voor geen haar. Ik wist wat hij onder hun invloed allemaal had gedaan in het verleden, en ik wilde dat leven niet voor hem. Zeker niet na de dramatische climax op maandag... Zac moest gewoon uit onze buurt blijven, en als hij echt om Harry gaf, zou hij het doen.
Jim legde zijn hand op mijn onderrug en leidde me zuchtend naar binnen, Zac geen blik waardig meer keurend.
"Dus hij heeft een deal gesloten met een drugsdealer?" snauwde hij, toen we even later in de lift stonden. Ik haalde mijn schouders op.
"Blijkbaar." fluisterde hij. Vermoeid wreef hij over zijn gezicht.
"Fucking hell. Hij leert het nooit." gromde hij.
Hij had nog steeds een frons op zijn gezicht toen hij ons even later binnenliet in zijn appartement.
"Sorry voor de rommel. Ik heb niet veel tijd gehad tussen trainingen en al Harry's bullshit door." mompelde hij, wuivend naar de keukentafel. Ik ging zitten en staarde diep zuchtend door het raam naar buiten. Ik zag enkel de zijkant van het flatgebouw op de hoek van de straat, schuin naast het zijne. Troosteloze bakstenen belemmerden me het zicht op de grijze hemel.
"Ik kom straks terug." zei Jim nog, voor hij zich uit de voeten maakte en mij alleen en in gedachten verzonken aan tafel liet zitten. Toen hij even later terugkwam, trok ik mijn wenkbrauwen vragend op. Ik had Jim nog nooit in een hemd gezien.
Ik snoof zijn geur op toen hij naast me kwam zitten, en boog ontzet achteruit.
"Te veel?" vroeg hij onzeker, ruikend aan zijn polsen.
"Is dat voor Gina?" vroeg ik kuchend. Hij trok zijn neus op.
"Fuck off." blafte hij, maar ik zag de lichte blosjes op zijn wangen. Erna zeiden we allebei geen woord meer. Buiten het nerveuze getik van mijn nagels op de gammele tafel en zijn zenuwachtige gezucht, was het volledig stil tussen ons.
Een kwartier later belde Gina aan. Jim sprong haast recht, en negeerde mijn kleine glimlach toen hij naar de voordeur snelde.
"Hey!" begroette hij haar ademloos, maar keek verdwaasd naar me om toen ze haar vingers formeel uitstak. Ik knikte aansporend. Van de kaart nam hij haar perfect gemanicuurde hand aan.
Hij sloot de deur achter haar en volgde haar met een zielige frons naar de bescheiden keuken.
"Lily-Rose, was het?" vroeg ze vriendelijk. Ik knikte en schudde haar snel de hand, haar dure, zalmroze mantelpakje kort bewonderend. Ze ging zitten en schudde haar hoofd toen Jim haar stotterend iets te drinken aanbood. Onhandig struikelde hij over zijn eigen voeten, voor hij vloekend ging zitten op de stoel tussen mij en Gina. Ik beet hard op mijn lip en keek de advocate aan de overkant van de tafel aan. Ze wierp me een stralende glimlach toe.
"Ik heb goed nieuws. Dubbel goed nieuws, eigenlijk." begon ze. Mijn hart sprong op. Met grote ogen keek ik haar aan.
"Op de plaats van de schietpartij hingen camera's, die alles op beeld hebben vastgelegd. Zonder geluid, vanzelfsprekend, aangezien het slechts beveiligingscamera's waren, maar hoe dan ook bewijsmateriaal. Dat wil zeggen dat het onderzoek vrij snel afgerond zal kunnen worden." knikte ze. Ze richtte haar ogen op Jim.
"De rechtszaak vindt al binnen twee weken plaats." Ontzet bracht ik mijn vingers naar mijn lippen.
"Twee weken?" herhaalde ik schril. Ze knikte langzaam.
"Een erg ingewikkelde zaak is het niet." zei ze schouderophalend. Ze haalde haar map uit haar aktetas en sloeg hem voor haar op tafel open.
"Nu: het goede nieuws. Op de beelden is heel duidelijk te zien dat meneer Styles heeft gehandeld uit zelfverdediging. Finn zou hem zelf vermoord hebben als hij niet had geschoten." Geschrokken snakte ik naar adem. Ongelovig keek Jim me aan.
"Dus je had gelijk. Hij heeft nooit willen... Hij had geen andere keuze." mompelde hij onthutst. Met tranen in mijn ogen keek ik weg.
Gina gaf ons even de tijd het nieuws te verwerken, maar ging toen verder: "Dit betekent dat we eventueel kunnen pleiten voor vrijspraak." Mijn hoofd schoot omhoog.
"Vrijspraak?" fluisterde ik hoopvol. Ze humde en tikte met haar gouden pen op haar map.
"Waarom niet? Er bestaat geen discussie over: meneer Styles had maar één optie. Als hij Finn niet vermoord had, zou hij zelf niet meer leven." Ik kon het niet aan haar zoiets te horen zeggen, en snikte ongecontroleerd. Onmiddellijk veegde ik mijn ogen beschaamd droog.
"Bestaat er een grote kans dat het je zal lukken hem vrij te krijgen?" vroeg Jim nerveus. Ze wierp hem een betoverende, witte glimlach toe.
"Ik heb er een goed gevoel bij, ja. Ik kan nooit met zekerheid zeggen wat de uitkomst van een zaak zal zijn, natuurlijk, maar voorlopig ziet het er hoopvol uit." Ik glimlachte door mijn tranen heen en sloeg mijn trillende hand voor mijn mond. Harry zou misschien vrijkomen... Hij zou misschien vrijkomen! Binnen twee weken al...
"En dan het andere goede nieuws: door de aard van het bewijsmateriaal, bestaat er een grote kans dat Harry niet in de gevangenis hoeft te blijven tot de dag van zijn proces. Morgen beslist de procureur of hij in voorlopige hechtenis blijft of niet. Maar ik vermoed dat ze hem zullen laten gaan." Ik lachte ongelovig en keek Jim opgewonden aan.
"Dus dan laten ze hem morgen misschien al naar huis komen?" vroeg ik uitgelaten. Jim grijnsde breed en keek me bemoedigend knikkend aan. Gina glimlachte naar me.
"Morgenochtend weet ik meer. Het is goed mogelijk dat hij 's middags al vrijgelaten wordt."
Ik lachte nog eens en schudde mijn hoofd ongelovig, met mijn handen ter hoogte van mijn hart. Dit was het beste nieuws dat ik in tijden had gekregen. Op slag leek het alsof ik de wereld zou aankunnen.
Jim kneep grinnikend in mijn schouder.
"Zie? Ik zei toch dat alles goed komt!" lachte hij. Gina schraapte haar keel en ging rechtstaan. Haar dure parfum vulde de keuken.
"Laat ons nog niet te hard van stapel lopen." knikte ze, hem waarschuwend aankijkend. Ze wierp me nog een glimlach toe, stak een losgesprongen gouden lok terug in haar zorgvuldig opgestoken kapsel, en wendde zich toen tot Jim.
"Ik bel u morgen op vanaf ik iets meer weet." zei ze, haar handen opheffend toen Jim al recht wilde staan.
"Ik vind het wel. Goedemiddag." Ze draaide zich gracieus om en wandelde moeiteloos weg op haar torenhoge hakken. Jim leek niet eens aangedaan te zijn door haar afwijzing, en keek me enkel met fonkelingen in de ogen aan.
"Nu komt het allemaal in orde met hem, Rose!"
Het kwam niet in orde...
De hele avond kon ik mijn geluk niet op. Nerveus probeerde ik me al voor te bereiden op Harry's komst, te bedenken hoe ik hem het best zou opvangen na de traumatiserende ervaring die hij had gehad. Hij zou naar huis komen, en ik zou voor hem zorgen. Ik zou hem beter maken.
Voor de eerste keer in tijden sliep ik goed die nacht; ik had slechts één nachtmerrie en was te opgewonden om er echt aangedaan door te zijn.
Maar toen kwam het slechte nieuws ... Ik ging de volgende dag niet naar school, maar bleef nerveus ijsberen door de loft, met mijn gsm in mijn handen. Jim belde rond half twaalf. Ik nam onmiddellijk op.
"En? Wanneer komt hij naar huis? Haal jij hem op?" ratelde ik ademloos, zonder hem te begroeten. Jim zuchtte diep.
"Rose..." begon hij neerslachtig. Mijn hart brak. Hij zou niet komen, ik hoorde het aan Jims stem... Met een radeloos piepje greep ik de rand van de sofa als houvast.
"Wat is er gebeurd?" vroeg ik wanhopig. Mijn stem beefde.
"Ze wilden hem laten gaan. Maar toen... Hij heeft..." Aarzelend viel hij stil.
"Wat?" drong ik huilend aan.
"Hij heeft deze ochtend gevochten met een andere gevangene. Het was behoorlijk ernstig. Ze liggen allebei in de ziekenboeg van de gevangenis. Ze hebben zijn vrijlating onmiddellijk ingetrokken." mompelde hij somber. Snikkend hurkte ik neer, en liet me verslagen op mijn knieën vallen.
"Hoe...? Met wie?" Jim zuchtte.
"Geen idee. Ik ga hem vanmiddag opzoeken." zei hij zacht. Ik knikte en sloeg mijn hand huilend voor mijn mond.
"Het spijt me, Rose. Je zal Harry nog twee weken langer moeten missen."

Dankjewel voor jullie geduld! (En sorry voor alle drama.)
xxx

Reacties (7)

  • NicoleStyles

    Stupid stupid stupid Harry, en wat kunnen mensen toch cru zijn.
    Love love love it(H)

    3 weken geleden
  • annae

    Sws dat 't Mack is geweest dan, poor Rose blij gemaakt met een dode mus. Zeg alsjeblieft niet dat 't 3 dode mussen zijn!

    3 weken geleden
  • ZaynStylesS

    VERDER

    3 weken geleden
  • Maim

    Neeeeeeeeeee Harrryyyy

    3 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Arme Rose!

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen